Auteursrecht  

IEF 23456

Uitspraak ingezonden door Inez ten Brink en Roeland Grijpink, HOYNG ROKH MONEGIER

Vonnis Pixelhobby / Flying Tiger: auteursrechtinbreuk op DIY-sleutelhangers

Rechtbank Noord-Holland 1 apr 2026, IEF 23456; C/15/366100 / HAZA 25-337 (Pixelhobby tegen Flying Tiger ), https://www.ie-forum.nl/artikelen/vonnis-pixelhobby-flying-tiger-auteursrechtinbreuk-op-diy-sleutelhangers

Rb. Noord-Holland 1 april 2026, IEF 23456; C/15/366100 (Pixelhobby tegen Flying Tiger). In dit vonnis staat de vraag centraal of de DIY-sleutelhangers van Flying Tiger inbreuk maken op de auteursrechten op de Pixelhobby-sleutelhangers. De rechtbank acht zich bevoegd omdat de gestelde onrechtmatige daad en de daaruit voortvloeiende schade zich mede in Nederland en in Noord-Holland voordoen. Vervolgens past zij de gebruikelijke auteursrechtelijke maatstaf toe: ook een gebruiksvoorwerp of werk van toegepaste kunst kan beschermd zijn, mits sprake is van een eigen intellectuele schepping die de persoonlijkheid van de maker weerspiegelt door vrije en creatieve keuzes; louter technisch bepaalde elementen vallen buiten bescherming, maar het enkele feit dat een product functionele trekken heeft, sluit auteursrecht niet uit. Het verweer van Flying Tiger dat Pixelhobby niet duidelijk genoeg zou hebben omschreven welk werk zij beschermt, wordt verworpen: volgens de rechtbank gaat het om een concreet en voor menselijke waarneming vatbaar mozaïek-speelgoedsysteem, bestaande uit onder meer kleine vierkante pixels, kleurmatjes, een transparante basisplaat in hangervorm met afgerond dakje en gat, en de uiteindelijk resulterende kenmerkende “pixellook”; de losse voorbeeldpatronen als zodanig zijn daarbij niet het beschermde werk. Ook het verweer dat het product te functioneel en dus niet oorspronkelijk zou zijn, faalt. De rechtbank oordeelt dat juist de combinatie van keuzes, waaronder de afmetingen en vorm van de pixels, het licht bolle bovenoppervlak, het materiaal en de semi-matte uitstraling, de specifieke matjes, de transparante basisplaat met pinnetjes en de sleutelhangerconfiguratie, in onderlinge samenhang voldoende creatieve ruimte laat en een niet-triviale, niet louter technisch bepaalde totaalindruk oplevert. Daarnaast verwerpt de rechtbank het verweer tegen de rechthebbendheid: zij acht voldoende aannemelijk dat de auteursrechten via de liquidatie-overdracht van Ger Verschoor Inc. en de overdrachtsakte van april 2025 bij Pixelplast zijn terechtgekomen, terwijl Pixelhobby B.V. op grond van die akte een exclusieve licentie heeft verkregen om die rechten te exploiteren en te handhaven.

IEF 23427

Artikel door Fulco Blokhuis, Boekx Advocaten.

Vibe coding en het probleem van de auteursrechtelijke bescherming van software (preview)

Artikel door Fulco Blokhuis. Oorspronkelijk verschenen in AI-Forum 2026-1.

Inleiding: Vibe coding - een revolutie in softwareontwikkeling

Het werk van veel ontwikkelaars wordt steeds meer door generatieve AI (GenAI) gedaan. Software tools, zoals Lovable, Cursor, Claude Cowork, Codex en AI Studio kunnen werkende software ontwikkelen, testen en uitvoeren op basis van een of meerdere prompts. Deze vorm van programmeren wordt – sinds februari 2025[1] – vibe coding genoemd. Vibe coding is inmiddels mainstream aan het worden.

Met behulp van Claude wordt nu in een paar uur of dagen software gebouwd waar dat normaal maanden kostte. Ontwikkelaars in Silicon Valley sturen meerdere AI agents aan, ook wel agent coding genoemd. De agents schrijven zelf code, of delegeren die taak aan andere AI agents. OpenAI maakte bekend dat haar AI Agents een miljoen regels aan code hadden geschreven, aan de hand van een uitgebreide instructie, maar zonder menselijke interventie. Het aantal apps in de appstore is in december 2025 met 60% toegenomen.

