Overige

IEF 20704

Mededingingsrechtelijke boete voor telecomgigant blijft intact

EFTA 5 mei 2022, IEF 20704; (Telenor tegen ESA), http://www.ie-forum.nl/artikelen/mededingingsrechtelijke-boete-voor-telecomgigant-blijft-intact

EFTA Court 5 mei 2022, IEF 20704, IEFbe 3443, IT 3926; C-12/20 (Telenor tegen ESA) De Toezichthoudende Autoriteit van de Europese Vrijhandelsassociatie (ESA) heeft aan telecomgigant Telenor een forse boete opgelegd voor het misbruiken van diens machtspositie rond 2010 in Noorwegen. Hierdoor maakte Telenor inbreuk op art. 54 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992. Het feit dat Telenor wordt verweten is dat zij haar dominante marktpositie in die tijd heeft gebruikt in de groothandel waarin zij actief is door tarieven te heffen die dermate laag zijn, dat anderen verlies moesten lijden indien zij de markt zouden betreden. Telenor verweerde zich hiertegen op vier gronden. Ten eerste zou er een verkeerde downstream markt zijn gebruikt door het ESA, ten tweede zou het gedrag van Telenor geen misbruik van diens marktpositie zijn, ten derde zouden de inbreuken met betrekking tot Network Norway en Ventelo zijn verjaard en tot slot zou de ESA vergissingen hebben gemaakt omtrent de regels en de hoogte van de boete. De verweren van Telenor slagen niet en het besluit van de ESA inzake de opgelegde boete blijft van kracht.

IEF 20639

Geen ontbinding

Rechtbank Limburg 23 feb 2022, IEF 20639; ECLI:NL:RBLIM:2022:1404 (Bruiloftfoto's), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-ontbinding

Ktr. Rb Limburg 23 februari 2022, IEF 20639; ECLI:NL:RBLIM:2022:1404 (Bruiloftfoto’s) Eiser heeft met gedaagden een overeenkomst gesloten op grond waarvan eiser foto’s en een film zou maken bij de bruiloft. In de algemene voorwaarden van eiser is opgenomen dat bij ontbinding van de overeenkomst de wederpartij 50% van de overeengekomen prijs verschuldigd is. Wegens de coronamaatregelen hebben gedaagden laten weten de bruiloft te willen verplaatsen. Vervolgens hebben partijen getracht een regeling te treffen, hetgeen niet gelukt is. Eiser vordert nakoming van de overeengekomen annuleringsregeling. De kantonrechter oordeelt dat geen sprake is van ontbinding zoals bedoeld in de algemene voorwaarden. De vordering wordt afgewezen.

IEF 19327

HvJ EU heeft geoordeeld in Schrems tegen Facebook

HvJ EU 16 jul 2020, IEF 19327; (Schrems tegen Facebook), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-heeft-geoordeeld-in-schrems-tegen-facebook


HvJ EU 16 juli 2020, IT 3191, IEF 19327, IEFbe 3106; C-311/18 (Schrems tegen Facebook) Privacyrecht. Vandaag heeft het Europees Hof van Justitie geoordeeld in een van de meest verwachte zaken over privacy en gegevensbescherming sinds tijden. Schrems heeft als Facebookgebruiker Facebook Ierland aangesproken voor het doorgeven van persoonsgegevens aan Facebook Verenigde Staten. Hij heeft de Ierse toezichthouder verzocht om deze doorgiften te verbieden. Hiertoe voerde hij aan dat het recht van de Verenigde Staten en de gangbare praktijk geen waarborgen bieden voor voldoende bescherming tegen de toegang door de overheid tot de naar dit land doorgestuurde gegevens. Deze klacht werd afgewezen, omdat de Commissie in een beschikking had vastgesteld dat de Verenigde Staten wel een passend beschermingsniveau waarborgden. In 2015 heeft het Europees Hof van Justitie deze beschikking ongeldig verklaard, waardoor de Ierse rechter de afwijzing van de klacht van Schrems nietig verklaarde. De Ierse toezichthouder verzocht Schrems zijn klacht te herformuleren. In de hergeformuleerde klacht verzoekt Schrems de doorgifte van zijn persoonsgegevens vanuit de Unie naar de Verenigde Staten - die Facebook ondertussen uitvoert op grond van bepalingen uit de bijlage bij besluit 2020/87 - op te schorten of voor de toekomst te verbieden. De Ierse rechter vraagt aan het Europees Hof van Justitie of besluit 2010/87 en 2016/1250 geldig zijn. Vandaag heeft het Hof van Justitie in zijn arrest gesteld dat bij de toetsing van besluit 2010/87 aan het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid van dat besluit kunnen aantasten. Besluit 2016/1250 wordt daarentegen ongeldig verklaard. Daarnaast wijst het Hof erop dat een doorgifte van persoonsgegevens voor commerciële doeleinden door een in een lidstaat gevestigde onderneming naar een andere in een derde land gevestigde onderneming, niet kan worden uitgesloten van de werkingssfeer van de verordening. Bij een dergelijke doorgifte moet een beschermingsniveau worden geboden dat in grote lijnen overeenkomt met het beschermingsniveau dat binnen de Unie wordt gewaarborgd door die verordening, gelezen in het licht van het Handvest. Toezichthoudende autoriteiten zijn, tenzij de Commissie op geldige wijze een adequaatheidsbesluit heeft vastgesteld, verplicht om een doorgifte naar een derde land op te schorten of te verbieden wanneer zij - gelet op alle omstandigheden - van oordeel zijn dat de standaardbepalingen inzake gegevensbescherming in dat derde land niet worden of niet kunnen worden nageleefd en dat de door het Unierecht vereiste bescherming van de doorgegeven gegevens niet kan worden gewaarborgd met andere middelen, indien de in de Unie gevestigde exporteur de doorgifte niet zelf heeft opgeschort of beëindigd.

