Overige

IEF 18767

Beheer Facebookpagina komt toe aan werkgever

Rechtbank Gelderland 18 okt 2019, IEF 18767; ECLI:NL:RBGEL:2019:4651 (Stichting Dierenopvangtehuis tegen gedaagde), http://www.ie-forum.nl/artikelen/beheer-facebookpagina-komt-toe-aan-werkgever

Rechtbank Gelderland, 18 oktober 2019, IEF 18767, IT&R 1912; ECLI:NL:RBGEL:2019:4651 (Stichting Dierenopvangtehuis tegen gedaagde) Kort geding. Beheer Facebookpagina. Gedaagde was in dienst bij het Dierenopvangtehuis en had vanuit haar persoonlijke account op Facebook een facebookpagina aangemaakt van het dierenasiel. Hierop plaatste zij regelmatig haar eigen mening met betrekking tot producten of diensten van en voor het asiel. De voorzitter van het asiel had via een mail verzocht om dit na te laten en dit alleen via haar eigen facebookpagina te doen, omdat dit het asiel problemen op zou kunnen leveren. Gedaagde weigert uiteindelijk de facebookpagina over te dragen aan het bestuur en doet op twitter enkele uitspraken over het bestuur. Dierenopvangtehuis vordert op straffe van dwangsom het beheer van de facebookpagina en de gegevens hiervan te krijgen van gedaagde. De vordering wordt toegewezen. Het beheer van de facebookpagina komt toe aan de werkgever, omdat de facebookpagina door de voormalige werknemer voor de werkgever is aangemaakt. De uitlatingen van de voormalige werknemer zijn niet onrechtmatig jegens werkgever.

IEF 18675

Prejudiciële vraag over gebruik radiofrequentie

HvJ EU 7 aug 2019, IEF 18675; (Vodafone España), http://www.ie-forum.nl/artikelen/prejudici-le-vraag-over-gebruik-radiofrequentie-1

Tribunal Superior de Justicia del País Vasco (Spanje) 7 augustus 2019, IEF 18675, IT&R 2858; C-443/19 (Vodafone España) Via MinBuza. Telecommunicatie. Vodafone España is een exploitant van telecommunicatiediensten. Over dit gebruik wordt op grond van een richtlijn een ‘spectrumbijdrage’ geheven door de bevoegde overheidsdienst. De Spaanse dienst Indirecte Belastingen en Milieubelastingen heeft naast deze spectrumbijdrage nog een algemene belasting geheven. Vodafone heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Zij stelt zich op het standpunt dat deze aanvullende heffing een dubbele belastingheffing ten aanzien van de spectrumbijdrage inhoudt, wat in strijd is met artikel 13 van de richtlijn. Het is lidstaten verboden andere heffingen of vergoedingen op te leggen dan die waarin de richtlijn voorziet. Het provinciebestuur stelt dat van dubbele belastingheffing geen sprake is, omdat in de provinciale belastingwet een onderscheid geldt tussen ‘belasting’ en ‘bijdrage’. Het provinciebestuur stelt dat de artikelen 12 en 13 van de richtlijn geen beperkingen stellen aan de algemene bevoegdheid van de lidstaten om andere fiscale concepten toe te passen. De verwijzende rechter wenst te vernemen of de lidstaten bovenop de in artikel 13 van de richtlijn zogeheten spectrumbijdrage, andere heffingen of vergoedingen mogen opleggen ten aanzien van hetzelfde recht van de exploitant van telecommunicatiediensten om particulier gebruik te maken van radiofrequenties.

IEF 18628

HvJ: beheerder internetsite en Facebook verantwoordelijk voor verzamelen persoonsgegevens

HvJ EU 29 jul 2019, IEF 18628; ECLI:EU:C:2019:629 (Fashion ID tegen Verbraucherzentrale), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-beheerder-internetsite-en-facebook-verantwoordelijk-voor-verzamelen-persoonsgegevens

HvJ EU 29 juli 2019, IEF 18628; IEFbe 2922; IT 2832; ECLI:EU:C:2019:629 (Fashion ID tegen Verbraucherzentrale) Privacy. Fashion ID exploiteert een webshop. Op haar website heeft zij de 'like' knop van Facebook overgenomen. Dit heeft tot gevolg dat de persoonsgegevens van bezoekers die de internetsite van Fashion ID raadplegen, worden doorgezonden aan Facebook Ireland. Deze gegevens blijken te worden doorgezonden zonder dat die bezoekers zich daarvan bewust zijn en ongeacht of zij al dan niet lid zijn van het sociaal netwerk Facebook of op de vind-ik-leukknop hebben geklikt. De Duitse rechter wenst van het Hof te vernemen of ook Fashion ID verantwoordelijk kan worden gehouden voor de verwerking van deze gegevens, en in welke gevallen dit wel of niet kan. Beantwoording door het Hof:

