IEF 18237

Hof van Beroep Brussel mindert schadevergoeding Alcimex aan Bacardi

25 sep 2018, IEF 18237; 2014/AR/137 (Alcimex tegen Bacardi), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hof-van-beroep-brussel-mindert-schadevergoeding-alcimex-aan-bacardi

Hof van Beroep Brussel 25 september 2018, IEF 18237, IEFbe 2817 (Alcimex tegen Bacardi). Zie ook IEF 13094. Merkenrecht. Hoger beroep. Vernietiging vonnis Rechtbank van Koophandel te Brussel d.d. 2 september 2013. Het hoger beroep is ingesteld door Alcimex, dat volgens Bacardi een inbreuk maakte op haar merkrecht door flessen drank van Bacardi die zonder haar toestemming in de EER zijn ingevoerd te verkopen. Alcimex werd in eerste aanleg werd veroordeeld de inbreukmakende handelingen te staken, schadevergoeding te betalen aan Bacardi en winst af te dragen aan Bacardi. De bij Alcimex in beslag genomen flessen moesten worden vernietigd en Alcimex werd veroordeeld de gedingkosten te betalen. Nu vordert Alcimex vernietiging van dit vonnis. Tegen de inbreukvordering van Bacardi stelt Alcimex dat er sprake is van uitputting. Allereerst beslist het Hof dan over de bewijslast: Alcimex moet bewijzen dat er sprake is van uitputting, terwijl Bacardi zal moeten bewijzen dat er een inbreuk is gemaakt. Het verweer van Alcimex (het beroep op uitputting) wordt door het hof niet aanvaard, waarna het hof gaat kijken naar de door Bacardi gevorderde maatregelen. Dit is allereerst het stopzetten van de inbreukmakende handeling. Het hof wijst deze vordering toe. Daarnaast vordert Bacardi een schadevergoeding bedragende 21.680 euro. De rechtbank wijst deze echter slechts gedeeltelijk toe, tot een hoogte van 12.500 euro. Ook vordert Bacardi winstafdracht. Dit wordt toegewezen tot een bedrag van 179,90 euro. Tot slot vordert Bacardi de kosten van de deskundige en de gerechtsdeurwaarder, vernietiging van de inbreukmakende waar, en publicatie van het arrest. Al deze vorderingen werden toegekend.

IEF 18236

Bijeenkomst Rechtbank Den Haag en IE balie op vrijdag 5 april 2019

, IEF 18236; http://www.ie-forum.nl/artikelen/bijeenkomst-rechtbank-den-haag-en-ie-balie-op-vrijdag-5-april-2019

De IE sectie van de Rechtbank Den Haag en de Vereniging IE Proces Advocaten (VIEPA) nodigen u graag uit voor een bijeenkomst op 5 april 2019 over procederen in IE-zaken bij deze rechtbank. De bijeenkomst is toegankelijk voor advocaten (lidmaatschap VIEPA niet vereist) en is gericht op advocaten die actief zijn op het gebied van het intellectuele eigendomsrecht.

Klik hier voor het programma.

IEF 18235

HvJ: VHB kan afgegeven worden zonder octrooirechtelijk beschermde informatie

HvJ EU 14 feb 2019, IEF 18235; ECLI:EU:C:2019:125 (Staat der Nederlanden tegen Warner-Lambert Company LLC), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-vhb-kan-afgegeven-worden-zonder-octrooirechtelijk-beschermde-informatie

