Uitspraak ingezonden door Bjorn Schipper, Plus One Legal.
Rb. Amsterdam: Armada hoeft artiest geen hogere royalty’s te betalen, digitale exploitatie door Armada geen derdenlicentie; opzegging per 1 juli 2026 geldig
Rb. Amsterdam 4 maart 2026, IEF 23325; ECLI:NL:RBAMS:2026:2196 (eiser tegen Armada). De Rechtbank Amsterdam beslist in een geschil tussen een artiest/producer en Armada Music B.V. over de vraag welk royaltypercentage geldt voor de digitale exploitatie van muziekopnames, met name streaming en downloads. De artiest stelt dat digitale exploitatie via platforms als Spotify, YouTube en Apple moet worden aangemerkt als exploitatie via derden, zodat op grond van de contractuele regeling voor “third party income” een vergoeding van 50% van de netto-inkomsten verschuldigd is. De rechtbank volgt dat standpunt niet. Zij oordeelt dat niet is komen vast te staan dat Armada de platencontracten onjuist heeft toegepast. De contractuele 50%-regeling ziet volgens de rechtbank op specifieke gevallen waarin een hogere royaltyvergoeding verschuldigd is, maar digitale exploitatie via online platforms valt daar niet onder. Daarbij weegt mee dat gedurende lange tijd op deze wijze uitvoering aan de contracten is gegeven zonder dat de artiest daartegen bezwaar heeft gemaakt. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om de royaltybepalingen ongeldig te verklaren of te wijzigen. Armada heeft het digitale royaltytarief inmiddels met terugwerkende kracht verhoogd naar 22%.