IEF 23266
6 februari 2026
Uitspraak

EHRM over vrijheid van meningsuiting van rechters op sociale media

 
IEF 23267
6 februari 2026
Uitspraak

WAMCA-zaak React tegen Sara Mart: procedurele kaders en kennisgeving definitief vastgesteld

 
IEF 23265
5 februari 2026
Artikel

Terugblik op het deLex Media IE-diner 2026

 
IEF 23266

EHRM over vrijheid van meningsuiting van rechters op sociale media

EHRM 25 dec 2025, IEF 23266; 16915/21 (DANILEŢ tegen Roemenië), https://www.ie-forum.nl/artikelen/ehrm-over-vrijheid-van-meningsuiting-van-rechters-op-sociale-media

EHRM 25 december 2025, IEF 23266; IT 5103; IEFbe 4100; 16915/21 (DANILEŢ tegen Roemenië). Deze zaak gaat over een klacht op grond van artikel 10 EVRM, ingediend door een Roemeense rechter, naar aanleiding van een disciplinaire sanctie wegens twee berichten die hij in januari 2019 op zijn openbare Facebookpagina had geplaatst. De verzoeker was op dat moment rechter bij het gerechtshof Cluj en genoot aanzienlijke publieke bekendheid, mede door eerdere functies binnen de rechterlijke macht en zijn actieve deelname aan maatschappelijke debatten over democratie, rechtsstaat en justitie. Op zijn Facebookpagina, die ongeveer 50.000 volgers telde, publiceerde hij twee berichten. Het eerste bericht ging over vermeende pogingen om kerninstituties van de staat (waaronder justitie, politie en leger) te ondermijnen en bevatte een retorische passage over de constitutionele rol van het leger bij het beschermen van de democratie. Het tweede bericht bestond uit een link naar een persartikel waarin een officier van justitie kritiek uitte op hervormingen binnen het strafrecht, met daarbij de tekst: “Now here’s a prosecutor with some blood in his veins (sânge în instalaţie), speaking his mind about dangerous prisoners being freed, our leaders’ bad ideas on legislative reform, and judges and prosecutors being ‘lynched’!” (Vertaald). De Judicial Inspection Board startte ambtshalve een onderzoek wegens mogelijk gedrag dat de eer en het imago van de rechterlijke macht zou aantasten, zoals bedoeld in artikel 99(a) van Wet nr. 303/2004. Na onderzoek werd de zaak voorgelegd aan de disciplinaire kamer van de Nationale Raad voor de Magistratuur, die oordeelde dat de verzoeker zijn plicht tot terughoudendheid had geschonden. Daarbij werd benadrukt dat zijn uitlatingen, mede gelet op hun vorm en publieke verspreiding, het vertrouwen in staatsinstellingen en de rechterlijke macht konden ondermijnen. Als sanctie werd een tijdelijke salarisverlaging van 5% voor twee maanden opgelegd. Het door de verzoeker ingestelde beroep werd door het Hoog Gerechtshof van Cassatie en Justitie verworpen. Dat hof oordeelde dat de beperking van zijn uitingsvrijheid wettelijk was voorzien, een legitiem doel diende (het beschermen van het gezag en de onpartijdigheid van de rechterlijke macht) en proportioneel was. 

IEF 23267

WAMCA-zaak React tegen Sara Mart: procedurele kaders en kennisgeving definitief vastgesteld

Rechtbank Den Haag 28 jan 2026, IEF 23267; ECLI:NL:RBDHA:2026:1523 (Stichting React tegen Sara Mart c.s.), https://www.ie-forum.nl/artikelen/wamca-zaak-react-tegen-sara-mart-procedurele-kaders-en-kennisgeving-definitief-vastgesteld

Rb. Den Haag 28 januari 2026, IEF23267; ECLI:NL:RBDHA:2026:1523 (Stichting React tegen Sara Mart c.s.). In dit tweede procedurele tussenvonnis in een WAMCA-procedure stelt de rechtbank Den Haag de nadere voorschriften vast voor de collectieve actie van Stichting Namaakbestrijding React tegen Sara Mart c.s. De rechtbank bouwt voort op het eerdere tussenvonnis, waarin React ontvankelijk werd verklaard en als exclusieve belangenbehartiger is aangewezen. In dit vonnis wordt de nauw omschreven groep definitief afgebakend: alle rechthebbenden op intellectuele eigendomsrechten – in het bijzonder leden van Coöperatie SNB-REACT U.A. – op wier rechten volgens React inbreuk is gemaakt door Sara Mart c.s. via de websites saramart.eu, saramart.pl/nl-NL/ en hacoo.pl/nl-NL/ en via de mobiele applicaties SARAMART en Hacoo – sara lower price mart, met name door de verkoop van namaakproducten. Voor rechthebbenden die geen woonplaats of verblijf in Nederland hebben, verklaart de rechtbank het opt-outregime van artikel 1018f lid 1 Rv van toepassing.

