Auteursrecht  

IEF 23721

Uitspraak ingezonden door Dirk Visser en Jasper Klopper, Visser Schaap & Kreijger.

Beroep op parodie-exceptie faalt bij commerciële exploitatie ABBA-parodie ‘Dikke Pens’

Rechtbank Midden-Nederland 29 jul 2026,, IEF 23721; ECLI:NL:RBMNE:2026:4647 (De Kapotte Kachels tegen Universal Music Publishing), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/beroep-op-parodie-exceptie-faalt-bij-commerciele-exploitatie-abba-parodie-dikke-pens

Rb. Midden-Nederland 29 juli 2026, IEF 23721; IT 5394; ECLI:NL:RBMNE:2026:4647 (De Kapotte Kachels tegen Universal Music Publishing). De carnavalsband De Kapotte Kachels bracht het nummer Dikke Pens (Clap Your Pens) uit, waarin de melodie van Take A Chance On Me van ABBA wordt gebruikt met een nieuwe, carnavaleske tekst. Universal Music Publishing, die namens de rechthebbenden van ABBA optreedt, liet het nummer van onder meer Spotify verwijderen wegens auteursrechtinbreuk. De Kapotte Kachels vorderen daarop onder meer verklaringen voor recht dat Dikke Pens een toegestane parodie is in de zin van artikel 18b Auteurswet.

IEF 23717

Annotatie geschreven door P.B. Hugenholtz. 

NJ-noot onder HvJEU Pelham 2 (pastiche)

[verschenen in Nederlandse Jurisprudentie 2026/188].

Noot

In deze noot bespreekt P.B. Hugenholtz het arrest Pelham II [IEF 23472], waarin het HvJEU voor het eerst uitleg geeft aan het begrip ‘pastiche’ in art. 5 lid 3 onder k InfoSoc-richtlijn. Het Hof oordeelt dat de pastichebeperking geen algemene vangnetclausule voor artistiek hergebruik vormt. Een pastiche moet een bestaand werk oproepen, daarvan merkbaar verschillen en daarmee een als zodanig herkenbare artistieke of creatieve dialoog aangaan.

Hugenholtz bespreekt de betekenis van deze uitleg voor onder meer sampling, memes en appropriation art. Ook gaat hij in op de grondrechtelijke basis van de pastichebeperking en de ruime uitleg die volgens het Hof moet worden gegeven aan beperkingen die de uitings- en kunstvrijheid waarborgen.

IEF 23700

A-G Szpunar: persuitgevers kunnen in twee hoedanigheden recht hebben op billijke compensatie

HvJ EU 16 jul 2026,, IEF 23700; ECLI:EU:C:2026:607 (AGECOP tegen VISAPRESS), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/a-g-szpunar-persuitgevers-kunnen-in-twee-hoedanigheden-recht-hebben-op-billijke-compensatie

Conclusie AG HvJ EU 16 juli 2026, IEF 23700; IEFbe 4263; ECLI:EU:C:2026:607(AGECOP/VISAPRESS). De zaak betreft de Portugese regeling voor de billijke compensatie wegens reprografische reproducties en reproducties voor privégebruik van literaire en grafische werken. Volgens deze regeling wordt de geïnde compensatie gelijkelijk verdeeld tussen organisaties die auteurs vertegenwoordigen en organisaties van uitgevers. VISAPRESS, een organisatie die persuitgevers vertegenwoordigt, stelde daarnaast aanspraak te hebben op een gedeelte van het voor auteurs bestemde aandeel. Persuitgevers zijn naar Portugees recht namelijk niet alleen houders van naburige rechten op perspublicaties, maar ook van oorspronkelijke auteursrechten op bepaalde publicaties en van afgeleide auteursrechten op artikelen die zonder naamsvermelding zijn gepubliceerd. De Portugese hoogste rechter vraagt in wezen of artikel 5, lid 2, onder a en b, van Richtlijn 2001/29, gelezen in samenhang met artikel 16, eerste alinea, van Richtlijn 2019/790, toestaat dat persuitgevers zowel in hun hoedanigheid van uitgever als in hun hoedanigheid van auteursrechthebbende aanspraak maken op billijke compensatie.

