Merkenrecht

IEF 18395

'DC Tax' aan begin van handelsnamen zorgt voor verwarringsgevaar

Antilliaanse Gerechten 20 mrt 2019, IEF 18395; ECLI:NL:OGEAA:2019:184 (Grevad tegen DC Tax), http://www.ie-forum.nl/artikelen/dc-tax-aan-begin-van-handelsnamen-zorgt-voor-verwarringsgevaar

Ktr. Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 20 maart 2019 ECLI:NL:OGEAA:2019:184 (Grevad tegen DC Tax) Inbreuk handelsnaamrecht. Eiseres voert in Aruba sinds 2012 een belastingadviespraktijk, DC Tax Solutions, met een klantenkring in het Caribisch gedeelte van het koninkrijk. Gedaagden voeren in Curaçao een belastingadviespraktijk en bieden hun diensten aan in dezelfde regio als eiseres. Met ingang van 1 januari 2019 hebben gedaagden hun handelsnamen gewijzigd naar onder meer DC Tax & Legal en DC Tax & Legal Dutch Caribbean B.V.  Bescherming van de handelsnaam is gebaseerd op artikel 6:162 BW. Er bestaat gevaar van verwarring tussen de ondernemingen, en gevaar dat het relevante publiek in de waan wordt gebracht dat de ondernemingen aan elkaar zijn gelieerd. Het woord dat volgt na ‘DC Tax’, te weten ‘Solutions’ (in de handelsnaam van eiseres) en ‘Legal’ (in de handelsnaam van gedaagden) zijn onvoldoende kenmerkend om de ondernemingen te kunnen onderscheiden. Ieder gebruik in het Caribisch gedeelte van het Koninkrijk van de handelsnamen dient te worden gestaakt en gestaakt te houden op de sociale media sites LinkedIn, Facebook en andere soortgelijke sociale media platforms.

IEF 18387

AG verwerpt klachten Simiramida (ontbreken van) causaal verband, omvang schade, passeren bewijsaanbod en proceskosten

Hoge Raad 1 mrt 2019, IEF 18387; ECLI:NL:PHR:2019:335 (Simiramida tegen Diageo), http://www.ie-forum.nl/artikelen/ag-verwerpt-klachten-simiramida-ontbreken-van-causaal-verband-omvang-schade-passeren-bewijsaanbod-en

Conclusie AG HR 1 maart 2019, IEF 18387; ECLI:NL:PHR:2019:335 (Simiramida tegen Diageo) Vervolg op HR 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:2062, HvJ EU 16 juli 2015, ECLI:EU:C:2015:471 en HR 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1431. Diageo heeft in 2007 als merkrechthebbende in Bulgarije beslag laten leggen op een in opdracht van Simiramida aldaar aangekomen partij Johnnie Walker whisky. In een Bulgaarse procedure bij de rechtbank Sofia is uiteindelijk geoordeeld dat dit beslag ten onrechte is gelegd, omdat Simiramida naar Bulgaars recht geen merkinbreuk pleegde. In deze Nederlandse procedure, waar in een eerdere cassatie tegen een tussenarrest van het Amsterdamse hof [IEF 17491] al twee keer is geconcludeerd door A-G Vlas voor en na prejudiciële verwijzing door Uw Raad, vordert Simiramida vergoeding van de door haar als gevolg van het beslag geleden schade. Daarbij staat inmiddels na een ronde Luxemburg vast dat bedoeld vonnis van de rechtbank Sofia, ondanks de omstandigheid dat dit vonnis in strijd is met het Unierechtelijke merkenrecht, in Nederland moet worden erkend. Het geschil heeft zich vervolgens toegespitst op de door Simiramida gevorderde schade. Het hof heeft ten aanzien van één schadepost een deel van de gevorderde schade toegewezen en de overige schadeposten afgewezen. In cassatie richten de klachten zich tegen het oordeel over het (ontbreken van) causaal verband, de omvang van de schade, het passeren van het bewijsaanbod en de proceskosten. De AG is van mening dat geen van deze klachten slaagt.

IEF 18390

HvJ EU: Inbreuk op testlabel-merk als derde ongerechtvaardigd voordeel trekt

HvJ EU 11 apr 2019, IEF 18390; ECLI:EU:C:2019:317 (OKO-Test Verlag tegen Dr. Rudolf Liebe Nachf), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-inbreuk-op-testlabel-merk-als-derde-ongerechtvaardigd-voordeel-trekt

HvJ EU 11 april 2019, IEF 18390, IEFbe 2863; ECLI:EU:C:2019:317 (ÖKO-Test Verlag tegen Dr. Rudolf Liebe Nachf) Merkenrecht.

