IEF 20776

Vorderingen op grond van auteursrecht en slaafse nabootsing afgewezen

Rb. Rotterdam 1 juni 2022, IEF 20776; ECLI:NL:RBROT:2022:4498 (Ravestein tegen MacGregor) Ravestein is een scheepswerf en bouwbedrijf dat een linkspan heeft ontworpen voor het gebruik op roll-on/roll-off schepen met 2 of meer dekken. Ravestein verwijt MacGregor dat de laatstgenoemde een linkspan 'Calais 10' heeft gebouwd, waarbij gebruik zou zijn gemaakt van de ontwerptekeningen van Ravestein. De vorderingen van Ravestein op grond van het auteursrecht worden afgewezen, gezien het ontwerp van Ravestein volgens de rechtbank uitsluitend wordt gekenmerkt door zijn technische functie. Ook wordt een beroep op slaafse nabootsing verworpen door de rechtbank. Voor zover de vorderingen van Ravestein berusten op een schending van bedrijfsgeheimen, zal Ravestein worden toegelaten tot nadere bewijslevering. Verdere beslissingen zullen om deze reden worden aangehouden.

8.11. Ravestein heeft voorts gewezen op het innovatieve karakter van de Ravelink. Dat bestaat er volgens Ravestein met name in, dat geen brug meer op de wal nodig is. Het dek c.q. de “ramp” is direct gemonteerd op een drijvend ponton, waardoor (zowel bij fase 1 als bij fase 2) aanzienlijke ruimte wordt bespaard aan de waterzijde (ongeveer 30 meter). Bij de Ravelink fase 2 wordt ook aan de kadezijde aanzienlijke ruimte bespaard (1.600 m2) die anders - bij conventionele modellen - noodzakelijk is voor de constructie om te bereiken dat het verkeer de linkspan op en af kan rijden. Verder heeft Ravestein aangevoerd dat de Ravelink zich kenmerkt door de omstandigheid dat het verkeer tegelijkertijd het schip kan op- en afrijden. In het ontwerp van Ravestein wordt aan de buitenzijden aan de bovenkant naar binnen en naar buiten gereden en aan de lager gelegen binnenzijden ook. Ravestein heeft dat ontwerp voor het eerst gebruikt in de haven van Duinkerken (zie de afbeelding als hiervoor onder 4.4 weergegeven). Volgens Ravestein is de Ravelink hierdoor een commercieel succes en is het sinds de eerste installatie in Duinkerken de “standaard” geworden voor Franse havensteden (waarbij zij heeft verwezen naar onder meer haar producties 22, 26, 27, 29 en 31).

Het technisch en functioneel innovatief karakter en de commerciële waarde zijn op zichzelf echter niet voldoende om het ontwerp als oorspronkelijk te betitelen. Ter zitting is weliswaar bepleit dat ook voor een andere vormgeving had kunnen worden gekozen, maar dat is niet onderbouwd, in tegendeel.

8.30. Als komt vast te staan dat MacGregor de set tekeningen en de andere informatie, en daarmee de bedrijfsgeheimen, van Ravestein heeft gekregen van Bouygues en daaruit voordeel heeft getrokken, bijvoorbeeld door deze te gebruiken en/of door lager in te schrijven, zal dit in beginsel onrechtmatig jegens Ravestein zijn, want in strijd met eerlijke handelspraktijken. MacGregor had, gegeven de situatie, te weten dat op alle tekeningen een verwijzing naar Port Calais 2015 en de naam van Ravestein stond en zij en Ravestein concurrenten in de aanbesteding waren, moeten beseffen dat het Bouygues niet vrijstond om aan haar, MacGregor, de tekeningen en andere informatie van Ravestein ter beschikking te stellen.