IEF 23614
10 juni 2026
Uitspraak

Geen nietigheid Uniemerk op basis van niet-ingeschreven Bulgaars teken: uitsluitend exportgebruik volstaat niet onder artikel 8 lid 4 UMVo

 
IEF 23613
10 juni 2026
Uitspraak

CLUSTER COLLECTOR terecht gedeeltelijk geweigerd wegens verwarringsgevaar met THE COLLECTOR

 
IEF 23612
9 juni 2026
Artikel

Alles over deepfakes: definities, rechten, plichten en meer. Dit leerde het IE Zomerforum 2026 ons

 
IEF 23586

Terugblik op de terugkomdag van de mr. S.K. Martens Academie

, IEF 23586; https://www.ie-forum.nl/artikelen/terugblik-op-de-terugkomdag-van-de-mr-s-k-martens-academie

Donderdag 21 mei kwamen de huidige lichting en de Martianen van voorgaande lichtingen samen om zich te verdiepen in de impact van AI op de juridische praktijk.

Jorn Torenbosch begon met de input-kant van AI. Hij legde uit hoe Gen AI getraind wordt en ging in op auteursrechtelijke bescherming van materiaal dat daarvoor gebruikt wordt.

Daarna deelde Joep Meddens zijn inzichten over de output kant. Hij ging daarbij in op het auteursrecht, maar keek ook naar de impact van AI op modellenrecht, naburige rechten, slaafse nabootsing en het octrooi.

Na deze interessante presentaties, was het natuurlijk tijd om te netwerken onder het genot van een borrel. De oud-Martianen vonden het leuk om de mensen uit hun lichting weer te zien en kennis te maken met de huidige lichting. Aan het einde van de borrel is er zelfs wat piano gespeeld.

Wil je hier de volgende keer ook bij zijn? In november gaat de volgende lichting van de Mr. S.K. Martens Academie van start. Kijk voor meer informatie op deze link of stuur ons een e-mail op info@delex.nl.

We willen in ieder geval onze hoofddocenten Marijn Kingma, Peter Teunissen en Jorn Torenbosch, en spreker Joep Meddens, bedanken voor hun aanwezigheid.

IEF 23585

Stellantis-dealers en reparateurs kwalificeren volgens de A-G niet als franchisenemers

Hoge Raad 22 mei 2026, IEF 23585; ECLI:NL:PHR:2026:506 (VODN c.s. tegen Stellantis), https://www.ie-forum.nl/artikelen/stellantis-dealers-en-reparateurs-kwalificeren-volgens-de-a-g-niet-als-franchisenemers

Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2026, IEF 23585; ECLI:NL:PHR:2026:506 (VODN c.s. tegen Stellantis). In deze conclusie gaat het om de vraag of oude dealer- en reparateurovereenkomsten met Stellantis franchiseovereenkomsten zijn. VODN en VGPCN treden op voor voormalige Opel-, Peugeot-, Citroën- en DS-dealers en reparateurs. Zij willen dat wordt vastgesteld dat deze contracten onder de Wet franchise vallen. De rechtbank wees dat af. Volgens de rechtbank was niet duidelijk dat de betalingen of voordelen voor Stellantis een vergoeding waren voor het recht om een franchiseformule te gebruiken. Het hof wees de vordering ook af, maar om een andere reden. Volgens het hof was niet genoeg gesteld om aan te nemen dat alle betrokken dealers en reparateurs een Stellantis-formule moesten exploiteren. Voor franchise is meer nodig dan het verkopen of repareren van producten van een bepaald merk. Er moet sprake zijn van een formule die bepalend is voor een uniforme identiteit en uitstraling van de ondernemingen. Ook moet de formule onder meer bestaan uit een merk, handelsnaam, huisstijl of tekening én uit geheime, wezenlijke en geïdentificeerde knowhow. De A-G sluit daarbij aan. Voor de kwalificatie is niet de naam van het contract beslissend, maar de inhoud van de rechtsverhouding.

