IEF 19324

Inbreukverbod op Benelux-beeldmerk toegewezen

Rechtbank Noord-Holland 2 jul 2020, IEF 19324; ECLI:NL:RBNHO:2020:5174 (Adelca c.s. tegen Sensilab), http://www.ie-forum.nl/artikelen/inbreukverbod-op-benelux-beeldmerk-toegewezen

Vzr. Rechtbank Noord-Holland 2 juli 2020, IEF 19324; ECLI:NL:RBNHO:2020:5174 (Adelca c.s. tegen Sensilab) Kort geding. Merkenrecht. Adelca c.s. spreekt Sensilab aan voor inbreuk op haar merkenrecht op het teken SlimJOY - al dan niet met de toevoeging “enjoy your body”. Merkenrechtinbreuk op het Benelux-beeldmerk wordt aangenomen en een verbod op het gebruik van het teken en het te koop aanbieden en leveren van producten voorzien van het teken wordt toegewezen. Het verbod is beperkt tot de Benelux.

IEF 19329

Merkrechthebbende moet facturen voor registratie merk betalen

Hof Arnhem-Leeuwarden 14 jul 2020, IEF 19329; ECLI:NL:GHARL:2020:5455 (Appellant tegen Taylor Wessing N.V.), http://www.ie-forum.nl/artikelen/merkrechthebbende-moet-facturen-voor-registratie-merk-betalen

Hof Arnhem-Leeuwarden 14 juli 2020, IEF 19329; ECLI:NL:GHARL:2020:5455 (Appellant tegen Taylor Wessing N.V.) Het gaat in deze zaak om een geschil over het factureren van werkzaamheden die verband houden met het registreren van een merk door een gemachtigde. Kernvraag is of de merkrechthebbende, die de gemachtigde (Taylor Wessing) heeft ingeschakeld, hierbij heeft gehandeld voor zichzelf of namens de licentie-houder. Het hof komt tot de conclusie dat de merkrechthebbende als opdrachtgever moet worden beschouwd en dat hij dus verplicht is de facturen te betalen.

IEF 19327

HvJ EU heeft geoordeeld in Schrems tegen Facebook

HvJ EU 16 jul 2020, IEF 19327; (Schrems tegen Facebook), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-heeft-geoordeeld-in-schrems-tegen-facebook


HvJ EU 16 juli 2020, IT 3191, IEF 19327, IEFbe 3106; C-311/18 (Schrems tegen Facebook) Privacyrecht. Vandaag heeft het Europees Hof van Justitie geoordeeld in een van de meest verwachte zaken over privacy en gegevensbescherming sinds tijden. Schrems heeft als Facebookgebruiker Facebook Ierland aangesproken voor het doorgeven van persoonsgegevens aan Facebook Verenigde Staten. Hij heeft de Ierse toezichthouder verzocht om deze doorgiften te verbieden. Hiertoe voerde hij aan dat het recht van de Verenigde Staten en de gangbare praktijk geen waarborgen bieden voor voldoende bescherming tegen de toegang door de overheid tot de naar dit land doorgestuurde gegevens. Deze klacht werd afgewezen, omdat de Commissie in een beschikking had vastgesteld dat de Verenigde Staten wel een passend beschermingsniveau waarborgden. In 2015 heeft het Europees Hof van Justitie deze beschikking ongeldig verklaard, waardoor de Ierse rechter de afwijzing van de klacht van Schrems nietig verklaarde. De Ierse toezichthouder verzocht Schrems zijn klacht te herformuleren. In de hergeformuleerde klacht verzoekt Schrems de doorgifte van zijn persoonsgegevens vanuit de Unie naar de Verenigde Staten - die Facebook ondertussen uitvoert op grond van bepalingen uit de bijlage bij besluit 2020/87 - op te schorten of voor de toekomst te verbieden. De Ierse rechter vraagt aan het Europees Hof van Justitie of besluit 2010/87 en 2016/1250 geldig zijn. Vandaag heeft het Hof van Justitie in zijn arrest gesteld dat bij de toetsing van besluit 2010/87 aan het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid van dat besluit kunnen aantasten. Besluit 2016/1250 wordt daarentegen ongeldig verklaard. Daarnaast wijst het Hof erop dat een doorgifte van persoonsgegevens voor commerciële doeleinden door een in een lidstaat gevestigde onderneming naar een andere in een derde land gevestigde onderneming, niet kan worden uitgesloten van de werkingssfeer van de verordening. Bij een dergelijke doorgifte moet een beschermingsniveau worden geboden dat in grote lijnen overeenkomt met het beschermingsniveau dat binnen de Unie wordt gewaarborgd door die verordening, gelezen in het licht van het Handvest. Toezichthoudende autoriteiten zijn, tenzij de Commissie op geldige wijze een adequaatheidsbesluit heeft vastgesteld, verplicht om een doorgifte naar een derde land op te schorten of te verbieden wanneer zij - gelet op alle omstandigheden - van oordeel zijn dat de standaardbepalingen inzake gegevensbescherming in dat derde land niet worden of niet kunnen worden nageleefd en dat de door het Unierecht vereiste bescherming van de doorgegeven gegevens niet kan worden gewaarborgd met andere middelen, indien de in de Unie gevestigde exporteur de doorgifte niet zelf heeft opgeschort of beëindigd.

