IEF 19723

Picnic, online kansspelen en meer: het Nationaal Reclamerechtcongres op 28 januari

De digitale economie draait op volle toeren deze tijd, door online shoppen, werk, online spelletjes en meer. Wat betekent e-commerce bijvoorbeeld voor Picnic, waar loopt dit bedrijf tegenaan in de reclamepraktijk? Wat betekenen al deze ontwikkelingen voor toezichthouders in het reclamerecht, zowel on- als offline? En, hoe staat het met diversiteit, inclusiviteit en stererotyping in de (Nederlandse) reclame?

Op donderdag 28 januari lichten onder meer Jan Pieter Hustinx (partner bij Picnic supermarkten), Bernadette Van Buchem (Lid raad van bestuur, tevens vicevoorzitter KSA)), Tim Claassen (Havas Lemz, VEA, Effies), Baba Touré (Hammerfest, VIA) en Otto van der Harst (Stichting Reclamecode) deze onderwerpen toe tijdens het online Nationaal Reclamerechtcongres.

Met Ebba Hoogenraad (Hoogenraad & Haak) en Willem Leppink (Ploum) als inspirerende moderators!

Tijden
14.00 – 14.45 Kansspelautoriteit (KSA)
14.55 – 15.45 E-commerce
15.55 – 16.35 Stichting Reclame Code
16.45 – 17.30 Stereotyping, diversiteit en inclusiviteit in reclame

Kortom: ook online bieden we een actueel programma met boeiende sprekers uit de praktijk. We zorgen voor interactie, een persoonlijke benadering en voldoende pauzes.
Mis deze editie niet en schuif aan! Aanmelden kan hier.

IEF 19722

Wim Maas: verplichte beperking van omvang processtukken is valse profeet

Op 18 december introduceerde de Raad voor de Rechtspraak een ingrijpende noviteit in het procesrecht. Met ingang van 1 april 2021 zullen de landelijke procesreglementen voor civiele dagvaardingszaken en voor verzoekschriftprocedures in handels- en insolventiezaken bij de gerechtshoven limieten voor het aantal bladzijden van processtukken bevatten. 
Hoewel er al langer een roep is om kortere processtukken, kwam de aankondiging voor velen toch onverwacht. Net als bij het experiment van de rechtbank Arnhem in 2012, zijn de reacties overwegend negatief. Meerdere auteurs – uitsluitend advocaten overigens – hebben de bezwaren tegen deze verplichte beperking van de omvang van processtukken inmiddels uitgebreid uiteengezet  Ik wil die bezwaren niet herhalen, ondanks dat ik er overwegend hetzelfde over denk. Echter, in mijn ogen is de verplichte maximering van het aantal pagina’s van processtukken bovenal een valse profeet.
Lees verder.

IEF 19717

Onrechtmatige uitlatingen columnist

Rechtbank Noord-Nederland 5 jan 2021, IEF 19717; ECLI:NL:RBNNE:2021:24 (X tegen Y), http://www.ie-forum.nl/artikelen/onrechtmatige-uitlatingen-columnist

Rechtbank Noord-Nederland 5 januari 2021, IEF 19717, IT 3384; ECLI:NL:RBNNE:2021:24 (A tegen B) A is een zoon van een bekende advocaat in Amsterdam. B is columnist. Zijn colums zijn telkens gericht aan één persoon, meestal een bekende Nederlander. Op Twitter heeft B ruim 43.000 volgers. B heeft in meerdere van zijn tweets A beschuldigd van nachtelijke stalking, door B herhaaldelijk te bellen. B heeft zich hierover ook uitgesproken in een interview met het tijdschrift Panorama. A vordert een verklaring voor recht dat B onrechtmatig heeft gehandeld door A te beschuldigen van stalking en eist van A een immateriële schadevergoeding van € 3.500,00,-. Volgens A zijn de beschuldigingen onjuist. B voert het verweer dat hij geen inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van A. Of de gedane uitlatingen onrechtmatig zijn geweest hangt af van de specifieke omstandigheden van het geval en daarbij dient een afweging te worden gemaakt tussen het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Mede gelet op de onnodig grievende aard van de uitlatingen, wordt geoordeeld dat het belang van A prevaleert.

IEF 19721

Noot Paul Geerts onder Kogellagers en mk advokaten

Paul Geerts, Noot onder HvJ EU 30 april 2020, ECLI:EU:C:2020:341 (Kogellagers) [IEF 19182] en HvJ EU 2 juli 2020, ECLI:EU:C:2020:519 (mk advokaten/MBK Rechtsanwälte) [IEF 19317]; gepubliceerd in IER 2020/53 en IER 2020/54.