IEF 23583

Beperkte schending van geheimhoudingsbeding bij gebruik luikafbeelding

Rechtbank Overijssel 20 mei 2026, IEF 23583; ECLI:NL:RBOVE:2026:2921 ([eiseres] tegen [gedaagde]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/beperkte-schending-van-geheimhoudingsbeding-bij-gebruik-luikafbeelding

Rb. Overijssel 20 mei 2026, IEF 23583; ECLI:NL:RBOVE:2026:2921 ([eiseres] tegen [gedaagde]). Tussen [eiseres] en [gedaagde], beide actief in de jachtbouw, gold een inleenovereenkomst op grond waarvan de directeur van [gedaagde] door [eiseres] werd ingeleend voor het opzetten en marktrijp maken van een luikenprogramma. In de toepasselijke algemene voorwaarden waren geheimhoudingsverplichtingen opgenomen, waaronder een verbod om vertrouwelijke informatie bekend te maken of voor andere doeleinden te gebruiken, en een verbod om resultaten van de verrichte diensten zonder toestemming aan derden beschikbaar te stellen. Aan overtreding was een contractuele boete verbonden van € 50.000 per gebeurtenis, vermeerderd met € 5.000 per dag of dagdeel. Nadat [eiseres] in januari 2025 ontdekte dat [gedaagde] op haar eigen website een afbeelding had geplaatst van een tijdens de inleen gemaakte rendering van een scheepsluik, vorderde zij betaling van de contractuele boete. De rechtbank stelt bij de uitleg van de bedingen de tekst centraal, omdat het ging om algemene voorwaarden waarover niet was onderhandeld en partijen geen concrete omstandigheden hadden aangevoerd die een afwijkende uitleg rechtvaardigden. Volgens de rechtbank is geen sprake van schending van artikel 15 lid 1 of lid 5 onder b: uit de afbeelding konden geen technische gegevens worden afgeleid, het grootste deel van het design was al openbaar via de website van [eiseres] zelf, en het nog niet openbare element, het verdiepte kruis in het deksel, was onvoldoende concreet uitgewerkt om als vertrouwelijke informatie te gelden.

IEF 23582

Een bekend merk op de cover van een boek. Mag dat?

Bas Kist, 1 juni 2026

Op 7 mei verscheen Schooljaren, een roman van Ernest van der Kwast, die eerder het succesvolle Mama Tandoori schreef. Schooljaren is een leuk boek met een mooie cover: een drink pouch, of drinkzakje, met een rietje erin, tegen een kleurrijke achtergrond. Toch was dit ontwerp niet de eerste keuze van Van der Kwast en uitgeverij De Bezige Bij. Hun oorspronkelijk ontwerp werd om juridische reden afgeblazen.

IEF 23581

Nederlands Octrooicongres op dinsdag 9 juni 2026: we bespreken de actuele jurisprudentie

Op dinsdag 9 juni organiseren we het Nederlands Octrooicongres. Tijdens dit congres praten dagvoorzitters Peter Blok en Gertjan Kuipers u bij over de ontwikkelingen van het octrooirecht.

Peter Blok is hoogleraar octrooirecht en verbonden aan het Centrum voor Intellectueel Eigendomsrecht (CIER) van de Universiteit Utrecht. Daarnaast is hij rechter in het Hof van beroep van het Eengemaakt Octrooigerecht (Unified Patent Court) en raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Den Haag.

Gertjan Kuipers is partner bij Hogan Lovells en een ervaren procesadvocaat op het gebied van octrooien en technologie, met meer dan 25 jaar ervaring. Hij procedeert voor nationale en supranationale rechtbanken, het Europees Octrooibureau en in arbitragezaken. Kuipers trapt het Nederlands Octrooicongres zoals vertrouwd af met een bespreking van de laatste ontwikkelingen binnen het nationale octrooirecht. De meest belangrijke uitspraken van het afgelopen jaar komen aan bod. 

