IEF 23639
22 juni 2026
Artikel

Periodieke Beleidsevaluatie Intellectueel Eigendom

 
IEF 23631
22 juni 2026
Artikel

De juridische aspecten van foodfluencing en contentcreatie

 
IEF 23636
22 juni 2026
Uitspraak

BenGH: FRAXEL-merken niet normaal gebruikt, PLAXEL PLASMA PEN blijft ingeschreven

 
IEF 23639

Periodieke Beleidsevaluatie Intellectueel Eigendom

Onderzoeksbureau Technopolis heeft het beleid van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) op het gebied van het intellectuele eigendom (IE) over de periode 2017-2024 geëvalueerd. Deze evaluatie was gericht op de vier domeinen die waar EZK verantwoordelijk voor is: octrooien, merken, tekeningen en modellen en bedrijfsgeheimen.

Technopolis concludeert dat het IE-stelsel in de basis goed functioneert. Uit het onderzoek komt een positief beeld naar voren over de juridische robuustheid, en de kwaliteit van uitvoering van het Nederlandse IE-stelsel in lijn met internationale standaarden. Dit bevestigt dat ons IE-stelsel een betrouwbaar fundament vormt voor het Nederlandse innovatie- en ondernemingsklimaat. 

Lees meer in het evaluatierapport van Technopolis: Periodieke Beleidsevaluatie Intellectueel Eigendom | Tweede Kamer der Staten-Generaal.

IEF 23631

Artikel geschreven door Puck Koster, Clairfort

De juridische aspecten van foodfluencing en contentcreatie

Puck Koster, 1 juni 2026

De juridische aspecten van foodfluencing en contentcreatie

Foodfluencers (influencers wiens content gericht is op voedsel) zijn populair. Dagelijks verschijnen er op platforms als Instagram en TikTok nieuwe recepten, zorgvuldig opgemaakte borden en korte kookvideo’s die duizenden of zelfs miljoenen kijkers bereiken. In deze blog nemen we je mee met de mogelijke juridische issues die gepaard gaan met het maken van dergelijke content.

Er zijn verschillende aspecten waarmee rekening gehouden dient te worden, die juridisch gezien elk hun eigen aandachtspunten kennen. Denk bijvoorbeeld aan de mogelijke bescherming van een recept, de (auteurs)rechten op video’s en foto’s, en de vraag wie welke rechten heeft wanneer er wordt samengewerkt met anderen. Ook zullen we kort ingaan op de regels rondom reclame en transparantie, zoals het duidelijk vermelden van samenwerkingen en betaalde promoties.

IEF 23636

BenGH: FRAXEL-merken niet normaal gebruikt, PLAXEL PLASMA PEN blijft ingeschreven

BenGH 4 feb 2026, IEF 23636; C 2023/28 ((Safety4yoU tegen Solta)), https://www.ie-forum.nl/artikelen/bengh-fraxel-merken-niet-normaal-gebruikt-plaxel-plasma-pen-blijft-ingeschreven

