OBELIX en wapens: EUIPO beoordeelde de reputatiebescherming te beperkt
Gerecht EU 13 mei 2026, IEF 23565; IEFbe 4222; ECLI:EU:T:2026:343 (Les Éditions Albert René tegen EUIPO en WERKEN 11 MICHAŁ LUBIŃSKI). In dit arrest van het Gerecht van de Europese Unie van 13 mei 2026 staat een nietigheidsprocedure centraal over het Uniewoordmerk Obelix, dat door WORKS 11 Michał Lubiński was geregistreerd voor wapens, munitie en aanverwante producten in klasse 13. Les Éditions Albert René, rechthebbende achter de Asterix- en Obelix-franchise, vorderde nietigverklaring op basis van haar oudere Uniewoordmerk OBELIX, geregistreerd voor onder meer waren en diensten in de klassen 9, 16, 25, 28 en 41. De vordering was gebaseerd op artikel 60 lid 1 onder a UMVo, gelezen in samenhang met artikel 8 lid 1 onder b en artikel 8 lid 5 UMVo. De nietigheidsafdeling wees het verzoek af wegens onvoldoende bewijs van normaal gebruik van het oudere merk. De Kamer van Beroep liet het normaal gebruik vervolgens uit proceseconomische overwegingen in het midden en beoordeelde de zaak alsof normaal gebruik was aangetoond. Zij oordeelde dat geen verwarringsgevaar bestond, omdat de betrokken waren en diensten ongelijksoortig waren, en dat artikel 8 lid 5 UMVo evenmin toepassing vond, omdat de reputatie van het oudere merk niet voldoende was bewezen en het relevante publiek geen verband zou leggen tussen Obelix voor wapens en het oudere merk OBELIX. Het Gerecht verwerpt de motiveringsklacht van Les Éditions Albert René: de beslissing was niet innerlijk tegenstrijdig, omdat de Kamer van Beroep normaal gebruik slechts hypothetisch aannam en vervolgens afzonderlijk de reputatie van het oudere merk beoordeelde. Ook heeft de Kamer van Beroep daarmee niet de geldigheid van het oudere merk ter discussie gesteld en evenmin geoordeeld dat namen van fictieve personages niet als merk kunnen functioneren.