IEF 23774
21 september 2026
Artikel

Volg IE-Forum ook op LinkedIn

 
IEF 23881
1 oktober 2026
Artikel

De volgende stap voor de ervaren IE-jurist: Mr. S.K. Martens Academie 2026-2027

 
IEF 23926
12 oktober 2026
Uitspraak

Antargaz kan contractueel optreden tegen merkinbreuken op gasflessen van derden

 
IEF 23926

Antargaz kan contractueel optreden tegen merkinbreuken op gasflessen van derden

Rechtbank Den Haag 26 aug 2026, IEF 23926; ECLI:NL:RBDHA:2026:30045 (Antargaz tegen [gedaagde]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/antargaz-kan-contractueel-optreden-tegen-merkinbreuken-op-gasflessen-van-derden

Rb. Den Haag 26 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:30045 (Antargaz tegen [gedaagde]). In deze zaak tussen Antargaz en [gedaagde] staat de nakoming centraal van een vaststellingsovereenkomst over het navullen van gasflessen en mogelijke inbreuken op merkrechten van derden. Partijen waren al langere tijd verwikkeld in een geschil over het zonder toestemming navullen van gasflessen waarop het merk ANTARGAZ is aangebracht. In maart 2026 sloten zij een vaststellingsovereenkomst waarin [gedaagde] zich onder meer verplichtte om zich te onthouden van vergelijkbare inbreuken op de exclusieve rechten van andere marktpartijen in de gasflessenbranche. Partijen spraken daarnaast af dat Antargaz een camera bij de vulinstallatie mocht plaatsen en bij een redelijk vermoeden van overtreding de beelden onder voorwaarden met andere marktpartijen mocht delen. Na onderzoek door een recherchebureau stelde Antargaz dat [gedaagde] toch gasflessen van onder meer Benegas, Primagaz België en Rijngas navulde. Antargaz vordert daarom nakoming van de vaststellingsovereenkomst, versterkt met een dwangsom, en een voorschot op de schadevergoeding voor de gemaakte onderzoekskosten.

IEF 23925

Goliath krijgt ex parte verbod tegen Action wegens modelinbreuk op Clicky Keycaps

Rechtbank Den Haag 15 sep 2026, IEF 23925; ECLI:NL:RBDHA:2026:29403 https://www.ie-forum.nl/artikelen/goliath-krijgt-ex-parte-verbod-tegen-action-wegens-modelinbreuk-op-clicky-keycaps

Rb. Den Haag 15 september 2026, IEF 23925; ECLI:NL:RBDHA:2026:29403 (Goliath tegen Action). In deze zaak tussen Goliath en onder meer Action Nederland, Action Deutschland, Action France en Action Italy staat een vermeende inbreuk op een niet-ingeschreven Uniemodel van Goliath centraal. Goliath verzoekt de voorzieningenrechter om een ex parte verbod tegen de betrokken partijen wegens de verhandeling van zogenoemde Clicky Keycaps. Het verzoek richt zich onder meer op het vervaardigen, aanbieden, verkopen, leveren en promoten van deze producten binnen de Europese Unie. De voorzieningenrechter oordeelt voorshands dat er geen reden bestaat om aan de geldigheid van het ingeroepen modelrecht te twijfelen en dat Goliath voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de gerekwestreerden daarop inbreuk maken. Ook acht de voorzieningenrechter het spoedeisend belang voldoende aannemelijk om het verbod toe te wijzen zonder de gerekwestreerden voorafgaand te horen.

IEF 23922

Midnight Marauders (by bike!)

Rechtenstudenten en juristen opgelet
Traditiegetrouw neet het in nachtculuut gespecialiseerde advocatenkantoor Plus One Legal rechtenstudenten en jonge juristen mee op ADE-tour om kennis te maken met de jurdische kant van het nachtleven. We bezoeken weer twee ADE-locaties waar je een backstage rondleiding krijgt en de organisatie vertelt over de juridische vraagstukken waar ze mee te maken kunnen krijgen.

Dit keer stappen we op de fiets, ga je mee?

Timetable:

  • 11:30-12:30u: Inloop met hapje en drankje
  • 12:30u: Vertrek op de fiets
  • 15:00u: Einde programma (centrale locatie in de stad)

Meld je nu aan via deze link (en vergeet niet je eigen fiets mee te nemen)!