IEF 19326

Geen model- of auteursrechtbescherming voor de Livorno stoel

Rechtbank Oost-Brabant 13 jul 2020, IEF 19326; (Homefashion Group tegen Maison du Monde), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-model-of-auteursrechtbescherming-voor-de-livorno-stoel

Vzr. Rechtbank Oost-Brabant 13 juli 2020, IEF 19326; C/01/358373 (Homefashion Group tegen Maison du Monde) Kort geding. Auteursrecht. Modelrecht. Homefashion Group (HFG) spreekt Maison du Monde (MDM) aan voor inbreuk op haar Beneluxmodelrecht en auteursrecht op de Livorno stoel. De Livorno stoel voldoet niet aan het nieuwheidsvereiste van artikel 3.1 jo 3.3 lid 1 BVIE. Er zijn immers identieke modellen die voor het publiek beschikbaar zijn gesteld voor 13 november 2018 (datum depot Livorno stoel). De prior art - de Gispen en de Tati - bevatten alle door HFG aangevoerde kenmerkende elementen. Derhalve geniet de Livorno stoel geen modelrechtelijke bescherming. Nu de Livorno stoel ook geen eigen oorspronkelijk karakter en persoonlijk stempel van de maker bezit, is er ook geen sprake van auteursrechtelijke bescherming. Tot slot is er geen sprake van slaafse nabootsing, want de Livorno stoel zal geen andere totaalindruk wekken dan het vormgevingserfgoed. Alle vorderingen worden afgewezen: er is noch sprake van modelrechtinbreuk, noch van auteursrechtinbreuk, noch van slaafse nabootsing.

IEF 19322

Conclusie A-G in Laroche tegen 4 EW

Hoge Raad 19 jun 2020, IEF 19322; ECLI:NL:PHR:2020:687 (Laroche tegen 4 EW), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-a-g-in-laroche-tegen-4-ew

Parket bij de HR 19 juni 2020, IEF 19322, IEFbe 3103; ECLI:NL:PHR:2020:687 (Laroche tegen 4 EW) Merkenrecht. Procesrecht. Heeft 4 EW door het aanbieden en verkopen van een restvoorraad merkproducten van Laroche die overbleef na loyaliteitsspaaracties van supermarktketen Carrefour in Frankrijk en België, inbreuk gemaakt op Laroche’s merkrechten of is hier sprake van uitputting? Het hof oordeelt - in tegenstelling tot de rechtbank - dat er sprake is van merkenrechtelijke uitputting. Laroche gaat hiertegen in cassatie. A-G van Peursem overweegt onder meer dat het hof niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat “achteraf toestemming geven” kan worden gekwalificeerd als “instemming” van de merkhouder. Met “duur van de licentie” in artikel 22 lid 2 sub a UMVo wordt volgens Van Peursem - mede gelet op de aangehaalde Duitse, Zweedse en Tsjechische tekst van de verordening - ook daadwerkelijk de duur van de licentie bedoeld en niet de duur van de overeenkomst waarin de licentie is opgenomen. Tot slot concludeert de A-G tot vernietiging van de uitspraak van het hof.

