Merkenrecht

IEF 18233

Namaak Ray-Bans in facebookgroep zijn merkinbreuk te kwader trouw

Rechtbank Den Haag 30 jan 2019, IEF 18233; ECLI:NL:RBDHA:2019:700 (Luxottica tegen X), http://www.ie-forum.nl/artikelen/namaak-ray-bans-in-facebookgroep-zijn-merkinbreuk-te-kwader-trouw

Rechtbank Den Haag 30 januari 2019, IEF 18233; ECLI:NL:RBDHA:2019:700 (Luxottica tegen X). Merkrecht. Bodemzaak. Eerste aanleg. Luxottica (de onderneming achter o.a. Ray-Ban) vordert dat gedaagde, die volgens Luxottica namaak zonnebrillen verkoopt op facebook, de inbreuk op haar merkrecht moet staken, en daarnaast haar winsten af moet dragen. Aan deze eisen legt Luxottica ten grondslag dat gedaagde zonder toestemming aan het merk identieke tekens heeft gebruikt bij de verkoop van haar producten. Gedaagde voert hierop gemotiveerd verweer, en beroept zich op uitputting: gedaagde stelt de zonnebrillen allen stuk voor stuk bij officiële verkooppunten te hebben gekocht. De rechtbank stelt dat het op de weg van gedaagde ligt om de uitputting te bewijzen. De rechtbank oordeelt dat gedaagde hier niet in is geslaagd. Met betrekking tot de winstafdracht: deze vereist dat een merkinbreuk te kwader trouw is geweest. Het is dus vereist dat de gedaagde zich bewust is geweest van de inbreuk. De rechtbank oordeelt dat dit het geval is nu het gevoerde verweer al bij voorbaat kansloos kan worden geacht. De vorderingen van Luxottica worden dus, met inbegrip van de winstafdracht, toegewezen.

IEF 18230

Merkenrechtelijke bescherming, ook al is merk niet zelf bedacht

Rechtbank Rotterdam 30 jan 2019, IEF 18230; ECLI:NL:RBROT:2019:783 (X tegen Y), http://www.ie-forum.nl/artikelen/merkenrechtelijke-bescherming-ook-al-is-merk-niet-zelf-bedacht

Rechtbank Rotterdam 30 januari 2019, IEF 18230; ECLI:NL:RBROT:2019:783 (X tegen Y). Merkenrecht. Handelsnaamrecht. Eerste aanleg. Eiser en gedaagde zijn beiden danser en choreograaf van beroep. Zij hebben beiden deel uitgemaakt van dezelfde dansgroep (genaamd: handelsnaam 1). Deze groep is in 2005 opgericht. In 2010 heeft eiser een onderneming opgericht en geregistreerd bij de KvK (genaamd: handelsnaam 2). Sinds oktober 2016 exploiteert gedaagde een onderneming op het gebeid van dans (genaamd: handelsnaam 3). Eiser is van mening dat handelsnaam 3 inbreuk maakt op zijn merk- en handelsnaamrecht. De rechtbank oordeelt dat het feit dat eiser de naam niet zelf bedacht heeft niet in de weg staat aan een geldig merkdepot. Gedaagde betwist vervolgens niet dat hij de handelsnaam heeft gebruikt, maar stelt dat het gebruik met toestemming was. Dat dit niet het geval is dient nu bewezen te worden door eiser. Dit bewijs zal eiser vandaag (13 februari 2019) proberen te leveren.

IEF 18219

Rechtbank veroordeelt Nolte c.s. tot verbod gebruik inbreukmakend merk in kort geding

Rechtbanken 5 feb 2019, IEF 18219; ECLI:NL:RBDHA:2019:933 (Arpa tegen Nolte c.s.), http://www.ie-forum.nl/artikelen/rechtbank-veroordeelt-nolte-c-s-tot-verbod-gebruik-inbreukmakend-merk-in-kort-geding