BenGH 4 februari 2026, IEF-be 4239; C 2023/28 (Safety4yoU tegen Solta). In deze zaak tussen Safety4yoU en Solta staat de vraag centraal of Solta haar oudere FRAXEL-merken normaal heeft gebruikt en zich daarom met succes kan verzetten tegen de inschrijving van het woordmerk PLAXEL PLASMA PEN. Safety4yoU heeft in oktober 2021 een Benelux-inschrijving aangevraagd voor het woordmerk PLAXEL PLASMA PEN voor waren en diensten in de klassen 8, 10, 41 en 44. Tegen deze aanvraag heeft Solta oppositie ingesteld op basis van drie oudere FRAXEL-merken: een Beneluxmerk uit 2005 voor medische apparaten en instrumenten in klasse 10 en twee Uniemerken uit 2006 respectievelijk 2008 voor medische hulpmiddelen in klasse 10 en cosmetische, plastische en dermatologische behandelingen in klasse 44. Volgens Solta bestond verwarringsgevaar tussen de merken. Safety4yoU heeft zich verweerd met de stelling dat Solta haar oudere merken niet normaal heeft gebruikt. Het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE) achtte slechts normaal gebruik bewezen voor medische hulpmiddelen bestaande uit lasers en onderdelen en accessoires daarvoor in klasse 10. De oppositie werd daarom gedeeltelijk toegewezen voor bepaalde waren in klasse 8 en alle waren in klasse 10, en gedeeltelijk afgewezen voor de overige waren en diensten. Safety4yoU stelde beroep in bij het Benelux-Gerechtshof. Het hof stelt voorop dat op grond van artikel 2.16bis BVIE de merkhouder moet bewijzen dat het oudere merk in de relevante periode van 4 oktober 2016 tot 4 oktober 2021 normaal is gebruikt. Onder verwijzing naar de arresten Ferrari (Testarossa), Centrotherm en Maxxus/Globus overweegt het hof dat sprake moet zijn van een reële commerciële exploitatie die is gericht op het vinden of behouden van afzet voor de betrokken waren of diensten. De bewijslast rust volledig op de merkhouder. Ten aanzien van de diensten in klasse 44 voert Solta aan dat FRAXEL-behandelingen met haar toestemming worden aangeboden door 131 Europese klinieken. Het hof acht de door Solta opgestelde lijst van deze klinieken echter onvoldoende bewijs. Daarnaast heeft Solta historische websites van verschillende klinieken overgelegd waarop het woord FRAXEL voorkomt. Slechts drie van deze klinieken blijken echter ook voor te komen op de eigen lijst van Solta. Voor de overige klinieken ontbreekt een verklaring waarom zij niet op die lijst staan, zodat niet kan worden uitgesloten dat zij het merk zonder toestemming gebruikten. Bovendien zijn alleen voor de Nederlandse kliniek Kazem facturen voor de aanschaf van FRAXEL-producten overgelegd. Voor de Franse en Spaanse klinieken ontbreekt dergelijk bewijs, terwijl Solta zelf heeft gesteld dat deze producten noodzakelijk zijn voor iedere FRAXEL-behandeling.

IEF 23633

Artikel geschreven door Joe Jay de Haas, Lawfox Advocaten.

Patagonia vs. Pattie Gonia: Drag queens, duurzaamheid en de harde wetten van het merkenrecht

Joe Jay de Haas, 2 juni 2026

Patagonia vs. Pattie Gonia: Drag queens, duurzaamheid en de harde wetten van het merkenrecht

Het is altijd fantastisch als popcultuur, activisme en intellectueel eigendom frontaal op elkaar botsen. Het levert niet alleen sappige krantenkoppen op, maar dwingt ons als juristen ook weer eens scherp naar de basisregels te kijken. Dat is precies wat er nu aan de hand is in de Verenigde Staten, waar outdoor-gigant Patagonia de degens kruist met de bekende drag queen en klimaatactivist Pattie Gonia.

Wat bezielt een merk dat claimt ‘de aarde te willen redden’ om een geliefde milieuactivist voor de rechter te slepen? In dit blogje leg ik uit wat er speelt, waarom Patagonia juridisch gezien eigenlijk weinig keus heeft, en hoe dit varkentje op een creatieve manier gewassen kan worden.