IEF 19323

Auteursrechtinbreuk op en slaafse nabootsing van designstoel

Hof Den Haag 14 jul 2020, IEF 19323; ECLI:NL:GHDHA:2020:1218 (Vitra tegen Kwantum c.s.), http://www.ie-forum.nl/artikelen/auteursrechtinbreuk-op-en-slaafse-nabootsing-van-designstoel

Hof Den Haag 14 juli 2020, IEF 19323; ECLI:NL:GHDHA:2020:1218 (Vitra tegen Kwantum c.s.) Auteursrecht. Geniet de Eames DSW-stoel in Nederland en België auteursrechtelijke bescherming als werk van toegepaste kunst? Vitra sprak Kwantum c.s. aan voor inbreuk op het auteursrecht op het ontwerp van de DSW en slaafse nabootsing met de Paris-stoel. De rechtbank oordeelde dat de DSW op grond van de materiële-reciprociteitstoets van artikel 2 lid 7 van de Berner Conventie geen aanspraak kan maken op auteursrechtelijke bescherming in Nederland en België. Hiertegen gaat Vitra in hoger beroep, waarbij zij onder meer aanvoert dat artikel 2 lid 7 van de Berner Conventie niet van toepassing is. De vangnetbepaling van dit artikel is inderdaad niet van toepassing, daarom wordt er getoetst aan de materiële-reciprociteitstoets van artikel 2 lid 7 Berner Conventie. Hieraan wordt voldaan, want de vormgeving van de DSW wordt in haar eigen land gekwalificeerd als werk van toegepaste kunst dat in aanmerking komt voor auteursrechtelijke bescherming. Daarnaast kan Vitra als auteursrechthebbende worden aangemerkt. Auteursrechtinbreuk wordt toegewezen onder zowel Nederlands als Belgisch recht voor de periode vanaf 22 maart 2017, omdat de Paris-stoel een vrijwel identieke nabootsing is van de DSW. Voor de periode voor 22 maart 2017 kan Vitra opkomen tegen Kwantum c.s. met vorderingen uit onrechtmatige daad, omdat er sprake is van slaafse nabootsing onder zowel Nederlands als Belgisch recht.

IEF 19321

Verdeling gelden muziekgebruik ex artikel 9 Repartitiereglement

Hof Amsterdam 14 jul 2020, IEF 19321; ECLI:NL:GHAMS:2020:1957 (Efteling), http://www.ie-forum.nl/artikelen/verdeling-gelden-muziekgebruik-ex-artikel-9-repartitiereglement

Hof Amsterdam 14 juli 2020, IEF 19321; ECLI:NL:GHAMS:2020:1957 (Efteling) Collectief beheer door Buma van auteursrechten ten aanzien van muziekgebruik in de Efteling. Appellant is niet tevreden over het door Buma uitgevoerde beheer van zijn rechten met betrekking tot het gebruik van de muziek die hij in opdracht van de themaparken de Efteling en Toverland in Nederland en het Europark in Duitsland heeft gecomponeerd, aangezien dit – anders dan hij had verwacht – niet heeft geleid tot structurele inkomsten aan zijn zijde. Dit komt volgens appellant doordat Buma in zijn geval zowel bij de incasso van de door muziekgebruikers te betalen licentievergoedingen als bij de repartitie van de ontvangen gelden onjuist te werk gaat. Het eerdere vonnis [IEF 17520] wordt vernietigd. Gelet op alle omstandigheden van het geval had Buma ontvangen gelden moeten verdelen op basis van het daadwerkelijk muziekgebruik ex artikel 9 Repartitiereglement. Buma is toerekenbaar tekort gekomen in de nakoming van de tussen partijen gesloten exploitatieovereenkomst. Buma wordt veroordeeld tot vergoeding van de schade aan de zijde van appellant voor zover het betreft het gebruik van de door appellant gecomponeerde muziek in de themaparken de Efteling en Toverland, vanaf 2011 respectievelijk 2013

IEF 19320

Overdracht sociale media-accounts Siamese tweeling

Rechtbank Midden-Nederland 1 jul 2020, IEF 19320; ECLI:NL:RBMNE:2020:2451 (Siamese tweeling), http://www.ie-forum.nl/artikelen/overdracht-sociale-media-accounts-siamese-tweeling