Rechtbank Den Haag 5 februari 2019, IEF 18219; ECLI:NL:RBDHA:2019:930 (Arpa tegen Nolte c.s.). Merkenrecht. Arpa is een Italiaanse ontwerper en fabrikant van interieurmaterialen die onder meer worden gebruikt voor keukenbladen en keukenfronten. Arpa heeft o.a. het woordmerk FENIX en een daarbij behorend beeldmerk. Nolte c.s. is een internationale producent van keukens die onder de naam PHOENIX nieuw oppervlaktemateriaal heeft geïntroduceerd. In een kort geding vordert Arpa dat de rechtbank Den Haag Nolte c.s. verbiedt om de vermeende merkinbreuk voort te zetten. Nolte verweert zich door te stellen dat er geen sprake is van een gebruik van een merk, maar van een productaanduiding. De rechtbank oordeelt echter dat er wel degelijk sprake is van gebruik van een merk en overweegt vervolgens dat dit merk ook overeenstemt met het merk van Arpa, en aldus een inbreuk maakt op het merkenrecht van Arpa. Tot slot weegt de rechtbank de belangen van beide partijen af (enerzijds de aard van het kort geding en de ingrijpendheid van een veroordeling, anderzijds de te vrezen schade van Arpa als de inbreuk wordt voortgezet), en concludeert dat het gevorderde, een verbod voor de gehele Europese Unie, dient te worden toegewezen. Dit mede omdat Nolte c.s. bekend was met de merken van Arpa, en de schade zodoende over zichzelf heeft afgeroepen.

IEF 18221

Inbreuk op merk- en handelsnaamrechten LOTUS

Rechtbanken 6 feb 2019, IEF 18221; C/16/468855 (LOTUS tegen Improvement Training en Adviesbureau/Lotuskring ABCD), http://www.ie-forum.nl/artikelen/inbreuk-op-merk-en-handelsnaamrechten-lotus

Rechtbank Midden-Nederland 6 februari 2019, IEF 18221 (LOTUS tegen Improvement Training en Adviesbureau/Lotuskring ABCD). Merkenrecht. Handelsnaamrecht. Kern van het geschil betreft de vraag of er sprake is van inbreuk door gedaagden op aan eiser toekomende merk- en handelsnaamrechten. De rechtbank oordeelt dat de naam LOTUS over voldoende onderscheidend vermogen beschikt. Daarnaast oordeelt de rechtbank ook dat er zowel visueel als auditief grote overeenstemming is met de door Improvement Training en Adviesbureau en Lotuskring ABCD gebruikte tekens. Zodoende concludeert de rechtbank dat Improvement Training en Adviesbureau en Lotuskring ABCD inbreuk maken op de merken- en handelsnaamrechten van LOTUS.

IEF 18217

Rechtbank blijft bij tussenvonnis: Van Haren maakt inbreuk op merkenrecht Louboutin

Rechtbanken 6 feb 2019, IEF 18217; ECLI:NL:GHAMS:2016:3755 (Louboutin en CLS tegen Van Haren), http://www.ie-forum.nl/artikelen/rechtbank-blijft-bij-tussenvonnis-van-haren-maakt-inbreuk-op-merkenrecht-louboutin

Rechtbank Den Haag 6 februari 2019, IEF 18217; IEFbe 2814 (Louboutin en CLS tegen Van Haren). Zie ook: IEF 17759; IEF 17487; IEF 17209IEF 16890IEF 15786IEF 15746IEF 14828IEF 13716IEF 12902IEF 12573. Merkenrecht. Nu de merkenrichtlijn 2015 nog niet is omgezet in het BVIE bestaat er voor de rechtbank geen reden om te onderzoeken of zij dient terug te komen op haar tussenvonnis. Van belang acht de rechtbank hierbij dat het een zaak betreft die speelt tussen twee particuliere partijen. De rechtbank houdt dus vast aan haar eerdere conclusie, en oordeelt dat Van Haren inbreuk maakt op het merkenrecht van Louboutin. De rechtbank neemt de antwoorden die het HvJEU op de prejudiciële vragen heeft gegeven wel mee in haar vonnis, maar dit leidt niet tot een andere conclusie dan in het tussenarrest. Nu vaststaat dat er sprake is van een Beneluxmerk, is daarmee de inbreuk door Van Haren ook gegeven.