IEF 18499

Resumedia mag beschrijvende handelsnaam blijven gebruiken

Gerechtshoven 26 mrt 2019, IEF 18499; ECLI:NL:GHAMS:2019:1046 (CVmaker tegen Resumedia), http://www.ie-forum.nl/artikelen/resumedia-mag-beschrijvende-handelsnaam-blijven-gebruiken

Vrz Hof Amsterdam 29 maart 2019, IEF18499; ECLI:NL:GHAMS:2019:1046 (CVmaker tegen Resumedia) Handelsnaamrecht. Bedrijfsgeheimen. Ontwikkelaars website om solliciteren makkelijker te maken (waaronder het opstellen, bewerken en beheren van een curriculum vitae) waren voorheen werkzaam als programmeurs voor exploitant van website met eenzelfde aanbod van diensten; overtreden geheimhoudingsbeding waarin non-concurrentiebeding ligt besloten; onrechtmatig handelen; geen handelsnaaminbreuk, nu het hof aannemelijk acht dat het publiek het identieke bestanddeel ‘CV’ in de beide handelsnamen zal opvatten als een verwijzing naar de activiteiten van deze ondernemingen; vordering opgave klantgegevens etc. te verstrekkend voor toewijzing in kort geding.

IEF 18451

Geen vordering tegen bestuurder bij verkoop van schilderijencollectie

Hof Den Haag 23 apr 2019, IEF 18451; ECLI:NL:GHAMS:2019:1464 (AAI tegen X), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-vordering-tegen-bestuurder-bij-verkoop-van-schilderijencollectie

Hof Amsterdam 23 april 2019, IEF 18451; ECLI:NL:GHAMS:2019:1464 (AAI tegen X) Verkoop van schilderijencollectie waarvan een deel vervalst blijkt en waarvan de waarde door deskundige op aanzienlijk lager bedrag is vastgesteld dan koopprijs. Verkopende vennootschap is in eerste aanleg onherroepelijk veroordeeld tot schadevergoeding wegens non-conformiteit. Hof wijst evenals rechtbank vordering tegen bestuurder van vennootschap af. Evenmin wordt aansprakelijkheid aangenomen wegens onrechtmatig handelen in bijzondere hoedanigheid (‘Tulip Air’).

IEF 18362

Foto's van verticale teeltinstallatie zijn onrechtmatige verkrijging know how

Rechtbanken 20 mrt 2019, IEF 18362; ECLI:NL:RBDHA:2019:2729 (Future Crops tegen Certhon), http://www.ie-forum.nl/artikelen/foto-s-van-verticale-teeltinstallatie-zijn-onrechtmatige-verkrijging-know-how

Rechtbank Den Haag 20 maart 2019, IEF 18362, LS&R 1697; ECLI:NL:RBDHA:2019:2729 (Future Crops tegen Certhon) Bedrijfsgeheimen. Future Crops drijft een onderneming in de verticale teelt van kruiden, Certhon drijft een onderneming die zich bezig houdt met de bouw van tuinbouwkassen en de verwarmings- en luchtbehandelingstechniek daarvan. Future Crops wil haar gewassen telen in een hal, en heeft om deze in te richten diverse opdrachtnemers aangenomen. Certhon was een potentiële opdrachtnemer, en heeft in het kader van de onderhandelingen een geheimhoudingsverklaring getekend. Toen de opdracht aan Certhon is verstrekt zijn verdere afspraken omtrent geheimhouding gemaakt. In weerwil van de gemaakte afspraken hebben werknemers van Certhon beeldopnamen van de hal gemaakt. Allereerst heeft Future Crops, mede gelet op de genuanceerde stelplicht in verband met het geheime karakter van haar knowhow, voldoende onderbouwd dat er sprake is van unieke kennis. Ook is het aannemelijk dat de knowhow handelswaarde heeft nu Future Crops hier veel tijd en geld in heeft geïnvesteerd. Het nemen van foto’s van deze knowhow is een onrechtmatige handeling jegens Future Crops. Niet is komen vast te staan dat er sprake is van een concrete dreiging dat Certhon de door haar verkregen knowhow gebruikt of deelt met derden. Certhon heeft onrechtmatig gehandeld door zich onbevoegd te begeven bij fase 1 en aldaar het luchtgordijn, het irrigatiesysteem en de kweekbakken die daarop aansluiten van dichtbij te bekijken en te fotograferen.

IEF 18287

Prejudicieel gestelde vraag aan HvJ EU: kunnen nationale rechterlijke instanties beslissen dat er geen reden meer is om uitspraak te doen over aanhangig geschil?

