Auteursrecht  

IEF 22872

Gedaagde voorlopig als exploitant van restaurant met muziekgebruik aangemerkt, gelegenheid tot tegenbewijs

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 13 aug 2025, IEF 22872; ECLI:NL:RBZWB:2025:5160 (Buma/Sena tegen gedaagde), https://www.ie-forum.nl/artikelen/gedaagde-voorlopig-als-exploitant-van-restaurant-met-muziekgebruik-aangemerkt-gelegenheid-tot-tegenbewijs

Rb. Zeeland-West-Brabant 13 augustus 2025, IEF 22872; ECLI:NL:RBZWB:2025:5160 (Buma/Sena tegen gedaagde). Buma en Sena vorderen betaling van in totaal ruim € 5.000,- aan openstaande licentievergoedingen en incassokosten van een restaurant dat muziek openbaar maakt zonder licentie. Het restaurant wordt geëxploiteerd onder de handelsnaam [de eenmanszaak]. Inschrijving bij de Kamer van Koophandel staat op naam van [gedaagde] (eenmanszaak), maar er zijn ook aanwijzingen dat een B.V. betrokken is, die enige tijd dezelfde handelsnaam voerde en huurder van het pand is. Buma/Sena hebben facturen gestuurd over 2023 en 2024. Een deel is betaald, maar een bedrag van € 5.087,47 resteert. Buma/Sena stelt dat [gedaagde] het restaurant exploiteert en daarom de licentie- en vergoedingsbedragen moet voldoen. Daarnaast vorderen zij een verbod om muziek ten gehore te brengen zonder licentie (dwangsom). [gedaagde] stelt dat niet hij, maar de B.V. exploitant is; hij zou enkel de handelsnaam hebben afgestaan.

IEF 22871

Bevoegdheidsincident auteursrechtzaak over ontwerpvaas: verwijzingsverzoek naar kantonrechter afgewezen

Rechtbank Den Haag 6 aug 2025, IEF 22871; ECLI:NL:RBDHA:2025:14910 (Partij 1, 2 en 3 tegen partij 4), https://www.ie-forum.nl/artikelen/bevoegdheidsincident-auteursrechtzaak-over-ontwerpvaas-verwijzingsverzoek-naar-kantonrechter-afgewezen

Rb. Den Haag 6 augustus 2025, IEF 22871; ECLI:NL:RBDHA:2025:14910 (Partij 1, 2 en 3 tegen partij 4). [partij 1] ontwierp in 1998 de [vaas 1], waarvan de auteursrechten bij [partij 2] B.V. liggen en de productie plaatsvindt via Stichting [partij 3]. [partij 4] B.V. bracht sinds 2021 de [vaas 2] op de markt, die sterk lijkt op de [vaas 1]. In 2021 tekende [partij 4] een onthoudingsverklaring, waarin zij erkende inbreuk te hebben gemaakt en zich verbond geen nieuwe inbreuken te plegen op straffe van boetes. Desondanks verkocht [partij 4] in 2023 en 2024 opnieuw de vazen. [partij 1, 2 en 3] c.s. vorderen o.a. verklaringen voor recht, een inbreukverbod, schadevergoeding (winstafdracht), betaling van verbeurde boetes (€ 5.000), vernietiging voorraad, rectificatie, en proceskosten. In incident vordert [partij 4] verwijzing van de zaak naar de kantonrechter op grond van art. 93 sub b Rv, omdat de vorderingen volgens haar minder dan € 25.000 waard zouden zijn. [partij 1, 2 en 3] c.s. voeren verweer en stellen dat de waarde hoger kan liggen, omdat [partij 4] al sinds 2021 verkoopt en meer vazen heeft verhandeld dan zij opgeeft.

