Merkenrecht

IEF 19711

Geen gevaar voor verwarring tussen HALLOUMI en BBQLOUMI

Gerecht EU (voorheen GvEA) 20 jan 2021, IEF 19711; (Halloumi tegen Bbqloumi), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-gevaar-voor-verwarring-tussen-halloumi-en-bbqloumi

Gerecht EU 20 januari 2021, IEF 19711; IEFbe 3172; T-328/17 (Halloumi tegen Bbqloumi) Persbericht. Het Gerecht bevestigt dat er geen gevaar voor verwarring bestaat tussen het collectieve merk HALLOUMI, voorbehouden aan de leden van een Cypriotische vereniging voor de bescherming van de traditionele kaas van Cyprus, en het teken 'BBQLOUMI' dat dient om de producten van een Bulgaars bedrijf aan te duiden.

IEF 19710

Geen spoedeisend belang

8 jan 2021, IEF 19710; ECLI:NL:RBOBR:2021:167 (PK tegen Vemedia), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-spoedeisend-belang

Vzr. Rechtbank Oost-Brabant 8 januari 2021, IEF 19710, LS&R 1902 ; ECLI:NL:RBOBR:2021:167 ( PK tegen Vemedia) Kort geding. Vemedia is een onderneming op het gebied van zelfzorggeneesmiddelen en gezondheidsproducten. PK c.s. maken onderdeel uit van een Zwitsers concern dat zich richt op de verkoop van OTC producten, zelfzorgmiddelen die zonder recept te verkrijgen zijn in drogisterijen, apotheken en supermarkten. PK Holdline is houdster van een groot aantal merken, waaronder Unie- en Beneluxwoord en -beeldmerk LUCOVITAAL. PK cs stellen onder meer dat Vemedia inbreuk maakt op haar merkrechten en willen Vemedia verbieden gebruik te maken van de tekens "Leefvitaal" dan wel andere tekens die overeenstemmen met de merken voor de waren en diensten waarvoor de merken zijn ingeschreven. De vorderingen van PK c.s. worden bij gebreke van een voldoende spoedeisend belang afgewezen. Een oordeel van de bodemrechter kan op afzienbare termijn worden verwacht.

IEF 19706

Prejudiciële vragen Hoge Raad begrip 'ouder recht'

Hoge Raad 15 jan 2021, IEF 19706; ECLI:NL:HR:2021:42 (B.V. tegen V.O.F. Classic Coach Company ), http://www.ie-forum.nl/artikelen/prejudici-le-vragen-hoge-raad-begrip-ouder-recht

HR 15 januari 2021, IEF 19706; ECLI:NL:HR:2021:42 (B.V. tegen V.O.F. Classic Coach Company) [Vervolg op IEF 18884]. Van 1968 tot 1977 zijn twee broers vennoten geweest van een te Amersfoort gevestigde vennootschap onder firma die een touringcarbedrijf dreef onder de naam “Reis- en Touringcarbedrijf Amersfoort’s Bloei 1968”. In 1975 heeft één van de broers de besloten vennootschap, eiseres in deze zaak, opgericht. Eiseres is gevestigd te Duivendrecht, drijft eveneens een touringcarbedrijf en is in 1977 uit Amersfoort’s Bloei 1968 getreden. Na het overlijden van de andere broer is het bedrijf van Amersfoort’s Bloei voortgezet door twee zoons onder de naam “V.O.F. Classic Coach Company” (CCC), dat vanaf 2006 is gevestigd te Almere. Eiseres is houdster van het op 15 januari 2008 gedeponeerde Benelux- woordmerk, ingeschreven onder meer voor diensten in klasse 39, waaronder diensten van een touringcarbedrijf.

IEF 19704

Profiteren van verkoopdebiet niet onrechtmatig

Hof Den Haag 15 dec 2021, IEF 19704; ECLI:NL:GHDHA:2020:2473 (X tegen Y), http://www.ie-forum.nl/artikelen/profiteren-van-verkoopdebiet-niet-onrechtmatig

Hof Den Haag 15 december 2020, IEF 19704; ECLI:NL:GHDHA:2020:2473 (X tegen Y) Appellante exploiteert een kledingwinkel in Rotterdam. In de winkel wordt kleding aangeboden van verschillende merken uit het hogere segment. Vanaf 2011 verkocht ook herenkleding van het merk van geïntimeerde, gevestigd in Zwitserland. In december 2014 heeft appellante vernomen dat geïntimeerde geen nieuwe orders meer zal accepteren. Appellante heeft geïntimeerde daarop gedagvaard en gevorderd dat geïntimeerde zal worden veroordeeld tot het betalen van schadevergoeding tot een bedrag van € 515.076,-. Ten grondslag aan de vordering stelt appellante dat geïntimeerde zonder aankondiging en zonder een gegronde reden de distributieovereenkomst heeft beëindigd. In eerste aanleg stel appellante hierdoor schade te hebben geleden, aangezien zij veel geld en energie heeft geïnvesteerd in het promoten van de kleding van het merk van geïntimeerde. Geïntimeerde stelt dat de relatie rechtsgeldig is opgezegd. Geoordeeld wordt dat het geïntimeerde vrij stond om geen nieuwe koopovereenkomsten te sluiten, dit is op zichzelf niet onrechtmatig. Dat geïntimeerde mogelijk profijt heeft gehad van het door appellante opgebouwde verkoopdebiet kan het gevolg zijn van één en ander, maar is daarmee  evenmin onrechtmatig. 

IEF 19702

Terugwerkende kracht herziening

Hof Den Haag 22 dec 2020, IEF 19702; ECLI:NL:GHDHA:2020:2543 (Audi Aktiengeschellschaft tegen Vof), http://www.ie-forum.nl/artikelen/terugwerkende-kracht-herziening

Hof Den Haag 22 december 2020, IEF 19702; ECLI:NL:GHDHA:2020:2543 (Audi Aktiengeschellschaft tegen Vof) De vof drijft een detailhandel in auto-onderdelen. Audi is houder van de beeldmerken ingeschreven bij het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie, onder meer voor waren in klasse 12. Op 3 april 2019 heeft de Douane een kennisgeving gezonden aan Audi, waarin melding wordt gemaakt van het aantreffen van logo's van het merk Audi. Daarop heeft Audi op 17 mei 2019 de voorzieningenrechter te Rotterdam verzocht de vof te bevelen om de inbreuk op de merkrechten te staken, op grond van de artikelen 9 lid 2 sub a en/of sub c Uniemerkenverordening (UMVo). De vof heeft aangevoerd dat de ex parte-rechter niet bevoegd was tot het geven van een Europawijde voorziening, dat de handelswijze van Audi niet proportioneel dan wel subisdiair was en dat er geen sprake was van inbreuk op de beeldmerken. De voorzieningenrechter oordeelde dat de exclusieve bevoegdheid van de rechtbank Den Haag onverlet laat dat andere rechtbanken voorlopige maatregelen mogen nemen ten aanzien van Uniemerken, voor zover beperkt tot Nederland. Verder werd geoordeeld dat niet is voldaan aan de eisen voor een toewijzing van een voorlopig inbreukverbod op de voet van artikel 1019e Rv. In hoger beroep slagen de preliminaire verweren van de vof niet. Verder blijft het bestreden vonnis in stand, het hof ziet geen reden, waarom de herziening geen terugwerkende kracht zou hebben. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat geen van de door Audi aangevoerde grieven slagen.

IEF 19700

Geen slaafse nabootsing Dr. Martensboot

Rechtbank Rotterdam 12 jan 2021, IEF 19700; (Airwair tegen Van Haren), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-slaafse-nabootsing-dr-martensboot