1. De inbreukcriteria onder art. 5 lid 1 sub a en b (oud) MRl vereisen dat een derde (i) gebruik maakt van het merk of overeenstemmend teken in (ii) het economisch verkeer.  Beide vereisten staan in de hier te bespreken arresten centraal. Uit al eerder gewezen jurisprudentie blijkt dat het Hof beide vereisten ruim uitlegt.

2. Wel is het zo dat het Hof aan het gebruik een ondergrens heeft gesteld. Het gebruik van een teken impliceert dat de betrokken marktdeelnemer het teken in het kader van zijn eigen commerciële communicatie gebruikt en dat sprake is van een actieve gedraging.

3. In het Google/Louis Vuitton-arrest is beslist dat het gebruik van een teken op zijn minst impliceert dat de betrokken marktdeelnemer het teken in het kader van zijn eigen commerciële communicatie gebruikt. Daar zal al snel sprake van zijn. Uitzonderingen zijn echter denkbaar.
Lees verder.

IEF 19720

AIPPI - Oproep nominaties VIE prijs 2021

De Vereniging voor Intellectuele Eigendom (VIE) is de Nederlandse Groep van de internationale vereniging Association Internationale pour la Protection de la Propriété Intellectuelle (AIPPI). AIPPI heeft tot doel de nationale en internationale bescherming van Intellectuele Eigendom te bevorderen door op verschillende wijzen aandacht te vragen voor de bescherming van creatie en innovatie.

Jaarlijks reikt de vereniging de VIE-prijs uit aan een jonge auteur van een publicatie die een wezenlijke of vernieuwende bijdrage levert aan de kennis en het begrip van het intellectuele eigendomsrecht of het ongeoorloofde mededingingsrecht in Nederland

Tijdens het IE Symposium Online op 17 maart 2021 zal deze prijs weer worden uitgereikt. Voor de VIE-prijs komen in aanmerking publicaties die een wezenlijke en/of vernieuwende bijdrage leveren aan de kennis en het begrip van het intellectuele eigendoms- of het ongeoorloofde mededingingsrecht in Nederland, door een auteur die op het moment van publicatie niet ouder was dan 35 jaar, in het Nederlands of Engels, die binnen vijftien maanden voorafgaand aan de uitreiking van de prijs zijn gepubliceerd. Proefschriften komen niet in aanmerking.
 

IEF 19719

Vacature: advocaat-stagiaire informatierecht (media en platforms) bij Brinkhof

Brinkhof zoekt een advocaat-stagiaire informatierecht (media en platforms).
De advocaten van het media- en platformteam van Brinkhof werken samen aan complexe processtukken en pragmatische adviezen over de volle breedte van het (vooral digitale) informatierecht, met de nadruk op de grensvlakken van auteursrecht, mediarecht, privacyrecht en uitingsvrijheid.

De advocaat-stagiaire die zij zoeken combineert een brede, degelijke kennis van het informatierecht met een grote belangstelling voor de ontwikkelingen en spelers binnen de online/mediasector. Je wil niet alleen aansprekende en maatschappelijk relevante zaken voeren, maar ze ook winnen. Je hebt dus de onderzoeksvaardigheden om feitelijk en juridisch het onderste uit de kan te halen, en het denk- en schrijftalent om ook complexe processtukken aansprekend en begrijpelijk te verwoorden.
Door de internationale context van het werk is het belangrijk dat je Nederlands en Engels allebei uitstekend zijn. Enige beheersing van het Frans, Duits of een andere Europese taal is niet vereist maar wel buitengewoon nuttig.
Lees verder.

IEF 19714

Geen inbreuk handelsnaam Bronzen Beelden Winkel

Rechtbank Overijssel 20 jan 2021, IEF 19714; (Bronzen Beelden Winkel tegen V.O.F.), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-inbreuk-handelsnaam-bronzen-beelden-winkel