IEF 23265

Terugblik op het deLex Media IE-diner 2026

Vorige week donderdag 29 januari vond het deLex Media IE-Diner plaats in de kapel van Hotel Arena te Amsterdam. De avond begon om 18.00 uur met een receptie en een glas bubbels, muzikaal omlijst door IE-jurist Thomas Jonker, gevolgd door een driegangendiner waarbij vanaf 19.00 uur werd aangeschoven. Zoals vertrouwd leidde prof. mr. Bernt Hugenholtz, emeritus hoogleraar Intellectueel Eigendomsrecht en voormalig directeur van het IViR, de avond als ceremoniemeester.

Tijdens het diner werd inhoudelijke verdieping op aangename wijze gecombineerd met ontmoeting, mede dankzij bijdragen van Rian Kalden (rechter bij het Hof van Beroep van het Unified Patent Court en voorzitter van het tweede panel), Alexander Tsoutsanis (legal director bij DLA Piper en redacteur van Berichten Industriële Eigendom) en Sophie van Loon (partner IE & Media bij Kennedy Van der Laan en redacteur van Auteursrecht). Na afloop werd de avond voortgezet met een borrel op de Vide, begeleid door saxofonist Friso Bleeker. Het was een geslaagde bijeenkomst waarin het aankomende (congres)jaar feestelijk werd ingeluid en volop gelegenheid was om met IE-collega’s bij te praten en nieuwe contacten te leggen.

IEF 23264

Geen staatsaansprakelijkheid voor art. 81 RO-afdoening in thuiskopiegeschil

Hof Den Haag 20 jan 2026, IEF 23264; ECLI:NL:GHDHA:2026:29 (HP c.s. tegen de Staat), https://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-staatsaansprakelijkheid-voor-art-81-ro-afdoening-in-thuiskopiegeschil

Hof Den Haag 20 januari 2026, IEF 23264; ECLI:NL:GHDHA:2026:29 (HP c.s. tegen de Staat). Het gerechtshof Den Haag verwerpt het hoger beroep van HP Nederland, Dell en branchevereniging FIAR tegen de Staat, waarmee het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd. De zaak draait om een vordering tot schadevergoeding wegens gestelde onrechtmatige rechtspraak: volgens HP c.s. heeft de Hoge Raad het Unierecht geschonden door hun cassatieberoep over het Nederlandse thuiskopiestelsel af te doen met een verkorte motivering op grond van artikel 81 Wet RO, zonder prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de EU. HP c.s. betoogden dat dit in strijd was met artikel 267, derde alinea, VWEU, artikel 6 EVRM en diverse normen van Unierecht, onder meer omdat het Nederlandse stelsel zou berusten op het onjuiste licentiemodel (in plaats van het substitutiemodel), onvoldoende rekening zou houden met zakelijk gebruik en zou kunnen leiden tot overcompensatie. Het hof stelt voorop dat voor aansprakelijkheid van de Staat wegens rechterlijk handelen de zeer strenge Köbler-maatstaf geldt: alleen bij een kennelijk voldoende gekwalificeerde schending van het Unierecht kan staatsaansprakelijkheid ontstaan.

IEF 23263

ANP niet-ontvankelijk wegens gebrekkige dagvaarding bij gestelde auteursrechtinbreuk

Rechtbank Oost-Brabant 27 nov 2025, IEF 23263; ECLI:NL:RBOBR:2025:8151 (ANP tegen [gedaagde]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/anp-niet-ontvankelijk-wegens-gebrekkige-dagvaarding-bij-gestelde-auteursrechtinbreuk

Rb. Oost-Brabant 27 november 2025, IEF 23263; ECLI:NL:RBOBR:2025:8151 (ANP tegen [gedaagde]). De kantonrechter verklaart het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP) niet-ontvankelijk in zijn vordering tot betaling van € 500 wegens vermeende auteursrechtinbreuk. ANP stelde dat een door een aan haar gelicentieerde fotograaf gemaakte nieuwsfoto zonder toestemming was overgenomen op een niet-commerciële website die door een collectief van vrijwilligers werd bijgehouden, waaronder gedaagde. De kantonrechter oordeelt dat ANP op grond van de licentieovereenkomst met de fotograaf in beginsel bevoegd is om zelfstandig op te treden en dat gedaagde als aangesproken partij kan gelden, mede omdat hij één van de vrijwilligers was en geen duidelijkheid gaf over een andere verantwoordelijke beheerder. Daarmee komt de rechter toe aan de inhoudelijke beoordeling van de processtukken.

