Alle rechtspraak  

IEF 23188

Ontwerper-naam als merk: wanneer kan misleidend gebruik leiden tot verval?

HvJ EU 18 dec 2025, IEF 23188; ECLI:EU:C:2025:986 (PMJC SAS tegen [W] [X], [M] [X], [X] Créative SAS), https://www.ie-forum.nl/artikelen/ontwerper-naam-als-merk-wanneer-kan-misleidend-gebruik-leiden-tot-verval

HvJ EU 18 december 2025, IEF 23188; IEFbe 4075; ECLI:EU:C:2025:986 (PMJC SAS tegen [W] [X], [M] [X], [X] Créative SAS). Het Hof van Justitie kreeg van de Franse Cour de cassation de vraag hoe de vervalgrond wegens misleiding moet worden uitgelegd (art. 12(2)(b) Richtlijn 2008/95 en art. 20(b) Richtlijn 2015/2436). In het hoofdgeding ging het om twee merken die overeenkomen met de familienaam van een modeontwerper. Die merken waren na een overname overgedragen aan PMJC. De ontwerper werkte nog tot eind 2015 samen met PMJC, maar later ontstond een conflict: PMJC stelde o.a. merkinbreuk en oneerlijke mededinging, terwijl de ontwerper in reconventie stelde dat PMJC de merken daarna zo gebruikte dat het publiek dacht dat hij nog steeds de ontwerper was van de betrokken producten. Het Franse hof van beroep verklaarde de merkrechten deels vervallen, mede omdat PMJC producten op de markt bracht met decoraties uit het creatieve “universum” van de ontwerper en daarbij (volgens eerdere veroordelingen) inbreuk maakte op diens auteursrechten, waardoor consumenten konden denken dat het om door hem ontworpen werken ging.

IEF 23186

V4 versus V4 Financial Partners: Gerecht bevestigt verwarringsgevaar ondanks zwakke onderscheidingskracht

Gerecht EU (voorheen GvEA) 10 dec 2025, IEF 23186; ECLI:EU:T:2025:1093 (V4 Holding, a.s. tegen EUIPO en V4 Financial Partners, SA), https://www.ie-forum.nl/artikelen/v4-versus-v4-financial-partners-gerecht-bevestigt-verwarringsgevaar-ondanks-zwakke-onderscheidingskracht

Gerecht EU 10 december 2025, IEF 23186; IEFbe 4074; ECLI:EU:T:2025:1093 (V4 Holding, a.s. tegen EUIPO en V4 Financial Partners, SA). V4 Holding (Slowakije) vroeg EUIPO om het Uniemerk “V4 Financial Partners” (figuurmerk) ongeldig te verklaren. Volgens V4 Holding was er verwarringsgevaar met haar eerdere Slowaakse figuurmerk “V4” (voor diensten in klassen 35 en 36) en daarnaast met een niet-ingeschreven teken “V4” dat zij in Slowakije zou gebruiken. De Cancellation Division verklaarde het Uniemerk in 2022 volledig nietig op basis van art. 60(1)(a) jo. 8(1)(b) UMVo (relatieve nietigheidsgrond: verwarringsgevaar), en keek daarbij alleen naar het Slowaakse merk (proces-economie). V4 Financial Partners ging in beroep: de Board of Appeal gaf haar gelijk en verwees de zaak terug naar de Cancellation Division. V4 Holding stapte daarop naar het Gerecht. EUIPO wierp eerst nog op dat de advocaat van V4 Holding mogelijk niet onafhankelijk was (vermeende banden met de V4-groep), maar het Gerecht verwerpt dat: er is geen bewijs van een arbeidsrelatie of van banden die de onafhankelijkheid “manifest” aantasten.

