IEF 23774
21 september 2026
Artikel

Volg IE-Forum ook op LinkedIn

 
IEF 23881
1 oktober 2026
Artikel

De volgende stap voor de ervaren IE-jurist: Mr. S.K. Martens Academie 2026-2027

 
IEF 23924
13 oktober 2026
Uitspraak

UPC CoA: octrooi Amgen op cholesterolverlagende antilichamen blijft in stand

 
IEF 23924

UPC CoA: octrooi Amgen op cholesterolverlagende antilichamen blijft in stand

Unified Patent Court (UPC) 25 nov 2025, IEF 23924; UPC_CoA_528/2024; UPC_CoA_529/2024 (Amgen tegen Sanofi and Regeneron), https://www.ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-octrooi-amgen-op-cholesterolverlagende-antilichamen-blijft-in-stand

UPC CoA 25 november 2025, IEF 23924; LS&R 2477; IEFbe 4352; UPC_CoA_528/2024 en UPC_CoA_529/2024 (Amgen tegen Sanofi en Regeneron). In deze zaak tussen Amgen enerzijds en Sanofi en Regeneron anderzijds staat de geldigheid centraal van Europees octrooi EP 3 666 797 voor antilichamen die het eiwit PCSK9 blokkeren en daarmee kunnen worden ingezet bij de behandeling van aandoeningen die samenhangen met een verhoogd cholesterolgehalte. Amgen brengt het cholesterolverlagende geneesmiddel Repatha op de markt, terwijl Sanofi en Regeneron het concurrerende geneesmiddel Praluent aanbieden. De Centrale Divisie München van het UPC had het octrooi in juli 2024 volledig vernietigd wegens gebrek aan inventiviteit. Amgen is tegen deze beslissing in hoger beroep gegaan.

IEF 23927

Rechtbank Midden-Nederland bevoegd ten aanzien van Nederlandse en Duitse distributeur in auteursrechtelijk geschil over ruilkaartspel

Rechtbank Midden-Nederland 30 sep 2026, IEF 23927; ECLI:NL:RBMNE:2026:6957 ([eiseres] tegen [gedaagden]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/rechtbank-midden-nederland-bevoegd-ten-aanzien-van-nederlandse-en-duitse-distributeur-in-auteursrechtelijk-geschil-over-ruilkaartspel

Rb. Midden-Nederland 30 september 2026, IEF 23927; ECLI:NL:RBMNE:2026:6957 ([eiseres] tegen [gedaagden]). In een geschil over de verkoop en distributie van een ruilkaartspel beoordeelt de Rechtbank Midden-Nederland of zij internationaal bevoegd is om kennis te nemen van vorderingen tegen vier vennootschappen uit hetzelfde concern, gevestigd in Nederland, Duitsland en de Verenigde Staten. De Amerikaanse eiseres stelt dat de verkoop en distributie van het spel inbreuk maken op haar auteursrechten en daarnaast onrechtmatig zijn. De rechtbank is op grond van artikel 4 Brussel I-bis bevoegd ten aanzien van de Nederlandse vennootschap. Ook ten aanzien van de Duitse distributeur neemt de rechtbank bevoegdheid aan op grond van artikel 8 lid 1 Brussel I-bis. De vorderingen hebben betrekking op hetzelfde spel en op nauw samenhangende verkoop- en distributieactiviteiten binnen dezelfde distributieketen. De Nederlandse vennootschap treedt daarbij op als lokale distributeur en de Duitse vennootschap als centrale distributeur. Ook de vorderingen die betrekking hebben op de verkoop in Duitsland en Oostenrijk en de export naar andere EU-lidstaten vertonen volgens de rechtbank voldoende samenhang met de Nederlandse vorderingen. Dat de eiseres mogelijk een voor haar gunstiger forum heeft gekozen, staat niet aan bevoegdheid in de weg, zolang aan de voorwaarden van artikel 8 lid 1 Brussel I-bis is voldaan en geen sprake is van een kunstmatige ankergedaagde. De rechtbank acht zich daarom bevoegd voor alle vorderingen tegen de Duitse distributeur, zowel op grond van auteursrecht als onrechtmatige daad.

