Overige  

IEF 23974

Geen verrekening van onvoldoende onderbouwde managementkosten tegenover erkende artiestenvergoedingen

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 21 okt 2026, IEF 23974; ECLI:NL:RBZWB:2026:10255 ([persoon 1] en [bedrijf 1] tegen [persoon 2]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-verrekening-van-onvoldoende-onderbouwde-managementkosten-tegenover-erkende-artiestenvergoedingen

Rb. Zeeland-West-Brabant 21 oktober 2026, IEF 23974; ECLI:NL:RBZWB:2026:10255 ([persoon 1] en [bedrijf 1] tegen [persoon 2]). In deze zaak trad een artiestenmanager jarenlang op als agente voor een cabaretier/acteur en een onderneming van een voice-actor/radio-dj. Aanvankelijk factureerden de artiesten hun vergoedingen (gages) rechtstreeks, maar later werd overgegaan op een systeem waarin de manager verzamelfacturen stuurde inclusief haar agency fee. De artiesten zouden periodiek een factuur sturen voor hun deel van de vergoedingen. Nadat de manager langere tijd onbereikbaar bleef, werd de samenwerking beëindigd. De artiesten stuurden eindafrekeningen op basis van opgevraagde klantfacturen, maar de manager betaalde niet, waarna een bodemprocedure en conservatoir beslag volgden. In reconventie vorderde de manager op haar beurt betaling voor talloze niet eerder in rekening gebrachte PR-kosten, productiekosten en overige werkzaamheden. 

IEF 23962

PostNL moet getuigenverhoor over tariefstructuur voor tijdschriftenbezorging toestaan

Rechtbank Den Haag 6 okt 2026, IEF 23962; ECLI:NL:RBDHA:2026:30813 (Bondis tegen PostNL), https://www.ie-forum.nl/artikelen/postnl-moet-getuigenverhoor-over-tariefstructuur-voor-tijdschriftenbezorging-toestaan

Rb. Den Haag 6 oktober 2026, IEF 23962; ECLI:NL:RBDHA:2026:30813 (Bondis tegen PostNL) Het geschil vloeit voort uit de overname van postbezorger Sandd door PostNL in 2019 en de daaropvolgende discussie over de tarieven voor de bezorging van tijdschriften. Bondis stelt dat PostNL mogelijk ongelijke tarieven en kortingen hanteert voor vergelijkbare intermediairs, in strijd met eerder gemaakte afspraken over non-discriminatoire tarieven. Bondis verzoekt drie medewerkers van PostNL als getuigen te horen om duidelijkheid te verkrijgen over het daadwerkelijk gehanteerde tariefbeleid, waaronder kortingen, commissies en ingroeiregelingen. PostNL verzet zich hiertegen en stelt onder meer dat haar beleid al voldoende bekend is, dat Bondis onvoldoende belang heeft bij het verhoor en dat het verzoek neerkomt op een verkapt hoger beroep tegen een eerdere uitspraak over inzage in documenten.

IEF 23958

Uitspraak ingezonden door Victor den Hollander, De Vos & Partners.

Athena hoeft WhatsAppreclame niet te rectificeren: onvoldoende bewijs voor misleidende handelspraktijken

Rechtbank Amsterdam 15 okt 2026, IEF 23958; ECLI:NL:RBAMS:2026:9897 (Lawbooks tegen Athena), https://www.ie-forum.nl/artikelen/athena-hoeft-whatsappreclame-niet-te-rectificeren-onvoldoende-bewijs-voor-misleidende-handelspraktijken

Rb. Amsterdam 15 oktober 2026, IEF 23958; RB 4176; ECLI:NL:RBAMS:2026:9897 (Lawbooks tegen Athena). De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft de vorderingen van Lawbooks tegen AthenaStudies wegens vermeende misleidende handelspraktijken via WhatsAppgroepen afgewezen. Beide ondernemingen bieden commerciële studieondersteuning aan en maken voor hun marketing gebruik van WhatsAppgroepen voor studenten. Volgens Lawbooks maakt Athena gebruik van verhulde reclame, gefingeerde studentenprofielen en gescripte gesprekken waarin haar eigen diensten worden aangeprezen en die van Lawbooks in een negatief daglicht worden gesteld. De Reclame Code Commissie had AthenaStudies in 2024 al aangesproken op misleidende reclame via WhatsAppgroepen. 

