Merkenrecht

IEF 18814

Voegingsincident ex artikel 222 Rv toegewezen

Rechtbank Den Haag 23 okt 2019, IEF 18814; ECLI:NL:RBDHA:2019:11176 (Eiser tegen Formlabs), http://www.ie-forum.nl/artikelen/voegingsincident-ex-artikel-222-rv-toegewezen

Rechtbank Den Haag 23 oktober 2019, IEF 18814, IT 2942; ECLI:NL:RBDHA:2019:11176 (Eiser tegen Formlabs) Eiser is een kleine ondernemer in de edelsmederij. Hij heeft ongeveer 10 jaar geleden de naam Formlabs bedacht en sindsdien gebruikt ter aanduiding van zijn eenmanszaak. Hij heeft het woordmerk met een bijbehorend beeldmerk als Beneluxmerken laten registreren. Daarna heeft hij de domeinnaam laten registreren. Formlabs heeft de domeinnaam Formlabs.com in de VS laten registreren. Formlabs heeft het woordmerk bij het WIPO laten registreren en het voeren van de door hem geregistreerde domeinnamenn aangevochten bij het WIPO Arbitration and Mediation Center. Bij arbitraal vonnis is bepaald dat eiser de domeinnamen moest overdragen aan Formlabs. Volgens eiser moet de bestreden uitspraak overeenkomstig de WIPO arbitrageregels ongedaan worden gemaakt, omdat de uitspraak tot stand is gekomen in strijd met het recht op een eerlijk proces van eiser. Er was volgens eiser geen redelijke termijn gehanteerd voor een verweer, de voertaal Engels was een beletsel voor eiser en er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden voordat de uitspraak schriftelijk is gewezen. Er is tot voeging overgegaan. De beslissing in het incident wordt aangehouden tot het eindvonnis in de hoofdzaak is gewezen.

IEF 18815

Heroeping inzake afgewezen beroep nietigverklaring merk is geldig

HvJ EU 31 okt 2019, IEF 18815; ECLI:EU:C:2019:916 (Repower tegen EUIPO/repowermap.org), http://www.ie-forum.nl/artikelen/heroeping-inzake-afgewezen-beroep-nietigverklaring-merk-is-geldig

HvJ EU 31 oktober 2019, IEF 18815, IEFbe 2988; ECLI:EU:C:2019:916 (Repower tegen EUIPO/repowermap.org) Repower heeft het woordmerk “Repower“ laten inschrijven bij het EUIPO. Vervolgens heeft repowermap.org als interveniënte een vordering tot nietigverklaring van het litigieuze merk ingesteld. Volgens interveniënte mist het merk onderscheidend vermogen voor alle door dit merk aangeduide waren en diensten. Het EUIPO wijst de vordering toe. Beroep tegen de nietigverklaring wordt afgewezen. Vervolgens heeft het EUIPO het besluit tot afwijzing van het beroep herroepen wegens ontoereikende motivering. De kamer van beroep beoogde daarmee om het onderscheidend vermogen van het litigieuze merk nog een keer te analyseren. Vervolgens is tegen deze herroeping is door Repower beroep ingesteld bij het Gerecht. Dit beroep is in eerste aanleg in zijn geheel verworpen, omdat aan de voorwaarden van de toepassing van het algemene rechtsbeginsel dat de intrekking van onrechtmatige bestuurshandelingen toestaat, was voldaan. De vergissing van de kamer van beroep bij de keuze van de rechtsgrondslag rechtvaardigde de vernietiging van de litigieuze beslissing niet. In het onderhavige geschil is hoger beroep ingesteld tegen de genoemde uitspraak van het Gerecht. Repower is in deze zaak in het ongelijk gesteld. Volgens het Hof is het besluit tot afwijzing namelijk geldig herroepen.

IEF 18801

Inbreuk op KNPV-merk. Uitingen op Facebook niet onrechtmatig

Rechtbank Gelderland 1 nov 2019, IEF 18801; ECLI:NL:RBGEL:2019:4905 (KNPV tegen gedaagde), http://www.ie-forum.nl/artikelen/inbreuk-op-knpv-merk-uitingen-op-facebook-niet-onrechtmatig

