IEF 23379
19 maart 2026
Uitspraak

Gerecht EU vernietigt beslissing wegens onjuiste beoordeling onderscheidend vermogen 3D-merk van kaas

 
IEF 23378
19 maart 2026
Artikel

Overzicht UPC-uitspraken

 
IEF 23373
19 maart 2026
Uitspraak

Keeex/Adobe: grens getrokken aan wereldwijde UPC‑bevoegdheid

 
IEF 23379

Gerecht EU vernietigt beslissing wegens onjuiste beoordeling onderscheidend vermogen 3D-merk van kaas

Gerecht EU (voorheen GvEA) 10 dec 2025, IEF 23379; T‑481/24 (Savencia SA tegen EUIPO, Hofmeister Vermögensverwaltungs GmbH), https://www.ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-vernietigt-beslissing-wegens-onjuiste-beoordeling-onderscheidend-vermogen-3d-merk-van-kaas

Gerecht EU 10 december 2025, IEF 23379; IEFbe 4145; T‑481/24 (Savencia SA tegen EUIPO, Hofmeister Vermögensverwaltungs GmbH). In deze zaak staat de vraag centraal of sprake is van verwarringsgevaar tussen een internationaal geregistreerd driedimensionaal merk in de vorm van een kaas en oudere nationale driedimensionale merken van Savencia. Hofmeister had bescherming in de EU aangevraagd voor onder meer melk, zuivelproducten, margarine, eetoliën en eetvetten. Savencia stelde oppositie in op basis van drie oudere nationale 3D-merken, eveneens voor kaas en zuivelproducten. De oppositieafdeling had die oppositie gedeeltelijk toegewezen wegens verwarringsgevaar ten opzichte van een ouder kaas-vormmerk, maar de Kamer van Beroep vernietigde dat oordeel en wees de oppositie alsnog volledig af.

IEF 23378

Overzicht UPC-uitspraken

13 maart t/m 18 maart 2026

18 maart 2026

UPC_CFI_1357/2025 en UPC_CFI_629/2026
Gerecht: Brussels Local Division
Type procedure: Generic Order
Partijen: GC Aesthetics Parentco Limited e.a. en Romed N.V. tegen Establishment Labs S.A.
Waar gaat het over: een procedureel bevel in een geschil binnen de medische/aesthetische sector tussen de GC Aesthetics-groep, Romed en Establishment Labs.

UPC-COA-0000930/2025
Gerecht: Court of Appeal, Luxembourg
Type procedure: Appeal RoP 220.2
Partijen: EOFLOW Co., Ltd. tegen Insulet Corporation
Waar gaat het over: een appelprocedure in een octrooigeschil op het terrein van medische technologie.

UPC_CFI_135/2024 en UPC_CFI_477/2024
Gerecht: Local Division Düsseldorf
Type procedure: Infringement Action
Partijen: Dolby International AB tegen Beko Germany GmbH e.a.
Waar gaat het over: een inbreukprocedure over een Europees octrooi.

UPC_CFI_519/2024
Gerecht: Local Division Düsseldorf
Type procedure: Infringement Action
Partijen: CUP&CINO Kaffeesystem-Vertrieb GmbH & Co. KG tegen ALPINA Coffee Systems GmbH
Waar gaat het over: een octrooi-inbreukzaak in de sector koffiesystemen.

IEF 23373

Keeex/Adobe: grens getrokken aan wereldwijde UPC‑bevoegdheid

Unified Patent Court (UPC) 13 mrt 2026, IEF 23373; UPC-COA-0000922/2025, UPC-COA-0000923/2025, UPC-COA-0000924/2025, UPC-COA-0000925/2025 (ADOBE INC., ADOBE SYSTEMS SOFTWARE IRELAND LIMITED, OPENAI LP, OPENAI OPCO LLC, OPEN AI IRELAND LTD, TRUEPIC INC., JOINT DEVELOPMENT FOUNDATION PROJECTS LLC, COALITION FOR CONTENT PROVENANCE AND AUTHENTICITY tegen KEEEX SAS), https://www.ie-forum.nl/artikelen/keeex-adobe-grens-getrokken-aan-wereldwijde-upc-bevoegdheid

