IMPRESS: geen onderscheidend vermogen voor cosmetica
Gerecht 11 maart 2026, IEF 23337; ECLI:EU:T:2026:185 (Kiss Nail Products, Inc. tegen EUIPO). Deze zaak betreft een beroep van Kiss Nail Products, Inc. tegen een beslissing van de Vijfde Kamer van Beroep van het EUIPO, die had geweigerd het woordmerk IMPRESS als Uniemerk in te schrijven voor uiteenlopende cosmetische producten (make‑up, huid-, oog‑ en nagelverzorgingsproducten, kunst‑ en plak‑wimpers en -wenkbrauwen, kleefmiddelen) in klasse 3 en manicure‑ en wimpergereedschap in klasse 8, op grond van artikel 7 lid 1 onder b UMVo 2017/1001 wegens gebrek aan onderscheidend vermogen. De kamer had geoordeeld dat IMPRESS door het Engelstalige publiek in de EU wordt begrepen in de betekenis “to make an impression on; have a strong, lasting or favourable effect on” en dat dit, gezien de aard van de betrokken goederen die juist dienen om het uiterlijk te verfraaien en de aandacht van anderen te trekken, enkel wordt opgevat als een banale, motiverende en lovende boodschap (“maak indruk”) en niet als een aanduiding van commerciële herkomst. Kiss Nail Products stelde bij het Gerecht dat IMPRESS hoogstens een algemene, brede laudatieve term is die niet een specifieke eigenschap van de waren beschrijft, zodat het minimale onderscheidend vermogen bezit; zij beriep zich daarbij onder meer op het arrest Merz & Krell en op eerdere EUIPO‑registraties van vergelijkbare, zelfs identieke tekens, waaronder een ouder IMPRESS‑woordmerk voor (vrijwel) identieke waren van dezelfde aanvrager.