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 1 juli 2020, IEF 19320, IT 3189; ECLI:NL:RBMNE:2020:2451 (Siamese tweeling) Kort geding. Eisers zijn de mentor en bewindvoerder van een Siamese tweeling, geboren in 2001. Gedaagde is de zus van de tweeling die een Facebook en YouTube kanaal bestiert waarin zij uit naam van de tweeling bericht met foto's en video's. Eisers stellen dat gedaagde onrechtmatig, dan wel in strijd met de AVG, de Auteurswet, het EVRM en het EU Handvest handelt, door sociale media accounts aan te maken en te beheren en foto’s en video’s van de tweeling zonder hun toestemming, althans inmiddels door hun mentor en bewindvoerder ingetrokken toestemming, op sociale media en op de website van haar eenmanszaak te plaatsen. Vanwege de privacy van de tweeling en om hen te beschermen willen eisers de accounts zelf in beheer nemen. Gedaagde voert geen verweer tegen de vorderingen. Gedaagde wordt veroordeeld tot onder meer het overdragen van het beheer en de inlog- en toegangscodes van alle sociale media-accounts die op naam van de tweeling zijn aangemaakt, en de verspreiding en/of openbaarmaking van foto’s en video’s waarin de tweeling herkenbaar is afgebeeld en de verwerkingen van persoonsgegevens van de tweeling te staken en gestaakt te houden.

IEF 19319

Inbreuk op auteursrechten door verkoop van illegale IPTV-pakketten

Rechtbank Midden-Nederland 1 jul 2020, IEF 19319; (Brein tegen IPTV-aanbieder), http://www.ie-forum.nl/artikelen/inbreuk-op-auteursrechten-door-verkoop-van-illegale-iptv-pakketten

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 1 juli 2020, IEF 19319 ;C/16/502452 (Brein tegen IPTV-aanbieder) Kort geding. Brein is een stichting met als doel auteursrechtinbreuken te bestrijden. In het verleden heeft gedaagde via zijn vennootschap IPTV-pakketten verkocht. Deze IPTV-pakketten bieden via een hyperlink toegang tot ongeautoriseerd (illegaal) aanbod van beschermde films, tv-series en (live) streams van televisiekanalen. Op 27 oktober 2019 is bij vonnis onder meer bepaald dat gedaagde met de verkoop inbreuk maakt op de auteurs- en naburige rechten van de bij Brein aangesloten rechthebbenden. Vervolgens is een vaststellingsovereenkomst gesloten,waarin gedaagde - ook in persoon - heeft toegezegd te staken met de verhandeling en promotie van IPTV-pakketten en streamen uit illegale bron. Volgens Brein heeft gedaagde in 2019 al geprobeerd deze overeenkomst te omzeilen en probeert zij het nu weer. Brein vordert daarom wederom een bevel dat gedaagde moet stoppen met het aanbieden van hyperlinks of andere technische verwijzingen waarmee gebruikers toegang krijgen tot illegale content en dat zij dit ook gestaakt moet houden. Daarnaast vordert Brein opgave van a) alle bekende identificerende gegevens van de bij de verhandeling van de IPTV-pakketten betrokken partij(en) van de websites, b) de inkoopprijs van de verhandelde IPTV-pakketten en c) de winst die met de verkoop van de IPTV-pakketten is behaald.

IEF 19316

deLex najaarsagenda 2020

Na dit uitzonderlijke voorjaar nemen we bij deLex even een pauze deze zomer. Maar op de achtergrond werken we door aan de voorbereidingen voor het nieuwe najaarsprogramma!
Ook dan kunt u weer actualiteitenlunches, webinars en congressen van ons verwachten.

Met actuele, interactieve programma’s en volop gelegenheid tot netwerken. Waar mogelijk organiseren we bijeenkomsten op locatie, waar nodig gaan we online.

De agenda voor nu:

  • Dinsdag 8 september: Nederlands Octrooicongres deel 2, Rosarium Amsterdam
  • Dinsdag 16 september: de nieuwe Franchisewet; een overzicht van de gevolgen
  • Dinsdag 6 oktober: Benelux Merkencongres deel 2, locatie in Amsterdam
  • Woensdag 18 november: Jurisprudentielunch Merken- Modellen- en Auteursrecht
  • Woensdag 2 december: Jurisprudentielunch Octrooirecht
  • Donderdag 10 december: Nationaal Reclamerechtcongres 2020, Hotel Jakarta Amsterdam

Het najaarsprogramma belooft nog meer, met het Nationaal Mediarechtcongres, een Kunst & IE maand, meer actualiteitenlunches, een Retailmiddag, en - in herhaling - een actualiteitenmiddag Entertainment & Muziek. Kijk voor meer informatie op onze www.delex.nl/shop/opleidingen of mail naar info@delex.nl

We treffen u graag weer in het najaar. Voor nu een fijne zomer toegewenst!