Vzr. Rechtbank Overijssel 20 januari 2021, IEF 19714; C/08/258529 / KG ZA 20-286 (Bronzen Beelden Winkel tegen V.O.F.) Bronzen Beelden Winkel houdt zich sinds medio 2015 bezig met detailhandel via internet. Zij heeft in 2014 de domeinnaam www.bronzenbeeldenwinkel.nl in het SIDN-register laten registreren. V.O.F. houdt zich eveneens bezig met detailhandel via internet en heeft daarvoor in 2018 de domeinnaam www.bronzenbeeld-winkel.nl/be laten registreren. Bronzen Beelden Winkel heeft V.O.F. gesommeerd het inbreukmakend onrechtmatig handelen door het gebruik van de handels- en domeinnaam te staken. Volgens Bronzen Beelden Winkel levert het gebruik deze naam verwarringsgevaar op als bedoeld in artikel 5 van de Handelsnaamwet. Geoordeeld wordt dat er slechts sprake is van een loutere beschrijvende handelsnaam. Mede in aanmerking genomen de conclusie van P-G Drijber in de zaak DOC Dairy Partners [IEF 19633], dient de aan de ‘vrijhoudingsbehoefte’ van woorden een zwaarder gewicht te worden toegekend dan aan de bescherming van de handelsnaam. 

IEF 19713

Schadevergoeding wegens aantasting in persoon

12 jan 2021, IEF 19713; ECLI:NL:RBNNE:2021:106 (Eiser tegen gemeente Oldambt), http://www.ie-forum.nl/artikelen/schadevergoeding-wegens-aantasting-in-persoon

Ktr. Rechtbank Noord-Nederland 12 januari 2020, IEF 19714, IT 3382; ECLI:NL:RBNNE:2021:106 (Eiser tegen gemeente Oldambt) In 2016 heeft de gemeente Oldambt een perceel waarop zich een niet meer in gebruik zijnde schietbaan bevond, voor het symbolische bedrag van € 1,- te koop gezet. Eiser had belangstelling voor aankoop van de schietbaan en heeft een omgevingsvergunning aangevraagd en zijn gegegevens ingevuld. De gegevens zijn openbaar gemaakt. In deze procedure staat de vraag centraal of eiser in verband met een aantal datalekken op de gemeentelijke website, waarbij zijn BSN-nummer, e-mailadres en telefoonnummer zijn gepubliceerd, tegenover de gemeente aanspraak kan maken op betaling van een vergoeding voor de door hem gestelde materiële en immateriële schade. Er wordt geconcludeerd dat de gemeente met het ontstaan van genoemde datalekken de AVG heeft geschonden en daarom schadeplichtig is jegens eiser. In de gegeven omstandigheden bestaat geen aanleiding voor toewijzing van een bedrag aan materiële schadevergoeding, maar wel voor toekenning van een (beperkte) immateriële schadevergoeding.

IEF 19712

Conclusie A-G in Mircom tegen Telenet

HvJ EU 17 dec 2020, IEF 19712; ECLI:EU:C:2020:1063 (Mircom tegen Telenet BVBA), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-a-g-in-mircom-tegen-telenet

HvJ EU Conclusie A-G 17 december 2020, IEF 19712, IT 3381, IEFbe 3173; ECLI:EU:C:2020:1063 (Mircom tegen Telenet BVBA) Verzoek om een prejudiciële beslissing van de ondernemingsrechtbank Antwerpen. Richtlijn 2001/29/EG, artikel 3, lid 1. Begrip ‚mededeling aan het publiek’. Downloaden van een bestand met een beschermd werk via een peer-to-peernetwerk en gelijktijdige terbeschikkingstelling van de onderdelen van dat bestand ter upload voor andere gebruikers.
Antwoorden van A-G Szpunar:

IEF 19711

Geen gevaar voor verwarring tussen HALLOUMI en BBQLOUMI

Gerecht EU (voorheen GvEA) 20 jan 2021, IEF 19711; (Halloumi tegen Bbqloumi), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-gevaar-voor-verwarring-tussen-halloumi-en-bbqloumi

Gerecht EU 20 januari 2021, IEF 19711; IEFbe 3172; T-328/17 (Halloumi tegen Bbqloumi) Persbericht. Het Gerecht bevestigt dat er geen gevaar voor verwarring bestaat tussen het collectieve merk HALLOUMI, voorbehouden aan de leden van een Cypriotische vereniging voor de bescherming van de traditionele kaas van Cyprus, en het teken 'BBQLOUMI' dat dient om de producten van een Bulgaars bedrijf aan te duiden.

