Alle rechtspraak  

IEF 23263

ANP niet-ontvankelijk wegens gebrekkige dagvaarding bij gestelde auteursrechtinbreuk

Rechtbank Oost-Brabant 27 nov 2025, IEF 23263; ECLI:NL:RBOBR:2025:8151 (ANP tegen [gedaagde]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/anp-niet-ontvankelijk-wegens-gebrekkige-dagvaarding-bij-gestelde-auteursrechtinbreuk

Rb. Oost-Brabant 27 november 2025, IEF 23263; ECLI:NL:RBOBR:2025:8151 (ANP tegen [gedaagde]). De kantonrechter verklaart het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP) niet-ontvankelijk in zijn vordering tot betaling van € 500 wegens vermeende auteursrechtinbreuk. ANP stelde dat een door een aan haar gelicentieerde fotograaf gemaakte nieuwsfoto zonder toestemming was overgenomen op een niet-commerciële website die door een collectief van vrijwilligers werd bijgehouden, waaronder gedaagde. De kantonrechter oordeelt dat ANP op grond van de licentieovereenkomst met de fotograaf in beginsel bevoegd is om zelfstandig op te treden en dat gedaagde als aangesproken partij kan gelden, mede omdat hij één van de vrijwilligers was en geen duidelijkheid gaf over een andere verantwoordelijke beheerder. Daarmee komt de rechter toe aan de inhoudelijke beoordeling van de processtukken.

IEF 23262

Ongeoorloofd gebruik van reclamefoto’s: contractuele beperkingen beslissend voor schadebegroting

Rechtbank Amsterdam 2 jan 2026, IEF 23262; ECLI:NL:RBAMS:2026:6 ([eiser] tegen [gedaagde 1] en [gedaagde 2]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/ongeoorloofd-gebruik-van-reclamefoto-s-contractuele-beperkingen-beslissend-voor-schadebegroting

Rb. Amsterdam 2 januari 2026, IEF 23262; RB 3966; ECLI:NL:RBAMS:2026:6 ([eiser] tegen [gedaagde 1] en [gedaagde 2]). De kantonrechter oordeelt in deze zaak over het gebruik van door een fotograaf gemaakte reclamefoto’s door de exploitanten van een sportschool. Partijen waren overeengekomen dat de foto’s uitsluitend mochten worden gebruikt op de eigen website en sociale media van de sportschool en pas nadat de factuur was voldaan. In de toepasselijke algemene voorwaarden was bovendien bepaald dat elk ander gebruik als een auteursrechtinbreuk geldt, dat bij dergelijk niet-toegestaan gebruik een vergoeding van ten minste driemaal de gebruikelijke licentievergoeding verschuldigd is en dat bij het ontbreken van naamsvermelding een aanvullende vergoeding moet worden betaald. Vast kwam te staan dat de factuur niet tijdig was betaald en dat de sportschool de foto’s niet alleen op Instagram en Google had geplaatst, maar ook, zonder enige toestemming, op externe sportplatforms (Classpass en Eversports), telkens zonder vermelding van de naam van de fotograaf. De kantonrechter acht beide gedaagden hoofdelijk aansprakelijk, nu zij gezamenlijk onder dezelfde handelsnaam naar buiten traden en samen de overeenkomst met de fotograaf hadden gesloten. De zaak is, ondanks de omvang van de vorderingen, met instemming van partijen op grond van artikel 96 Rv door de kantonrechter behandeld.

IEF 23236

HvJ EU: privékopieheffing bij verkoop van opslagmedia aan commerciële eindgebruikers toegestaan

HvJ EU 15 jan 2026, IEF 23236; ECLI:EU:C:2026:13 (bluechip Computer Aktiengesellschaft tegen ZPÜ), https://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-privekopieheffing-bij-verkoop-van-opslagmedia-aan-commerciele-eindgebruikers-toegestaan