IEF 23941

Publicatie De Telegraaf over strafzaak niet onrechtmatig

Rechtbank Amsterdam 20 okt 2025, IEF 23941; ECLI:NL:RBAMS:2025:11555 ([eiser] tegen De Telegraaf), https://www.ie-forum.nl/artikelen/publicatie-de-telegraaf-over-strafzaak-niet-onrechtmatig

Rb. Amsterdam 20 oktober 2025, IEF 23941; IT 5611; ECLI:NL:RBAMS:2025:11555 ([eiser] tegen De Telegraaf). De Telegraaf publiceert een artikel over een man waarin onder meer wordt gesteld dat hij langdurig een kat-en-muisspel met politie en justitie heeft gespeeld, over veel geld beschikt, slim en manipulatief is en contacten op hoog niveau heeft op Malta. De man stelt dat de publicatie meerdere feitelijke onjuistheden bevat, subjectief en suggestief is en in strijd is met de onschuldpresumptie. Volgens hem heeft het artikel bovendien mede geleid tot zijn plaatsing op een Afdeling Intensief Toezicht (AIT) en op de lijst van gedetineerden met een vlucht- of maatschappelijk risico (GVM-lijst), met de status 'hoog'. Hij vordert primair verwijdering van de publicatie en subsidiair rectificatie, op straffe van een dwangsom. Daarnaast vordert hij een verklaring voor recht dat De Telegraaf onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld. De Telegraaf voert verweer en stelt onder meer dat zij zonder voorafgaande waarschuwing is gedagvaard.

IEF 23940

Facebookbericht met herleidbare beschuldiging van seksueel misbruik terecht verwijderd

Rechtbank Midden-Nederland 30 sep 2026, IEF 23940; ECLI:NL:RBMNE:2026:6971 ([eiser] tegen [gedaagden]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/facebookbericht-met-herleidbare-beschuldiging-van-seksueel-misbruik-terecht-verwijderd

Rb. Midden-Nederland 30 september 2026, IEF 23940; IT 5610; ECLI:NL:RBMNE:2026:6971 ([eiser] tegen [gedaagden]). Twee personen plaatsen op 12 juni 2025 een bericht op Facebook waarin zij een man beschuldigen van het herhaaldelijk verkrachten van een destijds negenjarig meisje. Het bericht wordt geplaatst op een persoonlijke Facebookpagina en in een openbare Facebookgroep. Hoewel de man niet bij naam wordt genoemd, is de beschuldiging door de specifieke combinatie van genoemde verenigingen tot hem herleidbaar. De man ontkent de beschuldiging en stelt dat het bericht zijn eer en goede naam aantast. In juli 2026 volgen twee nieuwe publicaties: een Facebookbericht over de aangifte van de dochter van gedaagden wegens seksueel misbruik in haar jeugd en een gedicht op een persoonlijke website. De man vordert verwijdering van de berichten, rectificatie, een verbod op toekomstige soortgelijke uitlatingen en een voorschot van € 3.000 op immateriële schadevergoeding. Ongeveer een week voor de mondelinge behandeling verwijderen gedaagden het oorspronkelijke Facebookbericht en plaatsen zij een rectificatie op de persoonlijke Facebookpagina van een van hen.

IEF 23935

Leeuwarder Courant hoeft kritisch artikel over snackbarhouder niet te verwijderen

Rechtbank Noord-Nederland 16 okt 2026, IEF 23935; ECLI:NL:RBNNE:2026:4470 ([eiser] tegen LC), https://www.ie-forum.nl/artikelen/leeuwarder-courant-hoeft-kritisch-artikel-over-snackbarhouder-niet-te-verwijderen

Rb. Noord-Nederland 16 oktober 2026, IEF 23935; IT 5601; ECLI:NL:RBNNE:2026:4470 ([eiser] tegen LC). Een horecaondernemer vordert in kort geding dat de Leeuwarder Courant (LC) een artikel over zijn voormalige snackbar van haar website verwijdert en rectificeert. In het artikel verklaren oud-medewerkers en leveranciers dat de ondernemer salarissen en facturen niet of te laat betaalde. Volgens de ondernemer bevat de publicatie feitelijke onjuistheden, is onvoldoende wederhoor toegepast en wordt zijn eer en goede naam aangetast. De voorzieningenrechter stelt voorop dat een afweging moet plaatsvinden tussen de vrijheid van meningsuiting van LC en het recht van de ondernemer op bescherming van zijn eer, goede naam en persoonlijke levenssfeer. Daarbij weegt mee dat de ondernemer als bekende lokale horecaondernemer als publiek figuur moet worden aangemerkt en daarom meer publiciteit en kritiek moet dulden dan een willekeurig ander persoon.

