Naburige rechten

IEF 18150

Conclusie AG: sampling moet een inbreuk vormen op rechten producent fonogram indien gebruik zonder toestemming

HvJ EU 12 dec 2018, IEF 18150; ECLI:EU:C:2018:1002 (Pelham e.a.), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-ag-sampling-moet-een-inbreuk-vormen-op-rechten-producent-fonogram-indien-gebruik-zonder-to

Conclusie AG 12 december 2018, IEF 18150; IEFbe 2800; C‑476/17; ECLI:EU:C:2018:1002 (Pelham e.a.) Naburige rechten. Via het persbericht. Ralf Hűtter en Florian Schneider-Esleben zijn leden van de band Kraftwerk, die in 1977 een fonogram uitbracht met daarop het werk „Metall auf Metall”. Pelham GmbH, een vennootschap naar Duits recht, is producent van een fonogram met het werk „Nur mir”. Hűtter en SchneiderEsleben stellen dat Pelham, Moses Pelham en Martin Haas met behulp van sampling ongeveer twee seconden van een ritmische sequens van „Metall auf Metall” hebben gekopieerd en deze met minieme wijzigingen en op een herkenbare manier in een doorlopende herhaling onder het nummer „Nur mir” hebben gezet. Volgens Hütter en Schneider-Esleben wordt zo inbreuk gemaakt op het naburige recht waarvan zij als producenten van het betrokken fonogram houder zijn, en dus hebben zij met name verzocht om staking van de inbreuk, toekenning van schadevergoeding en afgifte van de fonogrammen met het oog op vernietiging ervan. Advocaat-generaal Szpunar stelt het Hof voor te oordelen dat sampling een inbreuk vormt op de rechten van de producent van een fonogram als er zonder diens toestemming gebruik van wordt gemaakt.   Lees verder.

IEF 18068

CvTA trekt advies en aanwijzing Sena in door formeel gebrek

CvTA 30 okt 2018, IEF 18068; (Besluit intrekking advies en aanwijzing Sena), http://www.ie-forum.nl/artikelen/cvta-trekt-advies-en-aanwijzing-sena-in-door-formeel-gebrek

CvTA 30 oktober 2018, IEF 18068; (Besluit intrekking advies en aanwijzing Sena) Naburige rechten. Op 30 oktober 2018 besloot het CvTA tot het intrekken van het advies aan Sena van 27 oktober 2017 [IEF 17553] en tot het intrekken van de aanwijzing van Sena van 1 oktober 2018 [IEF 18003] met het oog op een mogelijk formeel gebrek in de voorbereiding van de aanwijzing. Tegelijkertijd bracht het CvTA op 30 oktober een nieuw advies uit aan Sena. U kunt het besluit tot intrekking van het advies en van de aanwijzing, inclusief het nieuwe advies aan Sena hier inzien.

IEF 18044

Prejudicieel gestelde vraag over uitzonderingsregeling die exploitatie tussen kunstenaars(collectieven) en instituut regelt

HvJ EU 11 jul 2018, IEF 18044; (INA), http://www.ie-forum.nl/artikelen/prejudicieel-gestelde-vraag-over-uitzonderingsregeling-die-exploitatie-tussen-kunstenaars-collectiev

Prejudicieel gestelde vraag aan HvJ EU 11 juli 2018, IEF 18044; IEFbe 2768; C-484/18 (INA) Naburige rechten. Via Minbuza. Het INA is verantwoordelijk voor het bewaren en tot zijn recht laten komen van het nationale audiovisuele erfgoed. Het bewaart de audiovisuele archieven van de nationale radio- en televisiezenders en draagt bij aan de exploitatie ervan. PG en GF verwijten het INA dat het, zonder hun toestemming, op zijn website videogrammen en een fonogram te koop heeft aangeboden met uitvoeringen door de jazzdrummer waarvan zij de rechthebbenden zijn. Het INA beroept zich op een bijzondere wettelijke regeling op basis waarvan het de archieven kan exploiteren door de uitvoerend kunstenaars een forfaitaire vergoeding te betalen zoals vastgesteld in collectieve overeenkomsten met hun representatieve vakbonden. De rechthebbenden stellen dat die wettelijke regeling strijdig is met de richtlijn. 