Deze verschuiving van handmatig programmeren naar "prompten" heeft fundamentele gevolgen voor de juridische bescherming van software. Het traditionele auteursrechtelijke model gaat uit van menselijke creativiteit die zich uit in code, maar bij vibe-coding is de menselijke creativiteit verschoven naar de prompt, terwijl de AI de code schrijft. Dat roept de vraag op: is software nog te beschermen door het auteursrecht?

In dit artikel worden de auteursrechtelijke gevolgen van deze ontwikkeling geschetst.

IEF 23429

Tussenvonnis over kwalificatie van bijdrage aan filmproductie, naamsvermelding en billijke vergoeding; rechtbank overweegt deskundigenbericht

Rechtbank Amsterdam 21 jan 2026, IEF 23429; ECLI:NL:RBAMS:2026:1669 ([eiser] tegen [gedaagde 1] c.s.), https://www.ie-forum.nl/artikelen/tussenvonnis-over-kwalificatie-van-bijdrage-aan-filmproductie-naamsvermelding-en-billijke-vergoeding-rechtbank-overweegt-deskundigenbericht

Rb. Amsterdam 21 januari 2026, IEF 23429; ECLI:NL:RBAMS:2026:1669 ([eiser] tegen [gedaagde 1] c.s.). In dit tussenvonnis staat een geschil centraal over de bijdrage van eiser aan de totstandkoming van een film van gedaagden en de vraag hoe die bijdrage juridisch moet worden gekwalificeerd. Partijen hebben in februari 2023 een medewerkersverklaring ondertekend waarin eiser voor 25 draaidagen als regieassistent wordt aangesteld tegen een vergoeding van € 1.600 exclusief btw, maar eiser stelt dat zijn feitelijke werkzaamheden verder gingen en dat hij als coregisseur moet worden aangemerkt. Hij vordert daarom onder meer een verklaring voor recht dat hij als coregisseur moet worden vermeld, aanpassing van de credits in intro, aftiteling en IMDb, een billijke vergoeding op grond van art. 25c jo. 45d Aw, een aanvullende billijke vergoeding op grond van art. 25d jo. 45d lid 7 Aw, en exploitatie-informatie op grond van art. 25ca Aw. Gedaagden erkennen dat eiser creatieve inbreng heeft geleverd en dus maker is in de zin van de Auteurswet, en ook dat hij recht heeft op een billijke vergoeding, maar betwisten dat hij als coregisseur heeft gefungeerd. De rechtbank stelt vast dat de oorspronkelijke afspraak inderdaad uitgaat van de functie van regieassistent, maar dat niet is uitgesloten dat de samenwerking tijdens de productie anders is gaan lopen. Dat betekent echter nog niet dat eiser juridisch als coregisseur moet worden aangemerkt. De rechtbank merkt bovendien op dat de vorderingen tegen [gedaagde 1] in privé uiteindelijk in ieder geval zullen worden afgewezen, omdat onvoldoende is weersproken dat diens onderneming in de BV is ingebracht.

IEF 23430

Kort geding bij verstek over YouTube-video’s: verwijdering, rectificatie, verbod op diffamerende uitlatingen en staking van portret- en auteursrechtinbreuk

Rechtbank Amsterdam 23 feb 2026, IEF 23430; ECLI:NL:RBAMS:2026:3000 (ONLINE TRADING CAMPUS LLC en [eiser] tegen [gedaagde]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/kort-geding-bij-verstek-over-youtube-video-s-verwijdering-rectificatie-verbod-op-diffamerende-uitlatingen-en-staking-van-portret-en-auteursrechtinbreuk