IEF 23934

Onvoldoende onderbouwd beroep op bedrijfsgeheimen verhindert inzage in beslagen documenten niet

Rechtbank Overijssel 2 sep 2026, IEF 23934; ECLI:NL:RBOVE:2026:5776 (LPCS tegen [gedaagde 1+2] en Navigantes c.s.), https://www.ie-forum.nl/artikelen/onvoldoende-onderbouwd-beroep-op-bedrijfsgeheimen-verhindert-inzage-in-beslagen-documenten-niet

Rb. Overijssel 2 september 2026, IEF 23934; IT 5581; ECLI:NL:RBOVE:2026:5776 (LPCS tegen [gedaagde 1+2] en Navigantes c.s.). License Partners Cloud Solutions B.V. (LPCS) heeft op 11 juli 2025 bewijsbeslag laten leggen op correspondentie en computerbestanden van verschillende wederpartijen, waaronder Navigantes B.V. Bij vonnis van 19 september 2025 zijn de inzagevorderingen van LPCS toegewezen, waarbij de beslagen partijen de mogelijkheid kregen bezwaar te maken tegen verstrekking van bedrijfsgevoelige informatie. Nadat zij bezwaar hadden gemaakt tegen de verstrekking van diverse geselecteerde documenten, ontstond een geschil over de vraag of gewichtige redenen zich tegen inzage verzetten. Omdat partijen geen overeenstemming bereikten over de benoeming van een onafhankelijke derde om de bezwaren te beoordelen, heeft de voorzieningenrechter de betreffende documenten en bezwaren zelf onderzocht.

IEF 23921

Onrechtmatig boetevoornemen AP veroorzaakte schade bij VoetbalTV, maar schadevergoeding afgewezen

Rechtbank Midden-Nederland 28 sep 2026, IEF 23921; ECLI:NL:RBMNE:2026:6594 (VoetbalTV tegen de AP), https://www.ie-forum.nl/artikelen/onrechtmatig-boetevoornemen-ap-veroorzaakte-schade-bij-voetbaltv-maar-schadevergoeding-afgewezen

Rb. Midden-Nederland 28 september 2026, IEF 23921; IT 5573; ECLI:NL:RBMNE:2026:6594 (VoetbalTV tegen de AP). In deze zaak tussen VoetbalTV en de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) staat de vraag centraal of VoetbalTV recht heeft op schadevergoeding vanwege een onrechtmatig boetebesluit en het daaraan voorafgaande voornemen van de AP. VoetbalTV exploiteerde een videoplatform waarop amateurvoetbalwedstrijden werden opgenomen en uitgezonden. De AP legde VoetbalTV op 16 juli 2020 een boete van € 575.000 op wegens het onrechtmatig verwerken van persoonsgegevens. Volgens de AP kon een zuiver economisch belang geen gerechtvaardigd belang vormen in de zin van artikel 6 lid 1 onder f AVG. De rechtbank vernietigde dit besluit in november 2020 wegens een onjuiste uitleg van het begrip gerechtvaardigd belang. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde deze uitspraak in 2022. VoetbalTV verzoekt vervolgens om € 25.000 schadevergoeding wegens gederfde inkomsten uit sponsoring en nieuwe clubcontracten. Volgens VoetbalTV heeft het optreden van de AP ertoe geleid dat sponsoren afhaakten en zij haar bedrijfsactiviteiten moest staken. De rechtbank oordeelt dat niet alleen het vernietigde boetebesluit onrechtmatig is, maar ook het voornemen van 22 november 2019. De AP heeft dit voornemen gebaseerd op een onjuiste interpretatie van het begrip gerechtvaardigd belang en heeft daardoor ten onrechte geen noodzakelijkheidstoets en belangenafweging uitgevoerd. Daarmee heeft de AP onvoldoende rekening gehouden met de belangen van VoetbalTV.