Hof van Justitie 14 februari 2019, IEF 18235, ECLI:EU:C:2019:125 (Staat der Nederlanden tegen Warner-Lambert Company LLC). Octrooirecht. Prejudiciële vragen. Warner-Lambert Company LLC (hierna: WLC) is een bedrijf dat medicijnen ontwikkelt en op de markt brengt. Voordat een medicijn op de markt gebracht mag worden is verkrijging van een vergunning voor het in de handel brengen (hierna: VHB) vereist. Dit VHB wordt uitgegeven door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (hierna: CBG). Tot 2009 hield het CBG er een praktijk op na waarbij het op zijn website de aldus door de houder of aanvrager van de VHB voor een generiek geneesmiddel gezuiverde bijsluiters en samenvattingen van de productkenmerken van generieke geneesmiddelen publiceerde. In de loop van 2009 heeft het CBG deze praktijk laten varen en heeft het beslist stelselmatig alle gegevens over het referentiegeneesmiddel te publiceren, zelfs wanneer de aanvrager meedeelt dat hij bepaalde gegevens achterwege wil laten. Op verzoek weigerde het CBG om bepaalde informatie bij de publicatie weg te laten. Daarop heeft WLC bij de rechtbank Den Haag een vordering ingesteld die in essentie ertoe strekte dat het CBG zou worden gelast zijn praktijk van volledige publicatie van de bijsluiters en de samenvattingen van de kenmerken van generieke producten op haar website te laten varen en te vervangen door bekendmaking van de gezuiverde versie van deze documenten. De rechtbank Den Haag heeft het beroep van WLC toegewezen, waarop De Staat der Nederlanden in hoger beroep is gegaan. In het kader van dit hoger beroep stelt het gerechtshof Den Haag 3 prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie, waarvan het hof de eerste bevestigend beantwoordt. Hierdoor komt het Hof van Justitie niet meer toe aan de laatste twee vragen. De eerste vraag ziet op de uitleg van artikel 11, tweede alinea, van richtlijn 2001/83. De vraag is of de door de aanvrager of houder van een VHB voor een generiek geneesmiddel aan de bevoegde nationale autoriteit gedane mededeling van de bijsluiter of een samenvatting van de productkenmerken van dat geneesmiddel waarin geen melding wordt gemaakt van indicaties of doseringsvormen die nog onder het octrooirecht vielen op het tijdstip waarop het geneesmiddel op de markt werd gebracht, een verzoek tot beperking van de reikwijdte van de VHB voor het generieke geneesmiddel in kwestie vormt. Het hof oordeelt dat het niet melden van indicaties of doseringsvormen inderdaad moet worden gezien als een verzoek tot beperking van de reikwijdte van de VHB.

IEF 18233

Namaak Ray-Bans in facebookgroep zijn merkinbreuk te kwader trouw

Rechtbank Den Haag 30 jan 2019, IEF 18233; ECLI:NL:RBDHA:2019:700 (Luxottica tegen X), http://www.ie-forum.nl/artikelen/namaak-ray-bans-in-facebookgroep-zijn-merkinbreuk-te-kwader-trouw

Rechtbank Den Haag 30 januari 2019, IEF 18233; ECLI:NL:RBDHA:2019:700 (Luxottica tegen X). Merkrecht. Bodemzaak. Eerste aanleg. Luxottica (de onderneming achter o.a. Ray-Ban) vordert dat gedaagde, die volgens Luxottica namaak zonnebrillen verkoopt op facebook, de inbreuk op haar merkrecht moet staken, en daarnaast haar winsten af moet dragen. Aan deze eisen legt Luxottica ten grondslag dat gedaagde zonder toestemming aan het merk identieke tekens heeft gebruikt bij de verkoop van haar producten. Gedaagde voert hierop gemotiveerd verweer, en beroept zich op uitputting: gedaagde stelt de zonnebrillen allen stuk voor stuk bij officiële verkooppunten te hebben gekocht. De rechtbank stelt dat het op de weg van gedaagde ligt om de uitputting te bewijzen. De rechtbank oordeelt dat gedaagde hier niet in is geslaagd. Met betrekking tot de winstafdracht: deze vereist dat een merkinbreuk te kwader trouw is geweest. Het is dus vereist dat de gedaagde zich bewust is geweest van de inbreuk. De rechtbank oordeelt dat dit het geval is nu het gevoerde verweer al bij voorbaat kansloos kan worden geacht. De vorderingen van Luxottica worden dus, met inbegrip van de winstafdracht, toegewezen.