Rb. Amsterdam 23 februari 2026, IEF 23430; IT 5172; ECLI:NL:RBAMS:2026:3000 (ONLINE TRADING CAMPUS LLC en [eiser] tegen [gedaagde]). In dit kort geding bij verstek staan Online Trading Campus LLC en [eiser] tegenover [gedaagde] naar aanleiding van op YouTube geplaatste video’s en andere uitlatingen over eisers. Gedaagde verschijnt niet op de mondelinge behandeling van 17 februari 2026, waarna de voorzieningenrechter vaststelt dat de formaliteiten zijn nageleefd en verstek verleent. De rechtbank overweegt vervolgens dat de vorderingen van eisers grotendeels niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen en wijst deze daarom in hoofdzaak toe, zij het met aanpassing van enkele termijnen, beperking van de dwangsom en aanpassing van de tekst van de gevorderde rectificatie, juist omdat het om een verstekvonnis gaat. De voorzieningenrechter beveelt gedaagde om binnen 48 uur na betekening de drie in de dagvaarding genoemde video’s van internet en meer in het bijzonder van het YouTube-kanaal [naam kanaal] te verwijderen en verwijderd te houden. Daarnaast moet gedaagde binnen diezelfde termijn de inbreuk op de portretrechten van eiser sub 2 staken en gestaakt houden door diens portret niet langer openbaar te maken in de video’s en bijbehorende thumbnails. Ook moet hij binnen 48 uur de inbreuk op de auteursrechten van eisers staken en gestaakt houden door de in de dagvaarding omschreven beelden niet langer openbaar te maken of te verveelvoudigen. Verder verbiedt de voorzieningenrechter gedaagde om binnen 48 uur na betekening, online en offline, al dan niet met inschakeling van derden, nog langer onrechtmatige en diffamerende uitlatingen over eisers te doen.

IEF 23426

Het nieuwe AI-Forum tijdschrift is verschenen (auteursrecht, aansprakelijkheid, cybersecurity & meer)

Wat is de stand van zaken op het gebied van AI en auteursrecht? Hoe zit dat met aansprakelijkheid en cybersecurity? Wat is de wisselwerking tussen de AVG en de AI-verordening in de praktijk? En last but not least: zijn we te afhankelijk geworden van Big Tech?

In het nieuwe AI-Forum tijdschrift (2026-1) brengen wij deze actuele thema’s samen.

Met dank aan de bijdragen van:

Daniel Gervais (Vanderbilt University);
Roeland de Bruin (Kienhuis Legal);
Julie Petersen (Artes Law);
Thijs Kelder en Wouter Seinen (Pinsent Masons) ;
Fulco Blokhuis (Boekx);
Menno Weij (The Data Lawyers).

Nog geen abonnee? Het volledige tijdschrift is vrij toegankelijk via ons proefabonnement.

IEF 23424

Technisch noodzakelijke serverkopieën bij platforms zijn reproducties, maar vergen binnen art. 17 DSM-richtlijn geen afzonderlijke toestemming

HvJ EU 26 mrt 2026, IEF 23424; ECLI:EU:C:2026:270 (ustro-Mechana en AKM tegen Aufsichtsbehörde für Verwertungsgesellschaften), https://www.ie-forum.nl/artikelen/technisch-noodzakelijke-serverkopieen-bij-platforms-zijn-reproducties-maar-vergen-binnen-art-17-dsm-richtlijn-geen-afzonderlijke-toestemming

Conclusie A-G 26 maart 2026, IEF 23424; IEFbe 4168; ECLI:EU:C:2026:270 (Austro-Mechana en AKM tegen Aufsichtsbehörde für Verwertungsgesellschaften). De conclusie van A-G Emiliou in zaak C-579/24 betreft de verhouding tussen art. 2 en 3 Infosoc-richtlijn en art. 17 DSM-richtlijn in de context van online content-sharing service providers zoals YouTube, SoundCloud en Pinterest. Aanleiding is een Oostenrijks geschil tussen de collectieve beheersorganisaties Austro-Mechana en AKM en de Oostenrijkse toezichthouder voor beheersorganisaties. Austro-Mechana beheert onder meer reproductierechten, terwijl AKM onder meer rechten van mededeling en beschikbaarstelling aan het publiek beheert. De prejudiciële vragen draaien om de vraag of de digitale kopieën van beschermde content die automatisch op de servers van zulke platforms worden gemaakt wanneer gebruikers content uploaden, reproducties zijn in de zin van art. 2 Infosoc-richtlijn, en of daarvoor naast de onder art. 17 lid 1 DSM-richtlijn vereiste toestemming voor mededeling of beschikbaarstelling aan het publiek nog een aparte toestemming nodig is. De A-G beantwoordt eerst bevestigend dat zulke technisch noodzakelijke serverkopieën inderdaad onder het reproductierecht vallen. Art. 2 Infosoc-richtlijn is ruim geformuleerd en omvat directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproducties, met elk middel en in elke vorm; ook opslag op servers valt daaronder. Volgens de A-G kan evenmin een beroep worden gedaan op de uitzondering van art. 5 lid 1 Infosoc-richtlijn voor tijdelijke, incidentele en technisch noodzakelijke reproducties, omdat de betrokken serverkopieën niet louter vluchtig of tijdelijk zijn, maar potentieel langdurig op de servers blijven opgeslagen. Daarmee bevestigt hij dat het uploaden van content naar zulke platforms niet alleen een handeling van mededeling of beschikbaarstelling aan het publiek onder art. 3 Infosoc-richtlijn oplevert, maar daarnaast ook een zelfstandige handeling van reproductie onder art. 2 Infosoc-richtlijn.

