Modellenrecht

IEF 19387

Inbreuk op modelrecht plantenpot

Rechtbank Den Haag 21 aug 2020, IEF 19387; ECLI:NL:RBDHA:2020:8435 (Gartneriet Lundager tegen Ovata), http://www.ie-forum.nl/artikelen/inbreuk-op-modelrecht-plantenpot

Vzr. Rechtbank Den Haag 21 augustus 2020, IEF 19387; ECLI:NL:RBDHA:2020:8435 (Gartneriet Lundager tegen Ovata) Kort geding. Modellenrecht. Gartneriet brengt in 2017 de Lundager Pot op de markt. Dit model wordt op 18 januari 2018 geregistreerd als Gemeenschapsmodel. Gartneriet stelt dat Ovata met de Porto Pot inbreuk maakt op haar modelrecht dan wel auteursrecht op de Lundager Pot en vordert staking van het inbreukmakend handelen door Ovata. Ovata verweert zich door middel van een nietigheidsverweer. Het Lundager Model zou nietig zijn, omdat het eigen karakter ontbreekt. Vergeleken met het meest nabije vormgevingserfgoed wekt het Lundager Model bij de geïnformeerde gebruiker een andere algemene indruk. Daarnaast geeft het Lundager Model niet enkel uiting aan een vigerende stijl of trend, want uit het vormgevingserfgoed kan niet worden afgeleid dat een dergelijke stijl reeds bestond. Derhalve is het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter dat het Lundager Model geldig is. Wat betreft de door Gartneriet gestelde inbreuk is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat de Porto Pot inbreuk maakt op het Lundager Model. De afstand tussen het vormgevingserfgoed en het Lundager model is groter dan de afstand tussen de Porto Pot en het Lundager Model. Daarnaast wekt de Porto Pot bij de geïnformeerde gebruiker geen andere algemene indruk dan het Lundager Model. Het stakingsbevel wordt toegewezen voor de gehele Europese Unie.

IEF 19353

Bescherming via patenten, merken en modellen eenvoudig uitgelegd via webinars

Den Haag, 29 juli 2020 – De wereld van patenten (ook wel octrooien genoemd ) en merk- en modelbescherming kan ingewikkeld overkomen. Toch wil je als innovatieve ondernemer op de hoogte blijven van de mogelijkheden, zodat je de juiste keuzes maakt om jouw innovatie optimaal te laten renderen. In een reeks van zes webinars over strategisch omgaan met intellectuele eigendom worden daarom de belangrijkste vraagstukken eenvoudig uitgelegd. 

Vanaf vandaag is het mogelijk om je aan te melden voor het eerste webinar “Aan de slag met octrooien’, dat georganiseerd wordt op donderdag 27 augustus 2020. In dit webinar, waaraan kosteloos kan worden deelgenomen, gaat octrooigemachtigde Henri van Kalkeren van V.O. Patents & Trademarks in op de belangrijkste aandachtspunten met betrekking tot octrooien. 

U komt te weten wanneer u kiest voor octrooiering of geheimhouding en hoe u uw innovatie beter kunt laat renderen middels een octrooi. Ook gaat hij in op meer praktische zaken zoals de vereisten voor een octrooiaanvraag,  het proces en de kosten die hierbij komen kijken. 

Tijdens de uitzending is er ook de mogelijkheid tot het insturen van vragen via de live chat. Een team van octrooigemachtigden met kennis van verschillende sectoren zit klaar om alle vragen te beantwoorden. 

Op dinsdag 29 september 2020 volgt het tweede webinar, met als onderwerp merk- en modelbescherming. Hierna volgt om de vier weken een nieuw onderwerp over strategisch omgaan met intellectuele eigendom. Aanmelden kan via de website van V.O. Patents & Trademarks.

Zie hier een filmpje voor meer informatie.

IEF 19347

Eindbeslissing EUIPO in Nomenta tegen Nikki

EUIPO - OHIM 14 nov 2019, IEF 19347; (Nomenta tegen Nikki), http://www.ie-forum.nl/artikelen/eindbeslissing-euipo-in-nomenta-tegen-nikki