IEF 19710

Geen spoedeisend belang

8 jan 2021, IEF 19710; ECLI:NL:RBOBR:2021:167 (PK tegen Vemedia), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-spoedeisend-belang

Vzr. Rechtbank Oost-Brabant 8 januari 2021, IEF 19710, LS&R 1902 ; ECLI:NL:RBOBR:2021:167 ( PK tegen Vemedia) Kort geding. Vemedia is een onderneming op het gebied van zelfzorggeneesmiddelen en gezondheidsproducten. PK c.s. maken onderdeel uit van een Zwitsers concern dat zich richt op de verkoop van OTC producten, zelfzorgmiddelen die zonder recept te verkrijgen zijn in drogisterijen, apotheken en supermarkten. PK Holdline is houdster van een groot aantal merken, waaronder Unie- en Beneluxwoord en -beeldmerk LUCOVITAAL. PK cs stellen onder meer dat Vemedia inbreuk maakt op haar merkrechten en willen Vemedia verbieden gebruik te maken van de tekens "Leefvitaal" dan wel andere tekens die overeenstemmen met de merken voor de waren en diensten waarvoor de merken zijn ingeschreven. De vorderingen van PK c.s. worden bij gebreke van een voldoende spoedeisend belang afgewezen. Een oordeel van de bodemrechter kan op afzienbare termijn worden verwacht.

IEF 19709

Conclusie A-G in zaak Facebook Ireland and Others

13 jan 2021, IEF 19709; ECLI:EU:C:2021:5 (Facebook Ireland and Others), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-a-g-in-zaak-facebook-ireland-and-others

HvJ EU Conclusie A-G 13 januari 2021, IEF 1970g, IT 3377, IEFbe 3170; ECLI:EU:C:2021:5 (Facebook Ireland tegen Gegevensbeschermingsautoriteit) Op 11 september 2015 heeft de gegevensbeschermingsautoriteit van België een procedure ingesteld tegen Facebook Ltd bij de rechtbank Brussel. De procedure betreft vermeende inbreuken op de wetgeving inzake gegevensbescherming door Facebook, die onder andere inhouden dat op onrechtmatige wijze informatie over het surfgedrag van internetgebruikers in België wordt verzameld en gebruikt. De gegevensbeschermingsautoriteit heeft verzocht Facebook te veroordelen tot staking van het zonder hun toestemming plaatsen van cookies die gedurende twee jaar actief blijven op de apparatuur die zij gebruiken wanneer zij op een webpagina van het Facebook.com-domein of op de website van een derde surfen.

IEF 19708

Kort geding UV-stralers

Rechtbank Den Haag 15 okt 2020, IEF 19708; ECLI:NL:RBDHA:2020:13651 (Sunshower B.V. tegen Beter Bad B.V), http://www.ie-forum.nl/artikelen/kort-geding-uv-stralers

Vzr. Rechtbank Den Haag 15 oktober 2020, IEF 19708, RB 3480; ECLI:NL:RBDHA:2020:13651 (Sunshower B.V. tegen Beter Bad c.s.) Sunshower is opgericht in 2001 en houdt zich bezig met de ontwikkeling en verkoop van elektronische apparatuur, in het bijzonder infrarood- en ultravioletstralers, bestemd voor de inbouw in badkamers. Beter Bad c.s. houdt zich bezig met de vervaardiging van elektrische apparatuur, waaronder verlichting en IR-stralers. Zij is tevens houdster van het merk XENZ. Sunshower is houdster van het op 21 juni 2014 geregistreerde Gemeenschapsmodel (hierna: het Sunshower model). Onder de naam Feel Good Shower, van het merk Xenz biedt Beter Bad al een aantal jaren een UV-/IR-straler aan voor sanitaire toepassing. Sinds het voorjaar van 2020 is het assortiment van de Feel Good Shower uitgebreid met drie nieuwe modellen.

IEF 19658

Vacature: advocaat-medewerker (v/m) met afgeronde stage bij Boekx

Boekx Advocaten opereert op het snijvlak van media, intellectuele eigendom en privacy. Dat levert een bonte verzameling aan zaken op. Of het nu gaat om een parodie op een reclame met Max Verstappen, een inbreukmakende siervelg, de aansprakelijkheid van Twitter voor bitcoinfraude of de (on)rechtmatigheid van de UBO-wet: bij Boekx gaan spraakmakende en alledaagse zaken hand in hand.

Boekx is op zoek naar een beginnend advocaat-medewerker met afgeronde stage. Je gaat werken in een gevarieerde praktijk met een focus op procedures en adviezen over soft IP en media. Bij Boekx krijg je veel eigen verantwoordelijkheid en de kans een eigen praktijk op te bouwen. Alle advocaten van Boekx vinden een gezonde balans tussen werk en privé belangrijk, juist ook in deze tijden. Een dienstverband voor vier dagen per week is bespreekbaar.
Lees verder.