HvJ EU 15 januari 2026, IEF 23236; IT 5088; ECLI:EU:C:2026:13 (bluechip tegen ZPÜ). De zaak gaat over de reikwijdte van de privékopie-exceptie (art. 5(2)(b) Richtlijn 2001/29) en de financiering van de daarbij behorende billijke compensatie. In Duitsland vorderde de collectieve beheersorganisatie ZPÜ van bluechip (producent/importeur/handelaar van pc’s, notebooks en workstations met ingebouwde harde schijf) betaling van een opslagmediaheffing over 2014–2017. De Duitse rechter paste een weerlegbaar vermoeden toe dat ook opslagmedia die aan commerciële eindafnemers (natuurlijke personen en rechtspersonen die voor zakelijke/professionele doeleinden inkopen) worden verkocht, (mede) worden gebruikt voor privékopieën door natuurlijke personen, zodat de heffing verschuldigd is tenzij de verkoper het tegendeel bewijst. De Bundesgerichtshof vroeg of een nationale regeling die de heffingsplicht bij deze marktpartijen legt en uitgaat van zo’n vermoeden, verenigbaar is met art. 5(2)(b) Richtlijn 2001/29.

IEF 23230

Vordering ANP afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing auteursrecht op foto

Rechtbank Gelderland 21 jan 2026, IEF 23230; ECLI:NL:RBGEL:2026:178 (ANP tegen [gedaagde in conv]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/vordering-anp-afgewezen-wegens-onvoldoende-onderbouwing-auteursrecht-op-foto

Rb. Gelderland 14 januari 2026, IEF 23230; ECLI:NL:RBGEL:2026:178 (ANP tegen [gedaagde in conv]). De Rechtbank Gelderland oordeelt dat ANP niet heeft aangetoond dat op de betrokken persfoto auteursrecht rust. ANP had gesteld dat een ondernemer inbreuk had gemaakt door een foto op haar website te plaatsen zonder naams- en bronvermelding en vorderde schadevergoeding wegens gederfde licentie-inkomsten en bijkomende schade. De kantonrechter stelt vast dat ANP op grond van een licentieovereenkomst bevoegd is om zelfstandig op te treden, maar overweegt dat voor auteursrechtelijke bescherming vereist is dat sprake is van een werk met een eigen oorspronkelijk karakter en het persoonlijk stempel van de maker (art. 1 en 10 Aw). ANP heeft echter onvoldoende concreet toegelicht welke creatieve keuzes de fotograaf heeft gemaakt en waarom de foto aan deze criteria voldoet, terwijl door de wederpartij vergelijkbare foto’s van hetzelfde nieuwsfeit zijn overgelegd en is aangevoerd dat de foto eerder zonder bronvermelding online heeft gestaan.

IEF 23207

Boetematiging bij te late betaling Videma-licentie

Rechtbank Amsterdam 4 dec 2025, IEF 23207; ECLI:NL:RBAMS:2025:9492 (Videma tegen Bastion Hotels), https://www.ie-forum.nl/artikelen/boetematiging-bij-te-late-betaling-videma-licentie

Rb. Amsterdam 4 december 2025, IEF 23207; ECLI:NL:RBAMS:2025:9492 (Videma tegen Bastion Hotels). De kantonrechter oordeelt dat de afzonderlijke Bastion-hotels de door Stichting Videma gefactureerde licentievergoeding over 2023 niet binnen de gestelde betalingstermijnen hebben voldaan. Videma verleent licenties voor de vertoning en doorgifte van televisieprogramma’s en filmwerken en hanteert daarbij licentievoorwaarden waarin is bepaald dat bij niet-tijdige betaling het netto-tarief vervalt en het hogere bruto-tarief verschuldigd wordt. De kantonrechter kwalificeert het verschil tussen het netto- en bruto-tarief niet als een korting, maar als een boete die is gesteld op te late betaling. Vaststaat dat Bastion Holding namens de hotels pas circa twee weken na de door Videma gestelde termijn heeft betaald en dat de licentievoorwaarden van toepassing zijn op de rechtsverhouding tussen partijen.