IEF 23921

Onrechtmatig boetevoornemen AP veroorzaakte schade bij VoetbalTV, maar schadevergoeding afgewezen

Rechtbank Midden-Nederland 28 sep 2026, IEF 23921; ECLI:NL:RBMNE:2026:6594 (VoetbalTV tegen de AP), https://www.ie-forum.nl/artikelen/onrechtmatig-boetevoornemen-ap-veroorzaakte-schade-bij-voetbaltv-maar-schadevergoeding-afgewezen

Rb. Midden-Nederland 28 september 2026, IEF 23921; IT 5573; ECLI:NL:RBMNE:2026:6594 (VoetbalTV tegen de AP). In deze zaak tussen VoetbalTV en de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) staat de vraag centraal of VoetbalTV recht heeft op schadevergoeding vanwege een onrechtmatig boetebesluit en het daaraan voorafgaande voornemen van de AP. VoetbalTV exploiteerde een videoplatform waarop amateurvoetbalwedstrijden werden opgenomen en uitgezonden. De AP legde VoetbalTV op 16 juli 2020 een boete van € 575.000 op wegens het onrechtmatig verwerken van persoonsgegevens. Volgens de AP kon een zuiver economisch belang geen gerechtvaardigd belang vormen in de zin van artikel 6 lid 1 onder f AVG. De rechtbank vernietigde dit besluit in november 2020 wegens een onjuiste uitleg van het begrip gerechtvaardigd belang. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde deze uitspraak in 2022. VoetbalTV verzoekt vervolgens om € 25.000 schadevergoeding wegens gederfde inkomsten uit sponsoring en nieuwe clubcontracten. Volgens VoetbalTV heeft het optreden van de AP ertoe geleid dat sponsoren afhaakten en zij haar bedrijfsactiviteiten moest staken. De rechtbank oordeelt dat niet alleen het vernietigde boetebesluit onrechtmatig is, maar ook het voornemen van 22 november 2019. De AP heeft dit voornemen gebaseerd op een onjuiste interpretatie van het begrip gerechtvaardigd belang en heeft daardoor ten onrechte geen noodzakelijkheidstoets en belangenafweging uitgevoerd. Daarmee heeft de AP onvoldoende rekening gehouden met de belangen van VoetbalTV.

IEF 23920

UPC CoA: verzoek Fujifilm om schorsende werking tijdens herzieningsprocedure afgewezen

Unified Patent Court (UPC) 31 aug 2026, IEF 23920; UPC-COA-312/2025 (Fujifilm tegen Kodak), https://www.ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-verzoek-fujifilm-om-schorsende-werking-tijdens-herzieningsprocedure-afgewezen

UPC CoA 31 augustus 2026, IEF 23920; IEFbe 4351; UPC_CoA_312/2025 (Fujifilm/Kodak). In deze zaak tussen Fujifilm en Kodak staat de vraag centraal of aan een verzoek tot herziening van een definitieve beslissing van het Hof van Beroep schorsende werking moet worden toegekend. Het geschil betreft octrooi EP 3 511 174. Bij beslissing van 2 juni 2026 vernietigde het Hof van Beroep de beschikking van de Lokale Divisie Mannheim voor zover daarin het verweer inzake het recht van voorgebruik was verworpen, en wees het de inbreukvordering van Fujifilm af. Fujifilm heeft vervolgens op grond van artikel 81 UPCA en regel 245 e.v. RoP een verzoek tot herziening ingediend. Volgens Fujifilm bevat de beslissing fundamentele procedurele gebreken, waaronder schendingen van het beginsel van een eerlijk proces en het recht om te worden gehoord. Fujifilm verzoekt onder meer om vernietiging van de beslissing en heropening van de procedure. Daarnaast verzoekt zij om schorsende werking van het herzieningsverzoek.

IEF 23923

VvA Studiemiddag 30/10: "Mededeling aan het publiek: state of the art"

De eerstvolgende Bijzondere Algemene Ledenvergadering en studiemiddag van de VvA zal plaatsvinden op vrijdag 30 oktober a.s. om 13:30 uur bij de Tolhuistuin te Amsterdam.          