UPC CoA 13 maart 2026, IEF 23373; UPC-COA-0000922/2025, UPC-COA-0000923/2025, UPC-COA-0000924/2025, UPC-COA-0000925/2025 (ADOBE INC., ADOBE SYSTEMS SOFTWARE IRELAND LIMITED, OPENAI LP, OPENAI OPCO LLC, OPEN AI IRELAND LTD, TRUEPIC INC., JOINT DEVELOPMENT FOUNDATION PROJECTS LLC, COALITION FOR CONTENT PROVENANCE AND AUTHENTICITY tegen KEEEX SAS). Keeex SAS heeft bij de Paris Local Division een inbreukvordering ingesteld op EP 2 949 070 (methode voor externe verificatie van integriteit en authenticiteit van digitale databestanden) tegen meerdere buitenlandse ICT‑bedrijven: Adobe (VS en IE), OpenAI (VS en IE), Truepic (VS) en Joint Development Foundation/Coalition for Content Provenance and Authenticity (VS). Keeex beriep zich op online aangeboden integriteits‑verificatiesoftware en stelde dat de schade wereldwijd was en alle territoria van het Europese octrooi bestreek. De gedaagden voerden in preliminaire excepties verweer tegen de interne en internationale bevoegdheid van de UPC, met name voor inbreuk in Zwitserland, Spanje, VK, Ierland, Noorwegen en Polen. De Paris Local Division verwierp deze excepties en aanvaardde bevoegdheid, ook voor die niet‑UPC‑staten, door te verwijzen naar het BSH‑arrest van het HvJ, waarop Adobe c.s., OpenAI, Truepic en Joint Development Foundation in verschillende hoger beroepen aanvoeren dat de UPC haar internationale bevoegdheid ten onrechte op art. 7 lid 2 Brussel I‑bis heeft gebaseerd en ten onrechte ver buiten de UPC‑territoria heeft uitgebreid. Keeex vroeg bevestiging van de beslissing en beriep zich onder meer op art. 14 Frans BW, art. 6 en 71b lid 3 Brussel I‑bis, waarbij zij stelde dat de UPC op grond van laatstgenoemde bepaling ook bevoegd is voor inbreuk buiten de Unie, nu Adobe en OpenAI via Franse dochters vermogensbestanddelen in UPC‑staten hebben.

IEF 23358

Gerecht bevestigt dat het beeldmerk OX normaal is gebruikt voor restaurant- en hoteldiensten

Gerecht EU (voorheen GvEA) 25 feb 2026, IEF 23358; ECLI:EU:T:2026:155 (Heinz Thomas Altendorfer tegen EUIPO en Haus zur Hanse GmbH & Co. KG), https://www.ie-forum.nl/artikelen/gerecht-bevestigt-dat-het-beeldmerk-ox-normaal-is-gebruikt-voor-restaurant-en-hoteldiensten

Gerecht EU 25 februari 2026, IEF 23358; IEFbe 4135; ECLI:EU:T:2026:155 (Heinz Thomas Altendorfer tegen EUIPO en Haus zur Hanse GmbH & Co. KG). In dit arrest staat een procedure centraal tot nietigverklaring van de rechtsgevolgen van een internationale registratie met aanduiding van de Europese Unie voor het beeldmerk OX. Voor zover in deze zaak relevant, had die registratie nog betrekking op diensten in klasse 43, met name restaurantdiensten en hoteldiensten. Altendorfer had in 2020 op grond van artikel 198, lid 2, juncto artikel 58, lid 1, onder a, UMVo verzocht om vervallenverklaring van die rechtsgevolgen wegens niet-gebruik. De annuleringsafdeling had dat verzoek volledig toegewezen, maar de Kamer van Beroep vernietigde die beslissing gedeeltelijk voor de betrokken diensten in klasse 43, omdat volgens haar uit de overgelegde stukken bleek dat het merk voor die diensten normaal was gebruikt in de relevante periode van 1 september 2015 tot en met 31 augustus 2020. Voor het Gerecht voerde verzoeker in essentie drie middelen aan: schending van de motiveringsplicht, onjuiste toepassing van artikel 58, lid 1, onder a, gelezen in samenhang met artikel 18 UMVo, en schending van artikel 198, lid 2, UMVo. Het Gerecht verwerpt al die middelen. Ten aanzien van de motiveringsklachten oordeelt het dat de Kamer van Beroep voldoende duidelijk heeft uitgelegd waarom zij laat overgelegde bewijsstukken had toegelaten en waarom zij het gebruik van het merk als normaal had aangemerkt. Dat verzoeker de inhoudelijke beoordeling betwist, betekent nog niet dat de beslissing ontoereikend gemotiveerd is. Daarom falen ook de daarop voortbouwende beroepen op artikelen 41 en 47 van het Handvest.