IEF 19303

Oneerlijke handelspraktijken en slechtmaking in voedingsmiddelenindustrie

Belgische gerechten 9 apr 2020, IEF 19303; (Halal bouillonblokjes), http://www.ie-forum.nl/artikelen/oneerlijke-handelspraktijken-en-slechtmaking-in-voedingsmiddelenindustrie

Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel 9 april 2020, IEF 19303, IEFbe 3093; A/19/00514 (Halal bouillonblokjes) Unilever produceert halal bouillonblokjes van het merk Knorr. Dit product wordt in de regel door Casa Foods verdeeld op de Europese markt. Tussen juni en september 2018 kocht ook Mondial Negoce deze bouillonblokjes bij Unilever en verkocht ze door aan MNS, die ze verdeelde in België. Casa Foods stelt dat op een grootverpakking een sticker over haar naam is geplakt waar op staat dat MNS de producten verdeelt in België. Casa Food stelt dat Mondial Negoce en MNS zich schuldig maken aan oneerlijke handelspraktijken, handelsnaaminbreuk en aan derde-medeplichtigheid omdat zij zouden meewerken aan een schending van haar distributieovereenkomst met Unilever Maghreb. Er is sprake van een schending van Verordening 1169/2011, omdat MNS producten in de handel aanbiedt waarop noch de naam van Mondial Negoce noch de naam van Casa Food vermeld zijn. Ook de tegenvordering van Mondial Negoce en MNS is gegrond. Door afnemers van Mondial Negoce en MNS berichten te sturen die afbreuk doen aan hun reputatie, maakt Casa Food zich schuldig aan slechtmaking.

IEF 19300

Europees bureau onderzoekt COVID-19 gerelateerde namaakproducten

Het Europees Bureau voor Fraudebestrijding OLAF is in maart een onderzoek gestart naar de invoer van COVID-19 gerelateerde namaakproducten. Sinds de corona-uitbraak is er een enorme vraag naar mondkapjes, testkits, maskers en ontsmettingsmiddelen. Deze wereldwijde vraag heeft geleid tot de productie van en illegale handel in COVID-19 gerelateerde namaakproducten die bescherming zouden bieden tegen het virus. Deze namaakproducten voldoen vaak echter niet aan de veiligheidsvoorschriften die gelden voor sommige productcategorieën en vormen zo juist een potentiële bedreiging voor de gezondheid van de gebruiker. OLAF en de Douane werken samen om te voorkomen dat deze gevaarlijke namaakproducten de EU binnenkomen. Inmiddels zijn al ruim 340 bedrijven geïdentificeerd die - al dan niet als tussenpersoon - handelen in COVID-19 gerelateerde namaakproducten. Behalve dat deze producten een potentiële bedreiging vormen voor de gezondheid van de gebruiker, kan er door de import van namaakproducten inbreuk gemaakt worden op intellectuele eigendomsrechten van anderen.

