Uitspraak ingezonden door Bastiaan van den Bogaard (Intellectueeleigendom.nl) en Jan Jacobi (MAAK Advocaten).
EUIPO verklaart merk 123LED gedeeltelijk nietig wegens beschrijvend karakter
EUIPO 14 oktober 2026, IEF 23959; IEFbe 4367; No C 71 716 (Ledstores Europe tegen 123led). De nietigheidsafdeling van het EUIPO heeft het Uniemerk ‘123LED’ gedeeltelijk nietig verklaard wegens het beschrijvende karakter en het ontbreken van onderscheidend vermogen. Ledstores Europe had de nietigheid gevorderd van het door 123led gehouden woordmerk voor onder meer dimmers, verlichtingsproducten en handelsdiensten. Volgens Ledstores verwijst ‘123’ naar snelheid en gemak, terwijl ‘LED’ de betrokken verlichtingstechnologie beschrijft.
Uitspraak ingezonden door Victor den Hollander, De Vos & Partners.
Athena hoeft WhatsAppreclame niet te rectificeren: onvoldoende bewijs voor misleidende handelspraktijken
Rb. Amsterdam 15 oktober 2026, IEF 23958; RB 4176; ECLI:NL:RBAMS:2026:9897 (Lawbooks tegen Athena). De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft de vorderingen van Lawbooks tegen AthenaStudies wegens vermeende misleidende handelspraktijken via WhatsAppgroepen afgewezen. Beide ondernemingen bieden commerciële studieondersteuning aan en maken voor hun marketing gebruik van WhatsAppgroepen voor studenten. Volgens Lawbooks maakt Athena gebruik van verhulde reclame, gefingeerde studentenprofielen en gescripte gesprekken waarin haar eigen diensten worden aangeprezen en die van Lawbooks in een negatief daglicht worden gesteld. De Reclame Code Commissie had AthenaStudies in 2024 al aangesproken op misleidende reclame via WhatsAppgroepen.
Heeft "het merk" nog belang in het huidige tijdperk?
Heeft "het merk" nog belang in het huidige tijdperk? Tijdens het Benelux Merkencongres dat aanstaande donderdag plaatsvindt gaat Henry Robben (Neyenrode) in op deze vraag.
Wat betekenen de technische ontwikkelingen voor de rol die het merk speelt of nog kan spelen, in de toekomst? Denk daarbij aan IoT bestelling door hardware, AI gedreven aankoop agents, verschuiving van verkoopkanalen door koop op social mediakanalen. Heeft een merk eigenlijk nog belang in het huidige tijdperk? Robben neemt ons mee in de rol van het merk in moderne marketingtechnieken.
Tijdens het Benelux Merkencongres spreken ook Tobias Cohen Jehoram, Martin Senftleben, Luminita Olteanu, Marjolein Bronneman, Jorn Torenbosch en Christiaan Alberdingk Thijm. Er zijn nog enkele plekken beschikbaar, dus wacht niet te lang met uw aanmelding.
Kunnen AI-agents aansprakelijk zijn?
De afgelopen tijd was in het nieuws dat AI agents kunnen 'samenzweren' tegen hun makers. Vooral nu steeds vaker gebruik wordt gemaakt van AI agents is het van belang om de risico's hiervan te onderzoeken. Tijdens het Nationaal AI & Data congres gaan we in op hoe die AI agents overeenkomsten kunnen sluiten en wat er gebeurt als ze iets doen dat de gebruiker ervan niet wilde. Tycho de Graaf (Universiteit Leiden) bespreekt de laatste ontwikkelingen.
Tijdens het congres zijn ook Menno Weij, Astrid Sixma, Eliëtte Vaal, Ot van Daalen, Elgar Weijtmans, Marc Boom en Peter Backx aanwezig.