IEF 23421

Geen IE-bescherming voor verwarmde handschoenen; model vernietigd en eerder gelegd beslag deels opgeheven

Rechtbank Den Haag 11 feb 2026, IEF 23421; ECLI:NL:RBDHA:2026:6647 (Comfort Products tegen Heat Performance), https://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-ie-bescherming-voor-verwarmde-handschoenen-model-vernietigd-en-eerder-gelegd-beslag-deels-opgeheven

Rb. Den Haag 11 februari 2026, IEF 23421; ECLI:NL:RBDHA:2026:6647 (Comfort Products tegen Heat Performance). De rechtbank wijst alle vorderingen van Comfort Products af in haar geschil met Heat Performance over verwarmde handschoenen. Comfort Products beriep zich op een ingeschreven Gemeenschapsmodel voor haar Dual Heated Gloves Pro (DHG Pro), op auteursrecht, op haar Uniewoordmerk BERTSCHAT en subsidiair op slaafse nabootsing. Het model houdt echter geen stand. De rechtbank oordeelt dat Comfort Products de eerdere Single Heated Gloves Pro al op 24 oktober 2020 zonder voorbehoud op haar website aan het algemene publiek had aangeboden, dus vóór het begin van de twaalfmaands respijttermijn die terugrekent vanaf de depotdatum van 4 februari 2022. Die eerdere openbaarmaking is daarom nieuwheidsschadelijk. Dat oordeel wordt niet anders doordat de DHG Pro technisch is doorontwikkeld, omdat technische verschillen die niet zichtbaar zijn geen rol spelen bij de modelrechtelijke beoordeling. Uiterlijk verschilt de DHG Pro volgens de rechtbank alleen op een ondergeschikt punt van de oudere handschoen, namelijk de vormgeving van de aan/uitknop; daardoor wekken beide handschoenen bij de geïnformeerde gebruiker dezelfde algemene indruk. Het model wordt daarom in reconventie nietig verklaard. Ook het beroep op auteursrecht faalt: de DHG Pro is geen werk in de zin van art. 10 Aw, omdat de door Comfort Products aangewezen kenmerken, zoals stiksel, klittenbandsluiting, label, manchetlengte en knop, volgens de rechtbank banaal, triviaal of functioneel bepaald zijn, terwijl de interne verwarming volledig technisch bepaald en bovendien niet zichtbaar is. Het beroep op merkinbreuk strandt eveneens, omdat Comfort Products onvoldoende heeft onderbouwd dat Heat Performance het merk BERTSCHAT zelf als zoekterm in Google-advertenties gebruikte; Heat Performance had dat gemotiveerd betwist met een verklaring over keyword insertion en de invloed van zoekgeschiedenis. Ook de subsidiaire grondslag van slaafse nabootsing slaagt niet, omdat Comfort Products onvoldoende heeft gesteld en onderbouwd dat de DHG Pro een eigen gezicht op de relevante markt heeft.

IEF 23415

Uitspraak ingezonden door Luna Snellenberg en Maarten Haak, Hoogenraad & Haak.

Goldbergh‑ski‑jassen na Cofemel: geen auteursrecht op de Bombardino‑jas

Rechtbank Amsterdam 25 mrt 2026, IEF 23415; C/13/777444 / 1-JA ZA 25-1619 (Goldbergh tegen Lidl c.s.), https://www.ie-forum.nl/artikelen/goldbergh-ski-jassen-na-cofemel-geen-auteursrecht-op-de-bombardino-jas