IEF 22867

Domeinnaam ‘hikvision-alarm-system.com’ leidt tot merk-, handelsnaam- en auteursrechtinbreuk

Rechtbank Den Haag 6 aug 2025, IEF 22867; ECLI:NL:RBDHA:2025:14792 (Hangzhou Hikvision Digital Technology Co., Ltd. en Hikvision Europe B.V. tegen Jaggs Alarm B.V.), https://www.ie-forum.nl/artikelen/domeinnaam-hikvision-alarm-system-com-leidt-tot-merk-handelsnaam-en-auteursrechtinbreuk

Rb. Den Haag 6 augustus 2025, IEF 22867; ECLI:NL:RBDHA:2025:14792 (Hikvision c.s.tegen Jaggs). De rechtbank heeft geoordeeld dat Jaggs Alarm B.V. inbreuk maakt op de merk-, handelsnaam- en auteursrechten van Hikvision door gebruik van de domeinnaam hikvision-alarm-system.com, de inhoud van haar website en het gebruik van productfoto’s. Hikvision is houder van diverse merken ‘HIKVISION’ die wereldwijd worden gebruikt ter aanduiding van beveiligings- en videobewakingsproducten. Jaggs, aanvankelijk dealerpartner van Hikvision, gebruikte de domeinnaam voor een webwinkel waarin producten van Hikvision werden aangeboden. Op de website werden aanduidingen opgenomen als “official Hikvision partner” en “authorized dealer” en werden productfoto’s van Hikvision gebruikt. In oktober 2021 sommeerde Hikvision Jaggs om dit gebruik te staken. Ondanks enkele aanpassingen bleef de domeinnaam actief en werd nog steeds de indruk gewekt dat Jaggs officieel met Hikvision verbonden was.

IEF 22859

Horeca Nederland kan contributie en Buma/Sena-heffingen niet innen na einde vof

Rechtbank Limburg 6 aug 2025, IEF 22859; ECLI:NL:RBLIM:2025:7931 (Koninklijk Verbond van Ondernemers in het Horeca en aanverwante bedrijf “Horeca Nederland” tegen gedaagde 1), https://www.ie-forum.nl/artikelen/horeca-nederland-kan-contributie-en-buma-sena-heffingen-niet-innen-na-einde-vof

Rb. Limburg, 6 augustus 2025, IEF 22859; ECLI:NL:RBLIM:2025:7931 (Horeca Nederland tegen gedaagde 1). Horeca Nederland vordert betaling van € 1.789,76, bestaande uit contributie en Buma/Sena-heffingen, van een voormalig lid. De onderneming is aanvankelijk een vof, ingeschreven voor Thaise catering, die zich bij Horeca Nederland aanmeldt. Na enkele maanden wordt de vof ontbonden; een van de vennoten zet het bedrijf voort als eenmanszaak, maar nu als massagesalon. Horeca Nederland blijft facturen sturen voor contributie en muziekrechten, deels zelfs voor perioden ná de ontbinding. De kantonrechter maakt onderscheid tussen beide fasen. Voor de periode ná 15 juli 2021 geldt dat de vof niet meer bestaat en de eenmanszaak een massagesalon drijft, zodat er geen horeca-activiteiten zijn waarop het lidmaatschap of muziekheffingen nog van toepassing kunnen zijn. Facturen die daarop zien missen een grondslag. Voor de periode vóór de ontbinding wordt evenmin toegewezen. Het aanmeldformulier vermeldt wel “mechanische achtergrondmuziek”, maar gedaagde betwist dat er muziek in de zaak werd afgespeeld en voert aan dat de onderneming uitsluitend een afhaal- en bezorgservice betrof. Horeca Nederland levert geen aanvullend bewijs dat er daadwerkelijk muziek werd ten gehore gebracht. Daarmee staat onvoldoende vast dat contributie of Buma/Sena-vergoedingen verschuldigd zijn.

