IEF 18145

Prejudicieel gestelde vragen: is het feit dat een licentiehouder van software zich niet houdt aan de voorwaarden van de overeenkomst een auteursrechtinbreuk of kan hiervoor een afzonderlijke regeling gelden?

HvJ EU 16 okt 2018, IEF 18145; (Free Mobile tegen IT Development), http://www.ie-forum.nl/artikelen/prejudicieel-gestelde-vragen-is-het-feit-dat-een-licentiehouder-van-software-zich-niet-houdt-aan-de

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 16 oktober 2018, IEF 18145; IT 2689; IEFbe 2799; C-666/18 (Free Mobile tegen IT Development) Via Minbuza. Free Mobile is een aanbieder van mobiele telefonie op de Franse markt. Bij overeenkomst van 25.08.2010 heeft IT Development aan Free Mobile een licentie verleend en een onderhoudscontract met haar afgesloten voor het softwarepakket ClickOnSite. IT Development heeft aangevoerd dat er in strijd met de licentieovereenkomst wijzigingen zijn aangebracht in de software en heeft op 22.05.2015 inbeslagneming wegens inbreuk laten verrichten ten kantore van de onderneming Coraso, een subcontractant van Free Mobile. Volgens Free Mobile zijn de verzoeken op grond van inbreuk niet ontvankelijk. Daarnaast stelt Free Mobile dat de originaliteit van de software niet is bewezen en dat de handelingen voor beslag inzake inbreuk nietig zijn. Ook stelt Free Mobile dat de aangebrachte wijzigingen alleen betrekking hebben op de eigen database van de licentiehouders en dat de clausule waarin is bepaald dat het softwarepakket niet mag worden gewijzigd in strijd is met de bepalingen van het wetboek van intellectuele eigendom. Deze bepalingen moeten worden geacht niet te zijn geschreven. De rechter in eerste aanleg heeft de vorderingen van IT Development niet-ontvankelijk verklaard. IT Development heeft hiertegen hoger beroep ingesteld en de rechter in tweede aanleg verzocht om een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof. In eerste aanleg waren de verzoeken van IT Development uitsluitend gebaseerd op inbreuk. In hoger beroep zijn zij subsidiair tevens gebaseerd op de contractuele aansprakelijkheid.

IEF 18144

Beroep op werkgeversauteursrecht faalt, gemaakt werk valt niet onder arbeidsovereenkomst vallende taken

Gerechtshoven 4 dec 2018, IEF 18144; ECLI:NL:GHSHE:2018:5074 (Ontworpen logo exwerknemer), http://www.ie-forum.nl/artikelen/beroep-op-werkgeversauteursrecht-faalt-gemaakt-werk-valt-niet-onder-arbeidsovereenkomst-vallende-tak

Hof 's-Hertogenbosch 4 december 2018, IEF 18144; ECLI:NL:GHSHE:2018:5074 (Ontworpen logo exwerknemer) Auteursrecht. Merkenrecht. Appellante ontwerpt en verkoopt kinderkleding. De arbeidsovereenkomsten van geïntimeerde 1 en geïntimeerde 2 bevatten een geheimhoudingsbeding en verbod op nevenwerkzaamheden, maar geen concurrentiebeding. Geïntimeerde 1 heeft haar overeenkomst opgezegd en de partner heeft het woord-/beeldmerk merk geregistreerd bij het BBIE. Geïntimeerde 1 en geïntimeerde 2 ontwerpen en verhandelen kinderkleding binnen vennootschap 4 onder het merk. Appellante stelt dat niet kan worden uitgesloten dat het logo van merk door geïntimeerde 1 is ontworpen tijdens haar dienstverband bij appellante, in welk geval het auteursrecht op dat logo aan appellante zou toebehoren. Art. 7 Aw heeft echter slechts betrekking op werken die zijn gemaakt overeenkomstig de taakomschrijving van de werknemer binnen het bedrijf van de werkgever. In dit geval is niet gebleken en niet aannemelijk dat het ontwerpen van het bedoelde logo, indien dat door geïntimeerden tijdens hun dienstverband zou zijn gebeurd, behoorde tot de onder hun arbeidsovereenkomst vallende taken. Hof bekrachtigt het vonnis waarvan beroep voor zover dit aan het oordeel van het hof is onderworpen.

