Blokkade

IEF 16736

Auteursrechtdebat - Bastiaan van Ramshorst: Kort commentaar op “Piraat of vrijheidsstrijder?”

Bastiaan van Ramshorst

Remco Bakker [IEF 16721] neemt het op voor de generatie die tot op heden is opgegroeid met de mogelijkheid alles wat het hart begeert gratis van The Pirate Bay te kunnen downloaden en dat graag zo wil houden. Handhaving is overbodig en ongewenst want niet effectief. Ik breng graag met een focus op handhaving kort een niet uitputtend aantal nuanceringen aan op het relaas dat helaas een aantal hardnekkige misvattingen over handhaving van auteursrechten op internet bevat.

Effectiviteit handhaving
De auteur somt redenen op waarom volgens hem aan de effectiviteit van blokkeringsmaatregelen moet worden getwijfeld. Al deze argumenten worden in de genoemde uitspraak uit oktober 2014 door Justice Arnold al gemotiveerd weersproken, waarna de High Court [BAILII] tot de conclusie komt dat blokkeren wel effectief is. Zonder nadere motivering dragen de argumenten dus niet een tegenovergestelde conclusie.

IEF 16721

Auteursrechtdebat - Remco Bakker: Piraat of vrijheidsstrijder?

In de jaren ‘90 was het internet nog in hoge mate ongereguleerd en was er veel onduidelijkheid over de verdere gevolgen die het zou hebben voor onze samenleving. Met name bij jongeren ontstonden er nieuwe visies over het delen van kennis en informatie. Door de introductie van het peer-2-peernetwerk is zelfs een hele generatie opgegroeid met de gedachte dat werken van letterkunde, wetenschap en kunst, vrij, openbaar en mondiaal gedeeld kunnen worden via het internet. Deze vrijheid om te delen wordt echter in toenemende mate beperkt door de handhaving van nationale licenties, regelgeving en commerciële belangen, wat in de praktijk vooral geleid heeft tot de fragmentatie van het internet; een technologie die ontwikkeld is om ons allen juist met elkaar in contact te brengen. Uiteraard dient een werk het (intellectuele) eigendom te zijn van de maker, alleen kan men zich afvragen of het huidige intellectuele eigendomsrecht daadwerkelijk dit effect heeft. Het zijn hoofdzakelijk de tussenpersonen, zoals platenmaatschappijen, uitgevers en distributeurs, die profiteren van handhaving en bang zijn voor het internet.

IEF 16645

Anne Bruna - Auteursrechtdebat: Uitspraak van de Advocaat Generaal in The Pirate Bay rechtspraak: nog steeds weinig duidelijkheid

Als vervolg op The Pirate Bay (TPB) kroniek heeft A-G Szpunar zich recentelijk uitgesproken over de navolgende aan het Hof van Justitie gestelde prejudiciële vragen. Vormen de activiteiten van TPB een mededeling aan het publiek en, zo niet, kan een internetprovider worden verplicht deze website te blokkeren? Beide vragen beantwoordt de A-G bevestigend. Hoewel zijn conclusie in het licht van de illegaliteit van TPB terecht lijkt, zal deze beoordeling naar mijn mening op langere termijn onvoldoende zekerheid bieden. Zowel over “mededeling aan het publiek” als over het opleggen van blokkeringsmaatregelen worden voor de zoveelste keer vragen voorgelegd aan het Hof. Toch lijkt de beoordeling door de A-G geen soelaas te bieden voor de nood aan duidelijkheid die in deze context heerst.