IEF 23900

Eiser niet-ontvankelijk wegens dagvaarden verkeerde rechtspersoon bij journalistieke publicatie

Rechtbank Amsterdam 30 sep 2026, IEF 23900; ECLI:NL:RBAMS:2026:9744 ([eiser] tegen de stichting), https://www.ie-forum.nl/artikelen/eiser-niet-ontvankelijk-wegens-dagvaarden-verkeerde-rechtspersoon-bij-journalistieke-publicatie

Rb. Amsterdam 30 september 2026, IEF 23900; IT 5551; ECLI:NL:RBAMS:2026:9744 ([eiser] tegen de stichting). Op de website [internetsite] is een artikel over [eiser] gepubliceerd, waarbij een foto van hem is geplaatst tegen een achtergrond van kopieën van verschillende paspoorten op zijn huidige en voormalige naam. [eiser] heeft zowel de stichting als [bedrijf], een non-profitorganisatie naar Amerikaans recht, gesommeerd om de paspoorten en zijn portret offline te halen. Nadat aan die sommatie geen gehoor was gegeven, vorderde hij in kort geding dat de stichting op straffe van een dwangsom zou worden bevolen de paspoorten en het portret uit het artikel te verwijderen en verwijderd te houden. De stichting voerde aan dat [eiser] de verkeerde partij had gedagvaard. Niet de stichting, maar [bedrijf] is de uitgever van alle publicaties op [internetsite], houder van het auteursrecht op die publicaties en eigenaar van de domeinnaam. Volgens de voorzieningenrechter is [bedrijf] daarmee de partij die aan het gevorderde verwijderingsbevel zou kunnen voldoen.

IEF 23884

Rechtbank Noord-Holland ontbindt arbeidsovereenkomst BumaStemra wegens verstoorde arbeidsverhouding

Rechtbank Noord-Holland 14 okt 2026, IEF 23884; ECLI:NL:RBNHO:2026:12034 (BumaStemra tegen [verweerder]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/rechtbank-noord-holland-ontbindt-arbeidsovereenkomst-bumastemra-wegens-verstoorde-arbeidsverhouding

Rb. Noord-Holland 14 september 2026, IEF 23884; ECLI:NL:RBNHO:2026:12034 (BumaStemra tegen [verweerder]). BumaStemra verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer wegens een verstoorde arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onder g BW. De kantonrechter oordeelt dat sprake is van een ernstige en duurzame verstoring, zodanig dat van BumaStemra redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Na de volledige herstelmelding van de werknemer in januari 2026 hebben partijen veelvuldig gesproken en gecorrespondeerd over haar plaatsing in een nieuw team en de inhoud van haar functie. Volgens de kantonrechter heeft BumaStemra die functie voldoende toegelicht en geconcretiseerd, rekening gehouden met de zorgen van de werknemer over werkdruk en overbelasting en aangeboden het takenpakket gefaseerd op te bouwen. De standpunten van partijen zijn vervolgens verder verhard. Daarbij bleef de werknemer haar bezwaren tegen de nieuwe werksituatie verbinden aan het conflict uit 2024 met haar voormalige leidinggevende en aan haar bredere wantrouwen binnen de organisatie. BumaStemra heeft volgens de kantonrechter wel degelijk pogingen gedaan om de arbeidsrelatie te herstellen: er zijn meerdere gesprekken gevoerd, mediation is aangeboden en BumaStemra heeft uiteindelijk ingestemd met de wens van de werknemer om daarin ook haar klacht over haar voormalige leidinggevende te bespreken. Nadat de werknemer formele klachten indiende en vervolgens liet weten niet meer aan enige vorm van mediation te willen meewerken, ontstond een patstelling. De ernstige verwijten van de werknemer over intimidatie en pestgedrag zijn bovendien niet voldoende onderbouwd en zijn ook in de klachtenprocedure niet komen vast te staan. Deze omstandigheden bevestigen volgens de kantonrechter de ernst en duurzaamheid van de verstoorde arbeidsverhouding.