Na een aantal belangrijke arresten van het HvJEU over het recht van mededeling aan het publiek is het tijd om de balans op te maken. Waar staan we met de begrippen ‘publiek’ en ‘nieuw publiek’ na VHC-2 Seniorenresidenz? Wat leert Thuiskopie ons over de verhouding tussen het recht van mededeling aan het publiek en het reproductierecht? En kan men de mededeling aan het publiek geografisch beperken door geo-blocking of andere toegangsmaatregelen toe te passen (Anne Frank)?

IEF 23914

Gerecht EU: geen verwarringsgevaar tussen DENTEK en dentix ondanks identieke of soortgelijke tandverzorgingsproducten

Gerecht EU (voorheen GvEA) 7 okt 2026, IEF 23914; ECLI:EU:T:2026:637 (dentix), https://www.ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-geen-verwarringsgevaar-tussen-dentek-en-dentix-ondanks-identieke-of-soortgelijke-tandverzorgingsproducten

Gerecht EU 7 oktober 2026, IEF 23914, IEFbe 4348; ECLI:EU:T:2026:637 (dentix). Dentek Oral Care heeft oppositie ingesteld tegen de inschrijving van het Uniebeeldmerk ‘dentix’ voor onder meer tandpasta, tandzijde en tandenborstels in de klassen 3 en 21. De oppositie is gebaseerd op twee oudere Uniewoordmerken DENTEK en twee oudere Uniebeeldmerken DenTek. Volgens Dentek Oral Care bestaat verwarringsgevaar in de zin van artikel 8 lid 1 onder b van Verordening (EU) 2017/1001 (UMVo). De oppositieafdeling van EUIPO wees de oppositie toe vanwege verwarringsgevaar bij een deel van het Bulgaarstalige of Griekstalige publiek. De kamer van beroep vernietigde die beslissing en oordeelde dat geen verwarringsgevaar bestond, ook niet voor identieke waren. Het Gerecht onderschrijft het oordeel van de kamer van beroep dat het gemeenschappelijke element ‘dent’ door het relevante publiek in de gehele Europese Unie wordt herkend als een verwijzing naar tandverzorging en daarom een zwak onderscheidend vermogen heeft. Dentek Oral Care heeft onvoldoende onderbouwd dat dit voor het Bulgaarstalige of Griekstalige publiek anders ligt. Hoewel beide tekens uit zes letters bestaan en de eerste vier letters identiek zijn, is de visuele overeenstemming gering. Het geringe onderscheidend vermogen van het gemeenschappelijke element ‘dent’ vermindert namelijk het gewicht van die overeenstemming, terwijl de uitgangen ‘ek’ en ‘ix’ van elkaar verschillen.

IEF 23907

Gebruik e.plus+ niet aangetoond voor SIM-kaarten, maar wel voor telecommunicatiediensten

Gerecht EU (voorheen GvEA) 30 sep 2026, IEF 23907; ECLI:EU:T:2026:615 (e.plus+), https://www.ie-forum.nl/artikelen/gebruik-e-plus-niet-aangetoond-voor-sim-kaarten-maar-wel-voor-telecommunicatiediensten

Gerecht EU 30 september 2026, IEF 23907; IEFbe 4345; ECLI:EU:T:2026:615 (e.plus+). ePlus Inc. had verzocht om vervallenverklaring van het Uniebééldmerk e.plus+ van Telefónica Germany wegens het ontbreken van normaal gebruik in de zin van artikel 58 lid 1 onder a UMVo. De nietigheidsafdeling verklaarde het merk vervallen voor alle betrokken waren en diensten en de kamer van beroep liet die beslissing in stand. In beroep beperkte Telefónica haar vordering tot SIM-kaarten in klasse 9 en telecommunicatiediensten in klasse 38. Voor de SIM-kaarten bevestigt het Gerecht het oordeel van de kamer van beroep. De overgelegde bewijsstukken betroffen onder meer starterspakketten, opwaardeertegoeden en prepaidkaarten, maar geen SIM-kaarten als fysieke chips die een abonnee op een mobiel netwerk identificeren en authenticeren. Dat de aangeboden pakketten mogelijk dergelijke SIM-kaarten bevatten, bewijst niet dat e.plus+ overeenkomstig zijn wezenlijke merkfunctie voor die goederen is gebruikt. De consument zal het teken in deze context volgens het Gerecht verbinden met de commerciële herkomst van de telecommunicatiediensten en niet met die van de SIM-kaart als zelfstandig product. De kamer van beroep heeft daarom terecht geoordeeld dat de aard van het gebruik voor SIM-kaarten in klasse 9 niet was aangetoond.