Met vriendelijke groet,

Het team van deLex Media

IEF 19318

HvJ EU: Constantin Film Verleih tegen YouTube en Google

HvJ EU 9 jul 2020, IEF 19318; ECLI:EU:C:2020:542 (Constantin Film Verleih), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-constantin-film-verleih-tegen-youtube-en-google

HvJ EU 9 juli 2020, IEF 19318, IEFbe 3102, IT 3187; ECLI:EU:C:2020:542 (Constantin Film Verleih) Verzoek om een prejudiciële beslissing in het kader van een geding tussen Constantin Film Verleih GmbH, een in Duitsland gevestigde distributeur van films, enerzijds, en YouTube LLC en Google Inc., die zijn gevestigd in de Verenigde Staten, anderzijds, over de door Constantin Film Verleih van deze twee vennootschappen geëiste gegevens met betrekking tot de e-mailadressen, de IP-adressen en de mobiele telefoonnummers van gebruikers die inbreuk hebben gemaakt op haar intellectuele-eigendomsrechten. Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 8, lid 2, onder a), van richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten (PB 2004, L 157, blz. 45, met rectificatie in PB 2004, L 195, blz. 16), zie ook [IEF 18550] en [IEF 19173]
Er wordt geoordeeld dat wanneer een film illegaal is geüpload op een onlineplatform zoals YouTube, de rechthebbende krachtens de richtlijn betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten bij de exploitant uitsluitend het postadres van de betrokken gebruiker kan opvragen, maar niet zijn e-mailadres, IP-adres of telefoonnummer.
Zie ook het perscommuniqué van het HvJ EU.

IEF 19317

HvJ EU: advertentie laten plaatsen is geen gebruik teken

2 jul 2020, IEF 19317; ECLI:EU:C:2020:519 (mk advokaten tegen MBK Rechtsanwälte), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-advertentie-laten-plaatsen-is-geen-gebruik-teken

HvJ EU 2 juli 2020, IEF 19317, IEFbe 3101; ECLI:EU:C:2020:519 (mk advokaten tegen MBK Rechtsanwälte) Merkenrecht. Deze uitspraak betreft de uitlegging van artikel 5 lid 1 Richtlijn 2008/95/EG. Het verzoek om uitleg is ingediend naar aanleiding van een geding tussen mk advokaten en MBK Rechtsanwälte.
Het Oberlandesgericht Düsseldorf stelde de volgende vraag aan het Hof van Justitie: “Maakt een derde die wordt genoemd in een op een website gepubliceerde vermelding met daarin een teken dat gelijk is aan een merk, gebruik van dat merk in de zin van artikel 5 lid 1 Richtlijn 2008/95, wanneer deze vermelding niet door deze derde is geplaatst, maar door de beheerder van de website is overgenomen van een vermelding op een andere website die de derde had laten plaatsen op een wijze die inbreuk maakt op het merk?”
Het antwoord komt erop neer dat artikel 5 lid 1 Richtlijn 2008/95 zo moet worden uitgelegd dat een persoon die actief is in het economische verkeer en een advertentie op een website heeft laten plaatsen die inbreuk maakt op een merk van een derde, geen gebruik maakt van het teken dat gelijk is aan dat merk wanneer de beheerders van andere websites die advertentie overnemen door publicatie ervan, op eigen initiatief en in eigen naam, op die andere websites.

IEF 19315

Normaal gebruik bij gebruik in slechts één lidstaat

EUIPO - OHIM 12 mrt 2020, IEF 19315; (Worldwide Machinery tegen Scaip), http://www.ie-forum.nl/artikelen/normaal-gebruik-bij-gebruik-in-slechts-n-lidstaat