IEF 18143

Geen inbreuk door Bakels op octrooien die zien op verwerking Teff-meel, inventiviteit ontbeert

Rechtbanken 21 nov 2018, IEF 18143; ECLI:NL:RBDHA:2018:13960 (Ancientgrain tegen Bakels), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-inbreuk-door-bakels-op-octrooien-die-zien-op-verwerking-teff-meel-inventiviteit-ontbeert

Rechtbank Den Haag 21 november 2018, IEF 18143; ECLI:NL:RBDHA:2018:13960 (Ancientgrain tegen Bakels) Octrooirecht. Ancientgrain is door rechtsopvolging houdster van de Nederlandse octrooien NL 1023977 en NL 1023978. De octrooien zien kort gezegd op meel(mengels) van teff, daarvan vervaardigde deegvarianten en voedselproducten en daarmee verband houdende werkwijzen. Ancientgrain heeft geconstateerd dat Bakels op haar website onder meer teff-broodmeel(mix) te koop aanbood dat naar haar zeggen onder de beschermingsomvang van de octrooien valt. Bakels voert aan dat zij geen inbreuk kan maken op de octrooien omdat deze nietig zijn wegens gebrek aan nieuwheid, althans inventiviteit, ten opzichte van het Teff-Bericht, zoals ook blijkt uit de adviezen van OCNL. De verschilkenmerken verlenen inderdaad geen inventiviteit en de combinatie ervan is voor de hand liggend. Nu alle volgconclusies daarvan direct of indirect afhankelijk zijn, en Ancientgrain onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken dat die conclusies los van conclusie 1 niet inventief zijn, treft de volgconclusies hetzelfde lot. Verweer slaagt, vorderingen afgewezen. 

IEF 18142

Grief slaagt, Nikki Amsterdam maakt auteursrechtinbreuk op speaker-lamp-wijnkoeler Nomenta

Gerechtshoven 27 nov 2018, IEF 18142; ECLI:NL:GHAMS:2018:4334 (Nomenta tegen Nikki Amsterdam), http://www.ie-forum.nl/artikelen/grief-slaagt-nikki-amsterdam-maakt-auteursrechtinbreuk-op-speaker-lamp-wijnkoeler-nomenta

Hof Amsterdam 27 november 2018, IEF 18142; ECLI:NL:GHAMS:2018:4334 (Nomenta tegen Nikki Amsterdam) Auteursrecht. Nomenta heeft aan Gavefabrikken een speaker-lamp-wijnkoeler ("naam 1") geleverd. Tussen Nomenta en Gavefabrikken is een onderhandse akte opgemaakt waarin Gavefabrikken het auteursrecht op naam 1 heeft overgedragen aan Nomenta. Nomenta heeft een partij van 750 exemplaren van naam 1 geleverd aan Wierdijk. Deze heeft het daarna doorverkocht aan Nikki. Nikki is begonnen met de verkoop van naam 1, maar verkoopt ze onder naam 2. Partijen zijn er over eens dat naam 2 gelijk is aan naam 1, behalve het leren hengsel dat Nikki heeft gestanst. Nomenta stelt dat zij als maker moet worden beschouwd omdat het auteursrecht bij haar is komen te berusten door de onderhandse akte met Gavefabrikken. Nikki stelt dat de openbaarmaking van Gavefabrikken, anders dan art. 8 Aw vereist, niet de eerste openbaarmaking van naam 1 was nu deze wel moet zijn voorafgegaan door een openbaarmaking door de fabriek die de uiteindelijk door Gavefabrikken aangeboden naam 1 heeft vervaardigd en uitgeleverd. Dit miskent echter de strekking van art. 8 Aw, die meebrengt dat pas de openbaarmaking die leidt tot een min of meer ruimte mate van kenbaarheid van het werk buiten de kring van de betrokkenen bij het creatie- en productieproces, kan worden beschouwd als de openbaarmaking van het in art. 8 Aw bedoelde rechtsgevolg. Grief slaagt, vernietiging van het vonnis waarvan beroep.