IEF 23580

Podcast over restitutie roofkunst niet onrechtmatig jegens Mondex en haar oprichter

Rechtbank Amsterdam 13 mei 2026, IEF 23580; ECLI:NL:RBAMS:2026:4602 (Mondex en [eiser 2] tegen NRC), https://www.ie-forum.nl/artikelen/podcast-over-restitutie-roofkunst-niet-onrechtmatig-jegens-mondex-en-haar-oprichter

Rb. Amsterdam 13 mei 2026, IEF 23580; ECLI:NL:RBAMS:2026:4602 (Mondex en [eiser 2] tegen NRC). De Rechtbank Amsterdam oordeelt dat NRC met de achtdelige podcastserie Hier hing een schilderij niet onrechtmatig heeft gehandeld jegens Mondex en haar oprichter [eiser 2]. De podcast reconstrueert de restitutie van het schilderij Bild mit Häusern aan de erfgenamen van de voormalige eigenaar. Mondex en [eiser 2] stelden dat NRC een onjuist, tendentieus en grievend narratief had gecreëerd, waarin zij zouden worden neergezet als partijen die profiteren van restitutie van roofkunst, onder meer door verwijzingen naar termen als “ambulance chaser”, “premiejager”, “holocaustindustrie” en “Shoah business”. De rechtbank stelt voorop dat het recht van NRC op vrijheid van meningsuiting en persvrijheid op grond van artikel 10 EVRM moet worden afgewogen tegen het belang van Mondex en [eiser 2] bij bescherming van hun eer en goede naam, waarbij artikel 6:162 BW het wettelijke aanknopingspunt vormt voor een eventuele beperking van die uitingsvrijheid. Daarbij weegt zwaar dat restitutie van roofkunst, het functioneren van het restitutiebeleid en de commerciële bijstand aan rechthebbenden of erfgenamen onderwerpen van publiek belang zijn. NRC kwam daarom ruime journalistieke en redactionele vrijheid toe om daarover kritisch, informerend en opiniërend te publiceren. Het beroep van [eiser 2] op artikel 8 EVRM slaagt niet, omdat de gewraakte uitlatingen zien op zijn professionele hoedanigheid bij Mondex en onvoldoende is onderbouwd dat zijn privéleven daardoor zodanig is geraakt dat artikel 8 EVRM bescherming biedt.

IEF 23579

Verbetervonnis in IE-verstekzaak: proceskosten alsnog begroot op grond van artikel 1019h Rv

Rechtbank Den Haag 8 apr 2026, IEF 23579; ECLI:NL:RBDHA:2026:12265 (Volkswagen tegen [gedaagde]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/verbetervonnis-in-ie-verstekzaak-proceskosten-alsnog-begroot-op-grond-van-artikel-1019h-rv

Rb. Den Haag 8 april 2026, IEF 23579; ECLI:NL:RBDHA:2026:12265 (Volkswagen tegen [gedaagde]. De Rechtbank Den Haag wijst het verzoek van Volkswagen tot verbetering van een eerder, op 11 februari 2026 gewezen verstekvonnis toe. Volkswagen had aangevoerd dat sprake was van een kennelijke fout in de zin van artikel 31 Rv, omdat de rechtbank in het oorspronkelijke vonnis had overwogen dat de gevorderde proceskosten niet waren gespecificeerd, terwijl die specificatie wel degelijk in de dagvaarding was opgenomen. De rechtbank volgt Volkswagen daarin. Nu gedaagde niet in het geding was verschenen, beslist de rechtbank op het verzoek zonder nader bericht aan gedaagde. Volgens de rechtbank is sprake van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent: in het oorspronkelijke vonnis werd voor de feiten van het geding verwezen naar de dagvaarding, en uit de aan dat vonnis gehechte dagvaarding blijkt dat Volkswagen haar proceskosten onder randnummer 6.1 had opgegeven en gespecificeerd.

IEF 23225

Volg deLex op LinkedIn

Volg onze LinkedIn-pagina’s om volledig op de hoogte te blijven van alles wat binnen ons vakgebied én bij onze activiteiten speelt.

