Merkinbreuk door verkoop van ByLima-sjaals buiten de privésfeer
Rb. Amsterdam 21 januari 2026, IEF 23248; ECLI:NL:RBAMS:2026:293 ([eiseres] c.s. tegen [gedaagde 1] c.s.). De rechtbank oordeelt dat twee particulieren inbreuk hebben gemaakt op de Benelux-beeldmerken van ByLima door sjaals met een identiek teken ter verkoop aan te bieden. Op basis van videobeelden van een ontmoeting met pseudokopers staat vast dat op 28 mei 2024 meerdere nieuwe, in cellofaan verpakte sjaals werden aangeboden tegen prijzen die aanzienlijk lager lagen dan de reguliere winkelprijzen, met mededelingen over beschikbare voorraad, kortingen bij afname van meerdere stuks en snelle levering. Dit gedrag kwalificeert als gebruik van het merk in het economisch verkeer in de zin van artikel 2.20 lid 2 sub a BVIE en valt niet binnen de particuliere sfeer. Voor het aannemen van merkinbreuk is niet vereist dat vaststaat dat het om namaakproducten gaat; het aanbieden van dezelfde waren onder een gelijk teken is voldoende. De rechtbank verklaart daarom voor recht dat sprake is van merkinbreuk en onrechtmatig handelen.