IEF 18141

Aquaris maakt auteursrechtinbreuk door verkopen hoodie met zelfde totaalindruk

Rechtbanken 5 dec 2018, IEF 18141; ECLI:NL:RBAMS:2018:8676 (Eiseres tegen Aquaris), http://www.ie-forum.nl/artikelen/aquaris-maakt-auteursrechtinbreuk-door-verkopen-hoodie-met-zelfde-totaalindruk

Vzr. Rechtbank Amsterdam 5 december 2018, IEF 18141; ECLI:NL:RBAMS:2018:8676 (Eiseres tegen Aquaris) Auteursrecht. Merkenrecht. Slaafse nabootsing. Eiseres heeft een kledinglijn op de markt gebracht onder de naam IN GOLD WE TRUST en is voor het eerst getoond op de Amsterdam Fashion Week 2014. Ze is houdster van Benelux-woordmerk en - beeldmerk IN GOLD WE TRUST. Aquaris exploiteert onder de naam "Amsterdam is my style" een souvenirwinkel in Amsterdam. Zij verkoopt een hoodie met de tekst "IN AMSTERDAM WE TRUST". Deze heeft volgens eiseres te veel overeenkomsten met de door haar verkochte hoodie. Haar hoodie wordt erdoor gekenmerkt dat de tekst IN GOLD WE TRUST op verschillende manieren, in verschillende kleuren en op verschillende plaatsen van de hoodie is aangebracht. Hierdoor is er sprake van een eigen intellectuele schepping, waarbij de tekst gezien kan worden als een knipoog naar het beroemde Amerikaanse motto IN GOD WE TRUST. Nu de hoodies eenzelfde totaalindruk geven, heeft Aquaris auteursrechtinbreuk gepleegd. Eiseres heeft hierdoor geen belang meer bij een oordeel over de vraag of er sprake is van slaafse nabootsing. Eiseres wordt niet gevolgd in haar standpunt dat er sprake is van een merkinbreuk: het dominante bestanddeel van haar merken is GOLD en in dat van Aquaris AMSTERDAM. Deze zijn dermate verschillend dat er onvoldoende visuele of auditieve overeenstemming is. Vorderingen gedeeltelijk toegewezen.

IEF 18140

Cassatieberoep verworpen, hardware-AMvB's niet onverbindend

Hoge Raad 7 dec 2018, IEF 18140; ECLI:NL:HR:2018:2254 (HP, Dell, Imation en FAIR tegen Staat der Nederlanden en Stichting De Thuiskopie), http://www.ie-forum.nl/artikelen/cassatieberoep-verworpen-hardware-amvb-s-niet-onverbindend

HR 7 december 2018, IEF 18140; ECLI:NL:HR:2018:2254 (HP, Dell, Imation en FAIR tegen Staat der Nederlanden en Stichting De Thuiskopie) Auteursrecht. De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. Oordeel hof [IEF 16819] blijft in stand: de AMvB's zijn niet onverbindend en de vaststelling en uitvaardiging daarvan door de Staat is niet onrechtmatig, zodat hij hierom niet schadeplichtig is. Cassatieberoep verworpen.

IEF 18137

Geen inbreuk op merkenrechten Laroche, sprake van uitputting

Gerechtshoven 20 nov 2018, IEF 18137; ECLI:NL:GHDHA:2018:3223 (4 Every Ware tegen Laroche), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-inbreuk-op-merkenrechten-laroche-sprake-van-uitputting

Hof Den Haag 20 november 2018, IEF 18137; ECLI:NL:GHDHA:2018:3223 (4 Every Ware tegen Laroche) Merkenrecht. Laroche is houdster het Uniewoordmerk GUY LAROCHE en -beeldmerk GL. Zij brengt via licentiehouders prêt-à-porter kleding, accessoires en huishoudlinnen wereldwijd op de markt. 4 EW houdt zich bezig met groot- en kleinhandel in partijgoederen. LaRoche stelt dat 4 EW inbreuk maakt op haar merkrechten als bedoeld in art. 9 lid 1 onder a van de (thans) UMV nu Promeco zonder toestemming van Laroche de na de actie bij Carrefour België onverkochte merkproducten heeft verkocht aan Boxter, die op haar beurt die merkproducten zonder toestemming van Laroche heeft verkocht aan 4 EW. Promeco heeft onder andere over alle aangekochte merkproducten de overeengekomen licentievergoedingen betaald. De merkproducten zijn met toestemming van Laroche door Promeco verkocht. Sprake van uitputting. Vorderingen Laroche afgewezen.