IEF 18003

CvTA-aanwijzing Sena om aan openbaarmakingsverplichtingen te voldoen

CvTA 1 okt 2018, IEF 18003; (Aanwijzing Sena), http://www.ie-forum.nl/artikelen/cvta-aanwijzing-sena-om-aan-openbaarmakingsverplichtingen-te-voldoen

CvTA 1 oktober 2018, IEF 18003; (Aanwijzingsbesluit Sena) Naburige rechten. Op 1 oktober 2018 besloot het CvTA tot aanwijzing van Sena om aan haar openbaarmakingsverplichtingen ten aanzien van alle gehanteerde standaardlicentie-overeenkomsten en de normaal toepasselijke tarieven, inclusief kortingen, te voldoen. Aan de basis van deze aanwijzing ligt een eerder advies van het CvTA en een in opdracht van het CvTA vervaardigde opinie van dhr. prof. mr. P. B. Hugenholtz. U kunt het besluit tot aanwijzing, inclusief de opinie van de heer Hugenholtz, hier inzien.

IEF 17971

Eiser is enige en volledige rechthebbende van naburige rechten van fonogrammenproducent

Hof Den Haag 11 sep 2018, IEF 17971; (Tee set), http://www.ie-forum.nl/artikelen/eiser-is-enige-en-volledige-rechthebbende-van-naburige-rechten-van-fonogrammenproducent

Hof Den Haag 11 september 2018, IEF 17971 (Tee Set) Naburige rechten. Auteursrecht. Partijen hebben een geschil over de wie de rechthebbende is op de producentrechten en wie de naburige rechten heeft van de fonogrammenproducent. De rechtbank oordeelde [IEF 16241] dat de eiser de volledige en enige rechthebbende is op de naburige rechten. Met betrekking tot het auteursrecht twisten partijen over de vraag of bandlid 1 alle composities en teksten van de ‘Tee Set’ nummers heeft geschreven of niet. Omdat nadere onderbouwing op dit punt is uitgebleven kan niet vastgesteld worden dat bandlid 1 maker is van de composities en teksten. In hoger beroep vordert hij dat de auteursrechten en de naburige rechten hem alsnog toekomen. Door de overdrachten van auteursrechten van x in 2002, 2006 en 2013 is niet alleen het deel van x overgedragen maar de gehele rechten. Daardoor is eiser volledige en enige rechthebbende van de muziekuitgaverechten. Er is niet gebleken dat gedaagde de fonogrammenproducentenrechten heeft. Waardoor eiser volledige en enige rechthebbendeis van de naburige rechten van de fonogrammenproducent. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank.

IEF 17641

HvJ EU: Voor vaststelling 'nadeel bij mededinging' bij stroomafwaartse markt door collectieve beheersvennootsschap is geen bewijs van daadwerkelijke en kwantificeerbare verslechtering vereist

HvJ EU 19 apr 2018, IEF 17641; ECLI:EU:C:2018:270 (MEO tegen Autoridade da Concorrência), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-voor-vaststelling-nadeel-bij-mededinging-bij-stroomafwaartse-markt-door-collectieve-beheersve

HvJ EU 19 april 2018, IEF 17641; IEFbe 2554; C-525/16; ECLI:EU:C:2018:270 (MEO tegen Autoridade da Concorrência) Begrip  ,nadeel bij de mededinging’. Discriminerende prijzen op de stroomafwaartse markt. Vennootschap voor het beheer van de naburige rechten van het auteursrecht. PT Comunicações SA, rechtsvoorganger van MEO, heeft bij de mededingingsautoriteit een klacht ingediend tegen GDA wegens eventueel misbruik van machtspositie. GDA zou buitensporig hoge prijzen hanteren voor het gebruik van de naburige rechten van de auteursrechten en dat GDA tevens ongelijke voorwaarden toepaste op MEO in vergelijking met een andere leverancier van betaaldiensten voor het uitzenden van televisiesignalen en de inhoud ervan. HvJ EU:

Het begrip „nadeel bij de mededinging” in de zin van artikel 102, tweede alinea, onder c), VWEU moet aldus worden uitgelegd dat het, in het geval waarin een onderneming met een machtspositie discriminerende prijzen toepast op haar handelspartners op de stroomafwaartse markt, ziet op de situatie waarin deze gedraging een verstoring van de mededinging tussen deze handelspartners tot gevolg kan hebben. Voor de vaststelling van een dergelijk „nadeel bij de mededinging” is geen bewijs van een daadwerkelijke en kwantificeerbare verslechtering van de mededingingspositie vereist, maar die vaststelling moet worden gebaseerd op een analyse van alle relevante omstandigheden van het concrete geval die de slotsom rechtvaardigt dat die gedraging invloed heeft op de kosten, winsten, of enig ander relevant belang van een of meer van voornoemde partners, zodat deze gedraging die mededingingspositie kan aantasten.