Rechtbank Gelderland 1 november 2019, IEF 18801, IT 2932; ECLI:NL:RBGEL:2019:4905 (KNPV tegen gedaagde) Kort geding. De KNPV (Koninklijke Nederlandse Politiehond Vereniging) is opgericht als sportbond op het gebied van politiehondensport. Gedaagde was tot voor kort actief lid van KNPV. Zij is thans geschorst. Op 24 september 2007 heeft KNPV in zwart/wit een teken bij het BBIE onder registratienummer 0830527 ingeschreven voor waren en/of diensten in klasse 35 (beheer van commerciële zaken; administratieve diensten; publiciteit en reclame), (hierna: het KNPV-teken). Op 24 januari 2019 heeft gedaagde bij het EUIPO een teken in de kleuren blauw/goud gedeponeerd voor diensten in klasse 35 (reclame, marketing en promotionele diensten) (hierna: het Uniemerk). Tegen dit depot is KNPV een nietigheidsprocedure bij EUIPO gestart. Gedaagde heeft het Uniemerk gedurende enige tijd als profielfoto op haar Facebookaccount gebruikt. Gedaagde stemt op de zitting in met de merkenrechtelijke vorderingen van eiser zodat deze worden toegewezen. De uitlatingen van gedaagde in brieven en op Facebook zijn niet onrechtmatig jegens eiser. KNPV heeft onvoldoende concrete feiten en omstandigheden aangevoerd om vast te stellen dat de grens van wat in het maatschappelijk verkeer toelaatbaar is door gedaagde is overschreden. Voor de begroting van de proceskosten ex artikel 1019h Rv wordt aansluiting gezocht bij de Indicatietarieven in IE-zaken.

IEF 18798

Ten onrechte claimen van lidmaatschap is misleidende reclame

Rechtbank Oost-Brabant 29 okt 2019, IEF 18798; ECLI:NL:RBOBR:2019:6262 (ASPB tegen Bibi/Denito en Hati), http://www.ie-forum.nl/artikelen/ten-onrechte-claimen-van-lidmaatschap-is-misleidende-reclame

Rechtbank Oost-Brabant 29 oktober 2019, IEF 18798, RB 3351; ECLI:NL:RBOBR:2019:6262 (ASPB tegen Bibi/Denito en Hati) Kort geding. Misleidende reclame, inbreuk IE-recht. De ASPB, een brancheorganisatie van schoorsteenvegers in Nederland, heeft de behartiging van economische, sociale en technische belangen van haar leden als doel. De organisatie is tevens houdster van een beeldmerk. Overeenkomstig het huishoudelijk reglement van de ASPB mag haar logo door gewone leden, aspirant leden, seniorleden, serviceleden en ereleden worden gevoerd. Denito B.V. betaalde als gewoon lid van de ASPB jaarlijks contributie voor het lidmaatschap van drie t/m vijf personen en een jaarlijkse bijdrage voor de lidmaatschapspasjes. In 2019 is Denito B.V. uitgeschrveen uit het handelsregister. De bestuurder van Denito B.V. is tevens bestuurder van Bibi. Bibi handelt ook onder de naam Denito schoorsteentechniek en heeft geen werknemers in dienst.

IEF 18795

Prejudiciële vragen: is artistieke vrijheid een geldige reden?

BenGH 14 okt 2019, IEF 18795; (Hennessy tegen Cedric Art), http://www.ie-forum.nl/artikelen/prejudici-le-vragen-is-artistieke-vrijheid-een-geldige-reden

Benelux Gerechtshof 14 oktober 2019, IEF 18795, IEFbe 2983; A 2018/1/8 (Hennessy tegen Cedric Art) Hennessy houdt zich wereldwijd bezig met het produceren en verhandelen van champagnewijnen, waaronder de Dom Péringnon. De fles kenmerkt zich door een lange hals met een schildvormig etiket met daarop de naam Dom Pérignon. Voor deze vormgeving deed Hennessy destijds een beroep op kunstenaar Andy Warhol. Hennessy is houdster van de merkrechten betreffende deze vormgeving. Cédric Peers is kunstenaar en verkent in zijn werken de grenzen tussen marketing en kunst. In zijn schilderijen zijn de Don Pérignon-merken duidelijk identificeerbaar of er is sprake van speelse variaties op deze merken, waarbij de werken een ironiserende en soms ook erotische inslag hebben.

IEF 18791

Prejudiciële vragen over termijn bij vervallenverklaring Uniemerk

HvJ EU 6 jun 2019, IEF 18791; (Husqvarna tegen Lidl E-Commerce), http://www.ie-forum.nl/artikelen/prejudici-le-vragen-over-termijn-bij-vervallenverklaring-uniemerk