IEF 23262

Ongeoorloofd gebruik van reclamefoto’s: contractuele beperkingen beslissend voor schadebegroting

Rechtbank Amsterdam 2 jan 2026, IEF 23262; ECLI:NL:RBAMS:2026:6 ([eiser] tegen [gedaagde 1] en [gedaagde 2]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/ongeoorloofd-gebruik-van-reclamefoto-s-contractuele-beperkingen-beslissend-voor-schadebegroting

Rb. Amsterdam 2 januari 2026, IEF 23262; RB 3966; ECLI:NL:RBAMS:2026:6 ([eiser] tegen [gedaagde 1] en [gedaagde 2]). De kantonrechter oordeelt in deze zaak over het gebruik van door een fotograaf gemaakte reclamefoto’s door de exploitanten van een sportschool. Partijen waren overeengekomen dat de foto’s uitsluitend mochten worden gebruikt op de eigen website en sociale media van de sportschool en pas nadat de factuur was voldaan. In de toepasselijke algemene voorwaarden was bovendien bepaald dat elk ander gebruik als een auteursrechtinbreuk geldt, dat bij dergelijk niet-toegestaan gebruik een vergoeding van ten minste driemaal de gebruikelijke licentievergoeding verschuldigd is en dat bij het ontbreken van naamsvermelding een aanvullende vergoeding moet worden betaald. Vast kwam te staan dat de factuur niet tijdig was betaald en dat de sportschool de foto’s niet alleen op Instagram en Google had geplaatst, maar ook, zonder enige toestemming, op externe sportplatforms (Classpass en Eversports), telkens zonder vermelding van de naam van de fotograaf. De kantonrechter acht beide gedaagden hoofdelijk aansprakelijk, nu zij gezamenlijk onder dezelfde handelsnaam naar buiten traden en samen de overeenkomst met de fotograaf hadden gesloten. De zaak is, ondanks de omvang van de vorderingen, met instemming van partijen op grond van artikel 96 Rv door de kantonrechter behandeld.

IEF 23261

Octrooi voor webdataverwerking blijft geldig: geen gebrek aan technisch karakter, nieuwheid of inventiviteit

Rechtbank Den Haag 28 jan 2026, IEF 23261; ECLI:NL:RBDHA:2026:1322 (Squeezely tegen Insite), https://www.ie-forum.nl/artikelen/octrooi-voor-webdataverwerking-blijft-geldig-geen-gebrek-aan-technisch-karakter-nieuwheid-of-inventiviteit

Rb. Den Haag 28 januari 2026, IEF 23261 ECLI:NL:RBDHA:2026:1322 (Squeezely tegen Insite). De rechtbank de vordering van Squeezely B.V. tot nietigverklaring van het Nederlandse deel van EP 2 997 500 B1 van Insite Innovations and Properties af. Het octrooi ziet op een systeem en methode voor het verwerken van web-browsinginformatie. Squeezely stelde dat het octrooi niet octrooieerbaar is omdat het geen technisch karakter zou hebben (art. 52 EOV) en bovendien niet nieuw en niet inventief zou zijn (art. 54 en 56 EOV). De rechtbank verwerpt dit betoog. Zij oordeelt dat het octrooi technische kenmerken bevat, zoals het gebruik van servers en dataverwerkingsstappen, en daarom niet kan worden aangemerkt als een computerprogramma “als zodanig”. Bij de uitleg van conclusie 1 benadrukt de rechtbank dat de auxiliary web server (AWS) en de back-end server (BES) weliswaar geen fysiek gescheiden servers hoeven te zijn, maar wel als afzonderlijke logische entiteiten moeten worden begrepen, waaraan specifieke functies en stappen zijn toegekend. Deze functies, met name het ontvangen en doorsturen van een door de webclient verzonden codeverzoek, behouden zelfstandige betekenis bij de geldigheidsbeoordeling.