IEF 23637

Verzilverbare populariteit rechtvaardigt verzet tegen commercieel gebruik portret bondscoach

Rechtbank Amsterdam 15 apr 2015, IEF 23637; ECLI:NL:RBAMS:2015:2103 ([de bondscoach] tegen Interbest en Night Writers), https://www.ie-forum.nl/artikelen/verzilverbare-populariteit-rechtvaardigt-verzet-tegen-commercieel-gebruik-portret-bondscoach

Rb. Amsterdam 15 april 2015, IEF 23637; ECLI:NL:RBAMS:2015:2103 ([de bondscoach] tegen Interbest en Night Writers worden). De Rechtbank Amsterdam oordeelt in dit tussenvonnis dat Interbest inbreuk heeft gemaakt op het portretrecht van een bekende bondscoach door zonder diens toestemming een herkenbare foto van hem te gebruiken in een advertentie voor een Six Word Story-schrijfwedstrijd rond het WK voetbal 2014. De advertentie verscheen paginagroot in een landelijk dagblad en later ook in een tijdschrift. Tussen partijen stond niet ter discussie dat sprake was van een portret, ook al was het gezicht van de bondscoach slechts gedeeltelijk zichtbaar; de tekst en context van de advertentie droegen bij aan zijn herkenbaarheid. Dat Interbest de foto via Getty Images had verkregen en daarvoor een licentie had, doet volgens de rechtbank niet af aan het ontbreken van toestemming van de geportretteerde. De rechtbank stelt voorop dat artikel 21 Auteurswet openbaarmaking van een niet in opdracht gemaakt portret verbiedt voor zover een redelijk belang van de geportretteerde zich daartegen verzet. In dit geval lag dat redelijk belang niet zozeer in privacybescherming tegenover vrije nieuwsgaring, maar in de verzilverbare populariteit van de bondscoach. De foto werd immers niet gebruikt voor nieuwsberichtgeving, maar in een commerciële reclame-uiting ter promotie van het spel.

IEF 23635

Morgen is het zover: WK & Recht in Amsterdam.

Na de winst van Oranje afgelopen zaterdag zijn er meer ogen gericht op het WK dan ooit tevoren. De spanning loopt op, de oranje merchandise ligt al in de schappen en merken staan klaar om mee te juichen.

Bij WK & Recht kijken we naar de juridische kant van al die Oranjekoorts. Van privacy in stadions en gezichtsherkenning tot wedstrijddata, sponsoring, licenties en WK-campagnes: het toernooi leeft ook buiten het veld.

Onder leiding van Sabin Tigu bespreken we dit met Eliëtte Vaal, Lars Boer, Tim Wilms, Dolf Segaar, Bram Bogaerts en Hans Schakel.

Dinsdag 23 juni 2026 | Buro de Pijp, Amsterdam
Meer informatie en aanmelden: https://www.delex.nl/shop/opleidingen/wk-recht-dinsdag-23-juni-2026

IEF 23634

Annotatie geschreven door Nino van Lith

Weekprijs Privatissimum: annotatie over makerschap, work made for hire en de DSM-richtlijn

Met zijn annotatie bij een uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland heeft Nino van Lith de weekprijs van het vak Privatissimum aan de Universiteit Leiden gewonnen. 

Annotatie bij een uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland 4 maart 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:558.

Art. 45d Auteurswet — art. 18 DSM-richtlijn — art. 5 lid 1 Berner Conventie

Makerschap, lex originis, work made for hire, proportionele billijke vergoeding, assimilatiebeginsel

 

1. Inleiding

De Rechtbank Midden-Nederland deed op 4 maart 2026 uitspraak in een zaak op het snijvlak van nationaal auteursrecht, internationaal privaatrecht en Europees recht. De Directors Guild of America, de Writers Guild of America West en de Writers Guild of America East (hierna: de Guilds), alsmede de Duitse rechtenbeheersorganisatie GWFF, vorderden een proportionele billijke vergoeding van uitzender Ziggo B.V. op grond van artikel 45d lid 2 Auteurswet (hierna: Aw). De Guilds vertegenwoordigen naar eigen zeggen ruim 30.000 Amerikaanse filmregisseurs en scenarioschrijvers, van wie de werken dagelijks via Ziggo in Nederland worden uitgezonden.1 De rechtbank wijst de vordering volledig af. Het vonnis roept fundamentele vragen op over de wisselwerking tussen de lex originis, het Europese makersbegrip en het assimilatiebeginsel van de Berner Conventie. De centrale rechtsvragen uit dit vonnis zijn: (i) naar welk recht wordt bepaald wie als maker geldt; (ii) heeft de vangnetbepaling ook werking buiten de Amerikaanse rechtssfeer; (iii) brengt artikel 18 DSM-richtlijn mee dat de filmmakers toch als maker worden aangemerkt; en (iv) leidt het assimilatiebeginsel van de Berner Conventie tot een vergoedingsaanspraak

