IEF 21198
27 januari 2023
Uitspraak

Eis tot zekerheidstelling

 
IEF 21197
27 januari 2023
Artikel

Toespraak Roderick Chalmers Hoynck van Papendrecht Chat-GPT

 
IEF 21196
26 januari 2023
Artikel

Jaarprogramma deLex 2023

 
IEF 21167

IE-diner 'Classic', op donderdag 26 januari 2023

De traditionele start van het IE-jaar; het IE-diner, is terug. Op donderdag 26 januari wordt de Kapel van Hotel Arena in Amsterdam aangekleed voor een sfeervolle avond, onder begeleiding van de befaamde ceremoniemeester Bernt Hugenholtz.

Luid 2023 sprankelend in met vakgenoten en collega's, en geniet samen van een goed diner, goede gesprekken en goede muziek. De andere sprekers? Die maken we binnenkort bekend. Maar we beloven boeiende, unieke inzichten van inspirerende sprekers.

Wissel nieuwtjes uit, vergelijk outfits en dance the night away!

Locatie: Hotel Arena Amsterdam
Datum: donderdag 26 januari
Tijd: vanaf 19.00 uur (inloop) tot in de nacht.

Bent u er ook bij? Aanmelden kan via deze link of via info@delex.nl

IEF 21163

Uitspraak ingezonden door Edwin van der Velde en Paul Tjiam, Simmons & Simmons LLP

Geen beschrijvend kenmerk van de waar voor relevante publiek

Rechtbank Den Haag 28 dec 2022, IEF 21163; (I4F LICENSING N.V. tegen REFLIN B.V. en FLOOR TECHNOLOGY B.V.), https://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-beschrijvend-kenmerk-van-de-waar-voor-relevante-publiek

Rechtbank Den Haag 28 december 2022, IEF 21163; C/09/59427 / HA ZA 20-3 80 (i4F Licensing N.V. tegen Reflin B.V. c.s.) Eiser i4F vordert, onder meer, een pan-Europees verbod om inbreuk te maken op zijn Unie-woordbeeldmerk “3L TripleLock”, vanwege het verwarringsgevaar met het teken “3G TripleLock”. Ten eerste oordeelt de rechtbank dat i4F het Unie-woordbeeldmerk normaal heeft gebruikt bij de aanprijzing van verbindingssystemen die zijn toegepast in onderdelen van vloerpanelen, onder meer op zijn website, in YouTube-video’s, in brochures, in vakbladen, op verpakkingen en op beurzen. Ten tweede oordeelt de rechtbank dat i4F de Beneluxmerken “3L TripleLock” niet te kwader trouw heeft gedeponeerd: i4F heeft de merken normaal gebruikt en het oudere Uniemerk was dus niet aan verval onderhevig. Ten derde en tot slot oordeelt de rechtbank dat het Benelux-woordmerk niet uitsluitend beschrijvend is voor de kenmerken van de waren. Het onderdeel “Triplelock” heeft van huis uit wel een beschrijvend karakter voor vloerpanelen die op drie punten aan elkaar worden verankerd, maar het onderdeel “3L” zal door het relevante publiek, dat mede bestaat uit consumenten van vloerpanelen, niet worden aangemerkt als een beschrijvend kenmerk van de waar. De rechtbank concludeert dat alle vorderingen in reconventie moeten worden afgewezen.

IEF 21165

Geen afstemming

Rechtbank Amsterdam 6 jan 2023, IEF 21165; ECLI:NL:RBAMS:2023:49 (DivX tegen Netflix c.s.), https://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-afstemming

Rechtbank Amsterdam 6 januari 2023, IEF 21165; (DivX tegen Netflix c.s.) DivX stelt dat Netflix c.s. onrechtmatig handelt door Netflix Services Germany aan te zetten tot inbreukmakend handelen dan wel daarbij te faciliteren. Dat sprake is van inbreukmakend handelen door Netflix Services Germany moet volgens DivX als vaststaand worden aangenomen, omdat de voorzieningenrechter zijn oordeel in beginsel moet afstemmen op het oordeel van de Duitse bodemrechter (de afstemmingsregel), die aan Netflix International al een verbod heeft opgelegd voor zelfstandige octrooi-inbreuk. Netflix c.s. stelt zich op het standpunt dat het octrooi foutief is uitgelegd maar dat – wanneer die uitleg toch wordt gevolgd – het octrooi ongeldig is wegens gebrek aan nieuwheid, inventiviteit en added matter-bezwaren. De voorzieningenrechter oordeelt dat DivX voor wat betreft de inbreuk op EP 666 door Netflix Germany Services niet aan haar stelplicht voldoet en heeft het geldigheidsverweer van Netflix c.s. niet, dan wel onvoldoende gemotiveerd, weersproken. Dat betekent dat de voorzieningenrechter zich geen zelfstandig oordeel kan vormen over eventuele inbreuk door Netflix Services Germany en de geldigheid van het Duitse deel van het Octrooi.