IEF 23260

Geen verwarringsgevaar tussen woordmerk ‘EF’ en beeldmerk ‘EF’

Gerecht EU (voorheen GvEA) 21 jan 2026, IEF 23260; ECLI:EU:T:2026:32 (Casa Ermelinda Freitas, S.A. tegen EUIPO en Eggers & Franke Holding GmbH), https://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-verwarringsgevaar-tussen-woordmerk-ef-en-beeldmerk-ef

Gerecht EU 21 januari 2026, IEF 23260; ECLI:EU:T:2026:32 (Casa Ermelinda Freitas, S.A. tegen EUIPO en Eggers & Franke Holding GmbH). Op 9 juli 2018 heeft Eggers & Franke Holding GmbH een aanvraag ingediend voor de registratie van een figuratief beeldmerk “EF” voor goederen in klasse 32, waaronder bier, wijn en andere dranken. Hiertegen heeft Casa Ermelinda Freitas, S.A. oppositie ingesteld op basis van haar eerdere EU-woordmerk “EF”. De oppositieprocedure leidde tot een weigering van de merkaanvraag. Tegen deze beslissing werd beroep ingesteld bij de Kamer van Beroep van het EUIPO. De Kamer van Beroep oordeelde dat, ondanks de (gedeeltelijke) overeenstemming van de waren, geen sprake was van verwarringsgevaar in de zin van artikel 8, lid 1, onder b, van Verordening 2017/1001. Daarbij overwoog zij onder meer dat het element “EF” in het aangevraagde figuratieve merk een beperkt onderscheidend vermogen heeft en dat de tekens als geheel voldoende van elkaar verschillen.

IEF 23259

Verwarringsgevaar tussen TELOTRÓN en TRON in de farmaceutische sector

Gerecht EU (voorheen GvEA) 28 jan 2026, IEF 23259; ECLI:EU:T:2026:50 (Montepelayo, SLU tegen EUIPO en TRON – Translationale Onkologie an der Universitätsmedizin der Johannes Gutenberg-Universität Mainz gemeinnützige GmbH), https://www.ie-forum.nl/artikelen/verwarringsgevaar-tussen-telotron-en-tron-in-de-farmaceutische-sector

Gerecht EU 28 januari 2026, IEF 23259; ECLI:EU:T:2026:50 (Montepelayo, SLU tegen EUIPO en TRON – Translationale Onkologie an der Universitätsmedizin der Johannes Gutenberg-Universität Mainz gemeinnützige GmbH). In deze zaak had Montepelayo een aanvraag ingediend voor registratie van het woordteken “TELOTRÓN” voor goederen en diensten in de klassen 5, 9 en 44 van de Overeenkomst van Nice. TRON ging hiertegen in verzet, omdat het EU-woordmerk “TRON” al was geregistreerd voor klassen 42 en 44. Het verzet was gebaseerd op art. 8, lid 1, onder b), van Verordening (EU) 2017/1001. De oppositieafdeling verwierp het bezwaar, maar de kamer van beroep vernietigde die beslissing. Montepelayo stelde daarop beroep in bij het Gerecht van de EU en verzocht om nietigverklaring van de beslissing van de kamer van beroep, onder meer met het betoog dat de kamer van beroep de tekens onjuist had vergeleken, het relevante publiek een zodanig hoog aandachtsniveau heeft dat elk verwarringsgevaar wordt uitgesloten, de oudere merken slechts een beperkt onderscheidend vermogen hebben en er sprake zou zijn van vreedzame co-existentie, onderbouwd met het grote aantal merken waarin het element “tron” voorkomt.

IEF 23258

Woensdag 11 maart 2026 IE Symposium 2026 - AIPPI Nederland

In 2026 viert de Nederlandse Groep van AIPPI haar 100-jarig jubileum. Ter gelegenheid van deze bijzondere mijlpaal nodigen wij u graag uit voor de lustrumeditie van het IE Symposium op 11 maart 2026.

Programma

  • Plenair programma met actuele thema’s, waaronder auteursrecht post-MIO en merkenrecht & vrijheid van meningsuiting.
  • Parallelsessies over het UPC, de rol van de consument/gebruiker in merken- en modellenrecht en gelijke behandeling in het auteursrecht.
  • Uitreiking van de VIE-prijs 2026.
  • Historische terugblik op 100 jaar IE en AIPPI NL, verzorgd door oud-voorzitters en bestuursleden.

Feestelijk diner op Slot Zeist

Na het inhoudelijke programma (einde 17.15 uur) begeven wij ons direct naar Slot Zeist, waar u  van harte welkom bent voor een feestelijke toast en diner. Tijdens het diner op Slot Zeist, een locatie met historische betekenis voor onze vereniging, delen sprekers hun herinneringen en inzichten en blikken we samen vooruit naar de toekomst.