IEF 18234

Rechtbank Den Haag vraagt aanvullende verklaringen aan Stichting Overlegorgaan Blanco Informatiedragers

Rechtbank Den Haag 13 feb 2019, IEF 18234; ECLI:NL:RBDHA:2019:1253 (Stobi cs tegen de Staat), http://www.ie-forum.nl/artikelen/rechtbank-den-haag-vraagt-aanvullende-verklaringen-aan-stichting-overlegorgaan-blanco-informatiedrag

Rechtbank Den Haag 13 februari 2019, IEF 18234; ECLI:NL:RBDHA:2019:1253 (Stobi cs tegen de Staat). Thuiskopievergoeding. Bodemzaak. Tussenuitspraak. Stichting Overlegorgaan Blanco Informatiedragers (hierna te noemen: Stobi cs) behartigt de belangen van alle partijen die geraakt worden door de zogenaamde thuiskopieheffing. In deze hoedanigheid stelt Stobi cs dat individuele eisers en haar eigen achterban teveel vergoeding hebben betaald en daardoor schade hebben geleden. Deze schade is volgens Stobi cs ontstaan naar aanleiding van drie omstandigheden die zij de Staat verwijt, te weten dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen geoorloofde en ongeoorloofde privé-kopieën, dat de heffing enkel is geheven over traditionele blanco dragers, en dat artikel 16c Aw zodanig aangepast had moeten worden dat buiten twijfel had gestaan dat het begrip 'importeur' mede partijen omvat die vanuit het buitenland door middel van (online) verkoop op afstand aan in Nederland gevestigde consumenten heffingsplichtige dragers verkopen.

Met betrekking tot het eerste verwijt betoogt de Staat de de bedragen in de AmvB’s niet daadwerkelijk te hoog zijn vastgesteld, met verwijzing naar het Sman-rapport van 1 november 2016. Strobi cs heeft te kennen gegeven zich onvoldoende over dit rapport te hebben kunnen uitlaten. Strobi cs zal dus nog in de gelegenheid worden gesteld zich over dit rapport uit te laten. Mocht na deze uitlatingen blijken dat de AmvB’s inderdaad te hoog zijn vastgesteld, stelt de rechtbank dat de Staat inderdaad onrechtmatig heeft gehandeld. Met betrekking tot verwijt twee moet Stobi cs bewijzen dat de thuiskopievergoeding zoals deze bepaald was in de AmvB’s daadwerkelijk te hoog was. Tot slot met betrekking tot verwijt 3, oordeelt de rechtbank dat alleen van onjuiste en daarmee onrechtmatige implementatie van de Arl kan worden gesproken, indien de AmvB’s niet richtlijnconform kunnen worden uitgelegd. Dit verwijt treft dus geen doel.

IEF 18232

De apothekersvrijstelling in de ROW (alsnog)

, IEF 18232; http://www.ie-forum.nl/artikelen/de-apothekersvrijstelling-in-de-row-alsnog

Op 1 februari 2019 is de bepaling in de Rijksoctrooiwet (ROW 1995) over de apothekersvrijstelling in werking getreden. In deze bijdrage zal ik eerst de wetsgeschiedenis bespreken, die opvallend is: de apothekersvrijstelling was al in 1986 aangenomen door de Tweede Kamer, terwijl Nederland zich in 1975 al had verbonden om de vrijstelling in te voeren, namelijk bij de ondertekening van het Gemeenschapsoctrooiverdrag waar de bepaling uit afkomstig is. Vervolgens bespreek ik die verdragscontext. Ik rond af met een inhoudelijke analyse van de bepaling.

Wettekst en inwerkingtreding
De apothekersvrijstelling is opgenomen in artikel 53 ROW 1995, derde lid, tweede volzin:

“Het uitsluitend recht strekt zich evenmin uit tot de bereiding voor direct gebruik ten behoeve van individuele gevallen op medisch voorschrift van geneesmiddelen in apotheken, noch tot handelingen betreffende de aldus bereide geneesmiddelen.”

De inwerkingtreding van deze tweede volzin per 1 februari 2019 is gebaseerd op het inwerkingtredingsbesluit van 5 december 2018 (Stb. 2018, nr. 69). Het besluit gaat vergezeld van een (beknopte) nota van toelichting. De bepaling was reeds opgenomen in de oorspronkelijke wettekst van de ROW 1995 (Stb. 1995, nr. 51), en ook in de tekstplaatsing (Stb. 1995, nr. 52). Bij de inwerkingtreding van de ROW 1995 werden echter enkele onderdelen uitgezonderd van de inwerkingtreding per 1 april 1995, waaronder dus de volzin over de apothekersvrijstelling (Stb. 1995, nr. 109).