IEF 21166

Inhoudsopgave Auteursrecht

Inhoudsopgave van het tijdschrift Auteursrecht 2022-4. Auteursrecht wordt in opdracht van de Vereniging voor Auteursrecht (VvA) uitgegeven door uitgeverij deLex en verschijnt vier maal per jaar.

 

Editorial 

Terugblik 2022 - Thijs van Aerde en Sophie van Loon

 

Artikelen 

Polen is plotseling de verdediger van de Europese grondwet. Een beschouwing over de zaak Polen/ Europees Parlement - Egbert Dommering

Poland vs European Parliament and Council (case C-401/19) – an important clarification of the interaction between Article 17 of the DSM Directive and the fundamental rights of the Charter - Henrik Saugmandsgaard Øe and Martina Torp

 

Jurisprudentie 

Nr. 8 • HvJ EU 26 april 2022, Republiek Polen/ Europees Parlement en Raad van de Europese Unie

 

Rechtspraak in het kort 

Rb. Amsterdam (vzr.) 9 december 2021, DGV/SEARCH

Rb. Den Haag 20 april 2022, T.O.M./Prijskiller

 

Jaaroverzicht 2022

 

IEF 21160

Uitspraak ingezonden door Stan Elsendoorn, BG.legal.

Rechtbank: auteursrechtinbreuk door het verstrekken van thumbnails

Rechtbank Amsterdam 4 jan 2023, IEF 21160; (Eiseres tegen Cobra Art Company B.V.), https://www.ie-forum.nl/artikelen/rechtbank-auteursrechtinbreuk-door-het-verstrekken-van-thumbnails

Rb. Amsterdam 4 januari 2023, IEF 21160, IT 4191; C/13/714132 / HA ZA 22-168 (Eiseres tegen Cobra Art Company B.V.) Eiseres is professioneel fotografe. Zij heeft meermaals een licentie aan Cobra Art verleend voor het commercieel exploiteren van haar foto’s. Eiseres constateert dat Cobra Art na het verstrijken van de licentieperiode nog een aantal van haar foto’s heeft verkocht en deze gebruikt voor verschillende onlineadvertenties, hetgeen volgens eiseres kan worden gezien als een inbreuk op haar auteursrechten. Eiseres meent dat dit eveneens geldt voor de thumbnails die Cobra Art aan haar wederverkopers heeft verstrekt. Cobra Art stelt echter dat dat de wederverkopers zelf verantwoordelijk zijn voor de inbreuken die zij hebben gemaakt op de auteursrechten van eiseres. 

IEF 21164

Om tafel met Anne Bekema, Laura Broers en Arnout Groen van AC&R

AC&R, een nieuw nichekantoor met slagkracht
Le Poole Bekema en Hofhuis Alkema Groen gaan voortaan samen verder onder de naam AC&R. Claudia Zuidema van IE-Forum ging daarom op de Keizersgracht om tafel met Anne Bekema, Laura Broers en Arnout Groen van AC&R.

AC&R: dat zijn we en dat doen we
“Neehee”, zegt Anne lachend, “ACR staat niet voor AuteursContractenRecht. AC&R spreek je uit op z’n Engels, dus EE, SIE ’n AR.”
Over de naam hebben ze met z’n allen lang zitten brainstormen. Ze wilden niet zo’n opsomming van de namen van de partners. Veel te lang, ouderwets ook. En te veel een egoding. Het is ook niet waar ze voor staan, want AC&R is meer dan alleen de partners. “Het gaat juist om het team,” vertelt Laura. “Om de samenwerking. Al onze zaken en cliënten hebben een raakvlak met creativiteit of met reputatie. Vandaar AC&R: dat zijn we en dat doen we.”

IEF 21162

Artikel ingezonden door Erwin Angad-Gaur, Senior adviseur Ntb/Kunstenbond en Directeur VCTN.

Maak werk van het auteursrecht

Begin 2023 wordt het wetsvoorstel aanscherping Auteurscontractenrecht verwacht. Wetgeving ter bescherming van auteurs en artiesten tegen onredelijke contractvoorwaarden, die tot nog toe onvoldoende effect had. De brief, ondertekend door onder meer Ntb- en VCTN-voorzitter, toetsenist Will Maas en saxofoniste Susanne Alt, roept de staatssecretaris van cultuur op zich sterk te maken voor de makers.

Uit de brief: “In 2015 werden de Auteurswet en de Wet op de Naburige Rechten aangepast, middels invoering van het Auteurscontractenrecht. De wijzigingen hadden tot doel om ervoor te zorgen dat uitvoerend en scheppend kunstenaars een reële (billijke) vergoeding zouden ontvangen voor de exploitatie (doorgeven/vermenigvoudigen/ openbaarmaken) van hun werk. Uit de evaluatie van de wet door het WODC is gebleken dat dit beoogde doel (nog) niet is bereikt. Met de toegezegde herziening van de wet is opnieuw het moment aangebroken om verbetering aan te brengen en ervoor te zorgen dat de scheve machtsverhoudingen tussen de exploitanten en de makers in evenwicht worden gebracht.