IEF 23375

Article written by Michaël de Vroey, Simont Braun.

Another Belgian judgment applying #Mio

In a judgment rendered last week, the Brussels Court of Appeal denied copyright protection for both a cosmetic treatment device and its graphical user interface (GUI).

Relying on the CJEU’s hashtag#Mio / Konektra case law, the court recalls that copyright protection requires free and creative choices reflecting the author’s personality, which cannot be presumed and must be identified concretely. Mere aesthetic appeal, elegance or a distinct visual impression are insufficient. Copyright originality must not be confused with novelty or individual character under design law (express reference to Cofemel).

The device

The features relied upon were largely technically or functionally determined (e.g. central rectangular screen, slightly tilted display, metal plate for branding, handpiece holders, footed structure).

Where choices were possible, they were considered banal and commonplace, consistent with pre‑existing design trends (including tablet‑like devices such as the iPad and prior registered designs).

Even the combination and arrangement of these elements was not regarded as original, as it did not confer a unique expressive character. The court stresses that the mere existence of alternative designs does not, in itself, establish sufficient creative freedom.

IEF 23370

Artikel geschreven door Luuk Jonker, Holla.

Lego afgeblokt? Oftewel: waarom niet elk ontwerp een geldig modelrecht oplevert.

L. Jonker, 16 februari 2026.

Op 14 januari 2026 wees het Gerecht van de Europese Unie een opvallende uitspraak in een zaak tussen Lego en een concurrent. Centraal stond de vraag of een specifiek Lego‑blokje – een langwerpig plaatje met twee noppen en een halfronde ‘clip’ aan de zijkant – als EU‑modelrecht beschermd kon blijven. De uitkomst? Nee: het model mist voldoende eigen karakter en is dus nietig. Lees hieronder waarom Lego van de koude kermis thuis kwam.

Hoewel het op het eerste gezicht een nogal “technisch” juridisch geschil lijkt, is de uitspraak juist interessant voor eigenlijk elke partij die via het modellenrecht probeert vormen van producten te beschermen. En Lego is bij uitstel zo’n partij. Sinds het verlopen van haar octrooien op de bouwblokjes die we allemaal kennen, probeert Lego het modellenrecht en het merkenrecht in te zetten om haar producten zoveel mogelijk te monopoliseren. Soms lukt dat. Maar soms ook niet.

Wat speelde er?

Lego had al in 2008 een model geregistreerd voor het betreffende blokje. Een van haar concurrenten vocht dat model aan, met het argument dat er al eerder een vrijwel identiek ontwerp bestond — eveneens een Lego‑blokje. Volgens het Europese modellenrecht moet een geldig model aan twee vereisten voldoen. Als eerste eis geldt dat een model nieuw dient te zijn. Dit betekent dat vóór de relevante datum geen identiek model openbaar is gemaakt. Modellen gelden als identiek wanneer hun kenmerken slechts in onbelangrijke details van elkaar verschillen.  Als tweede eis geldt dat een model eigen karakter dient te hebben. Dit houdt in dat de algemene indruk die het model wekt bij een geïnformeerde gebruiker verschilt van de algemene indruk van elk ouder model dat al reeds vóór de relevante datum voor het publiek beschikbaar is gesteld. Met andere woorden; het nieuwe model mag niet te veel lijken op al eerder openbaar gemaakte ontwerpen. 

Eerst zie je een plaatje van het model. En daarna een afbeelding van een eerder ontwerp van Lego zelf.