Lees hier het gehele artikel.

IEF 18231

Weglaten naam en wijzigen maatvoering zijn inbreuk op persoonlijkheidsrechten

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 6 feb 2019, IEF 18231; ECLI:NL:RBZWB:2019:541 (X tegen Kwantum), http://www.ie-forum.nl/artikelen/weglaten-naam-en-wijzigen-maatvoering-zijn-inbreuk-op-persoonlijkheidsrechten

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 6 februari 2019, IEF 18231; ECLI:NL:RBZWB:2019:541 (X tegen Kwantum). Auteursrecht. Bodemzaak. Eiseres heeft voor haar eenmanszaak een kerstkaart ontworpen en biedt deze te koop aan. Kwantum verkoopt zonder toestemming van eiseres ook kerstkaarten met hetzelfde ontwerp. Eiseres stelt dat dit een inbreuk is op haar auteurs- en persoonlijkheidsrechten, en vordert dat de inbreuk wordt gestaakt en aan haar een schadevergoeding wordt toegekend. Kwantum verweert zich door te stellen dat er geen sprake is van een inbreuk op het persoonlijkheidsrecht omdat het niet gangbaar zou zijn de naam van een ontwerper te vermelden wanneer het industriële vormgeving betreft. De rechtbank oordeelt echter dat de naam van de ontwerper wel degelijk vernoemd diende te worden, alsmede dat het wijzigen van het formaat van de kerstkaart een inbreuk vormt op het persoonlijkheidsrecht van de ontwerper. Nu er sprake is van een inbreuk gaat de rechtbank over op het berekenen van de schade. Eiseres stelt dat zij meer dan 40.000 euro schade heeft geleden. De rechtbank oordeelt echter dat er geen objectieve aanknopingspunten bestaan om de schade zo hoog vast te stellen, en veroordeelt Kwantum in het betalen van €3.770,- aan schadevergoeding en het vergoeden van de proceskosten.

IEF 18230

Merkenrechtelijke bescherming, ook al is merk niet zelf bedacht

Rechtbank Rotterdam 30 jan 2019, IEF 18230; ECLI:NL:RBROT:2019:783 (X tegen Y), http://www.ie-forum.nl/artikelen/merkenrechtelijke-bescherming-ook-al-is-merk-niet-zelf-bedacht

Rechtbank Rotterdam 30 januari 2019, IEF 18230; ECLI:NL:RBROT:2019:783 (X tegen Y). Merkenrecht. Handelsnaamrecht. Eerste aanleg. Eiser en gedaagde zijn beiden danser en choreograaf van beroep. Zij hebben beiden deel uitgemaakt van dezelfde dansgroep (genaamd: handelsnaam 1). Deze groep is in 2005 opgericht. In 2010 heeft eiser een onderneming opgericht en geregistreerd bij de KvK (genaamd: handelsnaam 2). Sinds oktober 2016 exploiteert gedaagde een onderneming op het gebeid van dans (genaamd: handelsnaam 3). Eiser is van mening dat handelsnaam 3 inbreuk maakt op zijn merk- en handelsnaamrecht. De rechtbank oordeelt dat het feit dat eiser de naam niet zelf bedacht heeft niet in de weg staat aan een geldig merkdepot. Gedaagde betwist vervolgens niet dat hij de handelsnaam heeft gebruikt, maar stelt dat het gebruik met toestemming was. Dat dit niet het geval is dient nu bewezen te worden door eiser. Dit bewijs zal eiser vandaag (13 februari 2019) proberen te leveren.

IEF 18229

Noot van P.G.F.A. Geerts onder Jägermeister/EUIPO

HvJ EU 5 jul 2018, IEF 18229; (Jägermeister/EUIPO), http://www.ie-forum.nl/artikelen/noot-van-p-g-f-a-geerts-onder-j-germeister-euipo

P.G.F.A. Geerts, Noot onder HvJ EU 5 juli 2018 (Jägermeister/EUIPO); gepubliceerd in IER 2018/46, p. 436-446. Zie eerder IEF 17826.