IEF 19707

Flitsseminar Franchisewet op donderdag 21 januari

Schuif aan en blijf op de hoogte met deze online flitsseminars over de nieuwe Franchisewet! In de komende weken zetten experts diverse aspecten van de nieuwe wet uiteen in een nieuwe serie flitsseminars van deLex. In no time krijgt u een helder overzicht van alle gevolgen.

Tijdens een (verdiepend) seminar op donderdagochtend 21 januari gaat Esther Brons-Stikkelbroeck in op de gevolgen voor de verhouding franchisegever-franchisenemer.
Aanmelden voor dit seminar is nog mogelijk, via deze link.


Alle seminars in deze serie vinden vinden online plaats, van 09:30 – 11:00 uur. Check voor het programma en/of inschrijven onze website, of neem contact op via info@delex.nl.

IEF 19706

Prejudiciële vragen Hoge Raad begrip 'ouder recht'

Hoge Raad 15 jan 2021, IEF 19706; ECLI:NL:HR:2021:42 (B.V. tegen V.O.F. Classic Coach Company ), http://www.ie-forum.nl/artikelen/prejudici-le-vragen-hoge-raad-begrip-ouder-recht

HR 15 januari 2021, IEF 19706; ECLI:NL:HR:2021:42 (B.V. tegen V.O.F. Classic Coach Company) [Vervolg op IEF 18884]. Van 1968 tot 1977 zijn twee broers vennoten geweest van een te Amersfoort gevestigde vennootschap onder firma die een touringcarbedrijf dreef onder de naam “Reis- en Touringcarbedrijf Amersfoort’s Bloei 1968”. In 1975 heeft één van de broers de besloten vennootschap, eiseres in deze zaak, opgericht. Eiseres is gevestigd te Duivendrecht, drijft eveneens een touringcarbedrijf en is in 1977 uit Amersfoort’s Bloei 1968 getreden. Na het overlijden van de andere broer is het bedrijf van Amersfoort’s Bloei voortgezet door twee zoons onder de naam “V.O.F. Classic Coach Company” (CCC), dat vanaf 2006 is gevestigd te Almere. Eiseres is houdster van het op 15 januari 2008 gedeponeerde Benelux- woordmerk, ingeschreven onder meer voor diensten in klasse 39, waaronder diensten van een touringcarbedrijf.

IEF 19703

Verjaring vordering uitzending Radar

Rechtbank Amsterdam 13 jan 2021, IEF 19703; ECLI:NL:RBAMS:2021:67 (Magnetic Fields Research tegen Avrotros), http://www.ie-forum.nl/artikelen/verjaring-vordering-uitzending-radar

Rechtbank Amsterdam 13 januari 2021, IEF 19703; ECLI:NL:RBAMS:2021:67 (MFR tegen Avrotros) Eiser is bedenker van de BioStabil 2000 en heeft dit samen met MFR geproduceerd en op de markt gebracht. De BioStabil is een zilveren of gouden ketting met hanger. De ketting zou genezende werking hebben door magnetisme en werd te koop aangeboden. AVROTROS besteedde op 8 maart 2004 aandacht aan de BioStabil in het televisieprogramma Radar in een van haar uitzendingen. Over deze uitzending werd eerder geprocedeerd, waarbij geoordeeld werd dat de uitzending niet onrechtmatig was. Beelden van deze uitzending zijn opnieuw uitgezonden op 4 januari 2010 als onderdeel van een jubileumuitzending en ook in een uitzending van 26 september 2016 is wederom kort aandacht besteed aan de BioStabil.

IEF 19704

Profiteren van verkoopdebiet niet onrechtmatig

Hof Den Haag 15 dec 2021, IEF 19704; ECLI:NL:GHDHA:2020:2473 (X tegen Y), http://www.ie-forum.nl/artikelen/profiteren-van-verkoopdebiet-niet-onrechtmatig

