Rechtbank Noord-Holland 27 nov 2025, IEF 23297; ECLI:NL:RBNHO:2025:15858 (PERFECT HYGIENE GMBH tegen CONTINENTAL SUPPLY CO B.V.), https://www.ie-forum.nl/artikelen/perfect-hygiene-continental-supply-co-afwijzing-kort-geding-wegens-onduidelijke-grondslag-merkinbreuk-en-onrechtmatige-daad
Rb Noord-Holland 27 november 2025, IEF 23297; ECLI:NL:RBNHO:2025:15858 (PERFECT HYGIENE GMBH tegen CONTINENTAL SUPPLY CO B.V.). Perfect Hygiene GmbH is exclusief distributeur van onder meer natte doekjes onder het merk Sleepy, geproduceerd door het Turkse [bedrijf], dat zowel voor EER- als niet-EER-markten levert. Perfect Hygiene heeft een volmacht van [bedrijf] om de Sleepy-producten in onder meer Nederland te importeren, distribueren en de rechten en belangen rond die producten te behartigen. Continental Supply Co B.V. is groothandel en levert onder meer Sleepy-producten aan supermarkten en groothandels. De advocaat van Perfect Hygiene trof bij Basis Groothandel Sleepy-doekjes aan die volgens de etikettering bestemd waren voor markten buiten de EER; Basis verklaarde dat deze via Continental waren betrokken. Perfect Hygiene sommeerde vervolgens zowel Continental als Basis tot staking en vorderde in kort geding onder meer een verbod op invoer en verkoop binnen de EER van Sleepy-producten die niet voor de EER bestemd zijn, op straffe van dwangsommen, een uitgebreide rekening- en verantwoordingsplicht (afnemersgegevens, aantallen verhandelde en voorradige producten) en overdracht/afgifte van nog aanwezige voorraad ter vernietiging of verdere bewaring, alsmede proceskosten ex art. 1019 Rv. Aanvankelijk baseerde Perfect Hygiene haar vorderingen op merkinbreuk op grond van art. 9 lid 2 sub a UMVo. Nadat Continental had gewezen op de tegen de Sleepy-merkaanvraag ingestelde opposities, waarvan er één is geslaagd en één nog aanhangig is, wijzigde Perfect Hygiene de grondslag naar onrechtmatige daad. Zij voerde onder meer aan dat het zonder toestemming invoeren en verkopen van niet-EER-producten leidt tot verlies van overzicht over distributiestromen, risico’s bij eventuele product recalls, mogelijke productaansprakelijkheid en aantasting van de integriteit en presentatie van de producten. Daarnaast stelde zij dat, indien de opposities niet zouden slagen, het merkrecht met terugwerkende kracht bescherming zou bieden. Continental voerde onder meer aan dat de eis en grondslagen onduidelijk en wisselend waren (onduidelijk namens wie precies werd opgetreden en of nog een merkenrechtelijke basis werd gehandhaafd), dat van merkinbreuk geen sprake kon zijn wegens het ontbreken van een geldige merkinschrijving, en dat de vereisten van onrechtmatige daad onvoldoende waren gesteld en onderbouwd.