1. De feiten. Op 17 april 2015 heeft Mast-Jägermeister bij het EUIPO een gemeenschapsmodel aangevraagd. De voortbrengselen waarvoor inschrijving is aangevraagd, zijn “bekers”. Belangrijk om te weten is dat Mast-Jägermeister in de aanvrage afbeeldingen heeft opgenomen waarop niet alleen de bekers te zien zijn, maar ook de bekende Jägermeister-flessen. Helaas beschikken wij niet over de betreffende afbeeldingen. Zij zijn gedurende deze hele procedure als “vertrouwelijk” aangemerkt. De afbeelding hierboven is dus niet meer dan een artist-impression: zo zou een afbeelding in de aanvrage eruit hebben kunnen zien.

Lees hier verder.

IEF 18228

Noot van P.G.F.A. Geerts onder Yoghurt Barn/Yoghurt Farm

13 sep 2017, IEF 18228; (Yoghurt Barn/Yoghurt Farm), http://www.ie-forum.nl/artikelen/noot-van-p-g-f-a-geerts-onder-yoghurt-barn-yoghurt-farm

P.G.F.A. Geerts, Noot onder Rb. Noord-Nederland 13 september 2017 (Yoghurt Barn/Yoghurt Farm); gepubliceerd in IER 2018/43, p. 411-421. Zie eerder IEF 17100.

1. Voor de feiten verwijs ik naar het vonnis. In deze korte noot gaat het mij vooral om een ondergeschikt onderdeel uit het vonnis, te weten de afwijzing van de slaafse nabootsingsvordering. Aan de andere onderdelen uit het vonnis, zoals de (beschrijvende) handelsnaamkwestie, besteed ik geen aandacht. Aan de problematiek rondom beschrijvende handelsnamen hoop ik over niet al te lange tijd in een andere bijdrage aandacht te besteden.


Lees hier verder.

IEF 18227

Inbreukverbod voor verfdispenser afgewezen wegens vermoedelijk gebrek aan inventiviteit

Rechtbank Den Haag 8 feb 2019, IEF 18227; (Fast & Fluid tegen Santint en Sanhua), http://www.ie-forum.nl/artikelen/inbreukverbod-voor-verfdispenser-afgewezen-wegens-vermoedelijk-gebrek-aan-inventiviteit

Rechtbank Den Haag 8 februari 2019, IEF 18227 (Fast & Fluid tegen Santint en Sanhua). Octrooirecht. Kort geding. Vorderingen afgewezen omdat onzeker is of het octrooi in een bodemprocedure geldig wordt bevonden c.q. meer voor de hand ligt dat het octrooi ongeldig zal worden bevonden. Eiser (Fast & Fluid) vordert in kort geding een inbreukverbod, met nevenvorderingen vernietiging van de voorraad, rectificatie en opgave voor de vermeende inbreuk op haar octrooi EP 970 (een zogenaamde ‘valve assembly’). De vermeend inbreukmakers (Santint en Sanhua) verweren zich door te stellen dat er geen sprake kan zijn van een geldig octrooi, nu er niet is voldaan aan de vereiste inventiviteit. De rechtbank gaat mee in dit verweer en is met de verweerder van mening dat het octrooi van eiser, dat ziet op verfdispensers, in een bodemzaak hoogst waarschijnlijk niet zal voldoen aan de vereiste inventiviteit. Dit omdat het in de lijn der verwachting ligt dat zal worden geoordeeld dat voor een gemiddeld vakman (een afgestudeerd werktuigbouwkundig ingenieur dan wel een fysisch of chemisch technoloog) deze oplossing voor de hand lag, mede gezien de stand van de techniek op het moment van de octrooiaanvraag.

IEF 18226

De blinde vlek in het Heksenkaas vs Witte Wievenkaas arrest

, IEF 18226; http://www.ie-forum.nl/artikelen/de-blinde-vlek-in-het-heksenkaas-vs-witte-wievenkaas-arrest
witte wieven heksen

HvJEU is blind voor discriminatieonderzoek

Er is al veel geschreven over het “Heksenkaas”-arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie ("HvJEU") van 13 november 2018 (Levola Hengelo BV tegen Smilde Foods BV).