IEF 16607

Rens Uijttenboogaard - Auteursrechtdebat: Blokkering The Pirate Bay nadert

Rens Uijttenboogaard, Auteursrechtdebat: Blokkering The Pirate Bay nadert, IEF 16607 www.IE-Forum.nl Auteursrechtdebat. Blokkade. De slepende rechtszaak tussen Stichting BREIN en de internet service providers Ziggo en XS4ALL duurt nog altijd voort. Inzet van deze procedure is het blokkeren van de toegang tot The Pirate Bay en het tegengaan van het illegaal downloaden van auteursrechtelijk beschermd materiaal in Nederland. Er is veel gezegd en geschreven over deze zaak en met name over de vraag of de blokkering een gerechtvaardigd, effectief en proportioneel middel is (2). Dankzij de recent gepubliceerde conclusie van A-G Szpunar van het Hof van Justitie, waarin hij antwoord geeft op de eerder door de Hoge Raad gestelde prejudiciële vragen, lijkt een definitieve blokkade van The Pirate Bay in Nederland dichterbij dan ooit (3).

IEF 16189

Auteursrechtdebat: Anne Bruna - Blokkade; een gok van de tussenpersoon

De laatste jaren wordt er gretig gezocht naar manieren om auteursrechten te beschermen tegen inbreuken op het grote boze Internet. In een poging om de toevloed aan illegale content – die zelfs voor de oma van Frank Melis binnen handbereik ligt – tegen te gaan, worden er meer en meer blokkades opgelegd.1 De taak om de vereiste balans te vinden tussen betrokken belangen wordt hierbij door het Hof van Justitie op de tussenpersoon, vaak de internetaanbieder, afgeschoven. 2 Hieronder zal worden betoogd dat het gebrek aan duidelijke criteria voor het vinden van deze balans de grondrechten van betrokken partijen niet ten goede komt. Ook het gebrek aan duidelijke effectiviteitsvereisten draagt bij aan een bepaalde disproportie.

UPC Telekabel Wien; een misleidende eerste indruk Een belangrijke voorwaarde voor het opleggen van een gerechtelijk bevel is het bereiken van een eerlijke balans tussen fundamentele rechten, hetgeen onder andere volgt uit Promusicae.3 Met zijn oordeel over blokkade in Telekabel Wien lijkt het Hof van Justitie hier op het eerste zicht wel degelijk rekening mee te hebben gehouden. Het meent de vrijheid van ondernemerschap van tussenpersonen “niet in zijn kern te raken” doordat ze zelf mogen – en moeten – bedenken hoe ze de blokkade vorm geven, zolang ze het gewenste resultaat maar bereiken.4 Deze resultaatsverplichting zou de tussenpersoon de mogelijkheid bieden om te kiezen voor een maatregel die haar bedrijf het minst zal verstoren.5 De mogelijkheid waarover ze beschikken om zich achteraf te verdedigen tegen aansprakelijkheid door aan te tonen dat ze toch “alle redelijke maatregelen” hebben genomen, zou hier ook aan bijdragen.6 Verder houdt de blokkeringsverplichting in dat de tussenpersoon het vereiste resultaat moet bereiken, namelijk het beëindigen van de inbreuk, maar hierbij de internetgebruikers niet onnodig toegang mag ontnemen tot legale content. Door op deze manier de toegang tot legale content te waarborgen, zou volgens het Hof ook de vrijheid van informatie gerespecteerd worden.7

IEF 15911

Auteursrechtdebat: Blokkering The Pirate Bay effectief en gerechtvaardigd

De heren Lodder en Van Ramshorst hebben recent het debat rondom het opleggen van een blokkeringsmaatregel met betrekking tot het tegengaan van auteursrechtinbreuk op internet nieuw leven ingeblazen. Lodder stelt dat in The Pirate Bay zaak voorbij wordt gegaan aan het vaststellen van criteria aan de hand waarvan bepaald kan worden of de gevorderde maatregel als effectief is te kwalificeren. Terecht stelt hij dat het formuleren van dergelijke criteria niet eenvoudig is. Maar zijn deze criteria daadwerkelijk nodig om te kunnen beoordelen of een blokkade voldoende doeltreffend is om een effectieve bescherming van het auteursrecht te verzekeren?