IEF 18215

Geen merkenrechtelijke bescherming voor de Tripp Trapp-stoel

Gerechtshoven 5 feb 2019, IEF 18215; 200.207.312/01 (Hauck tegen Stokke c.s.), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-merkenrechtelijke-bescherming-voor-de-tripp-trapp-stoel

Hof Amsterdam 4 februari 2019, IEF18251 (Hauck tegen Stokke c.s.) Zie ook: IEF 15458; IEF 15180; IEF 14209; IEF 12718; IEF 12554; IEF 11836; IEF 8503. Merkenrecht. Aan de orde is de vraag of de vorm van de Tripp Trapp-stoel op 8 mei 1998 rechtsgeldig als Benelux vormmerk voor ‘stoelen, met name kinderstoelen’ is gedeponeerd dan wel deze zich, gelet op het bepaalde in artikel 2.1 lid 2 BVIE, niet leent voor merkenrechtelijke bescherming. De opdracht aan het Hof van Amsterdam komt erop neer dat dit hof alsnog moet beoordelen of de uitsluitingsgronden van artikel 3 lid 1 sub e (i) en/of sub e (iii) Merkenrichtlijn van toepassing zijn. De Hoge Raad heeft dat zo verwoord dat dit hof moet onderzoeken of de vorm van de Tripp Trapp-stoel een teken is dat, gelet op bedoelde uitsluitingsgronden, “niet voor merkenrechtelijke bescherming in aanmerking komt hetzij op de ene grond, hetzij op de andere, hetzij volledig op elk van beide gronden”.
Het hof concludeert dat het merk zoals gedeponeerd waarop Stokke c.s. zich beroepen uitsluitend bestaat in de vorm van een kinderstoel. Dit is een vorm die door de aard van de waar wordt bepaald als in art. 2.1 lid 2 BVIE. Stokke c.s. komt dus geen merkenrechtelijke bescherming toe.

IEF 18212

Geen merkinbreuk op stoelen Montis door reviseren stoelen Klaver

Gerechtshoven 29 jan 2019, IEF 18212; (Montis tegen Klaver), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-merkinbreuk-op-stoelen-montis-door-reviseren-stoelen-klaver

Hof Amsterdam 29 januari 2019, IEF 18212 (Montis tegen Klaver) Auteursrecht. Merkenrecht. Slaafse nabootsing. Montis brengt verschillende meubelen op de markt, waaronder de Charly en de Chaplin. De Chaplin is een kleinere versie van de Charly en belichamen in auteursrechtelijke zin hetzelfde werk. Klaver heeft tweedehandse stoelen van Montis gekocht, type Charly, en herstellingswerkzaamheden zoals stoffering verricht. Bij het aanbrengen van een nieuwe hoes is het label met het merk Montis niet opnieuw aangebracht. Stoelen zijn te koop aangeboden op o.a. Marktplaats en haar eigen website, waar vermeld wordt dat de stoelen zijn bijgevuld en opnieuw bekleed en afkomstig zijn van andere producenten. De meubelen komen geen auteursrechtelijke bescherming toe: modelrecht vervallen, auteursrechten zijn o.g.v. art. 51 Aw niet herleefd. Geen auteursrechtelijke bescherming hoes: geen eigen intellectuele schepping. Geen merkinbreuk, Klaver heeft telkens expliciet duidelijk gemaakt dat het gaat om tweedehands, door haar gereviseerde stoelen. Geen slaafse nabootsing. Hof bekrachtigt vonnis waarvan beroep. 

IEF 18200

Vorderingen afgewezen, merkinbreuk op Liberty 530 Tender sloep onaannemelijk gemaakt

Gerechtshoven 24 sep 2018, IEF 18200; ECLI:NL:GHAMS:2018:1386 (Liberty sloepen), http://www.ie-forum.nl/artikelen/vorderingen-afgewezen-merkinbreuk-op-liberty-530-tender-sloep-onaannemelijk-gemaakt

Hof Amsterdam 24 september 2018, IEF 18200; ECLI:NL:GHAMS:2018:1386 (Liberty sloepen) Merkenrecht. Modelrecht. Slaafse nabootsing. Appellanten houden zich bezig met de handel van de Liberty 530 Tender sloepen. Geïntimeerde handelt in daarop gelijkende sloepen. Appellanten hebben een geregistreerd beeldmerk met daarin verwerkt het woord "liberty" overgelegd, maar hebben niet voldoende toegelicht dat het gebruik van het woord "liberty" in combinatie met een getal en al dan niet het woord "Tender" op dit beeldmerk een inbreuk maakt. Het enkele feit dat het woord Liberty onderdeel uitmaakt van beide tekens is in dit verband ontoereikend. Bovendien zijn het de afnemers die een naam aan de boot geven. Onvoldoende toelichting waarom beroep op art. 3.8 BVIE zou slagen. Onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de sloep een onderscheidend vermogen en eigen plaats op de markt heeft.  Hof bekrachtigt het vonnis waarvan beroep.