Modellenrecht

IEF 18542

Prejudiciële vragen over driedimensionaal merk

Overig 19 mrt 2019, IEF 18542; (Gömböc tegen het Bureau voor IE), http://www.ie-forum.nl/artikelen/prejudici-le-vragen-over-driedimensionaal-merk

Kúria (Hongarije) 19 maart 2019, IEF 18542; IEFbe 2905 C-237/19 (Gömböc tegen het Bureau voor IE) Via MinBuza. Inschrijving merk. Merkenrecht. Gömböc heeft bij het Bureau voor IE in Hongarije een aanvraag ingediend voor inschrijving van een driedimensionaal teken als merk voor siervoorwerpen en siervoorwerpen uit glas of keramiek en speelgoederen. Het Bureau heeft deze aanvraag op basis van een weigeringsgrond in de Hongaarse Merkenwet afgewezen. Het Bureau stelt dat siervoorwerpen worden uitgesloten van merkregistratie als de tekens uitsluitend bestaan uit een vorm die een wezenlijke waarde aan de waar geeft, en de Gömböc ontleent zijn opvallende verschijningsvorm niet aan de vorm, maar aan het ontwerp.

IEF 18538

Terechte ongeldigheid modelregistratie waterballonvuller Tinnus

EUIPO - OHIM 12 jun 2019, IEF 18538; (Tinnus Enterprises tegen Mystic Products en Koopman International ), http://www.ie-forum.nl/artikelen/terechte-ongeldigheid-modelregistratie-waterballonvuller-tinnus

EUIPO Board of Appeal 2 juni 2019, IEF 18538, IEFbe 2904; R1002/2018-3 (Tinnus Enterprises tegen Mystic Products en Koopman International) Bevestigd wordt dat de Invalidity Division terecht de ongeldigheid heeft uitgesproken van de modelregistratie van Tinnus voor een waterballonvuller (fluid distribution equipment), omdat alle kenmerken van het model uitsluitend door de technische functie zijn bepaald. De DOCERAM-uitspraak van het HvJ EU wordt toegepast [IEF 17542 en zie ook IEF 17701 en IEF 18001] waarin de ‘multiplicity of forms’ theorie is afgewezen en bevestigt dat het bestaan van technische alternatieven niet betekent dat het model niet technisch is bepaald.

IEF 18532

Inbreuk Unierechten door verhandelen nep-artikelen

Rechtbank Den Haag 12 jun 2019, IEF 18532; ECLI:NL:RBDHA:2019:5988 (Popsockets tegen VOF), http://www.ie-forum.nl/artikelen/inbreuk-unierechten-door-verhandelen-nep-artikelen

Rechtbank Den Haag 12 juni 2019, IEF 18532, RB 3324; ECLI:NL:RBDHA:2019:5988 (PopSockets tegen VOF) Merkenrecht. Modellenrecht. Inbreuk. PopSockets verkoopt een button en houder in een combi-pack dat achterop een mobiele telefoon of een ander elektronisch apparaat kan worden aangebracht en is houder van de merken en het model. De VOF exploiteert een groot- en detailhandel in partijgoederen en verkoopt deze goederen via internet en op markten. De VOF plaatst op Facebook en Marktplaats advertenties waarin zij namaak Popsockets te koop aanbiedt. VOF heeft inbreuk heeft gemaakt op de Uniemerken.

IEF 18529

Geen auteursrechtinbreuk kattenkrabpaal

Rechtbank Den Haag 22 mei 2019, IEF 18529; ECLI:NL:RBDHA:2019:5188 (Petsbelle tegen EBI), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-auteursrechtinbreuk-kattenkrabpaal

Vzr. Rechtbank Den Haag 22 mei 2019, IEF 18529; ECLI:NL:RBDHA:2019:5188 (Petsbelle tegen EBI) Auteursrecht. Modelrecht. Petsbelle ontwerpt en verhandelt kattenkrabpalen. EBI houdt zich onder meer bezig met de im- en export van dierenbenodigdheden. EBI heeft een bepaald model kattenkrabpaal op de markt gebracht. Petsbelle vordert iedere inbreuk van zowel auteursrechten als gemeenschapsmodelrechten van Petsbelle te staken en gestaakt te houden, alsmede iedere slaafse nabootsing van de krabpalen te staken. Het lukt Petsbelle niet om de inbreuken aan te tonen. Openbaarmaking van geregistreerd gemeenschapsmodel langer dan één jaar voor aanvraag levert geen nieuwheid op. Ten aanzien van niet-geregistreerde model- en auteursrechten is het houderschap onvoldoende onderbouwd gelet op het reeds voor dagvaarding bekende verweer dat de kattenkrabpalen zijn ontworpen in dienstverband van gedaagde. Er is geen inbreuk op de overige rechten want de algemene- en totaalindruk wijken voldoende af in verhouding tot het verschil van de betreffende krabpaal en het vormgevingserfgoed daarvan. Beroep op slaafse nabootsing is afgewezen.