Het Hof van Justitie heeft in de Telekabel/Wien zaak bepaald dat een volledige beëindiging niet is vereist voor het opleggen van een dergelijke maatregel. Dit houdt in dat de maatregel tot gevolg heeft dat het plegen van auteursrechtinbreuk met behulp van The Pirate Bay wordt verhinderd of minstens bemoeilijkt en het de internetgebruikers, die gebruik maken van The Pirate Bay, ontmoedigt om zich toegang te verschaffen tot auteursrechtelijk beschermde content. Een volledige beëindiging wordt niet vereist.

IEF 15870

Auteursrechtdebat: Reactie op “The Pirate Bay rechtspraak: long and winding road to nowhere?”

Thema: Blokkade. Lodder [1] vraagt zich in het kader van het auteursrechtdebat af of een blokkade een effectief middel is tegen auteursrechtinbreuken en stelt dat “advocaten en rechters falen aan te geven waar het precies van afhangt (of een blokkade effectief is) en vooral hoe de vraag naar effectiviteit op een adequate wijze beantwoord kan worden”. De auteur formuleert zelf geen oplossing. Dat is ook geen eenvoudige opgave.

Het antwoord ligt genuanceerd en zal afhangen van de omstandigheden van het geval. Dit is niet bedoeld als dooddoener. Het is niet anders. Er spelen vele vaak grote belangen en er dient een rechtvaardig evenwicht tussen toepasselijke grondrechten te worden gezocht. Het HvJ EU [2] bepaalde dat van effectiviteit in absolute zin geen sprake hoeft te zijn maar dat de maatregelen internetgebruikers niet nodeloos rechtmatige toegang tot informatie ontzeggen en de maatregelen inbreuken moeten verhinderen of minstens bemoeilijken. Blokkering is geen panacee, maar dat hoeft ook niet om toch in voldoende mate effectief te zijn.

IEF 15821

Auteursrechtdebat: The Pirate Bay rechtspraak: long and winding road to nowhere?

Tijdschrift voor Internetrecht 2015/5-6, p. 182-189. Op maandag 30 november 2009 verzorgde Douwe Groenevelt, indertijd advocaat in de voorloper van de huidige BREIN/Ziggo-zaak,2 een lunchlezing op de Vrije Universiteit voor het vak Actualiteiten Internetrecht. Meer nog dan het bevel te stoppen met het bemiddelen tussen up- en downloaders, dat toen nog op het bordje van de beheerders van The Pirate Bay lag, was vooral de wijze waarop de beheerders gedagvaard waren interessant. De overtuiging dat de auteursrechtschendingen die The Pirate Bay faciliteerde juridische bestreden kon en diende te worden, werd versterkt door een Zweedse veroordeling tot gevangenisstraffen eerder dat jaar, op 17 april 2009, van de beheerders van The Pirate Bay: Fredrik Neij, Gottfrid Svartholm, Peter Sunde en Carl Lundström.3 In afwachting van het hoger beroep in deze strafzaak waren de beheerders mogelijk ondergedoken, in ieder geval hadden de advocaten van BREIN moeite de dagvaarding op de gebruikelijke wijze te betekenen dan wel anderszins kenbaar te maken aan de Zweedse gedaagden. Ze besloten sociale media in te zetten. Er werden berichten op Twitter geplaatst gericht aan accounts gelieerd aan The Pirate Bay, en de dagvaarding werd achtergelaten op de Pirate Bay Facebook-pagina. Nadat de advocaten van BREIN dat laatste gedaan hadden, volgde binnen enkele minuten een ‘ontvriending’ door de mensen achter The Pirate Bay maar niet zeker was of dit ook de gedaagden zelf betrof. Je zou hieruit kunnen afleiden dat ook de gedaagden inmiddels op de hoogte waren van de rechtszaak, in ieder geval vond de rechter een mededeling over het tegenovergestelde ongeloofwaardig. Op de vraag van een interviewer antwoordde een van de in het kort geding gedaagden met: ‘Having a court case in Amsterdam on July 21 does not ring a bell.’4