EUIPO 14 november 2019, IEF 19347, IEFbe 3112; 106284, 106283, 105019, 106282 (Nomenta tegen Nikki) Modellenrecht. Op 14 november 2019 heeft het EUIPO vier separate beslissingen genomen, maar met dezelfde inhoud. Het gaat om een eindbeslissing, want Nomenta is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep. Nikki.Amsterdam BV heeft bij het EUIPO een vordering ingediend tot nietigverklaring voor een viervoudig Internationaal model met bescherming in de EU van Nomenta Technologies (Guangzhou) (Nomenta GZ). Op 14 november 2019 heeft het EUIPO geoordeeld dat het viervoudige model nietig is in de EU op grond van art. 25 (1)(b) Gemeenschapsmodellenverordening (GMoVo) jo. art. 5 en art. 6 GMoVo. Nomenta heeft tegen deze beslissing hoger beroep ingesteld, maar het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard waardoor de besluiten van het EUIPO van kracht blijven. Een model wordt door de GMoVo door het modelrecht beschermd, indien het model ‘nieuw’ is (art. 5 GMoVo) en een ‘eigen karakter’ heeft (art. 6 GMoVo). In de nietigheidsprocedure heeft Nikki.Amsterdam gesteld (en bewezen) dat het viervoudige model van Nomenta niet voor modelrechtelijke bescherming in aanmerking komt, omdat er eerder modellen aan het publiek beschikbaar zijn gesteld die geen andere algemene indruk bij de geïnformeerde gebruikers wekken. Nikki.Amsterdam voert aan dat de door haar op de markt gebrachte ‘The.Lampion’ geen andere algemene indruk wekt dan het viervoudige model van Nomenta. Het model van Nomenta GZ is geregistreerd op 6 november 2017. Tussen 2 maart 2017 en 6 april 2017 heeft Nikki.Amsterdam diverse foto’s gepubliceerd van ‘The.Lampion’ op haar Facebook- en Instagram account. Het EUIPO komt tot de conclusie dat het model van Nomenta GZ geen andere algemene indruk wekt dan het eerdere model ‘The.Lampion’. De beperkte verschillen tussen de twee modellen, namelijk de lijnen van het decoratieve oppervlak (licht golvend versus recht) en de handvatten (eenvoudig versus gedecoreerd met een bout) zijn onvoldoende om van uiteenlopende algemene indrukken te spreken. Het model van Nomenta GZ heeft kenmerken van het eerdere model ‘The.Lampion’ die willekeurig zijn gekozen, en die niet onderhevig zijn aan een technische noodzaak die Nomenta GZ verplicht een bepaalde grootte en vorm aan te nemen. Op grond van het bovenstaande komt het EUIPO tot de conclusie dat bij het model van Nomenta GZ het eigen karakter in de zin van art. 6 GMoVo ontbreekt en dus wordt de vordering van Nikki.Amsterdam tot nietigheidsverklaring toegewezen. Nomenta GZ wordt als de verliezende partij veroordeeld in de kosten van de procedure.

IEF 19326

Geen model- of auteursrechtbescherming voor de Livorno stoel

Rechtbank Oost-Brabant 13 jul 2020, IEF 19326; ECLI:NL:RBOBR:2020:3525 (Homefashion Group tegen Maison du Monde), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-model-of-auteursrechtbescherming-voor-de-livorno-stoel

Vzr. Rechtbank Oost-Brabant 13 juli 2020, IEF 19326; ECLI:NL:RBOBR:2020:3525 (Homefashion Group tegen Maison du Monde) Kort geding. Auteursrecht. Modelrecht. Homefashion Group (HFG) spreekt Maison du Monde (MDM) aan voor inbreuk op haar Beneluxmodelrecht en auteursrecht op de Livorno stoel. De Livorno stoel voldoet niet aan het nieuwheidsvereiste van artikel 3.1 jo 3.3 lid 1 BVIE. Er zijn immers identieke modellen die voor het publiek beschikbaar zijn gesteld voor 13 november 2018 (datum depot Livorno stoel). De prior art - de Gispen en de Tati - bevatten alle door HFG aangevoerde kenmerkende elementen. Derhalve geniet de Livorno stoel geen modelrechtelijke bescherming. Nu de Livorno stoel ook geen eigen oorspronkelijk karakter en persoonlijk stempel van de maker bezit, is er ook geen sprake van auteursrechtelijke bescherming. Tot slot is er geen sprake van slaafse nabootsing, want de Livorno stoel zal geen andere totaalindruk wekken dan het vormgevingserfgoed. Alle vorderingen worden afgewezen: er is noch sprake van modelrechtinbreuk, noch van auteursrechtinbreuk, noch van slaafse nabootsing.

IEF 19270

Geen herziening beslissing kamer van beroep EUIPO door Gerecht EU

Gerecht EU (voorheen GvEA) 10 jun 2020, IEF 19270; ECLI:EU:T:2020:255 (L. Oliva Torras tegen EUIPO en Mecánica del Frío), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-herziening-beslissing-kamer-van-beroep-euipo-door-gerecht-eu