Via de LinkedIn-pagina Uitgeverij deLex blijft u op de hoogte van de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van IE-, IT- en privacyrecht. Via deze pagina ontvangt u vakinhoudelijke updates over onder meer IE-, IT-, privacy- en mediarecht, inclusief nieuws rond publicaties, jurisprudentie en relevante ontwikkelingen voor de praktijk.

Via de LinkedIn-pagina IE-Forum volgt u actuele ontwikkelingen binnen het intellectuele-eigendomsrecht, waaronder rechtspraak, wetgeving, beleidsontwikkelingen en relevante signaleringen uit de IE-praktijk. Daarnaast vindt u hier bijdragen, nieuwsberichten en updates die van direct belang zijn voor professionals die het IE-recht op de voet volgen.

Op de LinkedIn-pagina deLex Media informeren wij u over nieuwe en actuele cursussen en congressen, recente en aankomende publicaties, en overige vakinhoudelijke activiteiten die voor uw praktijk van belang kunnen zijn. Daarnaast bieden wij een professioneel overzicht van onze evenementen en initiatieven, met tijdige aankondigingen zodat u relevante opleidings- en netwerkgelegenheden niet mist.

Bezoek onze pagina’s en kies voor ‘Volgen’ om onze berichten rechtstreeks in uw tijdlijn te ontvangen en onderdeel te worden van ons netwerk.

IEF 23578

Foto zonder toestemming en naamsvermelding gepubliceerd: schadevergoeding wegens auteursrechtinbreuk

Rechtbank Amsterdam 19 mei 2026, IEF 23578; ECLI:NL:RBAMS:2026:5170 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/foto-zonder-toestemming-en-naamsvermelding-gepubliceerd-schadevergoeding-wegens-auteursrechtinbreuk

Rb. Amsterdam 19 mei 2026, IEF 23578; ECLI:NL:RBAMS:2026:5170 ([eiser] tegen [gedaagde]). De kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam oordeelt dat gedaagde inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten en persoonlijkheidsrechten van eiser, een professioneel fotograaf, door een door hem gemaakte foto van een 538-Koningsdagbezoekster zonder toestemming en zonder naamsvermelding op haar website te publiceren. Het verweer dat niet vaststaat dat de foto auteursrechtelijk beschermd is, wordt gepasseerd, onder meer omdat dit pas bij dupliek is aangevoerd en gedaagde in haar conclusie van antwoord nog zelf ervan uitging dat op de foto auteursrecht rustte. Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat voldoende aannemelijk is dat de foto auteursrechtelijke bescherming geniet, omdat sprake is van een bewust gekozen hoek en focus die de foto een eigen, oorspronkelijk karakter geven. Ook het beroep van gedaagde op mogelijk rechtmatig gebruik via beeldbanken slaagt niet, omdat zij onvoldoende concreet heeft onderbouwd dat zij daadwerkelijk toestemming had om de foto te gebruiken. Dat gedaagde de inbreuk niet bewust zou hebben gepleegd, doet daaraan niet af: de publicatie zonder toestemming van de maker en zonder diens naam te vermelden levert een schending op van diens exploitatierechten en persoonlijkheidsrechten.

IEF 23577

Artikel geschreven door Caroline Theunis, Artes Law

Arrondissementsrechtbank Antwerpen bevestigt: particulier kan een zaak in kort geding voor de ondernemingsrechtbank brengen

De aanleiding: ambtshalve bevoegdheidsvraag
Begin maart 2026 dagvaardde een particulier twee ondernemingen voor de ondernemingsrechtbank te Antwerpen, afdeling Antwerpen met het oog op spoedeisende maatregelen. De bevoegdheid van de voorzitter van deze rechtbank om van de vordering in kort geding kennis te nemen, baseerden diens raadslieden op de gecombineerde artikelen 573 en 584 Ger. W., hieronder weergegeven:


Artikel 573 Ger. W. (bevoegdheid ondernemingsrechtbank):

‘De ondernemingsrechtbank neemt in eerste aanleg kennis van de geschillen tussen ondernemingen (…) die niet vallen onder de bijzondere bevoegdheid van andere rechtscolleges en die, wat betreft natuurlijke personen, betrekking hebben op een handeling die niet kennelijk vreemd is aan de onderneming. De vordering gericht tegen een onderneming kan onder de in het eerste lid, bepaalde voorwaarden eveneens voor de ondernemingsrechtbank worden gebracht, zelfs indien de eiser geen onderneming is. (…).