Hof Den Haag 15 december 2020, IEF 19704; ECLI:NL:GHDHA:2020:2473 (X tegen Y) Appellante exploiteert een kledingwinkel in Rotterdam. In de winkel wordt kleding aangeboden van verschillende merken uit het hogere segment. Vanaf 2011 verkocht ook herenkleding van het merk van geïntimeerde, gevestigd in Zwitserland. In december 2014 heeft appellante vernomen dat geïntimeerde geen nieuwe orders meer zal accepteren. Appellante heeft geïntimeerde daarop gedagvaard en gevorderd dat geïntimeerde zal worden veroordeeld tot het betalen van schadevergoeding tot een bedrag van € 515.076,-. Ten grondslag aan de vordering stelt appellante dat geïntimeerde zonder aankondiging en zonder een gegronde reden de distributieovereenkomst heeft beëindigd. In eerste aanleg stel appellante hierdoor schade te hebben geleden, aangezien zij veel geld en energie heeft geïnvesteerd in het promoten van de kleding van het merk van geïntimeerde. Geïntimeerde stelt dat de relatie rechtsgeldig is opgezegd. Geoordeeld wordt dat het geïntimeerde vrij stond om geen nieuwe koopovereenkomsten te sluiten, dit is op zichzelf niet onrechtmatig. Dat geïntimeerde mogelijk profijt heeft gehad van het door appellante opgebouwde verkoopdebiet kan het gevolg zijn van één en ander, maar is daarmee  evenmin onrechtmatig. 

IEF 19702

Terugwerkende kracht herziening

Hof Den Haag 22 dec 2020, IEF 19702; ECLI:NL:GHDHA:2020:2543 (Audi Aktiengeschellschaft tegen Vof), http://www.ie-forum.nl/artikelen/terugwerkende-kracht-herziening

Hof Den Haag 22 december 2020, IEF 19702; ECLI:NL:GHDHA:2020:2543 (Audi Aktiengeschellschaft tegen Vof) De vof drijft een detailhandel in auto-onderdelen. Audi is houder van de beeldmerken ingeschreven bij het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie, onder meer voor waren in klasse 12. Op 3 april 2019 heeft de Douane een kennisgeving gezonden aan Audi, waarin melding wordt gemaakt van het aantreffen van logo's van het merk Audi. Daarop heeft Audi op 17 mei 2019 de voorzieningenrechter te Rotterdam verzocht de vof te bevelen om de inbreuk op de merkrechten te staken, op grond van de artikelen 9 lid 2 sub a en/of sub c Uniemerkenverordening (UMVo). De vof heeft aangevoerd dat de ex parte-rechter niet bevoegd was tot het geven van een Europawijde voorziening, dat de handelswijze van Audi niet proportioneel dan wel subisdiair was en dat er geen sprake was van inbreuk op de beeldmerken. De voorzieningenrechter oordeelde dat de exclusieve bevoegdheid van de rechtbank Den Haag onverlet laat dat andere rechtbanken voorlopige maatregelen mogen nemen ten aanzien van Uniemerken, voor zover beperkt tot Nederland. Verder werd geoordeeld dat niet is voldaan aan de eisen voor een toewijzing van een voorlopig inbreukverbod op de voet van artikel 1019e Rv. In hoger beroep slagen de preliminaire verweren van de vof niet. Verder blijft het bestreden vonnis in stand, het hof ziet geen reden, waarom de herziening geen terugwerkende kracht zou hebben. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat geen van de door Audi aangevoerde grieven slagen.

IEF 19700

Geen slaafse nabootsing Dr. Martensboot

Rechtbank Rotterdam 12 jan 2021, IEF 19700; (Airwair tegen Van Haren), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-slaafse-nabootsing-dr-martensboot

Rechtbank Rotterdam 12 januari 2021, IEF 19700; C/10/607365 (Airwair tegen Van Haren) Kort geding. Airwair is de wereldwijde exclusieve licentienemer van het merk Dr. Martens en de exclusieve producent van schoenen die onder dit merk op de markt worden gebracht. Eén van die schoenen is de 1460 boot. Van Haren is een schoenenretailer en verkoopt schoeisel dat aldus Airwair een verwarrende gelijkenis vertoont met haar ontwerpen. Zonder overige inbreuken uit te stuiten, wenst Airwair zich in dit geding te beperken tot de bescherming van één van haar ontwerpen — de 1460 boot — tegen slaafse nabootsing. De vorderingen van Airwair worden afgewezen. Het kan zijn dat de 1460 boot in het verleden een eigen gezicht op de markt had, maar aannemelijk is dat dit eigen gezicht, gelet op de grote hoeveelheid (op het eerste gezicht) vergelijkbare schoenen, inmiddels verwaterd is. Met het ontbreken van een eigen gezicht is reeds om die reden geen grond om uit te gaan van slaafse nabootsing. Ook kan er geen sprake zijn van enige product- of herkomstverwarring, en biedt het verbod op slaafse nabootsing geen bescherming tegen aantasting van bekendheid van de naam of het merk.