IEF 23178

Gerecht EU: kans op verwarringsgevaar tussen "VAL --- ACRYL" en "Malacryl"

Gerecht EU (voorheen GvEA) 10 dec 2025, IEF 23178; ECLI:EU:T:2025:1097 (Cin Valentine tegen EUIPO, DAW SE), https://www.ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-kans-op-verwarringsgevaar-tussen-val-acryl-en-malacryl

Gerecht EU 10 december 2025, IEF 23178; IEFbe 4070; ECLI:EU:T:2025:1097 (Cin Valentine tegen EUIPO, DAW SE). Cin Valentine vordert in dit merkenrechtelijke geschil de vernietiging van een beslissing van de Kamer van Beroep van het EUIPO. Het gaat om een aanvraag voor het woordmerk “VAL --- ACRYL” voor waren in klasse 2 (verf). DAW SE had oppositie ingesteld op basis van haar oudere merk “Malacryl”, eveneens ingeschreven voor klasse 2. De Kamer van Beroep oordeelde dat er sprake is van verwarringsgevaar en wees de aanvraag af. 

IEF 23177

Hof bevestigt gelding wereldwijde uitputting in Caribisch gebied: decodering geen grond voor verzet

Antilliaanse Gerechten 16 dec 2025, IEF 23177; ECLI:NL:OGHACMB:2025:311 (Hennessy c.s. tegen [geïntimeerde 1] en Zhung Kong), https://www.ie-forum.nl/artikelen/hof-bevestigt-gelding-wereldwijde-uitputting-in-caribisch-gebied-decodering-geen-grond-voor-verzet

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 16 december 2025, IEF 23177; ECLI:NL:OGHACMB:2025:311 (Hennessy c.s. tegen [geïntimeerde 1] en Zhung Kong). In deze zaak hebben de merkhouders Hennessy, MHCS en Polmos zich verzet tegen de verkoop op Bonaire van gedecodeerde flessen alcoholhoudende dranken onder hun merken door de vennootschappen [geïntimeerde 1] N.V. en Zhung Kong B.V. De flessen bevatten geen originele identificatiecodes meer. De merkhouders stellen dat dit inbreuk maakt op hun merkrechten. In eerste aanleg vorderden de merkhouders onder meer een verbod op verdere verkoop, een recall, opgave van gegevens en een schadevergoeding. Het Gerecht in eerste aanleg heeft alle vorderingen afgewezen [ECLI:NL:OGEABES:2024:130]. Hennessy c.s. komen nu in hoger beroep. Het Hof beoordeelt het geschil aan de hand van artikel 23 lid 8 van de Merkenlandsverordening (Mlv), waarin het beginsel van wereldwijde uitputting van merkrechten is neergelegd. Een merkhouder kan zich alleen verzetten tegen verdere verhandeling van producten als daar gegronde redenen voor zijn. Het enkele feit dat identificatiecodes verwijderd zijn, levert geen gegronde reden op voor verzet, tenzij blijkt van een gevaar voor gezondheid of significante reputatieschade. 

IEF 23175

Kort geding over licentie en merkregistratie voor game "Spider Tanks"

Rechtbank Amsterdam 30 jul 2025, IEF 23175; ECLI:NL:RBAMS:2025:7867 (Gamedia tegen Gala Games), https://www.ie-forum.nl/artikelen/kort-geding-over-licentie-en-merkregistratie-voor-game-spider-tanks

Rb. Amsterdam 30 juli 2025, IEF 23175; ECLI:NL:RBAMS:2025:7867 (Gamedia tegen Gala Games). Gamedia en Gala Games zijn een samenwerking aangegaan voor de ontwikkeling en publicatie van het spel ‘Spider Tanks’. Gamedia heeft het spel ontwikkeld en het spel is op het platform van Gala Games (via blockchain infrastructuur) gepubliceerd. Partijen hebben vanwege hun samenwerking een overeenkomst gesloten waarin is bepaald dat Gamedia Gala Games een licentie geeft voor drie jaar voor de exploitatie van het spel. Partijen zijn het niet eens over de ingangsdatum van de licentie en dus ook niet over de vraag wanneer de licentie afloopt. Gamedia stelt dat de licentie al is verlopen en Gala Games nu dus al inbreuk maakt op haar intellectuele eigendomsrechten. Gala Games stelt dat de licentie nog niet is verlopen en vraagt daarom ook dat Gamedia de samenwerking moet voortzetten. Daarnaast speelt ook dat Gala Games merkenrechten heeft aangevraagd, waarvan Gamedia stelt dat die aan haar toebehoren. Gamedia vordert in conventie staking van de gestelde inbreuken, overdracht van de merkregistraties en rectificatie. Gala Games vordert in reconventie onder meer nakoming van de overeenkomst, de terbeschikkingstelling van de broncode en hervatting van de spelontwikkeling. 