IEF 22853

Rechtbank bevestigt ontbinding distributieovereenkomst en wijst auteursrechtelijke vorderingen af

Rechtbank Midden-Nederland 26 jun 2025, IEF 22853; ECLI:NL:RBMNE:2025:4067 ([eiseres] tegen [gedaagde]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/rechtbank-bevestigt-ontbinding-distributieovereenkomst-en-wijst-auteursrechtelijke-vorderingen-af

Rb. Midden-Nederland 26 juni 2025, IEF 28853; ECLI:NL:RBMNE:2025:4067 (eiseres tegen gedaagde). Partijen sloten een Master Service Agreement (MSA) voor distributie van een door [eiseres] ontwikkelde online training over klinisch onderzoek van medische hulpmiddelen via het platform van [gedaagde]. Kernverplichtingen voor [gedaagde] waren het aanbieden van de training via haar webshop (art. 2.3 MSA) en het actief promoten daarvan (art. 2.5 MSA), waarbij de prijs in gezamenlijk overleg moest worden vastgesteld (art. 1.4 MSA). Na eenzijdige onlineplaatsing door [gedaagde] tegen een prijs van € 299 ontstond een conflict. [eiseres] sommeerde [gedaagde] op 22 februari 2024 om de MSA na te komen, met een prijsrange van € 229–495 als uitgangspunt. [gedaagde] reageerde niet en kwam op 11 maart 2024 in verzuim. De rechtbank oordeelt dat [eiseres] de MSA op 1 mei 2024 rechtsgeldig heeft ontbonden wegens toerekenbare tekortkoming. Het beroep van [gedaagde] op aansprakelijkheidsuitsluiting in haar algemene voorwaarden faalt, nu de MSA daarover expliciete bepalingen bevat die voorrang hebben.

IEF 22850

Schadevergoeding auteursrechtinbreuk in EPGV-procedure gematigd tot €200

Rechtbank Amsterdam 7 jul 2025, IEF 22850; ECLI:NL:RBAMS:2025:5088 (Sumfinidade Unipessoal tegen [verweerder]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/schadevergoeding-auteursrechtinbreuk-in-epgv-procedure-gematigd-tot-200

Rb. Amsterdam 7 juli 2025, IEF 22850; ECLI:NL:RBAMS:2025:5088 (Sumfinidade Unipessoal tegen verweerder). De kantonrechter te Amsterdam oordeelt in een zaak onder de Europese procedure voor geringe vorderingen (EPGV) tussen het Portugese Sumfinidade Unipessoal en een Nederlandse eenmanszaak. Het ging om het gebruik van een auteursrechtelijk beschermde foto zonder toestemming. De foto, gemaakt door een fotograaf waarmee Sumfinidade in 2020 een licentieovereenkomst had gesloten, stond zonder toestemming en bronvermelding tussen 14 februari 2019 en 15 februari 2022 op de website van verweerder. Beide partijen waren het erover eens dat sprake was van inbreuk. Het ging alleen nog om de hoogte van de schadevergoeding. Sumfinidade vordert € 5.000 gebaseerd op haar licentiemodel, maar verweerder voert aan dat geen commercieel voordeel was behaald, dat de plaatsing onbedoeld was en direct na ontdekking was beëindigd. De rechter vond de EPGV-Verordening van toepassing, omdat het geschil niet draaide om de vraag óf er inbreuk was, maar om de hoogte van de vergoeding.

 

IEF 22846

Overname website-elementen Doorax door Security Punt is auteursrechtinbreuk

Rechtbank Midden-Nederland 21 jul 2025, IEF 22846; ECLI:NL:RBMNE:2025:3617 (Doorax B.V. tegen Security Punt B.V.), https://www.ie-forum.nl/artikelen/overname-website-elementen-doorax-door-security-punt-is-auteursrechtinbreuk