IEF 23357

Gerecht verwerpt procedurele bezwaren tegen nieuwe vervallenverklaringsbeslissing over het merk Rebell

Gerecht EU (voorheen GvEA) 14 jan 2026, IEF 23357; ECLI:EU:T:2026:3 (Schönegger Käse-Alm GmbH tegen EUIPO en Jumpseat3D plus Germany GmbH), https://www.ie-forum.nl/artikelen/gerecht-verwerpt-procedurele-bezwaren-tegen-nieuwe-vervallenverklaringsbeslissing-over-het-merk-rebell

Gerecht EU 14 januari 2026, IEF 23357; IEFbe 4134; ECLI:EU:T:2026:3 (Schönegger Käse-Alm GmbH tegen EUIPO en Jumpseat3D plus Germany GmbH). In dit arrest staat niet de inhoudelijke beoordeling van het normale gebruik van het Uniewoordmerk Rebell centraal, maar de vraag of de Tweede Kamer van Beroep van het EUIPO de procedure na een eerdere vernietiging door het Gerecht op juiste wijze had voortgezet. Het merk Rebell was in 2005 ingeschreven voor melk en zuivelproducten in klasse 29. In 2020 had Jumpseat3D plus Germany een verzoek tot vervallenverklaring ingediend wegens niet-gebruik. Na een eerdere beslissing van de Kamer van Beroep had het Gerecht in 2024 die beslissing gedeeltelijk vernietigd wegens ontoereikende motivering. Vervolgens nam de Tweede Kamer van Beroep op 22 augustus 2024 een nieuwe beslissing, waarin zij de beslissing van de annuleringsafdeling gedeeltelijk vernietigde, de merkhouder vervallen verklaarde voor een groot deel van de betrokken zuivelwaren, en het merk alleen in stand liet voor “kaas” en “producten op basis van kaas”. Schönegger Käse-Alm kwam daartegen op met drie procedurele middelen, die alle verband hielden met het feit dat tegen Jumpseat3D plus Germany inmiddels in Duitsland een insolventieprocedure was geopend.

IEF 23362

Gerecht bevestigt weigering van het Uniewoordmerk CRYPTOSTAMP wegens beschrijvend karakter

Gerecht EU (voorheen GvEA) 14 jan 2026, IEF 23362; ECLI:EU:T:2026:11 (Variuscard Produktions – und Handels GmbH tegen EUIPO), https://www.ie-forum.nl/artikelen/gerecht-bevestigt-weigering-van-het-uniewoordmerk-cryptostamp-wegens-beschrijvend-karakter

Gerecht EU 14 januari 2026, IEF 23362; IEFbe 4139; ECLI:EU:T:2026:11 (Variuscard Produktions – und Handels GmbH tegen EUIPO). In het arrest beoordeelt het Gerecht de weigering van het woordmerk CRYPTOSTAMP voor goederen en diensten in de klassen 9, 16, 36 en 42, waaronder elektronische postzegels, geïntegreerde circuitpostzegels, postzegelalbums, vouchers, blockchaingerelateerde financiële diensten en software- en platformdiensten. De examinator had de aanvraag afgewezen op grond van artikel 7, lid 1, onder b en c, van Verordening (EU) 2017/1001, en de Tweede Kamer van Beroep had die weigering bevestigd. De Kamer van Beroep baseerde haar beoordeling op het Engelstalige publiek in onder meer Ierland, Cyprus en Malta. Zij oordeelde dat het relevante publiek het teken CRYPTOSTAMP zou begrijpen als de combinatie van het voorvoegsel “crypto”, in de betekenis van versleuteld of cryptografisch, en het woord “stamp”, onder meer in de betekenis van postzegel. Volgens de Kamer van Beroep zou het merk daarom worden opgevat als een “encrypted stamp” of “cryptographic stamp”, en had het een voldoende direct en concreet verband met de betrokken goederen en diensten. Voor sommige goederen, zoals elektronische postzegels en geïntegreerde circuitpostzegels, wees het teken volgens haar rechtstreeks op de aard van de goederen. Voor andere goederen, zoals postzegelhouders, albums, vouchers, gedrukte documenten en ruilkaarten, kon het teken wijzen op hun bestemming of op hun relatie met cryptografische postzegels. Voor de diensten in de klassen 36 en 42 kon het merk volgens de Kamer van Beroep eveneens beschrijven dat deze betrekking hadden op cryptografische postzegels, digitale tweelingen, NFT’s, blockchaintransacties of de technische verwerking daarvan.