Behalve tot veel woordgrappen – zie bijvoorbeeld boek9 (Over smaak valt niet te twisten, maar over clichés wel, B915578) – leidde dit arrest van het HvJEU tot nogal wat meer serieuze beschouwingen vanuit juridisch oogpunt. Zoals bijvoorbeeld de commentaren die te lezen waren op IE-Forum van Michaël De Vroey (BakerMcKenzie, Antwerpen, IEF 18106), Brigitte Spiegeler en Ernst van Knobelsdorff (Heffels Spiegeler Advocaten, Den Haag, IEF 18131), en Léon Dijkman (European University Institute, IEF 18121).

Mijn bijdrage aan de discussie over dit arrest gaat over de vraag of de smaak van een voedingsmiddel  op enige verantwoorde manier valt te onderscheiden van een ander soortgelijk voedingsmiddel. Deze ‘hamvraag’ wordt door het HvJEU ontkennend beantwoord. Maar is dat wel terecht?

De kern van het arrest is, zoals bekend mag worden verondersteld, de stelling dat de smaak van een product niet op basis van een copyright kan worden beschermd, “omdat het niet mogelijk is de smaak van een voedingsmiddel nauwkeurig en objectief te identificeren, waardoor die smaak kan worden onderscheiden van de smaak van andere producten van dezelfde aard.”.

Is de consequentie van het arrest louter dat er geen bescherming op basis van een copyright kan ontstaan, of zou er wellicht toch sprake kunnen zijn van het ongeoorloofd kopiëren van een intellectuele schepping (een specifieke receptuur met een door het relevante publiek te herkennen en te onderscheiden smaakbeleving) van de samensteller van het voedingsmiddel?

Lees hier verder.

IEF 18225

Science Fiction & Information Law event in Spui 25

Science fiction en informatierecht hebben meer gemeen dan je op het eerste gezicht zou denken. Auteurs in beide genres zijn gefascineerd door nieuwe technologieën zoals sociale media en kunstmatige intelligentie en de maatschappelijke gevolgen daarvan. Dit heeft het Instituut voor Informatierecht (IViR) er vorig jaar toe gebracht de eerste ‘Science Fiction & Information Law Writing Competition’ uit te schrijven.
 
Zo’n dertig dappere auteurs klommen in de pen en stuurden een verhaal in. Een jury bestaande uit Ryan Calo, Paul Goldstein, Natali Helberger, Bernt Hugenholtz, Joost Poort, Mykola Makhortykh en Wolfgang Schulz heeft de verhalen beoordeeld. Tijdens een feestelijk symposium in Spui 25 op 22 februari zullen de winnende verhalen worden gepresenteerd en vanuit informatierechtelijk perspectief worden besproken.
 
Meer informatie over het symposium en aanmelding via:
http://www.spui25.nl/spui25-en/events/events/2019/02/law-in-the-worlds-of-tomorrow.html

IEF 18220

Rechtbank oordeelt: eigenaar van website is degene die openbaar maakt

Rechtbanken 14 nov 2018, IEF 18220; ECLI:NL:RBDHA:2018:13431 (Fotopersbureau Dijkstra B.V. tegen X), http://www.ie-forum.nl/artikelen/rechtbank-oordeelt-eigenaar-van-website-is-degene-die-openbaar-maakt

Rechtbank Den Haag 14 november 2018, IEF 18220; ECLI:NL:RBDHA:2018:13431 (Fotopersbureau Dijkstra B.V. tegen X). Eiser vordert schadevergoeding vanwege schending auteurs- en persoonlijkheidsrechten door gedaagde. Verweerder stelt dat de voorliggende foto geen werk is in de zin van art. 10 Aw, en dat niet zij maar haar websitebouwer de foto heeft geplaatst. De rechtbank wijst de vordering toe nu er wel degelijk sprake is van EOKPS, maar beperkt de schadevergoeding tot de licentievergoeding. Dat de websitebouwer degene was die de foto plaatste doet hier niet aan af, nu gedaagde als eigenaar van de website degene was die de foto openbaar heeft gemaakt.