IEF 21161

Ingezonden door Jan Pot, Alexander de Leeuw, Teun Burgers, Eline Hangelbroek en Maarten Groeneveld, Brinkhof.

Letterlijke inbreuk op octrooi PDA

Rechtbank Den Haag 23 dec 2022, IEF 21161; (PDA tegen ABI), https://www.ie-forum.nl/artikelen/letterlijke-inbreuk-op-octrooi-pda

Ktr. Rechtbank De Haag 23 december 2022, IEF 21161; C/09/636284 / KG ZA 22-898 (PDA tegen ABI) Philips Domestic Appliances (hierna: “PDA”) is een spin off van Koninklijke Philips en houdt zich bezig met de verkoop van huishoudelijke apparaten. Onder huishoudelijke apparatuur valt ook de thuistap met de naam: Philips PerfectDraft. ’s Werelds grootste bierbrouwer, Anheuser-Busch Inbev (hierna: “ABI”), en PDA, althans hun rechtsvoorgangers, hadden al 20 jaar een overeenkomst voor de productie en de verkoop van de Philips PerfectDraft.

PDA is de houder van EP 1 753 693 B1, dat ziet op een tapinstallatie die, kort gezegd, bestaat uit een beverage dispensing unit en een cartridge unit. Doordat de cartridge unit bestaat uit een rigide deel en een flexibel deel kan de ene (rigide) zijde in het fust worden geklikt en het flexibele deel door de beverage dispensing unit worden geleid zodat het bier van het fust naar buiten kan stromen. EP693 openbaart een product dat een installatieorgaan omvat dat, wanneer de taphendel in gesloten positie staat een interne schuif open houdt, en zorgt dat de schuif gesloten is wanneer het rigide deel van de cartridge unit in het fust wordt aangebracht. Hierdoor wordt verwezenlijkt dat de cartridge unit makkelijk in de beverage dispensing unit geplaatst kan worden, maar de drank niet kan overstromen vanuit het fust doordat de interne klep het flexibele deel van de cartridge unit dichtknijpt.

IEF 21158

Het IE-diner is terug!

Houd de feestelijke outfit nog even bij de hand: het IE-diner is terug. 
Op donderdag 26 januari staan we klaar voor deze ongeëvenaarde start van het nieuwe jaar.

Luid 2023 feestelijk in met vakgenoten en collega's, in de prachtige kapel van Hotel Arena in Amsterdam.
We maken er een sfeervolle avond van met een goed diner, goede gesprekken en goede muziek.

Traditiegetrouw op de laatste donderdag van januari, en met een ceremoniemeester die de avond begeleidt.

Locatie: Hotel Arena Amsterdam
Datum: donderdag 26 januari
Tijd: vanaf 19.00 uur (inloop) tot in de nacht.

Het programma volgt binnenkort. 
Bent u er ook bij? Aanmelden kan via deze link of via info@delex.nl.

IEF 21157

Uitspraak ingezonden door Niels Mulder, DLA Piper, en Tobias Cohen Jehoram, De Brauw Blackstone Westbroek.

Geen omkering van bewijslast bij uitputtingsvraag

Hoge Raad 22 dec 2022, IEF 21157; (Sporttrading tegen Converse c.s.), https://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-omkering-van-bewijslast-bij-uitputtingsvraag

HR 22 december 2022, IEF21156; (Sporttrading tegen Converse c.s.) Converse heeft in deze zaak verklaring voor recht gevorderd dat Sporttrading inbreuk heeft gemaakt op de merkrechten van Converse. Het hof oordeelde, in tegenstelling tot de rechtbank, dat de bewijslast met betrekking tot de gestelde uitputting van het merkrecht op de curator van Sporttrading rust [IEF 19395], [IEF 13012] en [IEF 17820]. De curator van Sporttrading beweert in het principale beroep dat van een reëel gevaar van afscherming van nationale markten al sprake is in situaties waarin de merkhouder zijn waren binnen de EER in de handel brengt door middel van een exclusief distributiesysteem, en dat de curator de voorwaarden voor uitputting niet zelf hoeft te bewijzen. De Hoge Raad oordeelt dat geen sprake is van omkering van de bewijslast en dat deze bewijslast dus wel ligt bij de curator.

Het incidentele beroep van Converse richt zich tegen de afwijzing van de gevorderde hoofdelijkheid van de veroordeling van Sporttrading, Sport Concept en Brandustry in de kosten van het geding. Naar het oordeel van de Hoge Raad heeft het hof het uitgangspunt miskend dat de veroordeling van twee of meer partijen tot betaling van de proceskosten hoofdelijk is. Daarnaast heeft het hof zijn oordeel dat in dit geval grond bestaat voor afwijking van dit uitgangspunt onvoldoende gemotiveerd. Deze onderdelen van het incidentele beroep slagen en de Hoge Raad zet dit zelf recht.