IEF 18135

Vorderingen toegewezen, intellectuele eigendomsrechten zijn van bedenkers Ereveld Vol Leven gezamenlijk

Rechtbanken 4 dec 2018, IEF 18135; http://www.ie-forum.nl/artikelen/vorderingen-toegewezen-intellectuele-eigendomsrechten-zijn-van-bedenkers-ereveld-vol-leven-gezamenli

Vzr. Rechtbank Amsterdam 4 december 2018, IEF 18135 (Eiser tegen Ereveld Vol Leven) Merkenrecht. Domeinnaamrecht. Eiseres, die het audiovisueel productiebedrijf Media Luna bedrijft, en gedaagde 2 hebben samengewerkt aan het concept "Ereveld Vol Leven". Op Nationaal Ereveld Loenen en op andere erebegraafplaatsen zijn met deze titel evenementen georganiseerd door partijen. De Stichting Oorlogsgravenstichting is opgetreden als opdrachtgever van de herdenkingen. In de productieovereenkomsten voor de edities van 2015 en 2016, gesloten tussen de Stichting en Media Luna, staat dat Media Luna het concept samen met gedaagde 2 heeft bedacht en uitgewerkt en de wereldwijde rechten van intellectuele eigendom op het concept en de titel hebben, inclusief eventuele wijzigingen daarin. Gedaagde 2 heeft zonder eiseres daarvan in kennis te stellen, het woordmerk "Ereveld Vol Leven" ingescheven in het Benelux Merkenregister ingeschreven, EVL opgericht en de domeinnaam ereveldvolleven.nl geregistreerd. Eiseres stelt dat zij en gedaagde 2 de intellectuele eigendomsrechten samen hebben, terwijl gedaagde 2 stelt dat hij, EVL en de Stichting die hebben. In overlegde stukken zijn tal van aanwijzingen te vinden dat gedaagde 2 en eiseres gezamenlijk eigenaar zijn van het concept en de naam. Eiseres verzet zich met een beroep op art. 3:169 BW. EVL heeft nooit enig intellectueel eigendomsrecht op het concept verworven, omdat eiseres daar nooit toestemming voor heeft gegeven. EVL heeft dus geen rechten die zij (gedeeltelijk) aan eiseres zou kunnen overdragen. EVL kan de domeinnaam niet langer zonder toestemming van eiseres gebruiken. Beroep op depot te kwader trouw is terecht gedaan. Vorderingen toegewezen.

IEF 18139

Jurisprudentielunch Octrooirecht 12 december 2018

Waarom heeft de ABRvS het verzoek van Bayer voor een ABC alsnog toegewezen? Heeft het hof de juiste maatstaf aangelegd bij de toewijzing van de inzagevordering van Dow waarin het onrechtmatig verkrijgen van bedrijfsgeheimen ten grondslag is gelegd? Hoe komt het dat AstraZeneca aan het langste eind trekt na vier procedures en alsnog haar octrooien geldig zijn verklaard? Moet de octrooibescherming van een medicijn dat bestaat uit meerdere werkzame stoffen worden beoordeeld vanuit een oogpunt van de vakman naar de stand van de techniek op de datum van indiening?

Op woensdag 12 december wordt u door Willem Hoyng en Bart van den Broek weer volledig bijgebracht van de actuele en relevante uitspraken betreffende het octrooirecht. Klik hier voor meer details over de jurisprudentielunch.

IEF 18138

Nationaal Reclamerechtcongres 13 december 2018

Reclame in een digitale wereld; waar lopen ontwikkelaars tegenaan bij het inpassen van reclame in apps, games en andere virtuele toepassingen? En hoe zit het met privacyregulering bij de inzet van digital marketing? Daarbij worden veel persoonsgegevens gebruikt. Bijvoorbeeld locatiegegevens bij mobile marketing en tracking cookies bij behavioral targeting. Welke regels uit de AVG, Telecommunicatiewet en de toekomstige e-Privacyverordening gelden daarvoor? 