IEF 23198

Websitehouder aansprakelijk voor auteursrechtinbreuk op ANP-foto

Rechtbank Overijssel 30 dec 2025, IEF 23198; ECLI:NL:RBOVE:2025:7694 (ANP tegen [gedaagde]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/websitehouder-aansprakelijk-voor-auteursrechtinbreuk-op-anp-foto

Rb. Overijssel 30 december 2025, IEF 23198; ECLI:NL:RBOVE:2025:7694 (ANP tegen [gedaagde]). De kantonrechter oordeelt dat een ondernemer auteursrechtinbreuk maakt door zonder toestemming een door ANP beheerde foto op zijn zakelijke website te plaatsen. Vaststaat dat op de foto auteursrecht rust en dat de foto gedurende ten minste één jaar openbaar is gemaakt zonder licentie en zonder naamsvermelding van de maker. Het verweer dat de website door een derde is gebouwd en dat de ondernemer niet wist dat de foto auteursrechtelijk beschermd was, wordt verworpen. De rechtbank benadrukt dat de eigenaar en beheerder van een website verantwoordelijk is voor de inhoud daarvan en dat ook onbewuste inbreuken voor rekening en risico van de websitehouder komen. Daarmee staat de inbreuk en de daaruit voortvloeiende schadeplicht vast.

IEF 23187

Art. 1019i Rv: verval voorlopige voorzieningen tast proceskostenveroordeling niet aan

Rechtbank Den Haag 11 dec 2025, IEF 23187; ECLI:NL:RBDHA:2025:23583 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/art-1019i-rv-verval-voorlopige-voorzieningen-tast-proceskostenveroordeling-niet-aan

Rb. Den Haag 11 december 2025, IEF 23187; ECLI:NL:RBDHA:2025:23583 ([eiser] tegen [gedaagde]). In dit kort geding stond een executiegeschil centraal naar aanleiding van een IE-kortgedingvonnis uit 2017. In dat eerdere vonnis waren voorlopige voorzieningen (verboden wegens auteurs- en handelsnaaminbreuk) opgelegd én was [eiser] veroordeeld tot betaling van proceskosten. Vast stond dat [eiser] geen bodemprocedure had gestart binnen de door de voorzieningenrechter gestelde termijn en dat vervolgens een verklaring ex art. 1019i Rv bij de griffie was ingediend. [eiser] stelde dat hierdoor niet alleen de voorlopige voorzieningen, maar ook de proceskostenveroordeling hun kracht hadden verloren, zodat de latere executie (inclusief beslag op zijn woning) onrechtmatig was. Daarnaast voerde hij aan dat sprake was van misbruik van bevoegdheid en subsidiair van (gedeeltelijke) verjaring van wettelijke rente.

IEF 23193

Conclusie A-G Szpunar over art. 15 DSM-richtlijn: ruimte voor nationale regulering van de billijke vergoeding zonder aantasting van het exclusieve persuitgeversrecht

HvJ EU 11 jul 2025, IEF 23193; ECLI:EU:C:2025:552 (Meta Platforms Ireland Limited tegen Autorità per le Garanzie nelle Comunicazioni), https://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-a-g-szpunar-over-art-15-dsm-richtlijn-ruimte-voor-nationale-regulering-van-de-billijke-vergoeding-zonder-aantasting-van-het-exclusieve-persuitgeversrecht

Conclusie AG HvJ EU 10 juli 2025, IEF 23193; IEFbe 4077; ECLI:EU:C:2025:552 (Meta Platforms Ireland Limited tegen Autorità per le Garanzie nelle Comunicazioni). In deze prejudiciële zaak vraagt de Italiaanse bestuursrechter (TAR Lazio) of de Italiaanse implementatie van artikel 15 DSM-richtlijn (richtlijn (EU) 2019/790) verenigbaar is met het Unierecht. Italië heeft in art. 43-bis van de auteurswet en in een AGCOM-besluit een stelsel ingevoerd waarbij persuitgevers voor het onlinegebruik van perspublicaties door aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij (zoals Meta/Facebook) een “billijke vergoeding” kunnen bedingen, met daarbij (i) onderhandelingsplichten voor platforms, (ii) informatieverplichtingen om de economische waarde te kunnen bepalen, en (iii) een verbod om tijdens onderhandelingen de zichtbaarheid van uitgeverscontent te beperken. Verder krijgt AGCOM bevoegdheden om criteria voor de vergoeding vast te stellen, toezicht te houden, sancties op te leggen en als partijen geen akkoord bereiken (al dan niet ambtshalve) een bedrag vast te stellen. Meta stelt dat dit artikel 15 DSM doorkruist (dat exclusieve rechten zou geven, niet een vergoedingsrecht) en bovendien onevenredig ingrijpt in de vrijheid van ondernemerschap (art. 16 Handvest) en de contractvrijheid.