1) Artikel 9, lid 1, onder a) en b), [UniemerkenVo] en artikel 5, lid 1, onder a) en b) [Merkenrichtlijn] moeten aldus worden uitgelegd dat de houder van een individueel merk bestaande uit een testlabel zich op grond van die bepalingen niet ertegen kan verzetten dat een derde een teken dat gelijk is aan of overeenstemt met dit merk aanbrengt op waren die noch dezelfde zijn als noch soortgelijk zijn aan de waren of diensten waarvoor dat merk is ingeschreven.

2) Artikel 9, lid 1, onder c), van verordening nr. 207/2009 en artikel 5, lid 2, van richtlijn 2008/95 moeten aldus worden uitgelegd dat de houder van een bekend individueel merk bestaande uit een testlabel zich op grond van die bepalingen ertegen kan verzetten dat een derde een teken dat gelijk is aan of overeenstemt met dit merk aanbrengt op waren die noch dezelfde zijn als noch soortgelijk zijn aan die waarvoor dat merk is ingeschreven, indien is aangetoond dat deze derde daardoor ongerechtvaardigd voordeel trekt uit of afbreuk doet aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van dat merk en de derde in dit geval niet heeft aangetoond dat er een „geldige reden” in de zin van die bepalingen is voor het aanbrengen van dat teken.

 
IEF 18392

Geen verwarringsgevaar ondanks identieke namen Sea You restaurant en hotel

Rechtbanken 10 apr 2019, IEF 18392; (Sea You tegen Hotel de Ossewa), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-verwarringsgevaar-ondanks-identieke-namen-sea-you-restaurant-en-hotel

Vrz. Rechtbank Den Haag 10 april 2019, IEF 18392 (Sea You tegen Hotel de Ossewa) Merkenrecht. Handelsnaamrecht. Eiseres, Sea You, is op 1 januari 2015 opgericht en runt een restaurant aan de kust in Velsen-Noord. Voor 1 januari 2015 was de exploitatie van dit restaurant ondergebracht in Sea You B.V. In de exploitatie van het restaurant Sea You komt deze term herhaaldelijk voor. Tot 21 september was de voorganger van eiser houder van het woordmerk Sea You. De registratie is vervallen omdat deze niet tijdig is verlengd. Gedaagden zijn eigenaar van een hotel aan de kust in Noordwijk. Dit hotel is sinds het in eigendom overgaan op gedaagden in april 2015 de handelsnaam ‘Sea You Hotel Noordwijk’ gaan voeren. Eiseres vordert stelt dat dit een inbreuk is op haar merkrecht. De handelsnaam is niet beschrijvend van aard. De handelsnaam heeft dus onderscheidend vermogen. Er is geen verwarringsgevaar nu de ondernemingen op verschillende locaties verschillende diensten aanbieden. Er is geen sprake van een merkdepot te kwader trouw, nu enkel het weten van het bestaan van een eerder merk hier onvoldoende grond voor is. Verder is er ook geen sprake van onrechtmatig handelen. Eiseres moet als in het ongelijk gestelde partij de proceskosten vergoeden, haar vorderingen worden afgewezen.

IEF 18374

Start-up is fase van proef nog niet ontgroeid, verwarringsrisico niet aannemelijk

Rechtbank Amsterdam 3 apr 2019, IEF 18374; (Facturis tegen Factris), http://www.ie-forum.nl/artikelen/start-up-is-fase-van-proef-nog-niet-ontgroeid-verwarringsrisico-niet-aannemelijk

Vzr. Rechtbank Amsterdam 3 april 2019, IEF 18374 (Facturis tegen Factris) Handelsnaamrecht. Facturis richt zich met name op het verbeteren van kasstromen en financiële processen van bedrijven. Factris is een start-up en verstrekt financiering aan bedrijven door hun openstaande facturen over te nemen. Facturis was van mening dat Factris door het gebruik van de handelsnaam Factris inbreuk maakte op haar handelsnaam- en merkenrecht. Dit is niet het geval. Factris is de fase van proef nog niet ontgroeid, het risico dat het relevante publiek partijen met elkaar zal verwarren, is niet aannemelijk. Ook verwarringsgevaar is niet aannemelijk, de aard van de beide ondernemingen verschilt daarvoor teveel. Ondernemers die behoefte hebben aan extra liquiditeit kunnen bij beide partijen terecht, maar daar houdt de gelijkenis op.

IEF 18351

HvJ EU: Door aanvrager gegeven kwalificatie als kleur- of beeldmerk vormt relevant element voor beoordeling

HvJ EU 27 mrt 2019, IEF 18351; ECLI:EU:C:2019:261 (Hartwall), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-door-aanvrager-gegeven-kwalificatie-als-kleur-of-beeldmerk-vormt-relevant-element-voor-beoord
Hartwall

HvJ EU 27 maart 2019, IEF 18351; IEFbe 2859; C‑578/17; ECLI:EU:C:2019:261 (Hartwall) Kleurmerk of beeldmerk – Grafische voorstelling van een merk in de vorm van een afbeelding. Naar aanleiding van een tussenbeslissing van het nationale bureau voor de intellectuele eigendom heeft Hartwall toegelicht dat zij verzocht om inschrijving van het litigieuze merk als „kleurmerk” en niet als beeldmerk. HvJ EU:

1)      Artikel 2 en artikel 3, lid 1, onder b), [Merkenrichtlijn] moeten aldus worden uitgelegd dat de door de aanvrager bij inschrijving aan een teken gegeven kwalificatie als „kleurmerk” of „beeldmerk” een van de relevante elementen vormt voor de beoordeling of dit teken een merk kan vormen in de zin van artikel 2 van deze richtlijn en of, in voorkomend geval, dit teken onderscheidend vermogen heeft in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van deze richtlijn, maar dat deze kwalificatie de bevoegde merkenrechtelijke autoriteit niet ontheft van haar verplichting om over te gaan tot een concrete en globale analyse van het onderscheidend vermogen van het betrokken merk, hetgeen betekent dat die autoriteit de inschrijving van een teken als merk niet kan weigeren op de loutere grond dat dit teken geen onderscheidend vermogen heeft verkregen door het gebruik dat ervan is gemaakt voor de geclaimde waren of diensten.

IEF 18346

Conclusie AG: Reclame maken voor imitatieproducten in ander land, dan is die Uniemerkrechter in dat land bevoegd

HvJ EU 28 mrt 2019, IEF 18346; ECLI:EU:C:2019:276 (AMS Neve), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-ag-reclame-maken-voor-imitatieproducten-in-ander-land-dan-is-die-uniemerkrechter-in-dat-la

Conclusie AG HvJ EU 28 maart 2019, IEF 18346; IEFbe 2857; ECLI:EU:C:2019:276; C-172/18 (AMS Neve) Bevoegdheid. Merkenrecht. Grondgebied waar de inbreuk heeft plaatsgevonden of dreigt plaats te vinden. Op een website afgebeelde advertenties en verkoopaanbiedingen. Conclusie AG:

Artikel 97, lid 5, van [Uniemerkverordening] moet aldus worden uitgelegd dat wanneer een onderneming, die gevestigd is en haar hoofdkantoor heeft in lidstaat A, aldaar stappen heeft ondernomen om te adverteren voor bepaalde waren en deze onder een teken dat identiek is aan een Uniemerk te koop aan te bieden op een website die is gericht op zowel handelaren als consumenten in lidstaat B, een rechtbank voor het Uniemerk van lidstaat B bevoegd is om uitspraak te doen over een vordering wegens inbreuk op het Uniemerk vanwege deze advertenties en verkoopaanbieding van deze producten op dit grondgebied.

Het is aan de verwijzende rechter om over dit punt een beslissing te nemen bij de toetsing van de bevoegdheid van de rechterlijke instanties van de betrokken lidstaat uit hoofde van artikel 97, lid 5, van verordening nr. 207/2009.

IEF 18345

Het patroon van de TIJGERNOOT is weliswaar onregelmatig, maar bevat voldoende karakteristieke, terugkerende elementen

Rechtbanken 27 mrt 2019, IEF 18345; ECLI:NL:RBGEL:2019:1444 (Frito-Lay tegen Intersnack), http://www.ie-forum.nl/artikelen/het-patroon-van-de-tijgernoot-is-weliswaar-onregelmatig-maar-bevat-voldoende-karakteristieke-terugke

Rechtbank Gelderland 27 maart 2019, IEF 18345; IEFbe 2856; ECLI:NL:RBGEL:2019:1444 (Frito-Lay tegen Intersnack) Merkenrecht. Inbreuk. Frito-Lay is houder van het woordmerk TIJGERNOOTJES. Intersnack brengt Girafnootjes op de markt. Intersnack stelt dat TIJGERNOOTJES is verworden tot soortnaam, maar heeft dit onvoldoende onderbouwd. De nootjes zelf zijn een samengesteld merk (merk 2) dat zowel kleur- als vormelementen kent, maar hoeft niet te voldoen aan zowel de vereisten voor zuivere kleurmerken, als de vereisten voor zuivere vormmerken. Dit geldt niet voor alle samengestelde merken van Frito-Lay, uit een zwart-wit foto, zonder beschrijving valt niet af te leiden wat beschermd dient te worden. Het patroon van de noot is weliswaar onregelmatig, maar bevat voldoende karakteristieke, terugkerende elementen om herkenbaar te zijn voor het in aanmerking komende publiek. Daarnaast is er geen sprake van een technisch effect o.i.d. nu het merk enkel het patroon op de nootjes betreft. Er is onvoldoende overeenstemming tussen de het woordmerk TIJGERNOOTJES en Girafnootjes. Het uiterlijk van de nootjes stemt wel voldoende overeen om van inbreuk te spreken. Het gebruik van een afbeelding van de open noot is geen inbreuk nu dit een informatief doel dient. Geen slaafse nabootsing, wel merkinbreuk op het patroon van de nootjes.