Geen verrekening van onvoldoende onderbouwde managementkosten tegenover erkende artiestenvergoedingen
Rb. Zeeland-West-Brabant 21 oktober 2026, IEF 23974; ECLI:NL:RBZWB:2026:10255 ([persoon 1] en [bedrijf 1] tegen [persoon 2]). In deze zaak trad een artiestenmanager jarenlang op als agente voor een cabaretier/acteur en een onderneming van een voice-actor/radio-dj. Aanvankelijk factureerden de artiesten hun vergoedingen (gages) rechtstreeks, maar later werd overgegaan op een systeem waarin de manager verzamelfacturen stuurde inclusief haar agency fee. De artiesten zouden periodiek een factuur sturen voor hun deel van de vergoedingen. Nadat de manager langere tijd onbereikbaar bleef, werd de samenwerking beëindigd. De artiesten stuurden eindafrekeningen op basis van opgevraagde klantfacturen, maar de manager betaalde niet, waarna een bodemprocedure en conservatoir beslag volgden. In reconventie vorderde de manager op haar beurt betaling voor talloze niet eerder in rekening gebrachte PR-kosten, productiekosten en overige werkzaamheden.