IEF 23624

Ingezonden door Lex Keukens, TeekensKarstens advocaten notarissen

Eén hervulde Benegas-statiegeldfles voldoende voor merkinbreukverbod

Rechtbank Noord-Holland 4 jun 2026, IEF 23624; ECLI:NL:RBNHO:2026:6393 (Benegas tegen [gedaagde]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/een-hervulde-benegas-statiegeldfles-voldoende-voor-merkinbreukverbod

Rb. Noord-Holland 4 juni 2026, IEF 23624; RB 4026; ECLI:NL:RBNHO:2026:6393 (Benegas tegen [gedaagde]). De voorzieningenrechter verbiedt [gedaagde] om zonder toestemming statiegeldflessen van Benegas te vullen en draagt haar op haar website aan te passen, omdat één vastgestelde hervulling voldoende is voor een verbod wegens merkinbreuk. De website mocht daarnaast niet langer de indruk wekken dat [gedaagde] als depothouder namens Benegas gerechtigd was om Benegas-statiegeldflessen te vullen. Benegas exploiteert propaangas in statiegeldflessen die eigendom blijven van Benegas en alleen door het Benegas-vulcentrum in België mogen worden hervuld. [gedaagde] is al jarenlang contractspartij en afnemer van Benegas, onder meer op basis van een overeenkomst voor tankverhuur en gasverkoop, maar zij was niet bevoegd om statiegeldflessen van Benegas te vullen. In 2023 was [gedaagde] al aangesproken op merkinbreuk en had zij een onthoudingsverklaring ondertekend. Bij een steekproef in september 2025 is opnieuw vastgesteld dat een medewerker van [gedaagde] tegen betaling een Benegas-fles heeft gevuld. Benegas vordert onder meer een verbod, aanpassing of rectificatie van de website, opgave van gegevens, een boete en vergoeding van buitengerechtelijke kosten.

IEF 23632

Artikel geschreven door Roos Dolman.

Dai Dai en de juridische choreografie van een WK-hit

Een WK-lied moet meer kunnen dan blijven hangen. Het moet klinken in stadions, werken in televisiemontages, dansbaar zijn op TikTok, bruikbaar zijn voor sponsors en tegelijk de emotie van een mondiaal sportevenement vangen. Dai Dai, de officiële FIFA World Cup 2026-song van Shakira en Burna Boy, is precies zo’n nummer.  Maar wie juridisch meeluistert, hoort méér dan een aanstekelijk refrein. Achter de ogenschijnlijke eenvoud van Dai Dai gaat een zorgvuldig opgebouwde rechtenstructuur schuil. Het nummer is niet alleen een lied, maar ook een muziekwerk, een fonogram, een uitvoering, een audiovisueel bestanddeel, een marketinginstrument, een platformobject en een bouwsteen in FIFA’s commerciële ecosysteem. 

Juist daarin schuilt de interessante IE-vraag. Dai Dai is geen casus omdat er een groot juridisch conflict omheen hangt, maar omdat het nummer laat zien hoe moderne muziekexploitatie in de praktijk werkt. Auteursrecht, naburige rechten, collectief beheer, platformregulering, mediarechten, merkenrecht en commerciële contracten spelen hier allemaal hun eigen partij. De WK-hit blijkt daarmee niet alleen muzikaal georkestreerd, maar ook juridisch zorgvuldig gechoreografeerd.