IEF 23926

Antargaz kan contractueel optreden tegen merkinbreuken op gasflessen van derden

Rechtbank Den Haag 26 aug 2026, IEF 23926; ECLI:NL:RBDHA:2026:30045 (Antargaz tegen [gedaagde]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/antargaz-kan-contractueel-optreden-tegen-merkinbreuken-op-gasflessen-van-derden

Rb. Den Haag 26 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:30045 (Antargaz tegen [gedaagde]). In deze zaak tussen Antargaz en [gedaagde] staat de nakoming centraal van een vaststellingsovereenkomst over het navullen van gasflessen en mogelijke inbreuken op merkrechten van derden. Partijen waren al langere tijd verwikkeld in een geschil over het zonder toestemming navullen van gasflessen waarop het merk ANTARGAZ is aangebracht. In maart 2026 sloten zij een vaststellingsovereenkomst waarin [gedaagde] zich onder meer verplichtte om zich te onthouden van vergelijkbare inbreuken op de exclusieve rechten van andere marktpartijen in de gasflessenbranche. Partijen spraken daarnaast af dat Antargaz een camera bij de vulinstallatie mocht plaatsen en bij een redelijk vermoeden van overtreding de beelden onder voorwaarden met andere marktpartijen mocht delen. Na onderzoek door een recherchebureau stelde Antargaz dat [gedaagde] toch gasflessen van onder meer Benegas, Primagaz België en Rijngas navulde. Antargaz vordert daarom nakoming van de vaststellingsovereenkomst, versterkt met een dwangsom, en een voorschot op de schadevergoeding voor de gemaakte onderzoekskosten.

IEF 23925

Goliath krijgt ex parte verbod tegen Action wegens modelinbreuk op Clicky Keycaps

Rechtbank Den Haag 15 sep 2026, IEF 23925; ECLI:NL:RBDHA:2026:29403 https://www.ie-forum.nl/artikelen/goliath-krijgt-ex-parte-verbod-tegen-action-wegens-modelinbreuk-op-clicky-keycaps

Rb. Den Haag 15 september 2026, IEF 23925; ECLI:NL:RBDHA:2026:29403 (Goliath tegen Action). In deze zaak tussen Goliath en onder meer Action Nederland, Action Deutschland, Action France en Action Italy staat een vermeende inbreuk op een niet-ingeschreven Uniemodel van Goliath centraal. Goliath verzoekt de voorzieningenrechter om een ex parte verbod tegen de betrokken partijen wegens de verhandeling van zogenoemde Clicky Keycaps. Het verzoek richt zich onder meer op het vervaardigen, aanbieden, verkopen, leveren en promoten van deze producten binnen de Europese Unie. De voorzieningenrechter oordeelt voorshands dat er geen reden bestaat om aan de geldigheid van het ingeroepen modelrecht te twijfelen en dat Goliath voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de gerekwestreerden daarop inbreuk maken. Ook acht de voorzieningenrechter het spoedeisend belang voldoende aannemelijk om het verbod toe te wijzen zonder de gerekwestreerden voorafgaand te horen.

IEF 23922

Midnight Marauders (by bike!)

Rechtenstudenten en juristen opgelet
Traditiegetrouw neet het in nachtculuut gespecialiseerde advocatenkantoor Plus One Legal rechtenstudenten en jonge juristen mee op ADE-tour om kennis te maken met de jurdische kant van het nachtleven. We bezoeken weer twee ADE-locaties waar je een backstage rondleiding krijgt en de organisatie vertelt over de juridische vraagstukken waar ze mee te maken kunnen krijgen.

Dit keer stappen we op de fiets, ga je mee?

Timetable:

  • 11:30-12:30u: Inloop met hapje en drankje
  • 12:30u: Vertrek op de fiets
  • 15:00u: Einde programma (centrale locatie in de stad)

Meld je nu aan via deze link (en vergeet niet je eigen fiets mee te nemen)!

IEF 23921

Onrechtmatig boetevoornemen AP veroorzaakte schade bij VoetbalTV, maar schadevergoeding afgewezen

Rechtbank Midden-Nederland 28 sep 2026, IEF 23921; ECLI:NL:RBMNE:2026:6594 (VoetbalTV tegen de AP), https://www.ie-forum.nl/artikelen/onrechtmatig-boetevoornemen-ap-veroorzaakte-schade-bij-voetbaltv-maar-schadevergoeding-afgewezen

Rb. Midden-Nederland 28 september 2026, IEF 23921; IT 5573; ECLI:NL:RBMNE:2026:6594 (VoetbalTV tegen de AP). In deze zaak tussen VoetbalTV en de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) staat de vraag centraal of VoetbalTV recht heeft op schadevergoeding vanwege een onrechtmatig boetebesluit en het daaraan voorafgaande voornemen van de AP. VoetbalTV exploiteerde een videoplatform waarop amateurvoetbalwedstrijden werden opgenomen en uitgezonden. De AP legde VoetbalTV op 16 juli 2020 een boete van € 575.000 op wegens het onrechtmatig verwerken van persoonsgegevens. Volgens de AP kon een zuiver economisch belang geen gerechtvaardigd belang vormen in de zin van artikel 6 lid 1 onder f AVG. De rechtbank vernietigde dit besluit in november 2020 wegens een onjuiste uitleg van het begrip gerechtvaardigd belang. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde deze uitspraak in 2022. VoetbalTV verzoekt vervolgens om € 25.000 schadevergoeding wegens gederfde inkomsten uit sponsoring en nieuwe clubcontracten. Volgens VoetbalTV heeft het optreden van de AP ertoe geleid dat sponsoren afhaakten en zij haar bedrijfsactiviteiten moest staken. De rechtbank oordeelt dat niet alleen het vernietigde boetebesluit onrechtmatig is, maar ook het voornemen van 22 november 2019. De AP heeft dit voornemen gebaseerd op een onjuiste interpretatie van het begrip gerechtvaardigd belang en heeft daardoor ten onrechte geen noodzakelijkheidstoets en belangenafweging uitgevoerd. Daarmee heeft de AP onvoldoende rekening gehouden met de belangen van VoetbalTV.

IEF 23920

UPC CoA: verzoek Fujifilm om schorsende werking tijdens herzieningsprocedure afgewezen

Unified Patent Court (UPC) 31 aug 2026, IEF 23920; UPC-COA-312/2025 (Fujifilm tegen Kodak), https://www.ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-verzoek-fujifilm-om-schorsende-werking-tijdens-herzieningsprocedure-afgewezen

UPC CoA 31 augustus 2026, IEF 23920; IEFbe 4351; UPC_CoA_312/2025 (Fujifilm/Kodak). In deze zaak tussen Fujifilm en Kodak staat de vraag centraal of aan een verzoek tot herziening van een definitieve beslissing van het Hof van Beroep schorsende werking moet worden toegekend. Het geschil betreft octrooi EP 3 511 174. Bij beslissing van 2 juni 2026 vernietigde het Hof van Beroep de beschikking van de Lokale Divisie Mannheim voor zover daarin het verweer inzake het recht van voorgebruik was verworpen, en wees het de inbreukvordering van Fujifilm af. Fujifilm heeft vervolgens op grond van artikel 81 UPCA en regel 245 e.v. RoP een verzoek tot herziening ingediend. Volgens Fujifilm bevat de beslissing fundamentele procedurele gebreken, waaronder schendingen van het beginsel van een eerlijk proces en het recht om te worden gehoord. Fujifilm verzoekt onder meer om vernietiging van de beslissing en heropening van de procedure. Daarnaast verzoekt zij om schorsende werking van het herzieningsverzoek.

IEF 23923

VvA Studiemiddag 30/10: "Mededeling aan het publiek: state of the art"

De eerstvolgende Bijzondere Algemene Ledenvergadering en studiemiddag van de VvA zal plaatsvinden op vrijdag 30 oktober a.s. om 13:30 uur bij de Tolhuistuin te Amsterdam.          

Na een aantal belangrijke arresten van het HvJEU over het recht van mededeling aan het publiek is het tijd om de balans op te maken. Waar staan we met de begrippen ‘publiek’ en ‘nieuw publiek’ na VHC-2 Seniorenresidenz? Wat leert Thuiskopie ons over de verhouding tussen het recht van mededeling aan het publiek en het reproductierecht? En kan men de mededeling aan het publiek geografisch beperken door geo-blocking of andere toegangsmaatregelen toe te passen (Anne Frank)?

