Geen staatsaansprakelijkheid voor art. 81 RO-afdoening in thuiskopiegeschil
Hof Den Haag 20 januari 2026, IEF 23264; ECLI:NL:GHDHA:2026:29 (HP c.s. tegen de Staat). Het gerechtshof Den Haag verwerpt het hoger beroep van HP Nederland, Dell en branchevereniging FIAR tegen de Staat, waarmee het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd. De zaak draait om een vordering tot schadevergoeding wegens gestelde onrechtmatige rechtspraak: volgens HP c.s. heeft de Hoge Raad het Unierecht geschonden door hun cassatieberoep over het Nederlandse thuiskopiestelsel af te doen met een verkorte motivering op grond van artikel 81 Wet RO, zonder prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de EU. HP c.s. betoogden dat dit in strijd was met artikel 267, derde alinea, VWEU, artikel 6 EVRM en diverse normen van Unierecht, onder meer omdat het Nederlandse stelsel zou berusten op het onjuiste licentiemodel (in plaats van het substitutiemodel), onvoldoende rekening zou houden met zakelijk gebruik en zou kunnen leiden tot overcompensatie. Het hof stelt voorop dat voor aansprakelijkheid van de Staat wegens rechterlijk handelen de zeer strenge Köbler-maatstaf geldt: alleen bij een kennelijk voldoende gekwalificeerde schending van het Unierecht kan staatsaansprakelijkheid ontstaan.