Marjolein Bronneman en Jorn Torenbosch gaan in discussie op het Benelux Merkencongres
Tijdens het Benelux Merkencongres op donderdag 29 oktober gaan Marjolein Bronneman (BOIP) en Jorn Torenbosch (Klos, UU) met elkaar en de zaal in discussie over de bewijslastverdeling bij sub a-inbreuken. Ze bespreken hoe de bepaling in het BVIE, de merkenrichtlijn en de merkenverordening zich verhoudt tot art. 16 TRIPs. Ook gaan ze in op de afbreuk van merkfuncties: om welke functies gaat het precies en wie draagt de bewijslast? Ook bespreken ze kritisch welke situaties het Hof van Justitie onder deze bepaling brengt.
Ze geven beide een korte introductie over hun standpunt en gaan vervolgens met elkaar (en de zaal) in debat.
Tijdens het Benelux Merkencongres spreken ook Tobias Cohen Jehoram, Martin Senftleben, Luminita Olteanu, Christiaan Alberdingk Thijm en Henry Robben. Er zijn nog enkele plekken beschikbaar, dus wacht niet te lang met uw aanmelding.
HvJEU: CBO's mogen auteursrechtelijke vergoedingen niet gebruiken ten behoeve van niet-rechthebbenden
HvJ EU 22 oktober 2026, IEF 23954; IEFbe 4363; ECLI:EU:C:2026:892; C-840/24 (VG Wort/TL). Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat collectieve beheersorganisaties (CBO's) inkomsten uit auteursrechten mogen gebruiken voor de financiering van sociale, culturele en educatieve voorzieningen, mits deze uitsluitend ten goede komen aan rechthebbenden. Voor niet-verdeelbare bedragen geldt een uitzondering: deze mogen onder bepaalde voorwaarden ook worden ingezet ten behoeve van personen die geen rechthebbenden zijn. De zaak draait om de Duitse collectieve beheersorganisatie VG Wort, die een deel van de geïnde auteursrechtelijke vergoedingen, waaronder thuiskopie- en uitleenvergoedingen, gebruikte voor de financiering van het Förderungsfonds Wissenschaft (FFW). Dit fonds ondersteunt wetenschap en onderzoek, onder meer door bij te dragen aan de publicatie van wetenschappelijke werken. Twee auteurs maakten bezwaar tegen deze financiering, omdat de middelen ook ten goede konden komen aan personen die geen auteursrechthebbenden waren. Het Bundesgerichtshof stelde prejudiciële vragen over de verenigbaarheid van deze financiering met Richtlijn 2014/26/EU betreffende het collectieve beheer van auteursrechten en naburige rechten.
Uitlatingen lokale politicus over intenties pretparkeigenaar en fictieve omkoping onrechtmatig; geen SLAPP
Rb. Den Haag 20 oktober 2026, IEF 23953; ECLI:NL:RBDHA:2026:30325 ([eiser] tegen [gedaagde]). In dit kort geding oordeelt de voorzieningenrechter over uitlatingen die een lokale politicus heeft gedaan over de ondernemer die een voormalige attractiepark heeft overgenomen. De politicus deed in een radio-interview (Rijnmond) en later een YouTube-interview (Pretparkuur) beschuldigingen dat de ondernemer een "spijkerharde speculant" zou zijn die het publiek misleidt en er puur op uit is om na de erfpachtperiode in 2030 peperdure woningen te bouwen, in plaats van het park voor kinderen te behouden. Daarnaast beschuldigde de politicus de ondernemer ervan dat hij twee lokale politieke partijen (Partij voor de Dieren en CDA) zou hebben omgekocht door elk een ton te doneren. De ondernemer vordert in kort geding rectificatie en een verbod. De politicus voert onder meer verweer dat de rechtbank onbevoegd zou zijn en dat sprake is van een SLAPP-vordering (Strategic Lawsuit Against Public Participation).
Een enkele negatieve Google-review van oud-opdrachtnemer is onvoldoende voor onrechtmatige daad
Rb. Den Haag 5 oktober 2026, IEF 23952; ECLI:NL:RBDHA:2026:30464 ([Partij A] tegen [Partij B]). In deze zaak oordeelt de kantonrechter over een geschil tussen een tandarts ([partij A]) en een tandartsenpraktijk ([partij B]). Nadat de samenwerking abrupt werd beëindigd, vordert de tandarts betaling van openstaande declaraties na een gecorrigeerde herberekening. De praktijk betwist de vordering deels en stelt in reconventie een schadevergoeding van ruim € 44.000 te vorderen vanwege wanprestatie en onrechtmatig handelen.