Artikel 584 Ger. W. (bevoegdheid in kort geding):

‘De (…) voorzitter van de ondernemingsrechtbank [kan] bij voorraad uitspraak doen in gevallen die [deze] spoedeisend [acht], in aangelegenheden die tot de (…) bevoegdheid van die [rechtbank] behoren.

De verweerders waren in dit geval ondernemingen en het geschil viel niet onder de bijzondere bevoegdheid van een ander rechtscollege. De voorzitter van de ondernemingsrechtbank was dus inderdaad bevoegd op basis van deze artikelen. Desondanks rees er twijfel bij de voorzitter omdat de eiser een particulier was. De zaak werd bijgevolg doorverwezen naar de arrondissementsrechtbank van Antwerpen om over de bevoegdheidsvraag te oordelen.

Minderheidsrechtsleer creëerde twijfel

De twijfel vond zijn oorsprong in een minderheidsstrekking die bestond in de rechtsleer, stellende dat het tweede lid van artikel 573 Ger.W. ‘(…) zelfs indien de eiser geen onderneming is.’ niet van toepassing was zou zijn in kort geding- procedures. 1 Volgens deze strekking zou de ‘verruiming’ van de bevoegdheid van de ondernemingsrechtbank uit het tweede lid van artikel 573 Ger.W. een uitzonderlijk karakter hebben, waardoor ze restrictief moet worden begrepen en bijgevolg niet kan worden toegepast op procedures in kort geding.


Het vonnis van 21 april 2026 van de arrondissementsrechtbank Antwerpen

De arrondissementsrechtbank volgde de bovenvermelde kritiek uit de rechtsleer niet. Het artikel 573 Ger. W. kan niet, of althans niet sinds de Wet Natuurlijke Rechter 2 , worden gezien als een uitzondering op de algemene bevoegdheid van de rechtbank van eerste aanleg, zodat een restrictieve toepassing gepast zou zijn.


Het woord ‘kan’ in het tweede lid van dat artikel houdt namelijk in dat een particulier de keuze heeft om een geschil tegen ondernemingen te brengen voor:
- hetzij de rechtbank van eerste aanleg (c.q. de vrederechter);
- hetzij de ondernemingsrechtbank.

Die visie wordt onderschreven door de parlementaire voorbereidingen bij de Wet Natuurlijke Rechter. Toen de wetgever daarmee de huidige regeling vormgaf, benadrukte hij uitdrukkelijk dat de via artikel 573 Ger. W. voorziene ‘mogelijkheid’ voor niet-ondernemers ‘om de voorkeur eraan te geven om hun vordering voor de [ondernemingsrechtbank] in te dienen’, werd behouden. 3 Bovendien kan het tweede lid van artikel 573 Ger. W. evenmin gezien worden als uitzondering op de regel van het eerste lid, welke uitzondering dan desgevallend restrictiever zou moeten worden geïnterpreteerd. De arrondissementsrechtbank ziet in het huidige wetskader geen reden waarom niet- ondernemingen hun vorderingen tegen ondernemingen wél voor de ondernemings- rechtbank zouden kunnen brengen, maar niet wanneer ze spoedeisende maatregelen beogen.


Conclusie
De beslissing van de arrondissementsrechtbank was duidelijk: de voorzitter van de ondernemingsrechtbank, zetelend in kort geding, is bevoegd om kennis te nemen van vorderingen ingesteld door niet-ondernemingen tegen ondernemingen. Deze uitspraak is van belang voor wie als of namens een particulier in kort geding wenst op te treden tegen een onderneming. De vrees voor een ambtshalve bevoegdheidsvraag bij een keuze voor de ondernemingsrechtbank, vanwege de hoedanigheid van de eiser, lijkt met deze rechtspraak van de baan te zijn.