IEF 23148

Kort geding over negatieve uitlatingen in psychobiografie en gestelde auteursrechtinbreuk

Rechtbank Amsterdam 9 dec 2024, IEF 23148; ECLI:NL:RBAMS:2024:8979 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/kort-geding-over-negatieve-uitlatingen-in-psychobiografie-en-gestelde-auteursrechtinbreuk

Rb. Amsterdam 9 december 2024, IEF 23148; ECLI:NL:RBAMS:2024:8979 ([eiser] tegen [gedaagde]). De voorzieningenrechter beoordeelt een kort geding tussen twee voormalige zakenpartners en vrienden, [eiser] en [gedaagde], die in 2021 een vaststellingsovereenkomst sloten met onder meer de afspraak dat zij zich zouden onthouden van negatieve berichtgeving over elkaar. [gedaagde] is in een psychologisch traject een psychobiografie over zijn leven gaan (laten) schrijven en heeft een hoofdstuk over [eiser] als werkdocument met hem gedeeld. Volgens de rechter bevat dit manuscript evident negatieve kwalificaties over [eiser]. [eiser] vordert daarom nakoming van de vaststellingsovereenkomst en een verbod op (publicatie van) negatieve uitlatingen, plus een contactverbod. De rechter oordeelt echter dat er op dit moment geen sprake is van een concrete, aanstaande publicatie: [gedaagde] heeft slechts gesproken over een mogelijke biografie, zonder duidelijkheid over het “of en wanneer”, en heeft ter zitting toegezegd dat, als ooit wordt gepubliceerd, de definitieve tekst minstens drie weken voor publicatie met [eiser] zal worden gedeeld, zodat overleg mogelijk is en zo nodig opnieuw kan worden geprocedeerd. Daardoor ontbreekt het spoedeisend belang voor de gevraagde voorzieningen in conventie. Ook het gevorderde contactverbod wordt afgewezen: de enkele stelling van [eiser] dat hij zich onder druk gezet en “belaagd” voelde, is tegenover het verweer van [gedaagde] onvoldoende, mede omdat partijen juist zijn overeengekomen elkaar rechtstreeks te benaderen bij teleurstellende verwachtingen.

IEF 23142

Arrest van HvJEU in zaak Mio en Konektra

HvJ EU 4 dec 2025, IEF 23142; ECLI:EU:C:2025:941 (Mio AB e.a. tegen Galleri Mikael & Thomas Asplund AB / konektra GmbH & LN tegen USM U. Schärer Söhne AG), https://www.ie-forum.nl/artikelen/arrest-van-hvjeu-in-zaak-mio-en-konektra

Hof van Justitie EU 4 december 2025, IEF 23142; IEFbe 4055; ECLI:EU:C:2025:941 (Mio AB e.a. tegen Galleri Mikael & Thomas Asplund AB / konektra GmbH & LN tegen USM U. Schärer Söhne AG). Zaken gaan over de auteursrechtelijke bescherming van toegepaste kunst, in deze gevallen ging het om meubels. In het auteursrecht van de Unie is voor werken van toegepaste kunst het beginsel van bescherming zonder bijzondere vereisten verankerd. In deze gevoegde zaken wordt het Hof verzocht zijn rechtspraak te verfijnen. Zaak C-580/23 ging over een tafel, zaak C-795/23 over een modulair meubelsysteem. De zaken zijn gevoegd en er zijn vier vragen aan het Hof gesteld. Deze vragen hebben betrekking op het begrip "werk" in de zin van het auteursrecht van de Unie. Szpunar behandelde verschillende aspecten in zijn conclusie [IEF 22909]. Nu komt het Hof met haar arrest.