Geen inzage in concrete SVOD-tarieven Buma/Stemra, wel geanonimiseerde criteria via registeraccountant
Hof Amsterdam 13 oktober 2026, IEF 23951; ECLI:NL:GHAMS:2026:3006 (Disney tegen [geïntimeerde 2] / [geïntimeerde 1]). In deze zaak beslist het hof op het verzoek van Disney om op grond van artikel 843a (oud) Rv inzage te krijgen in licentieovereenkomsten en tariefgegevens van Buma/Stemra. Disney heeft deze gegevens opgevraagd ten aanzien van andere aanbieders van *subscription video on demand* (SVOD) op de Nederlandse markt om te kunnen controleren of Buma/Stemra bij het bepalen van de licentietarieven voor muziekauteursrechten de gelijkebehandelingsplicht van artikel 21 van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties (WTCBO) heeft nageleefd. In eerdere tussenbeschikkingen had het hof al geoordeeld dat het verzoek van Disney voor een klein deel toewijsbaar is [IEF 23678]. Disney heeft namelijk een rechtmatig belang bij kennisname van de gehanteerde criteria, factoren en omstandigheden bij het bepalen van de tarieven, evenals de redenen voor eventuele kortingen of afslagen. Disney heeft echter geen recht op inzicht in concrete tarieven of de specifieke voorwaarden per individuele concurrent. In de onderhavige beschikking maakt het hof de groep vergelijkbare marktpartijen concreet en stelt het de exacte wijze van inzage vast. Disney stelde dat de inzage betrekking zou moeten hebben op zeventien SVOD-aanbieders. Het hof oordeelt echter dat de relevante groep aanbieders voldoende homogeen moet zijn. Partijen die SVOD-diensten uitsluitend aanbieden als onderdeel van een breder pakket (zoals in combinatie met lineaire televisie of shopping-diensten) zijn onvoldoende vergelijkbaar met zuivere SVOD-diensten zoals Disney+. Na uitsluiting van deze vijf zogeheten bundelaanbieders resteert een groep van elf relevante SVOD-aanbieders waarop het bevel betrekking heeft. Gegevens over lopende onderhandelingen en aanbieders die geen licentieovereenkomst hadden op of na 1 december 2018 vallen buiten de reikwijdte van de inzage.
Publicatie De Telegraaf over strafzaak niet onrechtmatig
Rb. Amsterdam 20 oktober 2025, IEF 23941; IT 5611; ECLI:NL:RBAMS:2025:11555 ([eiser] tegen De Telegraaf). De Telegraaf publiceert een artikel over een man waarin onder meer wordt gesteld dat hij langdurig een kat-en-muisspel met politie en justitie heeft gespeeld, over veel geld beschikt, slim en manipulatief is en contacten op hoog niveau heeft op Malta. De man stelt dat de publicatie meerdere feitelijke onjuistheden bevat, subjectief en suggestief is en in strijd is met de onschuldpresumptie. Volgens hem heeft het artikel bovendien mede geleid tot zijn plaatsing op een Afdeling Intensief Toezicht (AIT) en op de lijst van gedetineerden met een vlucht- of maatschappelijk risico (GVM-lijst), met de status 'hoog'. Hij vordert primair verwijdering van de publicatie en subsidiair rectificatie, op straffe van een dwangsom. Daarnaast vordert hij een verklaring voor recht dat De Telegraaf onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld. De Telegraaf voert verweer en stelt onder meer dat zij zonder voorafgaande waarschuwing is gedagvaard.

























































