IEF 23173

LAV/Làv: EU-Gerecht corrigeert te strenge eisen aan bewijs van normaal gebruik

Gerecht EU (voorheen GvEA) 19 nov 2025, IEF 23173; ECLI:EU:T:2025:1049 (Gürok Turizm ve Madencilik AŞ tegen EUIPO en Olav GmbH), https://www.ie-forum.nl/artikelen/lav-lav-eu-gerecht-corrigeert-te-strenge-eisen-aan-bewijs-van-normaal-gebruik

Gerecht EU 19 november 2025, IEF 23173; ECLI:EU:T:2025:1049 (Gürok Turizm ve Madencilik AŞ tegen EUIPO en Olav GmbH). In deze zaak stond de vraag centraal of het Uniebeeldmerk LAV van Gürok normaal was gebruikt in de relevante vijfjaarsperiode. Nadat de Nietigheidsafdeling het merk deels in stand had gelaten (met name voor glas- en keukenwaren in klasse 21), vernietigde de Kamer van Beroep dat oordeel omdat volgens haar de omvang van het gebruik onvoldoende was aangetoond. Het EU-Gerecht fluit de Kamer van Beroep terug. Het benadrukt dat bewijs van normaal gebruik globaal en in onderlinge samenhang moet worden beoordeeld en dat geen buitensporige of onpraktische bewijslast mag worden opgelegd. Gürok had omvangrijk bewijs overgelegd (facturen, catalogi, productcodes en substantiële omzet in meerdere lidstaten), en het was onredelijk om te eisen dat duizenden factuurregels één-op-één aan catalogusproducten werden gekoppeld. Bovendien is het juridisch onjuist om bewijs van verkoop aan eindverbruikers te verlangen: ook B2B-gebruik kan normaal gebruik opleveren. Een te strenge bewijsstandaard kan bovendien strijd opleveren met het beginsel van behoorlijk bestuur (art. 41 Handvest). De beslissing van de Kamer van Beroep wordt vernietigd en EUIPO wordt in de kosten verwezen.

IEF 23171

CEFA/EFFAS vs CFA: Gerecht bevestigt verwarringsgevaar en wijst beroep af

Gerecht EU (voorheen GvEA) 26 nov 2025, IEF 23171; ECLI:EU:T:2025:1067 (EFFAS tegen EUIPO en CFA), https://www.ie-forum.nl/artikelen/cefa-effas-vs-cfa-gerecht-bevestigt-verwarringsgevaar-en-wijst-beroep-af

Gerecht EU 26 november 2025; IEF 23171; IEFbe 4069; ECLI:EU:T:2025:1067 (EFFAS tegen EUIPO en CFA). EFFAS vroeg een EU-beeldmerk aan met de woorden “CEFA EFFAS Certified European Financial Analyst” voor (o.a.) educatieve/publicatieproducten en opleidings- en examendiensten in klassen 9, 16 en 41. Het CFA Institute maakte oppositie op basis van het oudere EU-woordmerk “CFA” (met name voor klassen 16, 41 en 42). De Oppositieafdeling wees de aanvraag al deels af op grond van artikel 8(1)(b) EUTMR (verwarringsgevaar). In beroep oordeelde de Kamer van Beroep vervolgens dat er verwarringsgevaar bestaat, ten minste in Duitsland, voor vrijwel alle aangevraagde waren en diensten, behalve voor “stationery; writing instruments; writing materials” (klasse 16). EFFAS stapte daarna naar het Gerecht om die beslissing (voor het afgewezen deel) onderuit te halen.