Gerecht EU (Negende kamer) 10 juni 2020, IEF 19270, IEFbe 3085; ECLI:EU:T:2020:255 (L. Oliva Torras tegen EUIPO en Mecánica del Frío) Interveniënte heeft op 10 april 2013 bij het EUIPO een aanvraag tot inschrijving van een Gemeenschapsmodel ingediend. Het gaat om een type koppeling dat wordt gebruikt om koel- en klimaatregelingsapparatuur met een motorvoertuig te verbinden en wordt op 10 april 2013 ingeschreven en op 22 april 2013 gepubliceerd. Verzoekster doet een aanvraag tot inschrijving van een Gemeenschapsmodel op 22 augustus 2014. Dit Gemeenschapsmodel (hierna: litigieuze model) wordt ingeschreven op 22 augustus 2014 en gepubliceerd op 26 augustus 2014. Dit laatste model is in 2014 nietig verklaard - na een vordering tot nietigverklaring van interveniënte - wegens het ontbreken van nieuwheid en eigen karakter. In 2016 heeft verzoekster nietigheid van het litigieuze model ingediend. Deze vordering werd afgewezen door de nietigheidsafdeling, omdat het enige model daarvan de eerdere beschikbaarstelling voor het publiek was aangetoond, niet kon afdoen aan de nieuwheid en het eigen karakter van het litigieuze model. Hiertegen stelt verzoekster beroep in bij de kamer van beroep van het EUIPO. De kamer van beroep verwerpt het beroep, waarop de zaak bij het Gerecht komt.

IEF 19264

Inbreuk op modelrecht barbecuestandaard

Rechtbank Den Haag 10 jun 2020, IEF 19264; ECLI:NL:RBDHA:2020:5138 (Global tegen Outtrade), http://www.ie-forum.nl/artikelen/inbreuk-op-modelrecht-barbecuestandaard

Rechtbank Den Haag 10 juni 2020, IEF 19264; ECLI:NL:RBDHA:2020:5138 (Global tegen Outtrade) Zowel Global en Outtrade zijn ondernemingen in de handel in consumentengoederen. Global heeft een standaard voor een kamado - keramische barbecue - ontwikkeld en laten uitwerken door freelance ontwerper Carana, die de intellectuele eigendomsrechten op de standaard aan Global heeft overgedragen. Global heeft de standaard voor het eerst in mei 2016 (via Xenos) aan het publiek ter beschikking gesteld en op 22 december 2016, binnen de in artikel 7 lid 2 GModVo4 bedoelde respijttermijn, heeft zij het uiterlijk van de standaard als Gemeenschapsmodel laten registreren. Outtrade brengt ook een barbecuestandaard op de markt. Global stelt onder meer dat Outtrade met deze standaard inbreuk maakt op haar (niet-geregistreerde) Gemeenschapsmodelrechten en auteursrechten. Het beroep op modelrechtinbreuk slaagt, aan de bespreking van de (meer) subsidiaire grondslagen in conventie - auteursrechtinbreuk en slaafse nabootsing - wordt niet toegekomen. Zowel het niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel als het ingeschreven Gemeenschapsmodel zijn rechtsgeldig.

IEF 19250

Inbreuk op modelrecht afwasborstel

Rechtbank Den Haag 3 jun 2020, IEF 19250; ECLI:NL:RBDHA:2020:4863 (Casa Vigar tegen Edco), http://www.ie-forum.nl/artikelen/inbreuk-op-modelrecht-afwasborstel

Rechtbank Den Haag 3 juni 2020, IEF 19250, ECLI:NL:RBDHA:2020:4863 (Casa Vigar tegen Edco)
Casa Vigar stelt dat Edco met de verhandeling van Edco-afwasborstels inbreuk heeft gemaakt op de modelrechten op haar afwasborstels (hierna: de modellen). In reconventie vordert Edco nietigheid van de modellen van Casa Vigar. Er wordt geoordeeld dat de modellen zowel aan het nieuwheidscriterium voldoen als een eigen karakter hebben. Derhalve rust er op de modellen wel een geldig modelrecht.

IEF 19172

Prejudiciële vragen Ferrari-zaak

Duitse Gerechten 4 mrt 2020, IEF 19172; (Ferrari), http://www.ie-forum.nl/artikelen/prejudici-le-vragen-ferrari-zaak

Bundesgerichtshof 30 januari 2020, IEF 19172, IEFbe 3069; C-123/20 (Ferrari) Ferrari is producent van race- en sportauto’s. Haar topproduct op dit moment is de Ferrari FXX K, die slechts in een zeer geringe oplage werd geproduceerd en alleen voor ritten op circuits is bestemd; een gebruik op de openbare weg is niet toegestaan. Mansory Design & Holding vervaardigt montagestukken voor voertuigen van Ferrari. Sinds 2016 verkoopt zij onderdelen in het kader van tuning-kits („body-kits”) voor de Ferrari 488 GTB met de benaming „4XX”. Met de tuning-kits kan de straatuitvoering Ferrari 488 GTB worden veranderd, die sinds 2015 in een niet-gelimiteerde oplage wordt aangeboden. Door middel van deze tuning-kits lijkt de Ferrari 288 GTB op de zeldzame Ferrari FXX K. Ferrari stelt dat Masory Design & Holding met hun aanbod van kits inbreuk maken op een niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel van verzoekster.

Aan het HvJ EU worden ter uitlegging van artikel 11, lid 1 en lid 2, eerste zin, alsmede van artikel 4, lid 2, onder b), en artikel 6, lid 1, onder a), van verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende Gemeenschapsmodellen (PB L 3 van 5 januari 2002) de volgende prejudiciële vragen gesteld: