Geen aansprakelijkheid voor ontnemen IE-gerelateerde zakelijke kansen bij ontbreken afspraken over platformrechten
Hof Arnhem-Leeuwarden 23 juni 2026, IEF 23727; ECLI:NL:GHARL:2026:4155 (Everizone tegen SME, TMA en [geïntimeerde 3]). In deze zaak beoordeelt het hof of SME, TMA en [geïntimeerde 3], als voormalige indirecte bestuurders en aandeelhouders, tegenover Everizone aansprakelijk zijn wegens het ontnemen van zogenoemde corporate opportunities. Everizone is eind 2018 opgericht in het kader van een samenwerking rond twee assessmentmethoden: de door [bestuurder 1] ontwikkelde PEM-methode, gekoppeld aan het online PEC-platform, en de door [geïntimeerde 3] ontwikkelde TMA-methode. De persoonlijke holding van [bestuurder 1] verleende Everizone een licentie voor het gebruik van PEM en TMA verleende haar een licentie voor de TMA-methode. Everizone raakte vervolgens betrokken bij een pilot van het Regionaal Platform Arbeidsmarktbeleid Noord-Holland Noord voor de ontwikkeling van een digitaal platform voor een leven lang ontwikkelen. Daarbij waren ook Create, Talentz en Omnimap betrokken. Everizone factureerde RPA voor de pilot in totaal € 150.000, welk bedrag volledig werd betaald. Nadat de samenwerking binnen Everizone was vastgelopen, trad SME terug als bestuurder van Everizone Holding. Kort voor het einde van de pilot richtte de moedervennootschap van Create LLO B.V. op, die vervolgens een LLO-platform ging exploiteren. Een dochtervennootschap van TMA sloot in maart 2022 met LLO een licentieovereenkomst voor het assessmentgedeelte. Volgens Everizone hebben SME c.s. haar hierdoor zonder product en middelen achtergelaten en haar de pilot, mogelijke vervolgopdrachten en andere zakelijke kansen ontnomen. Zij vordert op grond van interne bestuurdersaansprakelijkheid als bedoeld in artikel 2:9 BW en onrechtmatige daad onder meer verklaringen voor recht, schadevergoeding op te maken bij staat en een voorschot van € 4 miljoen. Subsidiair beroept zij zich op ongerechtvaardigde verrijking als bedoeld in artikel 6:212 BW. Daarnaast vordert zij op grond van artikel 843a oud Rv inzage in gegevens waarop eerder bewijsbeslag is gelegd.