HvJ EU 14 nov 2018, IEF 18287; (GAEC), http://www.ie-forum.nl/artikelen/prejudicieel-gestelde-vraag-aan-hvj-eu-kunnen-nationale-rechterlijke-instanties-beslissen-dat-er-gee

Prejudiceel gestelde vraag aan HVJ EU 14 november 2018, IEF 18287; IEFbe 2837; C-785/18 (GAEC). Via MinBuza: Het besluit van de Franse minister van Landbouw en Voedselvoorziening en de Franse minister van Economische Zaken en Financiën (hierna: verweerders) strekt tot goedkeuring van de wijziging van het productdossier van de beschermde oorsprongsbenaming 'Comté', met het oog op de indiening ervan bij de Commissie. De hoogste bestuursrechter heeft een verzoek tot gedeeltelijke nietigverklaring wegens rechtsmachtsoverschrijding van dat besluit ontvangen van verzoeker (GAEC Jeanningros). De eis van verzoeker beoogt slechts de nietigverklaring van artikel 5.1.18 van dat productdossier, voor zover is bepaald dat “melkrobots verboden [zijn]”. De Commissie heeft de aanvraag voor een minimale wijziging van het productdossier van de beschermde oorsprongsbenaming “Comté” goedgekeurd.

Overweging:
De prejudiciële vraag betreft een ingewikkelde loophole. Aan de ene kant mag de Commissie een aanvraag alleen dan registreren wanneer de betrokken lidstaat heeft gecontroleerd of de aanvraag gerechtvaardigd is (C-269/99 en C-343/07). Indien een registratieaanvraag voor een benaming wordt ingediend bij de Commissie terwijl de nationale procedures nog aanhangig zijn, is de Commissie niet verplicht de registratieprocedure aan te vatten (T-43/15). Anders zou de Commissie het risico lopen i) een handeling van de Unie aan te nemen die op ongeldige nationale handelingen is gebaseerd en, ii) het nuttig effect te ontnemen aan de juridische toetsing op nationaal niveau.

Aan de andere kant: indien bij de verwijzende rechter een geding aanhangig is gemaakt tot betwisting van een besluit waardoor de Franse regering bij de Commissie een registratieaanvraag indient en de betreffende benaming is ingeschreven, volgt uit vaste (Franse) rechtspraak dat de tegen het bestreden besluit ingestelde vorderingen zonder voorwerp zijn. Er wordt bijgevolg geen uitspraak gedaan over de wettigheid van het bij het besluit goedgekeurde productdossier, indien dit dossier op dat tijdstip het voorwerp uitmaakt van een betwisting.

De vraag rijst dan in het specifieke geval dat de Commissie de aanvraag van een lidstaat heeft toegewezen, hoewel die aanvraag nog het voorwerp uitmaakt van een beroep voor de nationale rechterlijke instanties van die lidstaat. Kunnen de nationale rechterlijke instanties dan beslissen dat er geen reden meer is om uitspraak te doen over het voor hen aanhangige geschil? Of moeten zij, gelet op de gevolgen van een eventuele nietigverklaring van de bestreden handeling voor de geldigheid van de registratie door de Commissie, zich uitspreken over de wettigheid van die handeling van de nationale autoriteiten?

IEF 18286

Prejudiciële vragen aan HvJ EU: mag farmaceutische onderneming gratis medicinale eindproducten aan apotheek leveren?

HvJ EU 31 okt 2018, IEF 18286; (Ratiopharm), http://www.ie-forum.nl/artikelen/prejudici-le-vragen-aan-hvj-eu-mag-farmaceutische-onderneming-gratis-medicinale-eindproducten-aan-ap

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 31 oktober 2018, IEF 18286; IEFbe 2836; C-786/18 (Ratiopharm). Via MinBuza: Verzoekster produceert en verkoopt het geneesmiddel 'Voltaren Schmerzgel' (pijnverlichtende Voltaren-gel), dat de werkzame stof diclofenac bevat. Verweerster verkoopt het receptplichtige geneesmiddel 'Diclo-ratiopharm-Schmerzgel' (pijnverlichtende Diclo-ratiopharm-gel) tegen een verkoopprijs in apotheken van € 9,97. In 2013 hebben vertegenwoordigers van verweerster verkoopverpakkingen van dit geneesmiddel in groottecategorie N2 (100 g) kosteloos aan apotheken verstrekt. Deze verpakkingen waren voorzien van de vermelding 'voor demonstratiedoeleinden'. Verzoekster beschouwt dit als een schending van de bepaling van §47(3) van de Duitse wet inzake geneesmiddelen (hierna: AMG), krachtens welke de verstrekking van monsters van medicinale eindproducten aan apotheken verboden is. Bovendien is er volgens verzoekster sprake van een onrechtmatige toekenning van publicitaire geschenken overeenkomstig §7(1) van de wet betreffende geneesmiddelenreclame (hierna: HWG). Het is de vraag of de bepaling van §47(3) AMG een wettelijk verbod voor farmaceutische ondernemingen bevat om kosteloos verpakkingen van medicinale eindproducten aan apotheken te verstrekken.