IEF 17565

Conclusie AG: zaak Stichting BREIN tegen Ziggo en XS4ALL over het blokkeren van The Pirate Bay moet over

Hoge Raad 16 mrt 2018, IEF 17565; ECLI:NL:PHR:2018:202 (Stichting BREIN tegen Ziggo/XS4ALL), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-ag-zaak-stichting-brein-tegen-ziggo-en-xs4all-over-het-blokkeren-van-the-pirate-bay-moet-o

Conclusie AG HR 16 maart 2018, IEF 17565; IT 2513; ECLI:NL:PHR:2018:202(Stichting BREIN tegen Ziggo/XS4ALL) Auteursrecht. Na HvJ EU 'Indexeringssite met zoekmotor The Pirate Bay doet mededeling aan publiek' IEF 16859. Rechtspraak.nl: De zaak van Stichting BREIN tegen internetproviders Ziggo en XS4ALL over het blokkeren van The Pirate Bay (TPB) moet over. Dat adviseert advocaat-generaal Van Peursem de Hoge Raad in zijn conclusie van vandaag. In deze zaak eist Stichting BREIN dat internetproviders Ziggo en XS4ALL de toegang tot de ‘torrentsite’ The Pirate Bay (TPB) voor hun abonnees blokkeren. Via TPB kunnen gebruikers onderling grote mediabestanden zoals van films en muziek zonder toestemming van rechthebbenden gratis uitwisselen. BREIN heeft in een eerdere procedure een verbod van TPB afgedwongen maar dat leidde er niet toe dat TBP uit de lucht ging. De rechtbank wees de door BREIN gevraagde blokkade toe; het hof deed dat in hoger beroep niet, voornamelijk omdat die maatregel volgens het hof niet effectief zou zijn. BREIN had ook aangevoerd dat The Pirate Bay inbreuk maakte op auteursrechten door onder meer afbeeldingen van cd- en dvd-hoezen te tonen. Die inbreuk was volgens het Hof niet vergaand genoeg om de blokkade van de site te rechtvaardigen. Naar aanleiding van de uitspraak van het Hof ging Stichting BREIN in cassatie bij de Hoge Raad.

 

IEF 17178

Collectieve vergoeding 'hoofdmakers' voor video on demand afgerond

Arbitrage 24 jul 2017, IEF 17178; (RODAP tegen Stichting Lira, Vevam & Norma), http://www.ie-forum.nl/artikelen/collectieve-vergoeding-hoofdmakers-voor-video-on-demand-afgerond

NAI Arbitrage 24 juli 2017, IEF 17178 (RODAP tegen Stichting Lira, Vevam & Norma) VOD-vergoeding. Het scheidsgerecht oordeelt dat RODAP onvoldoende heeft toegelicht op grond waarvan zou moeten worden aangenomen dat ook andere kosten direct verband houden met het genereren van hogere opbrengsten bij de exploitatie van filmwerken via een EMS platform, in die zin dat zij rechtstreeks van invloed zijn op de lopende exploitatie van de EMS diensten. Het debat tussen partijen heeft zich vooral toegespitst op de kosten van content en op de platform en/of technische kosten. De kosten van content vormen in feite de uitgaven die gemoeid zijn met de aanschaf van de filmwerken. Die uitgaven kunnen niet worden aangemerkt als kosten voor de exploitatie van die filmwerken. Ook de platform- en/of technische kosten kunnen niet als aftrekbare kosten in de zin van het tussenvonnis worden aangemerkt. Het gaat hier vooral om kosten die exploitatie van EMS diensten mogelijk maken, deze kosten staan in onvoldoende rechtstreeks verband met hogere opbrengsten uit lopende exploitatie.