Geldige exclusieve licentie doorslaggevend bij handelsnaam- en merkrechtgeschil
Rb. Gelderland 19 december 2025, IEF 23221; ECLI:NL:RBGEL:2025:11550 ([eisers] tegen [gedaagde]). In dit kort geding beoordeelt de rechtbank een geschil over het gebruik van een handelsnaam, merkrechten en een octrooi voor een isolatieproduct. Eisers stellen dat zij op grond van een in juni 2025 gesloten licentieovereenkomst (LO2) exclusieve rechten hebben verkregen en dat gedaagde inbreuk maakt door het gebruik van dezelfde handelsnaam en merken. Gedaagde verweert zich met de stelling dat zij al eerder, op 12 februari 2025, op grond van een andere licentieovereenkomst (LO1) een exclusieve licentie heeft verkregen op het octrooi, de handelsnaam en de bijbehorende merken. De voorzieningenrechter stelt voorop dat sprake is van spoedeisend belang, maar beoordeelt vervolgens of de vorderingen in een bodemprocedure een reële kans van slagen hebben.