EUIPO 12 maart 2020, IEF 19315, IEFbe 3099; 28 762 C (Worldwide Machinery tegen Scaip) Merkenrecht. De rechten van Scaip, houder van Uniemerk 11 385 33, worden gedeeltelijk ingetrokken, omdat in een periode van vijf jaar met betrekking tot sommige betwiste goederen geen sprake was van normaal gebruik en er geen redenen waren voor niet-gebruik. Normaal gebruik vereist daadwerkelijk gebruik op de markt van de geregistreerde waren en diensten. Bij deze beoordeling wordt rekening gehouden met alle relevante factoren, tussen deze factoren is een zekere afhankelijkheid. Met betrekking tot sommige betwiste goederen is wel aangetoond dat het Uniemerk in de relevante periode op het relevante grondgebied in voldoende mate is gebruikt. Opvallend is dat normaal gebruik in deze zaak wordt aangenomen bij gebruik van het Uniemerk in slechts één lidstaat. Bij deze beoordeling wordt ook een door partijen overeengekomen geografische beperking meegenomen.

IEF 19314

HvJ EU: uitleg verordening voor aanvullende beschermingscertificaten

HvJ EU 9 jul 2020, IEF 19314; ECLI:EU:C:2020:53 (Santen), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-uitleg-verordening-voor-aanvullende-beschermingscertificaten

HvJ EU 9 juli 2020, IEF 19314, LS&R 1840, IEFbe 3097; ECLI:EU:C:2020:531 (Santen) Artikel 3 d), van Verordening (EG) 469/2009 moet als volgt worden uitgelegd: een handelsvergunning kan niet worden beschouwd als de eerste handelsvergunning in de zin van deze bepaling, wanneer deze betrekking heeft op een nieuwe therapeutische toepassing van een actief ingrediënt of een combinatie van actieve ingrediënten, waarvoor al een handelsvergunning is verleend voor een andere therapeutische toepassing.
Het is voor de 2e keer in de geschiedenis - de eerste keer was C-121/17 [IEF 17872] - dat het Hof als Grand Chamber een uitspraak deed over de ABC-Verordening. De reden daarvoor was de spanning die bestond tussen een aantal uitspraken aan het begin van de eeuw en de beruchte uitspraak in de zaak Neurim in 2012. Het Hof neemt nu expliciet afstand van de redenatie in Neurim.

IEF 19313

Inzet van dwanglicenties voor geneesmiddelen - wordt er een probleem opgelost?

Op 2 juli 2020 heeft Minister Wiebes het rapport “Persoonlijke beschouwing over de inzet van de dwanglicenties bij hoge prijzen van medicijnen” van de heer A. de Jong, ambtenaar bij de Algemene Bestuursdienst, aan de Tweede Kamer gestuurd. Het rapport zelf is van 16 juni. Eigenlijk was het de bedoeling dat er een rapport zou komen van een Commissie Dwanglicenties, maar door interne onenigheid is het niet gelukt een gezamenlijk rapport te formuleren. De commissie bestond uit de heer De Jong (voorzitter), prof. Anselm Kamperman Sanders (hoogleraar intellectuele eigendom aan Maastricht University), prof. Bert Leufkens (hoogleraar farmaceutische wetenschappen aan Utrecht University en voormalig voorzitter van het College ter beoordeling van Geneesmiddelen), mr. Ellen ’t Hoen (onderzoeker bij het Universitair Medisch Centrum Groningen), Harrold van Barlingen (investeerder in life science bedrijven) en dr. Marcel Canoy (zorgenoom aan de Erasmus Universiteit Rotterdam). Naar het schijnt is in de commissie onenigheid ontstaan, waardoor het niet tot een rapport van de gehele commissie is gekomen. Kennelijk was het niet de bedoeling om de sector waar het over gaat bij het advies te betrekken.

Lees hier het gehele artikel van Wouter Pors.

IEF 19311

Schikkingsovereenkomst nietig als gevolg van nietigheid octrooi?

12 jun 2020, IEF 19311; ECLI:NL:PHR:2020:767 (Eiser tegen Jet Set c.s.), http://www.ie-forum.nl/artikelen/schikkingsovereenkomst-nietig-als-gevolg-van-nietigheid-octrooi