Rb Amsterdam 25 maart 2026, IEF 23415; C/13/777444 / 1-JA ZA 25-1619 (Goldbergh tegen Lidl c.s.). De zaak gaat over de vraag of de Bombardino‑ski‑jassen van Goldbergh (collecties 22/23 en 23/24) als werk in de zin van het auteursrecht worden beschermd en of Lidl en producent Juritex daarop inbreuk maken met de bij Lidl verkochte Crivit Glamour‑jassen. Goldbergh stelt dat de creatieve combinatie van vormelementen (kort bombermodel met horizontale banen, ‘bulky’ kraag en capuchon, doorlopende rits, contrasterende zwarte ritsen en tailleband, schuine zakken, specifieke binnenafwerking en enkele Goldbergh‑details) een oorspronkelijk werk vormt en dat in de Crivit‑jassen die combinatie op herkenbare wijze is overgenomen. Subsidiair beroept zij zich op slaafse nabootsing: de Bombardino‑jassen zouden een iconisch, eigen gezicht hebben op de markt, waar Lidl c.s. nodeloos dicht bij zijn gaan zitten, mede door vergelijkbare styling en promotie. Goldbergh vordert een verbod, opgave‑ en vernietigingsvorderingen, winstafdracht, betaling van een eerder verbeurde dwangsom van 20.000 euro en volledige proceskosten ex art. 1019h Rv. De rechtbank schetst het Europese beoordelingskader (Cofemel/Brompton/Mio & USM Haller): ook toegepaste kunst wordt alleen beschermd als het object oorspronkelijk is, de persoonlijkheid van de maker weerspiegelt via vrije en creatieve keuzes, nauwkeurig en objectief identificeerbaar is, en niet louter technisch bepaald of banaal is. Afzonderlijk acht de rechtbank vrijwel alle door Goldbergh genoemde elementen technisch (functionaliteit van rits, capuchon, mesh‑voering, skipaszakje), stijlgebonden of banaal (horizontale stiksels, korte jas, SKI‑opdruk, label met merknaam), waardoor die op zichzelf geen bescherming krijgen. De weinige elementen die enige creatieve vrijheid laten (plaatsing van “Goldbergh” op de taille, zwarte ster op capuchon/rits, logo op bovenarm) maken de totale combinatie volgens de rechtbank niet zó eigen dat sprake is van een oorspronkelijk werk. Bovendien heeft Goldbergh onvoldoende concreet onderbouwd hoe juist de combinatie de persoonlijkheid van de ontwerpster weerspiegelt.

IEF 23404

Prejudiciële vragen gesteld over de mededeling aan het publiek

HvJ EU 26 jan 2026, IEF 23404; C-667/25 (Natural Beauty Levin SRL tegen Asociaţia Centrul Român pentru Administrarea Drepturilor Artiştilor Interpreţi (CREDIDAM)), https://www.ie-forum.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-gesteld-over-de-mededeling-aan-het-publiek

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJEU 26 januari 2026, IEF 23404; IEFbe 4157; C-667/25 (Verbraucherzentrale Bundesverband) via MinBuza. Deze zaak betreft een geschil tussen de eigenaar van de schoonheidssalon ‘Natural Beauty Levin SRL’ en de Roemeense vereniging voor het beheer van de rechten van uitvoerende kustenaars. De vereniging vordert schadevergoeding van verweerster voor het zonder toestemming mededelen aan het publiek van fonogrammen die voor commerciële doeleinden zijn uitgegeven. Ter discussie staat of het uitrusten van de salon met televisietoestellen waarop achtergrondmuziek wordt gespeeld kwalificeert als ‘mededeling aan het publiek’ in de zin van artikel 8, lid 2 van richtlijn 2006/115.

IEF 23392

Vordering ANP afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat foto op website [gedaagde] heeft gestaan

Rechtbank Oost-Brabant 28 aug 2025, IEF 23392; ECLI:NL:RBOBR:2025:8948 (ANP tegen [gedaagde]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/vordering-anp-afgewezen-wegens-onvoldoende-bewijs-dat-foto-op-website-gedaagde-heeft-gestaan

Rb. Oost-Brabant 28 augustus 2025, IEF 23392; ECLI:NL:RBOBR:2025:8948 (ANP tegen [gedaagde]). In deze zaak stelde ANP dat [gedaagde] inbreuk had gemaakt op haar auteursrecht door zonder toestemming een foto met het logo van de Belastingdienst op haar website te plaatsen. Op basis daarvan vorderde ANP een schadevergoeding van € 452,75, vermeerderd met wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. [gedaagde] betwistte echter dat de betreffende foto ooit op haar website had gestaan. Zij voerde aan dat zij haar website zelf en via een tekstschrijver had gecontroleerd zonder de foto aan te treffen, en dat zij bovendien geen enkel logisch belang had bij plaatsing van juist deze afbeelding, omdat die geen verband hield met haar bedrijfsactiviteiten.