IEF 19051

Conclusie P-G: verwerping cassatie onrechtmatige publicatie

Hoge Raad 31 jan 2020, IEF 19051; ECLI:NL:PHR:2020:92 (Medewerkster tegen oud-rechter), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-p-g-verwerping-cassatie-onrechtmatige-publicatie

Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020, IEF 19051; ECLI:NL:PHR:2020:92 (Medewerkster tegen oud-rechter) In deze zaak vordert een voormalig rechter schadevergoeding van een voormalig medewerkster. Zij zou hem in een anonieme brief aan een journalist en later in getuigenverklaringen hebben beschuldigd van onvoldoende onpartijdigheid als rechter. Het gerechtshof besliste dat de medewerkster onrechtmatig heeft gehandeld jegens de oud-rechter. Over de omvang van de schade zal nog worden beslist in een schadestaatprocedure. De p-g concludeert nu tot verwerping van het cassatieberoep. Onder meer de klachten over het oordeel over de onrechtmatigheid van de afgelegde verklaringen als getuige falen.

IEF 18767

Beheer Facebookpagina komt toe aan werkgever

Rechtbank Gelderland 18 okt 2019, IEF 18767; ECLI:NL:RBGEL:2019:4651 (Stichting Dierenopvangtehuis tegen gedaagde), http://www.ie-forum.nl/artikelen/beheer-facebookpagina-komt-toe-aan-werkgever

Rechtbank Gelderland, 18 oktober 2019, IEF 18767, IT&R 1912; ECLI:NL:RBGEL:2019:4651 (Stichting Dierenopvangtehuis tegen gedaagde) Kort geding. Beheer Facebookpagina. Gedaagde was in dienst bij het Dierenopvangtehuis en had vanuit haar persoonlijke account op Facebook een facebookpagina aangemaakt van het dierenasiel. Hierop plaatste zij regelmatig haar eigen mening met betrekking tot producten of diensten van en voor het asiel. De voorzitter van het asiel had via een mail verzocht om dit na te laten en dit alleen via haar eigen facebookpagina te doen, omdat dit het asiel problemen op zou kunnen leveren. Gedaagde weigert uiteindelijk de facebookpagina over te dragen aan het bestuur en doet op twitter enkele uitspraken over het bestuur. Dierenopvangtehuis vordert op straffe van dwangsom het beheer van de facebookpagina en de gegevens hiervan te krijgen van gedaagde. De vordering wordt toegewezen. Het beheer van de facebookpagina komt toe aan de werkgever, omdat de facebookpagina door de voormalige werknemer voor de werkgever is aangemaakt. De uitlatingen van de voormalige werknemer zijn niet onrechtmatig jegens werkgever.

IEF 18675

Prejudiciële vraag over gebruik radiofrequentie

HvJ EU 7 aug 2019, IEF 18675; (Vodafone España), http://www.ie-forum.nl/artikelen/prejudici-le-vraag-over-gebruik-radiofrequentie-1

Tribunal Superior de Justicia del País Vasco (Spanje) 7 augustus 2019, IEF 18675, IT&R 2858; C-443/19 (Vodafone España) Via MinBuza. Telecommunicatie. Vodafone España is een exploitant van telecommunicatiediensten. Over dit gebruik wordt op grond van een richtlijn een ‘spectrumbijdrage’ geheven door de bevoegde overheidsdienst. De Spaanse dienst Indirecte Belastingen en Milieubelastingen heeft naast deze spectrumbijdrage nog een algemene belasting geheven. Vodafone heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Zij stelt zich op het standpunt dat deze aanvullende heffing een dubbele belastingheffing ten aanzien van de spectrumbijdrage inhoudt, wat in strijd is met artikel 13 van de richtlijn. Het is lidstaten verboden andere heffingen of vergoedingen op te leggen dan die waarin de richtlijn voorziet. Het provinciebestuur stelt dat van dubbele belastingheffing geen sprake is, omdat in de provinciale belastingwet een onderscheid geldt tussen ‘belasting’ en ‘bijdrage’. Het provinciebestuur stelt dat de artikelen 12 en 13 van de richtlijn geen beperkingen stellen aan de algemene bevoegdheid van de lidstaten om andere fiscale concepten toe te passen. De verwijzende rechter wenst te vernemen of de lidstaten bovenop de in artikel 13 van de richtlijn zogeheten spectrumbijdrage, andere heffingen of vergoedingen mogen opleggen ten aanzien van hetzelfde recht van de exploitant van telecommunicatiediensten om particulier gebruik te maken van radiofrequenties.