IEF 18214

Minister Wiebes acht verruimde 'grace period' in het octrooirecht niet nodig

Minister Wiebes (Economische Zaken en Klimaat) heeft in een brief aan de Tweede Kamer naar aanleiding van vragen van Tweede Kamerlid Veldman laten weten dat hij van mening is dat een (ruimere) grace period in het octrooirecht onwenselijk is. Een grace period vormt een uitzondering op het nieuwheidsvereiste, en kan worden gehanteerd als ‘beperkte grace period’, ‘safety net’, of ‘ruimhartige grace period’. Hoewel minister Wiebes erkende dat een grace period duidelijke voordelen met zich meebrengt (met name het niet verstoren van de snelheid van het innovatieproces, en het bevorderen van samenwerking), wegen deze voordelen volgens hem niet op tegen de nadelen (met name het verstoren van de rechtszekerheid). Lees hier de gehele brief van minister Wiebes.

IEF 18224

Ziggo hoeft gegevens van abonnementhouders niet af te staan aan Dutch Filmworks

Rechtbank Midden-Nederland 8 feb 2019, IEF 18224; ((Dutch Filmworks B.V. tegen Ziggo c.s.) ), http://www.ie-forum.nl/artikelen/ziggo-hoeft-gegevens-van-abonnementhouders-niet-af-te-staan-aan-dutch-filmworks

Rechtbank Midden-Nederland 8 februari 2019, IEF 18224; IT&R 2712 (Dutch Filmworks B.V. tegen Ziggo c.s.) Privacyrecht. Mediarecht. Dutch Filmworks vordert van Ziggo c.s. de (identificerende) gegevens van de abonnementhouders van IP-adressen die gebruikt zijn bij het illegaal uitwisselen van de film 'The Hitman's Bodyguard' via BitTorrent-netwerken. Ziggo c.s. handelt volgens DFW onrechtmatig door deze gegevens niet af te geven. Voor de beantwoording van de vraag onder welke omstandigheden deze gegevens door Ziggo c.s. moeten worden afgegeven wordt door de voorzieningenrechter getoetst aan de hand van het toetsingskader van het arrest Lycos/Pessers. Als uitgangspunt heeft daarbij volgens de voorzieningenrechter te gelden dat degene die via een BitTorrent-netwerk de Film illegaal downloadt onrechtmatig handelt jegens de intellectueel eigendomsgerechtigde. Om effectief te kunnen optreden tegen illegale downloaders heeft DFW in beginsel ook een reëel belang bij het verkrijgen van de gegevens van de houder van de IP-adressen, via welke de Film illegaal gedownload is. DFW heeft ter zitting voldoende aannemelijk gemaakt dat een minder ingrijpende mogelijkheid om de NAW-gegevens te achterhalen niet aan de orde is. De onduidelijkheid wat de abonnementhouders te wachten staat nadat DFW over hun gegevens beschikt maakt dat de belangenafweging alsnog in het nadeel van DFW uitvalt. De vordering tot afgifte wordt om die reden afgewezen.

IEF 18223

Donatie voor oprichting Information Law and Policy Lab

De Faculteit der Rechtsgeleerdheid (Universiteit van Amsterdam) heeft een gift ontvangen voor de oprichting van een Information Law and Policy Lab. Bij het Lab leren geselecteerde masterstudenten in de praktijk hun kennis van het informatierecht in te zetten voor het algemeen belang. Het Lab wordt verbonden aan het IViR, en de activiteiten bouwen voort op het IViR-onderzoek.

Interventie in politieke processen
De studenten zullen onder supervisie van de wetenschappelijk staf van het IViR actief interveniëren in actuele politieke processen en principiële rechtszaken op landelijk en Europees niveau. Daarbij staat de missie van het Instituut centraal: ‘to further the development of information law into a balanced framework that accommodates the needs and interests of the information society’. Het IViR Lab staat onder leiding van directeur Stef van Gompel en Executive Director Ot van Daalen.