HvJ EU 6 juni 2019, IEF 18791, IEFbe 2981; C-607/19 (Husqvarna tegen Lidl E-Commerce) Via MinBuza Husqvarna produceert gereedschappen voor tuinonderhoud. Zij is houdster van het merk dat in de kleuren oranje-grijs-lichtgrijs is aangevraagd voor de waar ´Bewässerungsspritze´. Het door Husqvarna verkochte sproeitoestel komt overeen met het litigieuze merk. Verweerster, een vennootschap van het Lidl-concern, bood in haar online-winkel een spiraalslang-set aan. Husqvarna beweert dat hierdoor inbreuk is gemaakt op haar merkrecht en heeft staking, alsmede schadevergoeding en vergoeding van de aanmaningskosten, gevorderd. Verweerster heeft daarentegen in reconventie doorhaling van het litigieuze merk geëist omdat het merk volgens haar is vervallen doordat het minmaal vijf jaar niet is gebruikt. Nadat de vorderingen van Husqvarna in hoger beroep werden afgewezen en de reconventionele vorderingen werden toegewezen, is een procedure bij de Duitse Bundesgerichtshof gestart. Deze verwijzende rechter wenst nog meer duidelijk over de uitleg en betekenis van het Unierecht in deze zaak ten aanzien van de berekening van het termijn voor vervallenverklaring van het merk, alsmede de vraag wat het doorslaggevende tijdstip is.

IEF 18786

Geen bescherming tegen oneerlijke handelspraktijk wegens ontbreken merkinschrijving

Rechtbank Den Haag 29 okt 2019, IEF 18786; (TT Shopping tegen Verzendshop), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-bescherming-tegen-oneerlijke-handelspraktijk-wegens-ontbreken-merkinschrijving

Vzr. Rechtbank Den Haag 29 oktober 2019, IEF 18786; (TT Shopping tegen Verzendshop) Kort geding. OnTel is een Amerikaanse onderneming die zich bezig houdt met het ontwikkelen en distribueren van innovatieve consumentenproducten, waaronder de luchtkoeler ´Arctic Air´. Distributeur OmniChannel heeft van OnTel de exclusieve distributierechten verkregen om de Arctic Air in Nederland op de markt te brengen en te promoten via TV en internet. OmniChannel is de moedermaatschappij van TT Shopping en JML. Gedaagde, Verzendshop, heeft via bol.com een product op de markt gebracht onder de naam ´Air Cooler´. Volgens TT Shopping is door Verzendshop inbreuk gemaakt op de IE-rechten die rusten op de Arctic Air en heeft Verzendshop tevens onrechtmatig gehandeld. Verzendshop heeft dit niet dan wel onvoldoende gemotiveerd betwist. Daarnaast is ambtshalve overwogen dat de vordering van TT Shopping is gebaseerd op de productnaam Arctic AIr en dat Verzendshop daardoor de schijn wekt dat beide producten dezelfde herkomst zouden hebben. De bescherming geldt echter slechts ingeval van algemene bekendheid of van een merkinschrijving. Dit is in casu noch gesteld noch gebleken. Binnen de Benelux is weliswaar bescherming op grond van oneerlijke handelspraktijk mogelijk, echter is daarvoor vereist dat het merk is ingeschreven.

IEF 18785

Geen merkenrecht puzzelkubus op grond van technisch doel

Gerecht EU (voorheen GvEA) 24 okt 2019, IEF 18785; ECLI:EU:T:2019:765 (Rubik's Brand tegen EUIPO), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-merkenrecht-puzzelkubus-op-grond-van-technisch-doel

Gerecht EU 24 oktober 2019, IEF 18785, IEFbe 2978; ECLI:EU:T:2019:765 (Rubik's Brand tegen EUIPO) Na een verwerping van een verzoek tot nietigverklaring van de merkinschrijving van de Rubik's kubus en verwerping door het Hof, heeft het Gerecht de twee beschikkingen opgeheven, omdat ook de kenmerken die van buiten niet zichtbaar zijn in aanmerking hadden moeten worden genomen bij de beantwoording van de vraag of de inschrijving op grond van de technische functionaliteit moet worden afgewezen. Het EUIPO kwam in een nieuwe beslissing tot de conclusie dat de vorm niet als Uniemerk had mogen worden ingeschreven, omdat elk van de essentiële kenmerken van de vorm noodzakelijk zijn om het technisch effect te verwezenlijken. Het technische effect wordt bereikt doordat de rijen met kleine, verschillend gekleurde dobbelstenen, welke samen een grote dobbelsteen vormen, verticaal en horizontaal kunnen worden gedraaid totdat elke kant van de grote dubbelsteen dezelfde kleur heeft. Het bestreden merk is daarmee in strijd met Unierecht, omdat de essentiële kenmerken allemaal een technische functie dienen. Het Gerecht heeft dat in deze zaak bevestigd en geoordeeld dat het doel van het spel inhoudt een driedimensionale puzzel in vorm van een dubbelsteen met verschillend gekleurde kanten weer te reproduceren. Dit doel word gefaciliteerd door de technische kenmerken.