IEF 23169

Hof van Justitie laat hoger beroep May OOO niet toe

Gerecht EU (voorheen GvEA) 11 nov 2025, IEF 23169; ECLI:EU:C:2025:869 (MAY OOO tegen Schweppes, EUIPO), https://www.ie-forum.nl/artikelen/hof-van-justitie-laat-hoger-beroep-may-ooo-niet-toe

Gerecht EU 11 november 2025, IEF 23169; IEFbe 4068; ECLI:EU:C:2025:869 (MAY OOO tegen Schweppes, EUIPO). Met dit hoger beroep verzoekt MAY OOO om vernietiging van een arrest van het Gerecht [IEF 22567]. In die beslissing van het Gerecht werd een verzoek tot nietigverklaring van MAY OOO over de "MAY TEA" merken van Schweppes afgewezen. Volgens MAY OOO heeft het Gerecht onterecht geoordeeld dat er geen sprake was van verwarringsgevaar. May OOO verzoekt nu het Hof van Justitie derhalve om verduidelijking van de criteria voor de beoordeling van het verwarringsgevaar tussen twee merken die conceptueel identiek zijn maar visueel verschillen wegens het gebruik van verschillende alfabetten. 

IEF 23168

G&G maakt inbreuk op het auteursrecht van LBC

Hof Arnhem-Leeuwarden 2 dec 2025, IEF 23168; ECLI:NL:GHARL:2025:7698 (LBC tegen G&G), https://www.ie-forum.nl/artikelen/g-g-maakt-inbreuk-op-het-auteursrecht-van-lbc

Hof Arnhem-Leeuwarden 2 december 2025, IEF 23168; ECLI:NL:GHARL:2025:7698 (LBC tegen G&G). Luxury Bedding Company (hierna: LBC) brengt onder het merk Serta bedden op de markt. G&G is concurrent van LBC en brengt bedden op de markt via de Norma-collectie. Partijen stonden al eerder tegenover elkaar. De rechtbank Overijssel moest toen oordelen of er auteursrecht op de bedden van LBC zat [IEF 21590]. Deze vraag werd ontkennend beantwoord en er werd een wapperverbod opgelegd.  LBC meent in hoger beroep de rechtbank bij de beoordeling van de auteursrechtelijke bescherming van de Serta Luxury collectie is uitgegaan van onjuiste criteria. Ook heeft zij bezwaar gemaakt tegen de toewijzing van de vorderingen van G&G. Doel van de grieven van LBC is dat het hof het gehele geschil tussen partijen opnieuw beoordeelt. 

IEF 23160

Uitspraak ingezonden door Sabin Tigu en Evianne Roos, Ploum

SWITCH-merk geldig; merkinbreuk door gebruik ‘SwitchMe’ voor programma en supplementen, niet als handelsnaam

Rechtbank Den Haag 3 dec 2025, IEF 23160; ECLI:NL:RBDHA:2025:23115 (EHF tegen [partij B]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/switch-merk-geldig-merkinbreuk-door-gebruik-switchme-voor-programma-en-supplementen-niet-als-handelsnaam

Rb. Den Haag 3 december 2025, IEF 23160; ECLI:NL:RBDHA:2025:23115EHF (EHF tegen [partij B]). Nutrition B.V. en EHF Group B.V. bieden gezondheidsproducten en lifestyleprogramma’s aan rond het idee van de “metabolic switch” (overgang van suiker- naar vetverbranding). Voor dit concept is het Benelux-woordmerk SWITCH geregistreerd. De eerste registratie in 2024 stond op naam van een niet-bestaande vennootschap; in 2025 is het merk opnieuw ingeschreven op naam van EHF Group B.V. [partij B] exploiteert sportscholen en biedt een tiendaags trainings- en voedingsprogramma én voedingssupplementen aan onder de naam “SwitchMe”, met bijbehorende website en domeinnaam. EHF vordert een verbod op het gebruik van “SwitchMe” en diverse nevenvorderingen (opgave van afnemers en winst, recall, vernietiging, rectificatie en dwangsommen). [partij B] verweert zich onder meer met het argument dat de merkregistraties ongeldig zijn, dat EHF te kwader trouw heeft gehandeld, dat SWITCH beschrijvend en niet onderscheidend is, en dat EHF haar rechten heeft verwerkt.