IEF 23695

Geen verplichting tot vervolgopdrachten en geen opschortingsrecht wegens gevreesde auteursrechtinbreuk

Rechtbank Amsterdam 29 jan 2018,, IEF 23695; ECLI:NL:RBAMS:2018:409 (Agendum tegen Dutchlabel), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-verplichting-tot-vervolgopdrachten-en-geen-opschortingsrecht-wegens-gevreesde-auteursrechtinbreuk

Rb. Amsterdam 29 januari 2018, IEF 23695; ECLI:NL:RBAMS:2018:409 (Agendum tegen Dutchlabel). Agendum gaf reclamebureau Dutchlabel opdracht een communicatieconcept te ontwikkelen, dat Dutchlabel presenteerde met een daarbij ontworpen logo en huisstijl. Vervolgens sloten partijen een afzonderlijke overeenkomst voor het maken van drie foto’s en het gebruik daarvan gedurende één jaar. Nadat Agendum had meegedeeld geen verdere uitwerkingen door Dutchlabel te willen laten verzorgen, weigerde Dutchlabel de reeds betaalde foto’s te leveren. Zij stelde dat Agendum verplicht was vervolgopdrachten te verstrekken of het gestelde auteursrecht op het communicatieconcept af te kopen en dat zij de levering mocht opschorten uit vrees dat Agendum het concept door een andere vormgever zou laten uitwerken. De kantonrechter verwerpt dit verweer. Gesteld noch gebleken was dat partijen bij de opdracht tot conceptontwikkeling vervolgopdrachten waren overeengekomen. Ook indien op het concept auteursrecht rustte, volgde daaruit niet dat Dutchlabel zonder uitdrukkelijke afspraak vervolgopdrachten of afkoop van dat auteursrecht kon afdwingen. Als professioneel reclamebureau had Dutchlabel Agendum bij het aangaan van de overeenkomst duidelijk moeten informeren over de door haar gestelde auteursrechtelijke beperkingen. Omdat zij dat onvoldoende had gedaan, mocht zij er niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat Agendum zich ook tot vervolgopdrachten had verbonden.

IEF 23688

Hof Arnhem-Leeuwarden: plaatsing van volledige krantenartikelen in eigen systeem is auteursrechtinbreuk; schade in dit geval begroot op gemiste advertentie-inkomsten

Hof Arnhem-Leeuwarden 11 jul 2017,, IEF 23688; ECLI:NL:GHARL:2017:5916 ([appellant] tegen Cozzmoss), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hof-arnhem-leeuwarden-plaatsing-van-volledige-krantenartikelen-in-eigen-systeem-is-auteursrechtinbreuk-schade-in-dit-geval-begroot-op-gemiste-advertentie-inkomsten

Hof Arnhem-Leeuwarden 11 juli 2017, IEF 23688; ECLI:NL:GHARL:2017:5916 ([appellant] tegen Cozzmoss). Een onderneming nam volledige pdf-bestanden van zeven artikelen uit Trouw en de Volkskrant op in haar eigen digitale informatiesysteem en plaatste in haar eigen opiniestukken hyperlinks naar die bestanden. Het hof oordeelt dat zij de artikelen daarmee zonder toestemming heeft verveelvoudigd en openbaar gemaakt. Dat de artikelen ook op de websites van de dagbladen beschikbaar waren, maakt dit niet anders. Anders dan in Svensson werd niet gelinkt naar de door de rechthebbenden zelf gepubliceerde artikelen, maar naar eigen verveelvoudigingen, waardoor volgens het hof een nieuw publiek werd bereikt. De betwisting dat de auteursrechten bij Trouw en de Volkskrant berustten, was pas bij pleidooi aangevoerd en daarom op grond van de tweeconclusieregel te laat. Voor één artikel was evenmin impliciete toestemming verkregen. Ook het beroep op artikel 15a Aw faalt. Hoewel het integraal citeren van een werk niet principieel is uitgesloten, was de volledige opname van de artikelen hier niet proportioneel en niet functioneel noodzakelijk. Een relevant gedeelte of een samenvatting had kunnen volstaan en de gekozen wijze van publicatie deed afbreuk aan de normale exploitatie van de artikelen, waaronder het genereren van advertentie-inkomsten op de websites van de kranten. De handhaving van het auteursrecht hoefde evenmin te wijken voor artikel 10 EVRM, omdat andere manieren beschikbaar waren om de inhoud onder de aandacht te brengen en de gevorderde maatregel niet disproportioneel was.