Parket bij de HR 12 juni 2020, IEF 19311; ECLI:NL:PHR:2020:767 (Eiser tegen Jet Set c.s.) Mededingingsrecht. Octrooirecht. Het Hof heeft de stelling van eiser verworpen dat - nu het Nederlandse deel van EP 630 is vernietigd en deze vernietiging terugwerkende kracht heeft - de met hem getroffen schikkingsregeling de mededinging (heeft) beperkt en daarom nietig is op grond van artikel 101 VWEU en artikel 6 Mededingingswet. Op het moment van het aangaan van de schikkingsovereenkomst gingen alle partijen uit van geldigheid van EP 630. Bij geldigheid van het octrooi bestond voor de schikkingsregeling onbetwist een (mededingingsrechtelijke) rechtvaardiging uit hoofde van bescherming van een industrieel eigendomsrecht, zodat die regeling niet de strekking had om de mededinging te beperken. Hiertegen ging eiser in cassatie. In deze conclusie gaat het om de vraag of de nietigverklaring van een octrooi tot gevolg heeft dat een voor de duur van het geding gesloten schikkingsovereenkomst nietig is wegens strijd met artikel 6 Mededingingswet. Het standaardarrest van de Hoge Raad over onrechtmatige handhaving van octrooien is het arrest CFS Bakel/Stork Titan. Hierin bevestigde de Hoge Raad de “nee, tenzij”-benadering: het handhaven van een octrooi dat later wordt vernietigd is niet (achteraf gezien) onrechtmatig, tenzij de octrooihouder diende te beseffen dat er een serieuze kans bestond dat het octrooi geen stand zou houden. De A-G overweegt dat alle middelenonderdelen falen en dat het cassatieberoep derhalve verworpen moet worden.

IEF 19309

Uitzending 'Undercover in Nederland' niet onrechtmatig jegens imam

Hof Amsterdam 9 jun 2020, IEF 19309; (Imam tegen SBS), http://www.ie-forum.nl/artikelen/uitzending-undercover-in-nederland-niet-onrechtmatig-jegens-imam

Hof Amsterdam 9 juni 2020, IEF 19309, C/13/635267 (Imam tegen SBS) SBS is een omroeporganisatie. Op haar televisiezender SBS6 zendt zij het programma 'Undercover in Nederland' uit. Op 9 oktober 2016 zond SBS6 een aflevering uit die aan illegale polygamehuwelijken was gewijd. Insteek was de aanname dat imams in Nederland dergelijke huwelijken ondanks het verbod toch inzegenen. Centrale vraag in dit geding is of de uitzending waarin appellant met gebruikmaking van met een verborgen camera gemaakte opname herkenbaar in beeld is gebracht als een imam die zijn medewerking verleende aan het sluiten van illegale polygame huwelijken, onrechtmatig is jegens hem. De vorderingen van appellant zijn ook in hoger beroep niet toewijsbaar. De uitzending is niet onrechtmatig jegens appellant. Het belang van SBS bij uitoefening van haar recht op vrijheid van meningsuiting dient in dit geval te prevaleren boven het belang van appellant bij bescherming van zijn recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer. Niet alleen is sprake van een maatschappelijke misstand die SBS terecht aan de orde stelt, maar ook vindt de beschuldiging voldoende steun in het feitenmateriaal.      
      ·

 

IEF 19310

Schadevergoeding voor schade door executie kort geding

Rechtbank Rotterdam 10 jun 2020, IEF 19310; ECLI:NL:RBROT:2020:5569 (Schadevergoeding voor schade door executie kort geding), http://www.ie-forum.nl/artikelen/schadevergoeding-voor-schade-door-executie-kort-geding

Rechtbank Rotterdam 10 juni 2020, IEF 19310; ECLI:NL:RBROT:2020:5569 (Coffema tegen Deac) Merkenrecht. Deac handelt in koffie met het Benelux-woordmerk CAFEMA. Coffema verhandelt in Nederland koffiemachines voor de horeca en onderhouds- en reinigingsmiddelen voor die machines. In kort geding is Coffema veroordeeld om het gebruik van de naam Coffema te staken en gestaakt te houden, maar dit hield in de bodemprocedure geen stand. Omdat er geen sprake was van soortgelijke waren, moest het verzoek tot staking van het gebruik van de naam Coffema afgewezen worden. In deze zaak vordert Coffema schadevergoeding voor de schade die zij heeft geleden door de uitvoering van het vonnis in kort geding, omdat achteraf in de bodemprocedure bleek dat Deac onrechtmatig handelde door van Coffema te vergen het gebruik van de naam Coffema te staken. De rechtbank wijst een deel van de gevorderde kosten af, omdat sommige kostenposten onvoldoende zijn onderbouwd en omdat Coffema niet aan haar schadebeperkingsplicht heeft voldaan.