Advocaat Miranda Top-Sarneel en ondernemer Jip Samhoud vertellen hierover op donderdag 13 december tijdens het Nationaal Reclamerechtcongres 2018 in Utrecht

Samengesteld door Ebba Hoogenraad en Willem Leppink.

IEF 18136

Hoe zit het ook alweer met… Sinterklaas en de rechter?

, IEF 18136; http://www.ie-forum.nl/artikelen/hoe-zit-het-ook-alweer-met-sinterklaas-en-de-rechter

Zwarte Piet zorgt al jaren voor verhitte discussies. En Sinterklaas dan? Die komt er in de publieke discussie wat bekaaid vanaf. Toch heeft ook Sinterklaas zich juridisch niet onbetuigd gelaten. Het is een mooie traditie geworden dat Boekx de rechtszaken voor u op een rijtje zet. Ook in 2018 verschenen weer prachtige rechterlijke uitspraken waarbij Sinterklaas centraal stond. Inmiddels telt deze bloemlezing al 10 uitspraken. In de rechtszaal draaide het onder meer om de volgende vragen. Lees verder.

IEF 18134

Vorderingen toegewezen, Finaxe maakt handelsnaaminbreuk op Finext

Rechtbanken 30 nov 2018, IEF 18134; ECLI:NL:RBDHA:2018:14182 (Finext tegen Finaxe), http://www.ie-forum.nl/artikelen/vorderingen-toegewezen-finaxe-maakt-handelsnaaminbreuk-op-finext

Vzr. Rechtbank Den Haag 30 november 2018, IEF 18134; ECLI: ECLI:NL:RBDHA:2018:14182 (Finext tegen Finaxe) Handelsnaamrecht. Merkenrecht. Finext is ingeschreven in het handelsregister en heeft Beneluxmerkinschrijvingen geregistreerd. Zij houdt zich bezig met adviseren van organisaties om de financiele functie te verbeteren. Finaxe is in het handelsregister ingeschreven als uitzendbureau. Zij heeft het woordmerk FINAXE & TALENT voor klasse 35 bij het BOIP gedeponeerd. In oktober 2017 is Finext op de hoogte geraakt van het bestaan van Finaxe, naar aanleiding van een vraag van één van haar klanten of Finaxe een nieuwe tak van Finext is. De handelsnaam FINEXT is een niet bestaand woord zonder zelfstandige betekenis. Uitgaande van de Engelse uitspraak van beide handelsnamen, is er een grote mate van auditieve overeenstemming. Het enige klankverschil is de letter 't'. De visuele overeenstemming is minder groot maar biedt onvoldoende tegenwicht. Beide partijen zijn actief in de financiele sector en het kan voorkomen dat partijen dezelfde klanten bedienen. Finaxe handelt daarom in strijd met art. 5 Hnw. Gelet op de bevestiging van Finext dat geen belang bestaat bij beoordeling van de merkenrechtelijke grondslag indien de primaire vorderingen op grond van het handelsnaamrecht zullen worden toegewezen, komt de voorzieningenrechter aan een beoordeling van die grondslag niet toe. Vorderingen toegewezen.

IEF 18133

HR volgt conclusie AG: vernietiging DUNGS-arrest

Hoge Raad 30 nov 2018, IEF 18133; ECLI:NL:HR:2018:2221 (ITT tegen Karl Dungs), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hr-volgt-conclusie-ag-vernietiging-dungs-arrest

HR 30 november 2018, IEF 18133; ECLI:NL:HR:2018:2221 (ITT tegen Karl Dungs) Merkenrecht. Domeinnaamrecht. Zie eerder [IEF 17998]. Karl Dungs, producent van brandersystemen, maakt gebruik van de domeinnaam 'dungs.com' en is houder van Uniewoordmerk DUNGS. Eiser 1 heeft de domeinnaam 'dungs.nl' van een derde gekocht voor zijn toenmalige eenmanszaak op het gebied van meet- en regelapparatuur. De producten met het merk DUNGS werden daar aangeboden. Eiser 1 heeft ITT opgericht en zijn eenmanszaak ingebracht, en de domeinnaam 'dungs.nl' er aan verkocht. De WIPO-geschillenbeslechter heeft overdracht van de domeinnaam aan Karl Dungs bevolen, op de gronden dat de domeinnaam op verwarringwekkende wijze overeenstemt met het merk DUNGS, eiser 1 geen recht of legitiem belang heeft bij de domeinnaam en de domeinnaam te kwader trouw is geregistreerd en gebruikt. Onderdeel 1.1 richt zich tegen het oordeel van het hof dat eisers geen merkenrechtelijke beoordeling van hun vordering wensen. Het hof heeft een onbegrijpelijke uitleg gegeven aan de gedingstukken. Eisers stellen dat het merkenrecht niet ten grondslag ligt aan hun vordering omdat zij niet gerechtigd zijn tot het merk DUNGS. Daaruit volgt niet dat zij wilden dat hun betwisting van het door Karl Dungs op een beweerde merkinbreuk gestoelde verweer buiten beschouwing zou blijven. Onderdeel 1.2 betoogt dat niet kan worden vastgesteld dat Karl Dungs door het aan zich doen overdragen van de domeinnaam onrechtmatig handelt of ongerechtvaardigd wordt verrijkt. Klachten slagen, arrest van het hof wordt vernietigd.

 

IEF 18132

Vorderingen toegewezen, Adidas mag geen kleding/schoenen meer verkopen onder de naam Falcon

Rechtbanken 29 nov 2018, IEF 18132; ECLI:NL:RBAMS:2018:8515 (Dutch Brand House tegen Adidas), http://www.ie-forum.nl/artikelen/vorderingen-toegewezen-adidas-mag-geen-kleding-schoenen-meer-verkopen-onder-de-naam-falcon

Rechtbank Amsterdam 29 november 2018, IEF 18132; ECLI:NL:RBAMS:2018:8515 (Dutch Brand House tegen Adidas) Merkenrecht. Huis & Haard is merkhouder van de woord- en beeldmerken met aanduiding "Falcon", die geregistreerd zijn voor (kunst)lederen producten, kleding, hoofddeksels en sportartikelen. Dutch Brand House heeft met H&H een licentieovereenkomst gesloten. Adidas heeft vanaf 1997 met regelmaat in de Benelux gebruik gemaakt van de aanduiding Falcon voor een aantal van haar schoenen. In september 2018 heeft Adidas een kleding- en schoenenlijn gelanceerd onder de aanduiding Falcon. Adidas betwist dat het gaat om soortgelijke waren, omdat het bij DBH gaat om functionele outdoor- en skikleding en bij Adidas om modieuze sneakers. De kleding van DBH en schoenen van Adidas vallen echter in dezelfde categorie omdat kleding en schoenen in de jurisprudentie worden beoordeeld als verwant op commercieel gebied en dikwijls worden verkocht in dezelfde winkels. Ook gebruiken partijen (deels) dezelfde distributiekanalen voor de verkoop van hun waren. Adidas stelt dat het woordmerk Falcon is verwaterd doordat derden veelvuldig onder deze aanduiding kleding op de markt hebben gebracht en DBH of H&H hier niet heeft tegen opgetreden. Echter moet voor verwatering het merk een soortnaam zijn geworden en daarvan is hier geen sprake. Bovendien kan het relevante publiek denken dat er een economische verbondenheid bestaat tussen partijen, omdat Adidas veelvuldig gebruik maakt van samenwerkingsverbanden. Verwarringsgevaar: inbreuk art. 2.20 lid 1 sub b BVIE. Adidas moet de producten onder een andere naam op de markt brengen. Vorderingen (gedeeltelijk) toegewezen.

IEF 18131

Brigitte Spiegeler en Ernst van Knobelsdorff onder HvJ EU Levola/Smilde

, IEF 18131; http://www.ie-forum.nl/artikelen/brigitte-spiegeler-en-ernst-van-knobelsdorff-onder-hvj-eu-levola-smilde

Brigitte Spiegeler en Ernst van Knobelsdorff onder HvJ EU 13 november 2018; IEF 18098; IEFbe 2790 (Levola/Smilde) Op 13 november 2018 wees het Hof van Justitie van de Europese Unie (‘HvJ EU’) arrest in de zaak van Levola Hengelo B.V. (‘Levola’) tegen Smilde Foods B.V. (‘Smilde’) inzake het al dan niet bestaan van auteursrecht op smaak. Allereerst de feiten. Levola heeft de intellectuele eigendomsrechten op het product “Heksenkaas”, een smeerdip bestaande uit roomkaas en verse kruiden. Het product is in 2007 ontwikkeld. Vanaf 2014 produceert Smilde een vergelijkbaar product:  “Witte Wievenkaas”, dat door een Nederlandse supermarktketen wordt geëxploiteerd. Levola was van mening dat Smilde door de productie en verkoop van het product Witte Wievenkaas inbreuk maakte op haar auteursrechten op de smaak van Heksenkaas. Volgens Levola moet de smaak van Heksenkaas worden gezien als een eigen intellectuele schepping van haar maker en is de smaak van het door Smilde ontwikkelde product Witte Wievenkaas een reproductie van het werk (de smaak) van Levola. Lees verder.

IEF 18128

Jurisprudentielunch Octrooirecht 12 december 2018

Waarom heeft de ABRvS het verzoek van Bayer voor een ABC alsnog toegewezen? Heeft het hof de juiste maatstaf aangelegd bij de toewijzing van de inzagevordering van Dow waarin het onrechtmatig verkrijgen van bedrijfsgeheimen ten grondslag is gelegd? Hoe komt het dat AstraZeneca aan het langste eind trekt na vier procedures en alsnog haar octrooien geldig zijn verklaard? Moet de octrooibescherming van een medicijn dat bestaat uit meerdere werkzame stoffen worden beoordeeld vanuit een oogpunt van de vakman naar de stand van de techniek op de datum van indiening?

Op woensdag 12 december wordt u door Willem Hoyng en Bart van den Broek weer volledig bijgebracht van de actuele en relevante uitspraken betreffende het octrooirecht. Klik hier voor meer details over de jurisprudentielunch.

IEF 18129

Nationaal Reclamerechtcongres 2018

Reclame in een digitale wereld; waar lopen ontwikkelaars tegenaan bij het inpassen van reclame in apps, games en andere virtuele toepassingen? En hoe zit het met privacyregulering bij de inzet van digital marketing? Daarbij worden veel persoonsgegevens gebruikt. Bijvoorbeeld locatiegegevens bij mobile marketing en tracking cookies bij behavioral targeting. Welke regels uit de AVG, Telecommunicatiewet en de toekomstige e-Privacyverordening gelden daarvoor? 

Advocaat Miranda Top-Sarneel en ondernemer Jip Samhoud vertellen hierover op donderdag 13 december tijdens het Nationaal Reclamerechtcongres 2018 in Utrecht

Samengesteld door Ebba Hoogenraad en Willem Leppink.

IEF 18127

Onvoldoende aangetoond dat dierenkliniekoosterhout.nl en dierenkliniek-oosterhout.nl niet naast elkaar mogen bestaan

WIPO 27 nov 2018, IEF 18127; (dierenkliniekoosterhout.nl), http://www.ie-forum.nl/artikelen/onvoldoende-aangetoond-dat-dierenkliniekoosterhout-nl-en-dierenkliniek-oosterhout-nl-niet-naast-elka

WIPO 27 november 2018, IEF 18127; DNL2018-0048 (dierenkliniekoosterhout.nl) Domeinnaamrecht.  Eiser heeft een reeds bestaande dierenkliniek in Oosterhout overgenomen en beroept zich op de handelsnaam "Dierenkliniek Oosterhout". Zijn domeinnaam is www.dierenkliniek-oosterhout.nl. Verweerder heeft ook een dierenkliniek in Oosterhout. Domeinnaam wordt doorgelinkt naar "www.dierenkliniekbroekhuizen.nl". De handelsnaam en domeinnaam stemmen verwarringswekkend overeen, omdat de domeinnaam de handelsnaam omvat. Een verwarrende handelsnaam is alleen onrechtmatig indien bijkomende omstandigheden dat meebrengen. In het onderhavige geschil is geen geval domeinnaamkaping. De vrijwel identieke domeinnamen van partijen worden in de praktijk naast elkaar gebruikt. Geen aanwijzingen dat verweerder tracht te profiteren van de mogelijkerwijs verwarrende overeenstemming tussen de domeinnaam en beschrijvende handelsnaam van eiser. Door het invoeren van de woorden "dierenkliniek" en "Oosterhout" in Google, wordt geconstateerd dat de website van eiser als eerst naar voren komt in de resultaten en daarna die van verweerder. Vordering afgewezen.

IEF 18126

Geen auteursrechtinbreuk door inmiddels aangepaste teksten Briqwise c.s.

Rechtbanken 31 okt 2018, IEF 18126; (Mogelijk c.s. tegen Briqwise c.s.), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-auteursrechtinbreuk-door-inmiddels-aangepaste-teksten-briqwise-c-s

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 31 oktober 2018, IEF 18126 (Mogelijk c.s. tegen Briqwise c.s.) Auteursrecht. Mogelijk is een vastgoedfinancieringsbedrijf, dat - zonder betrokkenheid van een bank - zakelijke hypothecaire financieringen tot stand brengt tussen investeerders en ondernemers. Hiervan is X investeerder en Y ondernemer. Beide hebben toegang tot de digitale portal (afgesloten gedeelte) van Mogelijk c.s. Briqwise houdt zich bezig met het tot stand brengen van zakelijke vastgoedfinancieringen onder hypothecaire zekerheid, rechtstreeks tussen investeerders en ondernemers. X en Y zijn middellijk bestuurders. Mogelijk c.s. is er door één van de compagnons van Briqwise c.s. per e-mail van op de hoogte gebracht dat de onderneming van Briqwise zal worden gelanceerd. Advocaat van Mogelijk c.s. heeft een brief aan Briqwise c.s. gestuurd, waarin staat dat Briqwise c.s. de bedrijfsstructuur, de teksten op de website en delen van algemene voorwaarden van Mogelijk c.s. heeft gekopieerd met behulp van de door X - onder valse voorwendselen - verkregen informatie over Mogelijk c.s. Voor zover er sprake van auteursrechtelijke beschermde werken en voor zover Mogelijk c.s. daarvan de rechthebbende is, geldt dat Mogelijk c.s. erkent dat Briqwise c.s. haar website en algemene voorwaarden inmiddels zo heeft aangepast dat deze niet meer (te veel) op die van haar lijken. Vorderingen afgewezen.

IEF 18125

Johnnie Walker ontbreekt in domeinnaam advertentie Bol.com en is daarmee niet in strijd met RvA

RCC 12 nov 2018, IEF 18125; (Aanbieding Johnnie Walker Red Label Bol.com), http://www.ie-forum.nl/artikelen/johnnie-walker-ontbreekt-in-domeinnaam-advertentie-bol-com-en-is-daarmee-niet-in-strijd-met-rva

Vzr. RCC 12 november 2018, IEF 18125; RB 3254; dossiernr. 2018/00743 (Aanbieding Johnnie Walker Red Label Bol.com) Voorzittersafwijzing. RvA. Domeinnaam. De uiting betreft de aanbieding van Johnnie Walker Red Label whisky op de website van bol.com. De klacht. Bol.com adverteert op haar website met sterk alcoholische drank en faciliteert het proces waarin deze drank kan worden besteld. Op grond van artikel 25 van de code (Reclamecode voor Alcoholhoudende Dranken (RvA) 2014) moet op de website een agecheck actief zijn waarbij de bezoeker zijn geboortedatum ingeeft, aldus klager. Dat is bij de website van bol.com niet het geval. Klager kon sterke drank bestellen zonder ook maar ergens zijn geboortedatum te hoeven invullen. Klager legt ter onderbouwing screenshots over van het bestelproces van vier flessen Johnnie Walker whisky.