Lees hier verder.

IEF 18219

Rechtbank veroordeelt Nolte c.s. tot verbod gebruik inbreukmakend merk in kort geding

Rechtbanken 5 feb 2019, IEF 18219; ECLI:NL:RBDHA:2019:933 (Arpa tegen Nolte c.s.), http://www.ie-forum.nl/artikelen/rechtbank-veroordeelt-nolte-c-s-tot-verbod-gebruik-inbreukmakend-merk-in-kort-geding

Rechtbank Den Haag 5 februari 2019, IEF 18219; ECLI:NL:RBDHA:2019:930 (Arpa tegen Nolte c.s.). Merkenrecht. Arpa is een Italiaanse ontwerper en fabrikant van interieurmaterialen die onder meer worden gebruikt voor keukenbladen en keukenfronten. Arpa heeft o.a. het woordmerk FENIX en een daarbij behorend beeldmerk. Nolte c.s. is een internationale producent van keukens die onder de naam PHOENIX nieuw oppervlaktemateriaal heeft geïntroduceerd. In een kort geding vordert Arpa dat de rechtbank Den Haag Nolte c.s. verbiedt om de vermeende merkinbreuk voort te zetten. Nolte verweert zich door te stellen dat er geen sprake is van een gebruik van een merk, maar van een productaanduiding. De rechtbank oordeelt echter dat er wel degelijk sprake is van gebruik van een merk en overweegt vervolgens dat dit merk ook overeenstemt met het merk van Arpa, en aldus een inbreuk maakt op het merkenrecht van Arpa. Tot slot weegt de rechtbank de belangen van beide partijen af (enerzijds de aard van het kort geding en de ingrijpendheid van een veroordeling, anderzijds de te vrezen schade van Arpa als de inbreuk wordt voortgezet), en concludeert dat het gevorderde, een verbod voor de gehele Europese Unie, dient te worden toegewezen. Dit mede omdat Nolte c.s. bekend was met de merken van Arpa, en de schade zodoende over zichzelf heeft afgeroepen.

IEF 18222

The Fipe - evenement dinsdag 12 februari

Reserveer snel je plaats voor de volgende bijeenkomst van The Fipe op dinsdag 12 februari met een lezing van Vivienne Van Eijkelenborg. Deze zakenvrouw van het jaar 2016 is ook wel bekend als de fopspenenfee en maakte van een klein familiebedrijf een internationale miljoenenonderneming. Komende dinsdag  gaan we met haar in gesprek over lef & ondernemerschap.
Na afloop is er een netwerkborrel. Mis dit event niet en schrijf je nu in via hi@thefipe.nl

 

Programma
15.30-15.45 Inloop
15.45-16.00 Opening met Kriek Willen (Van Doorne) en Vivien Rorsch (The FIPE)
16.00-17.00 Vivienne van Eijkelenborg (Difrax)
17.00-18.00 Netwerkborrel

 

Locatie: Van Doorne
Jachthavenweg 121 Amsterdam
Routebeschrijving in de bijlage
 

Het aantal plaatsen is helaas beperkt. Snel inschrijven is de boodschap.

IEF 18218

Erven Salvador Dalí willen maskers uit La casa de papel verbieden

De Volkskrant 29 januari 2019, Bas Kist.

De maskers uit de Netflix-serie La casa de papel vliegen wereldwijd de toonbanken over. Tot ergernis van Spaanse kunstenaar Salvador Dali’s erfgenamen. Zij willen de maskers verbieden.

De Gala-Salvador Dalí Foundation, de organisatie die de nalatenschap van de kunstenaar Salvador Dalí beheert, is de strijd aangegaan met de makers van de populaire Netflix-serie La casa de papel. Volgens de Dalí Foundation maakt de serie inbreuk op de portretrechten van de in 1989 overleden Spaanse kunstenaar. De bankrovers die in de serie de Koninklijke Munt van Spanje binnendringen om zelf bankbiljetten te drukken, maken bij hun overval veelvuldig gebruik van maskers die, met hun hangende snor en uitpuilende ogen, duidelijk zijn afgeleid van het uiterlijk van Dalí.