Vzr. Rb. Midden‑Nederland 21 juli 2025, IEF 22846; ECLI:NL:RBMNE:2025:3617 (Doorax B.V. tegen Security Punt B.V.). De voorzieningenrechter heeft uitspraak gedaan in een kort geding tussen Doorax B.V. en Security Punt B.V. Doorax verkoopt via internet sloten, hang- en sluitwerk en aanverwante producten. Security Punt is een concurrent van Doorax. Doorax stelt dat Security Punt op haar websites gebruik heeft gemaakt van auteursrechtelijk beschermde werken van Doorax. De rechter stelt vast dat Doorax rechthebbende is van het auteursrechtelijk werk, gevormd door de indeling, opbouw, opmaak, look-en-feel, kleurstelling en overige inhoud van haar website. De overige inhoud bestaat uit door Doorax gemaakte foto’s, teksten, de configurator, het sluitplan, afbeeldingen, productpresentaties, de veel gestelde vragen en andere vormgevingselementen. Doorax voert aan dat de websites van Security Punt inbreuk maken op haar auteursrecht, ondanks enkele wijzigingen.

IEF 22841

Uitspraak ingezonden door Jasper Klopper en Dirk Visser, Visser Schaap & Kreijger.

Hof Amsterdam: artiestenovereenkomst tussen Ronnie Flex enTop Notch niet vernietigd, wel einddatum vastgesteld

Hof Amsterdam 5 aug 2025, IEF 22841; ECLI:NL:GHAMS:2025:2089 (Appellant tegen Top Notch), https://www.ie-forum.nl/artikelen/hof-amsterdam-artiestenovereenkomst-tussen-ronnie-flex-entop-notch-niet-vernietigd-wel-einddatum-vastgesteld

Hof Amsterdam 5 augustus 2025, IEF 22841; ECLI:NL:GHAMS:2025:2089 (Appellant tegen Top Notch). Ronnie Flex sloot op 17 juli 2012 een exclusieve artiestenovereenkomst met het label Top Notch. Tussen partijen ontstond later een geschil over de looptijd (aantal albums en opties), de royalty- en kostenverdeling en de vraag aan wie rechten op de opnamen toekomen. De rechtbank Amsterdam wees op 17 januari 2024 de vorderingen van Ronnie Flex af [zie IEF 21868]. Ronnie Flex stelt hierop hoger beroep in en vordert primair vernietiging van de overeenkomst wegens dwaling, subsidiair (gedeeltelijke) vernietiging of buiten toepassing laten van bepalingen op grond van art. 25f Auteurswet (onredelijk lange of onvoldoende bepaalde termijn) en meer subsidiair wijziging van rechtsgevolgen of vaststelling van een eerdere einddatum. Daarnaast vordert hij verklaringen voor recht over de verdeling van inkomsten (o.a. live en sponsoring), het ongedaan maken van verrekeningen, en erkenning dat hij (mede) fonogrammenproducent is van de onder het contract uitgebrachte opnamen, met bijbehorende registraties bij collectieve beheersorganisaties. Hij onderbouwde dit met stellingen over een onduidelijke en te lange looptijd, een onevenwichtige kosten-/royaltystructuur, een mededelingsplicht van Top Notch die zou zijn geschonden, en met een beroep op het auteurscontractenrecht (art. 25c/25d Aw) en redelijkheid en billijkheid. Top Notch voert verweer en verzoekt bekrachtiging van het vonnis. Zij stelt dat de contractsbepalingen duidelijk en gebruikelijk zijn, dat zij aanzienlijke investeringen en productietaken heeft verricht, dat de rechten geldig zijn overgedragen en dat zij terecht inkomsten uit liveoptredens en sponsoring heeft verrekend binnen de contractuele looptijd.

IEF 22840

Uitspraak ingezonden door  M.P.M. van Weezel en M.F.M. Abdul, Taylor Wessing

Rechtbank bevestigt auteursrechtinbreuk op DCI-foto’s en wijst meeste verweren van gedaagde af

Rechtbank Oost-Brabant 30 jul 2025, IEF 22840; ECLI:NL:RBOBR:2025:4748 (DCI tegen RVE), https://www.ie-forum.nl/artikelen/rechtbank-bevestigt-auteursrechtinbreuk-op-dci-foto-s-en-wijst-meeste-verweren-van-gedaagde-af