IEF 18528

Middelen Visi/One tegen nietigheid ongegrond

Gerecht EU (voorheen GvEA) 13 jun 2019, IEF 18528; ECLI:EU:T:2019:417 (Visi/One tegen EUIPO), http://www.ie-forum.nl/artikelen/middelen-visi-one-tegen-nietigheid-ongegrond

Gerecht EU 13 juni 2019, IEF 18528, IEFbe 2900; ECLI:EU:T:2019:417 (Visi/one tegen EUIPO) Modellenrecht. Visi/one GmbH heeft bij het EUIPO de inschrijving aangevraagd en verkregen van het litigieus model. Dit model wordt gebruikt voor onder andere informatieschermen en reclameborden voor voertuigen. EasyFix GmbH voerde een vordering tot nietigverklaring van het ligitieuze model in, omdat het niet nieuw zou zijn en geen eigen karakter zou hebben. Visi/ OneGmbH stelt tegen de beslissing op de nietigheid beroep in bij het EUIPO en voert vier middelen aan: 1) onjuiste beoordeling van het bewijsmateriaal inzake de openbaarmaking van een „ouder model”, in strijd met artikel 7, lid 1, van verordening nr. 6/2002; 2) schending van het in artikel 62, tweede volzin, van deze verordening neergelegde recht om te worden gehoord; 3) schending van de in artikel 62, eerste volzin, van die verordening neergelegde motiveringsplicht, en 4) onjuiste beoordeling van het eigen karakter van het litigieuze model, in strijd met artikel 6 en 25, lid 1, onder b), van die verordening. Alle middelen zijn ongegrond verklaard.

IEF 18510

Passat kan vernietiging op grond van Vo 608/2013 niet voorkomen

Rechtbank Rotterdam 4 jun 2019, IEF 18510; (Passat tegen Philips), http://www.ie-forum.nl/artikelen/passat-kan-vernietiging-op-grond-van-vo-608-2013-niet-voorkomen

Vzr. Rechtbank Rotterdam 4 juni 2019, IEF 18510 (Passat tegen Philips) Douane IE Handhavingsverordening. IE-recht. Inbreuk. Passat is een Franse onderneming en levert consumentengoederen, waaronder scheerapparaten en opzetkammen onder de naam MicroTouch. Philips heeft de Douane van Rotterdam verzocht een partij door Passat ingevoerde MicroTouch producten te doen vernietigen wegens inbreuk op haar modelrechten met betrekking tot de vormgeving van het OneBlade scheerapparaat, zulks op grond van de vereenvoudigde procedure van art. 23 van Vo 608/2013. Passat heeft in die procedure niet tijdig bezwaar aangetekend tegen de vernietiging, waarna de Douane de producten heeft vrijgegeven voor vernietiging. De voorzieningenrechter oordeelt dat vernietiging alleen nog zou kunnen worden tegengehouden in uitzonderlijke omstandigheden waarin Philips misbruik zou maken van haar op grond van Vo 608/2013 verkregen bevoegdheid. Daarvan is geen sprake. De werking van Vo 608/2013 laat geen ruimte voor inhoudelijke discussie over inbreuk indien de vereenvoudigde procedure tot vernietiging eenmaal is afgerond.

IEF 18486

Duidelijke inbreuk op geldig model aardappelfriet

Hof Den Haag 21 mei 2019, IEF 18486; ECLI:NL:GHDHA:2019:1323 (McCain tegen Simplot), http://www.ie-forum.nl/artikelen/duidelijke-inbreuk-op-geldig-model-aardappelfriet

Hof Den Haag 21 mei 2019, IEF 18486; ECLI:NL:GHDHA:2019:1323 (McCain tegen Simplot) Modellenrecht. Hoger beroep tussen twee Nederlandse McCain-vennootschappen en het Amerikaanse J.R. Simplot Company over vorm aardappelfriet. In eerste aanleg had de voorzieningenrechter onder meer een EU-verbod opgelegd, omdat volgens hem sprake was van een duidelijke inbreuk op het model van Simplot [IEF 17095]. De voorzieningenrechter overwoog in het kader van de belangenafweging dat sprake was van een duidelijke inbreuk op een model waarvan McCain op de hoogte was, en McCain de risico’s daarom over zichzelf had afgeroepen. Het hof komt tot oordeel dat sprake is van een duidelijke inbreuk op een geldig model en bekrachtigt het vonnis. Voor het opleggen van een verbod is niet nodig dat Simplot zelf op de EU-markt actief is of dat McCain op de hoogte is van het model. Na afweging van de wederzijdse belangen is geen reden om af te zien van oplegging van een verbod en er is geen sprake van misbruik van bevoegdheid.

IEF 18448

Conclusie AG: criteria modellenbescherming niet toepassen op auteursrechtelijke bescherming

HvJ EU 2 mei 2019, IEF 18448; (Cofemel tegen G-Star Raw CV), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-ag-criteria-modellenbescherming-niet-toepassen-op-auteursrechtelijke-bescherming

Conclusie AG 2 mei 2019, IEF 18448, IEFbe 2878; ECLI:EU:C:2019:363 (Cofemel tegen G-Star Raw CV) Auteursrecht. Modellenrecht. G-Star stelde dat verzoekster inbreuk maakte op zijn auteursrecht door o.a. identieke kledingstukken. Cofemel bracht in dat de kledingstukken geen ‘artistieke creaties in juridische zin’ zijn, aangezien ze niet oorspronkelijk zijn en niet bekend is aan wie de desbetreffende auteursrechten toebehoren.
In tweede aanleg kwamen rechters tot de conclusie dat de broeken van het model ARC en het grafisch ontwerp van het model ROWDY auteursrechtelijk moeten worden beschermd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 2(1)i van het Portugees wetboek van auteursrechten en de naburige rechten (hierna: CDADC). Gelet op de vernieuwende aard en oorspronkelijkheid ervan, evenals hun esthetische waarde, die vrucht is van de intellectuele schepping door de auteur ervan. Verzoekster Cofemel stelde cassatieberoep in bij de verwijzende rechter [IEF 17471].