IEF 23914

Gerecht EU: geen verwarringsgevaar tussen DENTEK en dentix ondanks identieke of soortgelijke tandverzorgingsproducten

Gerecht EU (voorheen GvEA) 7 okt 2026, IEF 23914; ECLI:EU:T:2026:637 (dentix), https://www.ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-geen-verwarringsgevaar-tussen-dentek-en-dentix-ondanks-identieke-of-soortgelijke-tandverzorgingsproducten

Gerecht EU 7 oktober 2026, IEF 23914, IEFbe 4348; ECLI:EU:T:2026:637 (dentix). Dentek Oral Care heeft oppositie ingesteld tegen de inschrijving van het Uniebeeldmerk ‘dentix’ voor onder meer tandpasta, tandzijde en tandenborstels in de klassen 3 en 21. De oppositie is gebaseerd op twee oudere Uniewoordmerken DENTEK en twee oudere Uniebeeldmerken DenTek. Volgens Dentek Oral Care bestaat verwarringsgevaar in de zin van artikel 8 lid 1 onder b van Verordening (EU) 2017/1001 (UMVo). De oppositieafdeling van EUIPO wees de oppositie toe vanwege verwarringsgevaar bij een deel van het Bulgaarstalige of Griekstalige publiek. De kamer van beroep vernietigde die beslissing en oordeelde dat geen verwarringsgevaar bestond, ook niet voor identieke waren. Het Gerecht onderschrijft het oordeel van de kamer van beroep dat het gemeenschappelijke element ‘dent’ door het relevante publiek in de gehele Europese Unie wordt herkend als een verwijzing naar tandverzorging en daarom een zwak onderscheidend vermogen heeft. Dentek Oral Care heeft onvoldoende onderbouwd dat dit voor het Bulgaarstalige of Griekstalige publiek anders ligt. Hoewel beide tekens uit zes letters bestaan en de eerste vier letters identiek zijn, is de visuele overeenstemming gering. Het geringe onderscheidend vermogen van het gemeenschappelijke element ‘dent’ vermindert namelijk het gewicht van die overeenstemming, terwijl de uitgangen ‘ek’ en ‘ix’ van elkaar verschillen.

IEF 23907

Gebruik e.plus+ niet aangetoond voor SIM-kaarten, maar wel voor telecommunicatiediensten

Gerecht EU (voorheen GvEA) 30 sep 2026, IEF 23907; ECLI:EU:T:2026:615 (e.plus+), https://www.ie-forum.nl/artikelen/gebruik-e-plus-niet-aangetoond-voor-sim-kaarten-maar-wel-voor-telecommunicatiediensten

Gerecht EU 30 september 2026, IEF 23907; IEFbe 4345; ECLI:EU:T:2026:615 (e.plus+). ePlus Inc. had verzocht om vervallenverklaring van het Uniebééldmerk e.plus+ van Telefónica Germany wegens het ontbreken van normaal gebruik in de zin van artikel 58 lid 1 onder a UMVo. De nietigheidsafdeling verklaarde het merk vervallen voor alle betrokken waren en diensten en de kamer van beroep liet die beslissing in stand. In beroep beperkte Telefónica haar vordering tot SIM-kaarten in klasse 9 en telecommunicatiediensten in klasse 38. Voor de SIM-kaarten bevestigt het Gerecht het oordeel van de kamer van beroep. De overgelegde bewijsstukken betroffen onder meer starterspakketten, opwaardeertegoeden en prepaidkaarten, maar geen SIM-kaarten als fysieke chips die een abonnee op een mobiel netwerk identificeren en authenticeren. Dat de aangeboden pakketten mogelijk dergelijke SIM-kaarten bevatten, bewijst niet dat e.plus+ overeenkomstig zijn wezenlijke merkfunctie voor die goederen is gebruikt. De consument zal het teken in deze context volgens het Gerecht verbinden met de commerciële herkomst van de telecommunicatiediensten en niet met die van de SIM-kaart als zelfstandig product. De kamer van beroep heeft daarom terecht geoordeeld dat de aard van het gebruik voor SIM-kaarten in klasse 9 niet was aangetoond.