Rb. Oost-Brabant 30 juli 2025, IEF 22840; ECLI:NL:RBOBR:2025:4748 (DCI tegen gedaagde). DCI is een mediabedrijf dat nieuwsfoto’s maakt. Zij beheert een fotodatabank, die alleen maar toegankelijk is wanneer er een account wordt aangemaakt en er een licentievergoeding wordt betaald. Gedaagde exploiteert een website met onder andere wedstrijduitslagen, nieuwsflitsen en andere berichten omtrent het amateurvoetbal. DCI heeft geconstateerd dat gedaagde op deze site 21 foto’s van DCI heeft geplaatst. DCI vordert in deze procedure dat gedaagde de schade als gevolg van de auteursrechtinbreuk vergoedt. De vordering wordt gebaseerd op artikelen 12, 13 en 25 lid 1 sub a Aw. gedaagde voert zeven verweren. Zij stelt onder andere dat de foto’s niet auteursrechtelijk beschermd zijn (I), DCI niet aantoont auteursrechthebbende te zijn (II), DCI misbruik maakt van haar auteursrecht (III), de pers-exceptie van toepassing is (IV), er geen daadwerkelijke schade is (V), een verhoging van de licentievergoeding onredelijk is (VI) en tot slot dat art. 1019h Rv niet van toepassing is (VII). De rechtbank stelt allereerst vast dat alle 21 foto’s auteursrechtelijk beschermd zijn en dus faalt verweer I. Vervolgens is aan de orde of DCI de auteursrechthebbende is. Met uitzondering van foto 8 heeft DCI dit voldoende onderbouwd. Van foto 8 is niet met zekerheid te stellen dat DCI hier auteursrechthebbende van is. Het verweer van II slaagt dus alleen voor foto 8, waardoor de vordering die op deze foto ziet wordt afgewezen. 

IEF 22829

REACH‑opt‑out: Carus verliest kort geding over kosten‑ en auteursrechtclaims tegen Coloured Chemicals

Rechtbank Amsterdam 27 jan 2025, IEF 22829; ECLI:NL:RBAMS:2025:4436 (Carus tegen Coloured Chemicals c.s.), https://www.ie-forum.nl/artikelen/reach-opt-out-carus-verliest-kort-geding-over-kosten-en-auteursrechtclaims-tegen-coloured-chemicals

Vzr. Rb. Amsterdam 27 januari 2025, IEF 22829, LSR 2309; ECLI:NL:RBAMS:2025:4436 (Carus tegen Coloured Chemicals c.s.). Carus is hoofdregistrant voor kalium‑ en natriumpermanganaat en bezit de bijbehorende REACH‑dossiers, terwijl Coloured Chemicals in 2023 namens Indiase producenten Magnesia en Arista aparte opt‑out‑registraties voor dezelfde stoffen verkreeg. Coloured Chemicals baseerde haar dossier grotendeels op door ECHA verstrekte studie‑samenvattingen die minstens twaalf jaar oud zijn en daarom vrij gedeeld mogen worden. Carus vermoedt echter dat Coloured Chemicals ook jongere, nog kostbare studies uit haar registratiedossiers heeft gekopieerd en weigert mee te betalen aan de gemaakte onderzoeks‑ en administratieve kosten. Primair vordert Carus in kort geding voorschotten van € 150.000 en € 50.000, plus import‑ en exportverboden totdat betaling is verricht. Subsidiair stelt zij dat Coloured Chemicals inbreuk maakt op haar auteursrecht door het zonder toestemming overnemen van tekst en data uit het registratiedossier. Coloured Chemicals bestrijdt de kostenplicht, wijst op haar geldige opt‑out en stelt dat het REACH‑principe “één stof, één registratie” geen financiële verplichting oplegt wanneer eigen data worden gebruikt. Zij ontkent tevens elke auteursrechtinbreuk, betwijfelt of het dossier überhaupt een beschermde creatieve vorm heeft en betoogt dat overeenkomsten door de gestandaardiseerde ECHA‑formulieren onvermijdelijk zijn.