IEF 23902

UPC CoA: schorsende werking hoger beroep tegen nietigheidsbeslissing geldt niet voor kostenbeslissing

Unified Patent Court (UPC) 18 sep 2026, IEF 23902; UPC-CoA-121/2026 (AMMS tegen Gilead), https://www.ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-schorsende-werking-hoger-beroep-tegen-nietigheidsbeslissing-geldt-niet-voor-kostenbeslissing

UPC CoA 18 september 2026, IEF 23902; LS&R 2475; IEFbe 4341; UPC-CoA-121/2026 (AMMS tegen Gilead). In deze zaak tussen de Academy of Military Medical Sciences (AMMS) en Gilead staat de vraag centraal of de automatische schorsende werking van een hoger beroep tegen een nietigheidsbeslissing zich ook uitstrekt tot de daarmee samenhangende kostenbeslissing. Gilead had bij de Central Division Milan nietigverklaring van EP 3 854 403 gevorderd. De rechtbank herriep het octrooi volledig en bepaalde, overeenkomstig een afspraak tussen partijen, dat AMMS € 800.000 aan proceskosten van Gilead moest dragen. AMMS stelde hoger beroep in tegen de nietigheidsbeslissing. AMMS stelde zich op het standpunt dat de automatische schorsende werking van art. 74 lid 2 UPCA niet alleen de beslissing over de geldigheid van het octrooi raakt, maar ook de kostenbeslissing. Het Hof van Beroep volgt dat standpunt niet. Art. 74 lid 2 UPCA vormt een uitzondering op de hoofdregel dat hoger beroep geen schorsende werking heeft. De automatische schorsende werking is volgens het Hof gerechtvaardigd door de bijzondere aard van geldigheidsbeslissingen, die erga omnes werken en de juridische status van het octrooi raken zolang het hoger beroep nog loopt.

IEF 23906

Verwarringsgevaar tussen MARKETVECTOR INDEXES en VECTOR FUND; normaal gebruik ouder merk voldoende aangetoond

Gerecht EU (voorheen GvEA) 30 sep 2026, IEF 23906; ECLI:EU:T:2026:609 (MARKETVECTOR INDEXES), https://www.ie-forum.nl/artikelen/verwarringsgevaar-tussen-marketvector-indexes-en-vector-fund-normaal-gebruik-ouder-merk-voldoende-aangetoond

Gerecht EU 30 september 2026, IEF 23906; IEFbe 4344; ECLI:EU:T:2026:609 (MARKETVECTOR INDEXES). Van Eck Associates had de Europese Unie aangewezen voor de internationale registratie van het woordteken MARKETVECTOR INDEXES voor financiële diensten in klasse 36. Vector S.A. stelde oppositie in op basis van het oudere Uniewoordmerk VECTOR FUND en beriep zich op artikel 8 lid 1 onder b UMVo. Nadat Van Eck om bewijs van normaal gebruik had gevraagd, legde Vector onder meer jaarstukken, websiteprints, verklaringen, nieuwsbrieven, artikelen en gegevens over de registratie van fondsen over. Het Gerecht oordeelt dat de kamer van beroep terecht heeft aangenomen dat het oudere merk normaal is gebruikt. Het merk was weliswaar niet in exact dezelfde vorm gebruikt als geregistreerd, maar het gebruik van het element “vector” kan als gebruik van VECTOR FUND gelden. “Fund” is beschrijvend voor de betrokken financiële diensten, zodat het weglaten daarvan het onderscheidend vermogen van het merk niet wijzigt. Ook toevoegingen als “navigator”, “flexible”, “top managers mixed” en “SICAV” veranderen dat onderscheidend vermogen niet, omdat deze elementen beschrijvend zijn voor kenmerken of de rechtsvorm van de betrokken fondsen. Het Gerecht stelt bovendien vast dat “vector” niet uitsluitend als handels- of ondernemingsnaam is gebruikt, maar ook als merk, omdat het teken in de overgelegde stukken zelfstandig de commerciële herkomst van de betrokken financiële diensten aanduidt.