Deze bijdrage sluit daarmee aan bij de bredere vragen die WK & Recht op dinsdag 23 juni 2026 centraal staan: hoe werken merken, marketing, licenties, data, privacy en intellectuele eigendomsrechten samen rond een mondiaal sportevenement als het WK?

Schrijf je nu nog hier in. 

IEF 23630

Rectificatie bevolen na misleidende publicatie over oud-werknemer

Rechtbank Rotterdam 21 apr 2026, IEF 23630; ECLI:NL:RBROT:2026:5250 (([eiser] tegen [gedaagde])), https://www.ie-forum.nl/artikelen/rectificatie-bevolen-na-misleidende-publicatie-over-oud-werknemer

Rb. Rotterdam 21 april, IEF 23630; ECLI:N:RBROT:2026:5250 ([eiser] tegen [gedaagde]). In deze zaak tussen [eiser] en [gedaagde] staat de vraag centraal of [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld door klanten van haar beautysalon te berichten dat [eiser], een voormalig werknemer, zonder haar medeweten Tikkie-betalingen van klanten zou hebben ontvangen. De voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam oordeelt dat sprake is van een feitelijk onjuiste of door onvolledigheid misleidende publicatie. De beschuldigingen vinden onvoldoende steun in het beschikbare feitenmateriaal en tasten de goede naam van [eiser] aan. [gedaagde] moet daarom een rectificatie versturen en inzage verschaffen in de geadresseerden van zowel het oorspronkelijke bericht als de rectificatie, op straffe van een dwangsom, en wordt veroordeeld in de proceskosten. [eiser] was van mei 2023 tot februari 2025 in dienst bij [gedaagde]. Nadat tussen partijen een geschil was ontstaan over onder meer achterstallig loon, stuurde [gedaagde] in februari 2026 een e-mail aan een aantal klanten. Daarin schreef zij dat "gebleken" was dat [eiser] zonder haar medeweten klanten had verzocht betalingen via Tikkie naar haar persoonlijke rekening over te maken, dat inmiddels aangifte was gedaan en dat voor een politieonderzoek en een rechtszaak bewijs werd verzameld. Aan de ontvangers werd gevraagd hun bankgegevens te controleren en eventuele Tikkie-betalingen aan [eiser] te melden. Volgens [eiser] waren deze beschuldigingen onjuist en schadelijk voor haar reputatie. Zij wees erop dat zij meerdere betalingen via Tikkie juist op instructie of met toestemming van [gedaagde] had ontvangen. Nadat [gedaagde] weigerde haar bericht in te trekken of een rectificatie te versturen, startte [eiser] dit kort geding. De voorzieningenrechter stelt voorop dat sprake is van een botsing tussen het recht op vrijheid van meningsuiting van [gedaagde] en het recht van [eiser] op bescherming van haar goede naam. Een rectificatie kan worden bevolen wanneer sprake is van een onjuiste of door onvolledigheid misleidende publicatie van feitelijke gegevens die onrechtmatig is jegens een ander. Daarbij zijn onder meer van belang de ernst van de beschuldiging, de mate waarin de goede naam wordt aangetast en de vraag of de beschuldiging voldoende steun vindt in het beschikbare feitenmateriaal. Volgens de voorzieningenrechter is daarvan hier sprake. Het bericht vermeldt dat "gebleken" zou zijn dat [eiser] zonder medeweten van [gedaagde] betalingen via Tikkie heeft ontvangen. Uit door [eiser] overgelegde WhatsApp-berichten blijkt echter dat [gedaagde] in meerdere gevallen juist instructie of toestemming heeft gegeven voor dergelijke betalingen. Ook heeft [eiser] per e-mail een overzicht van ontvangen betalingen aan [gedaagde] verstrekt. [gedaagde] erkent bovendien dat voor een deel van de betalingen toestemming bestond, maar stelt dat andere betalingen onterecht zijn ontvangen. Daarmee strookt haar bericht niet.