IEF 23687

Hof Arnhem-Leeuwarden gelast mondelinge behandeling in auteursrechtelijk geschil over Excel-templates

Hof Arnhem-Leeuwarden 18 jul 2023,, IEF 23687; ECLI:NL:GHARL:2023:6124 ([appellanten] tegen [geïntimeerden]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hof-arnhem-leeuwarden-gelast-mondelinge-behandeling-in-auteursrechtelijk-geschil-over-excel-templates

Hof Arnhem-Leeuwarden 18 juli 2023, IEF 23687; ECLI:NL:GHARL:2023:6124 ([appellanten] tegen [geïntimeerde]). In het hoger beroep tegen de vonnissen van de rechtbank Gelderland van 27 oktober 2021 en 13 juli 2022 hebben appellanten principaal hoger beroep ingesteld en heeft geïntimeerde incidenteel hoger beroep ingesteld. Volgens de inhoudsindicatie betreft de zaak een gestelde auteursrechtinbreuk op negen Excel-templates. Het hof beoordeelt in dit arrest echter nog niet of de templates auteursrechtelijk beschermd zijn, of daarop inbreuk is gemaakt en evenmin of de grieven van partijen slagen. Het betreft een processueel tussenarrest waarin het hof op grond van artikel 87 Rv een mondelinge behandeling voor de meervoudige kamer bepaalt en iedere verdere beslissing aanhoudt.

IEF 23689

Rechtbank Frankfurt verduidelijkt wanneer AI-gegenereerde afbeeldingen auteursrechtinbreuk opleveren


Generatieve AI maakt het eenvoudig om bestaande foto's als uitgangspunt te nemen voor nieuwe afbeeldingen. Daarmee rijst een fundamentele vraag: wanneer levert een met AI gegenereerde afbeelding een auteursrechtelijke bewerking van de oorspronkelijke foto op? En wanneer is de afstand tot het origineel zo groot geworden dat van auteursrechtinbreuk geen sprake meer is?

Nadat het Hof Düsseldorf eerder dit jaar oordeelde dat een AI-afbeelding van een hond onder water geen inbreuk opleverde omdat alleen het onbeschermde motief was overgenomen, komt ook de Rechtbank Frankfurt tot een vergelijkbaar oordeel. In haar uitspraak van 27 mei 2026 bevestigt zij dat het gebruik van AI geen afwijkend toetsingskader vereist: doorslaggevend blijft de vraag of wel of geen beschermde creatieve trekken zijn overgenomen. Wel kan het gebruik van AI bewijsrechtelijke vragen oproepen, met name hoe kan worden aangetoond dat een beschermde afbeelding daadwerkelijk als input voor een AI-systeem is gebruikt. Daarbij wordt uitdrukkelijk niet ingegaan op de vraag of die invoering op zichzelf een auteursrechtelijk relevante handeling oplevert.

Dit is een preview. Het volledige artikel is nu beschikbaar op www.AI-Forum.nl.

IEF 23680

HvJ EU: state-of-the-art geoblocking voorkomt een mededeling aan het publiek in een lidstaat waar het werk nog beschermd is

HvJ EU 9 jul 2026,, IEF 23680; ECLI:EU:C:2026:559 (Anne Frank Fonds tegen Anne Frank Stichting, Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Vereniging voor Onderzoek en Ontsluiting van Historische Teksten), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hvj-eu-state-of-the-art-geoblocking-voorkomt-een-mededeling-aan-het-publiek-in-een-lidstaat-waar-het-werk-nog-beschermd-is

HvJ EU 9 juli 2026, IEF 23680; IEFbe 4254; ECLI:EU:C:2026:559 (Anne Frank Fonds tegen Anne Frank Stichting, Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Vereniging voor Onderzoek en Ontsluiting van Historische Teksten). In het kader van een gezamenlijk initiatief van de Anne Frank Stichting, de KNAW en de Vereniging voor Onderzoek en Ontsluiting van Historische Teksten werd via een Belgische website een kosteloos toegankelijke wetenschappelijke editie van de manuscripten van Anne Frank aangeboden. De werken behoren in onder meer België tot het publieke domein, maar zijn in Nederland gedeeltelijk nog tot 2037 auteursrechtelijk beschermd. De toegang vanuit Nederland werd daarom met geoblocking geblokkeerd. Het Hof oordeelt dat in Nederland geen mededeling aan het publiek in de zin van artikel 3 lid 1 van Richtlijn 2001/29 plaatsvindt wanneer die geoblocking een doeltreffende technische voorziening in de zin van artikel 6 lid 3 vormt. In deze context is daarvan sprake wanneer de geoblocking state-of-the-art is. De doeltreffendheid hoeft niet absoluut te zijn: de enkele mogelijkheid dat individuele gebruikers de blokkade met een VPN of vergelijkbare dienst omzeilen, maakt haar niet ondoeltreffend. Bij de beoordeling moet onder meer rekening worden gehouden met de geschiktheid en evenredigheid van de maatregel, de stand van de techniek, de technische en praktische uitvoerbaarheid, de kosten en de mogelijkheden tot omzeiling. Een aanvullende verklaring waarin de gebruiker bevestigt zich in een publiekdomeinland te bevinden, is niet doeltreffend omdat zij uitsluitend afhankelijk is van de bereidheid van de gebruiker om naar waarheid te antwoorden. De conclusie van A-G Rantos van 15 januari 2026 is gepubliceerd op IE-Forum onder [IEF 23216].