Rechtbank Rotterdam 12 januari 2021, IEF 19700; C/10/607365 (Airwair tegen Van Haren) Kort geding. Airwair is de wereldwijde exclusieve licentienemer van het merk Dr. Martens en de exclusieve producent van schoenen die onder dit merk op de markt worden gebracht. Eén van die schoenen is de 1460 boot. Van Haren is een schoenenretailer en verkoopt schoeisel dat aldus Airwair een verwarrende gelijkenis vertoont met haar ontwerpen. Zonder overige inbreuken uit te stuiten, wenst Airwair zich in dit geding te beperken tot de bescherming van één van haar ontwerpen — de 1460 boot — tegen slaafse nabootsing. De vorderingen van Airwair worden afgewezen. Het kan zijn dat de 1460 boot in het verleden een eigen gezicht op de markt had, maar aannemelijk is dat dit eigen gezicht, gelet op de grote hoeveelheid (op het eerste gezicht) vergelijkbare schoenen, inmiddels verwaterd is. Met het ontbreken van een eigen gezicht is reeds om die reden geen grond om uit te gaan van slaafse nabootsing. Ook kan er geen sprake zijn van enige product- of herkomstverwarring, en biedt het verbod op slaafse nabootsing geen bescherming tegen aantasting van bekendheid van de naam of het merk.

IEF 19697

Onrechtmatig gebruik van Scios-merk

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24 dec 2020, IEF 19697; ECLI:NL:RBZWB:2020:6829 ( Stichting Scios tegen Inspectieland.nl), http://www.ie-forum.nl/artikelen/onrechtmatig-gebruik-van-scios-merk

Vzr. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24 december 2020, IEF19697; ECLI:NL:RBZWB:2020:6829 (Stichting Scios tegen Inspectieland.nl) Kort geding. Eiseres richt zich op schemabeheer van het kwaliteitsmanagementsysteem op het gebied van inspecties en onderhoud aan onder meer technische installaties. Zij is eigenaar van het kwaliteitssysteem dat is ondergebracht in de Scios-certificatieregeling en is daarmee rechthebbende op de bekende Scios-merken, ingeschreven in de Benelux. Gedaagde is een niet Scios-gecertificeerde onderneming. Op de website van gedaagde werden Scios-merken gebruikt. Eiseres stelt zich op het standpunt dat gedaagde inbreuk maakt op haar merkrechten en stelt dat gedaagde zich schuldig maakt aan misleidende reclame, in de zin van artikel 6:194 BW. Daarop heeft eiseres gedaagde gesommeerd dit handelen direct te staken. Gedaagde heeft daarop de logo's verwijderd en stelt zich op het standpunt dat er geen sprake is van misleiding, omdat via de website opdrachtgevers in contact worden gebracht met gecertificeerde inspectiebedrijven die conform de reglementen werken. Gedaagde wordt bevolen zich van ieder gebruik van de Scios-merken te onthouden en dient hierover een rectificatie op haar website te plaatsen. Er is sprake van merkinbreuk door gedaagde. En dat door het gebruik van dit merk zij zich schuldig hebben gemaakt aan het doen van misleidende mededelingen.

IEF 19695

HvJ EU: geen verwarringsgevaar merk Athlon

HvJ EU 15 okt 2020, IEF 19695; ECLI:EU:T:2020:488 (Decathlon tegen Athlon Custom Sportswear PC), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-geen-verwarringsgevaar-merk-athlon

HvJ EU 15 oktober 2020, IEF 19695, IEFbe 3169; ECLI:EU:T:2020:488 (Decathlon tegen Athlon Custom Sportswear PC) Op 14 december 2016 heeft Athlon een aanvraag gedaan bij het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO) voor de registratie van een Uniemerk, in de klassen 25 'kleding, hoeden' en 28 'sportartikelen- en apparatuur'. Op 14 april 2017 heeft Decathlon hiertegen oppositie ingesteld, op grond van artikel 41 van de Verordening (EG) nr. 207/2009. De oppositie wordt gebaseerd op het Unie-woordmerk Decathlon, dat geregistreerd staat sinds 28 april 2004, eveneens voor de klasse 25. In eerste instantie wordt de oppositie gegrond verklaard, omdat er sprake zou zijn van verwarringsgevaar in de zin van artikel 8 lid 1 sub b van de Verordening (EG) 2017/1001. De Kamer van beroep vernietigt echter deze beslissing. Hiertegen richt zich de vordering van Decathlon. Zij eist dat de beslissing op de oppositie in stand wordt gehouden. De vraag is of verwarringsgevaar bestaat tussen de twee merken. De vordering wordt afgewezen. Er zijn weinig visuele gelijkenissen tussen de merken en er is sprake van een weinig onderscheidend vermogen van het merk van Decathlon. Voor het algemene, relevante publiek valt er geen verwarring te duchten.