Uitspraak ingezonden door Luna Snellenberg en Maarten Haak, Hoogenraad & Haak.
Goldbergh‑ski‑jassen na Cofemel: geen auteursrecht op de Bombardino‑jas
Rb Amsterdam 25 maart 2026, IEF 23415; C/13/777444 / 1-JA ZA 25-1619 (Goldbergh tegen Lidl c.s.). De zaak gaat over de vraag of de Bombardino‑ski‑jassen van Goldbergh (collecties 22/23 en 23/24) als werk in de zin van het auteursrecht worden beschermd en of Lidl en producent Juritex daarop inbreuk maken met de bij Lidl verkochte Crivit Glamour‑jassen. Goldbergh stelt dat de creatieve combinatie van vormelementen (kort bombermodel met horizontale banen, ‘bulky’ kraag en capuchon, doorlopende rits, contrasterende zwarte ritsen en tailleband, schuine zakken, specifieke binnenafwerking en enkele Goldbergh‑details) een oorspronkelijk werk vormt en dat in de Crivit‑jassen die combinatie op herkenbare wijze is overgenomen. Subsidiair beroept zij zich op slaafse nabootsing: de Bombardino‑jassen zouden een iconisch, eigen gezicht hebben op de markt, waar Lidl c.s. nodeloos dicht bij zijn gaan zitten, mede door vergelijkbare styling en promotie. Goldbergh vordert een verbod, opgave‑ en vernietigingsvorderingen, winstafdracht, betaling van een eerder verbeurde dwangsom van 20.000 euro en volledige proceskosten ex art. 1019h Rv. De rechtbank schetst het Europese beoordelingskader (Cofemel/Brompton/Mio & USM Haller): ook toegepaste kunst wordt alleen beschermd als het object oorspronkelijk is, de persoonlijkheid van de maker weerspiegelt via vrije en creatieve keuzes, nauwkeurig en objectief identificeerbaar is, en niet louter technisch bepaald of banaal is. Afzonderlijk acht de rechtbank vrijwel alle door Goldbergh genoemde elementen technisch (functionaliteit van rits, capuchon, mesh‑voering, skipaszakje), stijlgebonden of banaal (horizontale stiksels, korte jas, SKI‑opdruk, label met merknaam), waardoor die op zichzelf geen bescherming krijgen. De weinige elementen die enige creatieve vrijheid laten (plaatsing van “Goldbergh” op de taille, zwarte ster op capuchon/rits, logo op bovenarm) maken de totale combinatie volgens de rechtbank niet zó eigen dat sprake is van een oorspronkelijk werk. Bovendien heeft Goldbergh onvoldoende concreet onderbouwd hoe juist de combinatie de persoonlijkheid van de ontwerpster weerspiegelt.