IEF 23678

Hof Amsterdam bepaalt in tussenbeschikking de omvang en wijze van beperkte inzage in SVOD-tariefcriteria van Buma/Stemra

Hof Amsterdam 16 jun 2026,, IEF 23678; ECLI:NL:GHAMS:2026:1705 (Disney tegen Buma/Stemra, Apple en Netflix), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hof-amsterdam-bepaalt-in-tussenbeschikking-de-omvang-en-wijze-van-beperkte-inzage-in-svod-tariefcriteria-van-buma-stemra

Hof Amsterdam 16 juni 2026, IEF 23678; ECLI:NL:GHAMS:2026:1705 (Disney tegen Buma/Stemra, Apple en Netflix). Disney verzoekt op grond van artikel 843a (oud) Rv om inzage in licentieovereenkomsten en andere bescheiden over de tarieven die Buma/Stemra hanteert voor het gebruik van muziekauteursrechten door aanbieders van subscription video on demand. In een eerdere tussenbeschikking had het hof bindend beslist dat Disney slechts een beperkt rechtmatig belang bij inzage heeft. Zij mag uitsluitend kennisnemen van de criteria, factoren en omstandigheden die Buma/Stemra heeft betrokken bij de bepaling van de aan andere SVOD-aanbieders aangeboden tarieven en van de redenen waarom eventuele kortingen, afslagen of aftrekposten zijn aangeboden. Disney heeft geen recht op de concrete tarieven of kortingen, de namen van andere aanbieders, de volledige licentieovereenkomsten, de concrete toepassing van de criteria, tariefberekeningen, gegevens over muziekgebruik of percentages afgekochte rechten. Het hof komt niet terug van deze bindende eindbeslissingen. De door Buma/Stemra aangehaalde uitspraak over de algemene openbaarmakingsplicht van artikel 2p WtcbO en artikel 21 van Richtlijn 2014/26/EU betreft een andere verplichting dan de hier relevante bilaterale informatieplicht van artikel 2l WtcbO en artikel 16 van die richtlijn. Voldoende aannemelijk is dat naast de twee door Buma/Stemra genoemde criteria ook andere factoren een rol kunnen spelen bij de tariefonderhandelingen. Buma/Stemra moet gebruikers daarom de noodzakelijke informatie en de gebruikte tariefcriteria verschaffen om onderhandelingen te kunnen voeren over objectieve en niet-discriminerende tarieven.

IEF 23677

Gemeenschappelijk Hof: afwijzing voorlopige auteursrechtelijke voorzieningen na toepassing van de afstemmingsregel

Antilliaanse Gerechten 30 jun 2026,, IEF 23677; ECLI:NL:OGHACMB:2026:179 (Ducapro tegen QW), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gemeenschappelijk-hof-afwijzing-voorlopige-auteursrechtelijke-voorzieningen-na-toepassing-van-de-afstemmingsregel

Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 30 juni 2026, IEF 23677; ECLI:NL:OGHACMB:2026:179 (Ducapro tegen QW). Ducapro vorderde in kort geding primair een verbod voor Q-Waves om via haar Arubaanse radiostation muziek uit te zenden van auteurs en rechthebbenden die Ducapro vertegenwoordigt, en subsidiair betaling van een voorlopige vergoeding totdat in een bodemprocedure een definitieve vergoeding zou zijn vastgesteld. Nadat het Gerecht deze vorderingen had afgewezen, werd tijdens het hoger beroep vonnis gewezen in de bodemprocedure over dezelfde geschilpunten. In dat bodemvonnis waren de vorderingen van Ducapro eveneens afgewezen. De bodemrechter overwoog dat Ducapro haar bevoegdheid baseerde op een mandaatovereenkomst met BUMA/STEMRA, maar dat het wettelijke kader op grond waarvan BUMA/STEMRA voor auteurs en rechthebbenden kan optreden niet in Aruba geldt. Daarnaast ontbreekt volgens de bodemrechter in Aruba een voldoende wettelijke en toezichthoudende structuur voor de berekening, inning en verdeling van auteursrechtelijke vergoedingen. De contractuele basis van Ducapro bood daarom onvoldoende grondslag voor het gevorderde verbod en de vergoeding.