IEF 23372

Ecovacs/Roborock: schending informatieplicht bij ex parte inspectie

Unified Patent Court (UPC) 16 mrt 2026, IEF 23372; UPC-COA-0000003/2026 (Ecovacs Robotics Co., Ltd. tegen Roborock (HK) Limited), https://www.ie-forum.nl/artikelen/ecovacs-roborock-schending-informatieplicht-bij-ex-parte-inspectie

UPC CoA 16 maart 2026, IEF 23372; UPC-COA-0000003/2026 (Ecovacs Robotics Co., Ltd. tegen Roborock (HK) Limited). Ecovacs Robotics, houdster van Europees octrooi EP 3 808 512 voor onder meer een methode voor lokalisering van een robot, vroeg bij de Local Division Düsseldorf van de Unified Patent Court om een ex parte inspectie- en bewijsbeslag op robotstofzuigers van Roborock (o.a. Roborock Saros 10, S8 Max V Ultra, QV 35A) op de IFA 2025 in Berlijn. De Local Division wees dit verzoek op 4 september 2025 toe zonder Roborock te horen, omdat de apparaten klein zijn en gemakkelijk verplaatst of door software-updates gewijzigd kunnen worden, en omdat Ecovacs had gesteld dat zij anders geen mogelijkheid had om bewijs te verkrijgen tegen Roborock, dat vanuit Hongkong opereert. De order verplichtte Roborock de apparaten aan een deskundige af te geven, inclusief het verstrekken van wachtwoorden, liet toe dat deze zo nodig ter plekke in beslag werden genomen en elders werden onderzocht, en omvatte ook inzage in documenten en digitale data; de deskundige moest binnen vier weken een beschrijving aan de rechtbank sturen, onder vertrouwelijkheid en geheimhouding. De inspectie vond op 7 september 2025 plaats, met rapport op 15 oktober 2025. Roborock vroeg vervolgens om herziening. De Local Division vernietigde op 19 december 2025 de inspectieorder volledig, behalve de vertrouwelijkheids- en geheimhoudingsverplichtingen, en legde alle kosten van de inspectie en het deskundigenrapport bij Ecovacs, omdat Ecovacs bij het ex parte verzoek haar op grond van Rule 192.3 RoP bestaande plicht tot volledige en juiste feitenpresentatie had geschonden. Ecovacs had in het verzoek gesuggereerd dat de IFA de enige mogelijkheid was om bewijs tegen Roborock te verkrijgen en dat Roborock geen eigen vestiging in Europa had en via dochterondernemingen distribueerde, terwijl zij al vóór het verzoek wist, en in een vrijwel gelijktijdig aanhangig gemaakte inbreukprocedure had gesteld en met een Amazon‑screenshot onderbouwd, dat Roborock zelf rechtstreeks aan Duitse klanten via Amazon verkocht en dat een andere groepsmaatschappij als fabrikant op de documentatie stond; eerdere testen van de apparaten waren bovendien al uitgevoerd.

IEF 23369

Artikel ingezonden door Dirk Visser. 

Podcast Dirk Visser - Auteursrecht, AI en de vraag van wie creativiteit eigenlijk is

Hij gooit KitKats door de zaal. Studenten nemen Audi-grilles mee naar college. En hij droomt van een Mitsubishi-voorkant.

Zo ziet intellectueel eigendomsrecht eruit als je het met passie doceert.

Dirk Visser. Hoogleraar in Leiden. Partner bij Visser Schaap & Kreijger. En winnaar van de Gouden Peer IE 2025 van Mr. Magazine Online.

Als je hem in één woord moet omschrijven: enthousiasme. In deze aflevering van Jong Juridisch ontdek je waar dat vandaan komt. En waarom het er nu meer toe doet dan ooit.