Octrooirecht

IEF 19125

Conclusie P-G in Sandoz tegen AstraZeneca

Hoge Raad 3 apr 2020, IEF 19125; (Sandoz tegen AstraZeneca), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-p-g-in-sandoz-tegen-astrazeneca

HR Conclusie P-G 3 april 2020, IEF 19123, LS&R 1808; 19/00316 (Sandoz tegen Astrazeneca) AstraZeneca is een internationale farmaceutische onderneming die zich richt op onder andere onderzoek en het op de markt brengen van farmaceutische producten. AstraZeneca brengt een geneesmiddel op de markt en heeft hier octrooi op. Sandoz is ook actief op de geneesmiddelenmarkt. De generieke fulvestrant-formulering van Sandoz zou inbreuk maken op, in ieder geval, conclusie 1 van het octrooi. Astrazeneca vordert Sandoz inbreuk op haar octrooi te staken. Het hof oordeelde dat Europese octrooien EP 138 en EP 537 voor een “fulvestrant formulation” (voor behandeling van borstkanker) geldig zijn. Van Peursem concludeert in zowel het principaal als het incidenteel cassatieberoep tot verwerping. Zie ook [IEF 17615], [IEF 16152], [IEF 17231], [IEF 18602] en [IEF 18122].

IEF 19107

Raoul Soullié: dwanglicentie in het octrooirecht

In het octrooirecht is de dwanglicentie een maatregel die in elke academische cursus wordt besproken, maar die discussie wordt meestal afgesloten met de opmerking: "In de praktijk wordt deze maatregel nooit uitgevoerd". Zal de huidige pandemie daar verandering in brengen?

Lees hier het hele (Engelstalige) artikel In case of a cure: A compulsory licence as the last resort van Raoul Soullié op Leidenlawblog.nl.

IEF 19091

Incidentele vordering tot tussenkomst in VRO-procedure geweigerd

Rechtbank Den Haag 18 mrt 2020, IEF 19091; (Sisvel tegen Xiaomi en Docomo), http://www.ie-forum.nl/artikelen/incidentele-vordering-tot-tussenkomst-in-vro-procedure-geweigerd

Rechtbank Den Haag 18 maart 2020, IEF 19091, IT 3075; C/09/582823 / HA ZA 19-1 139 (Sisvel tegen Xiaomi en Docomo) Vonnis in incident tot tussenkomst/voeging. FRAND/SEP-zaak. Docomo verzoekt om tussen te mogen komen in een VRO-procedure ter waarborging van de vertrouwelijkheid van een licentieovereenkomst die één van de partijen met haar, als derde, heeft gesloten. De incidentele vordering wordt geweigerd. Docomo heeft haar incidentele vordering te laat ingesteld. Volgens artikel 218 Rv wordt de incidentele vordering tot tussenkomst ingesteld bij incidentele conclusie vóór of op de roldatum waarop de laatste conclusie in het aanhangige geding wordt genomen. Daarnaast wordt de incidentele vordering geweigerd omdat tussenkomst tot onredeljke vertraging van de procedure zou leiden. Ten slotte heeft  Docomo niet gesteld welk belang zij bij tussenkomst heeft in verband met de gevolgen van de uitspraak in de hoofdzaak voor haar.

IEF 19090

Reactie Taylor Wessing op consultatie Beleidsnota: naar een mkb-vriendelijke Rijksoctrooiwet 1995

Taylor Wessing heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te reageren op de internetconsultatie van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat over de beleidsnota: naar een mkb-vriendelijke Rijksoctrooiwet 1995.
In de reactie bedient Taylor Wessing zich van een aantal statistieken. Zo blijkt uit de reactie dat mkb-ondernemingen structureel steeds minder vaak betrokken zijn bij octrooizaken (waar in 2010 nog in 67,5% van de gevallen een of meerdere mkb-ondernemingen partij waren bij een procedure, was dit in 2019 nog maar 19,4%). Daarnaast wordt inzichtelijk gemaakt hoe de doorlooptijden van de procedures zich bij de rechtbank en het hof in de afgelopen 10 jaar hebben ontwikkeld.

Lees hier de hele reactie van Wim Maas, David Mulder en Emma Jansen van Taylor Wessing.

IEF 19082

Conclusie P-G in Fresenius tegen Eli Lilly

Hoge Raad 13 mrt 2020, IEF 19082; ECLI:NL:PHR:2020:269 (Fresenius tegen Eli Lilly), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-p-g-in-fresenius-tegen-eli-lilly

HR Conclusie P-G 13 maart 2020, IEF 19082, LS&R 1794; ECLI:NL:PHR:2020:269 (Fresenius tegen Eli Lilly) Zie ook  [IEF 17690] en [IEF 18534]. Deze kort geding zaak ziet op de (equivalente) beschermingsomvang van Europees octrooi EP (NL) 1 313 508 (hierna: EP 508), waarvan Lilly de houdster is. Het tweede medische indicatie octrooi speelt een rol bij een combinatietherapie gehanteerd bij de behandeling van bepaalde longkankers. Het is de vraag of het claimen van het dinatrium zout van de werkzame stof pemetrexed (in anion-vorm), een antifolaat (gaat de vorming van kankercellen tegen), ook bescherming geeft tegen een generieke producent die met pemetrexed dizuur met thromethamine komt in de betreffende combinatietherapie tegen longkanker met vitamine B12 en optioneel foliumzuur. Die combinatie vermindert de toxische bijwerkingen van het antifolaat, zonder afbreuk te doen aan de werking van de werkzame stof.

Conclusie P-G:

De cassatieklachten zien op het beschermingsomvangsoordeel van EP 508, maar die slagen volgens mij niet. Zij vallen in hoge mate feitelijke beslissingen van het hof aan over hoe de gemiddelde vakman de geclaimde zoutvorm in EP 508 zal opvatten en volgens vaste rechtspraak in Nederland is die beoordeling voorbehouden aan het hof als feitenrechter. De aangevallen voorlopige oordelen zijn in lijn met de meerderheid van andere inmiddels gedane rechterlijke uitspraken in binnen- en buitenland over de beschermingsomvang van EP 508.

 

IEF 19050

Inbreukverbod Nederlandse deel octrooi Sisvel

Rechtbank Den Haag 26 feb 2020, IEF 19050; ECLI:NL:RBDHA:2020:1675 (Sisvel tegen Sun Cupid), http://www.ie-forum.nl/artikelen/inbreukverbod-nederlandse-deel-octrooi-sisvel

Rechtbank Den Haag 26 februari 2020, IEF 19050, IT 3055; ECLI:NL:RBDHA:2020:1675 (Sisvel tegen Sun Cupid). Sisvel is beheerder van intellectuele eigendomsrechten en biedt uiteenlopende licentieprogramma’s aan, waaronder Sisvel MCP. Onderdeel van het MCP-licentieprogramma is de zogenoemde LTE/LTE-A Patent Pool van Sisvel. Sun Cupid c.s. ontwerpt en verkoopt smartphones die gebruikmaken van de LTE-standaard. Zij heeft geen licentie (willen sluiten) voor de octrooien die zijn opgenomen in LTE/LTE-A Patent Pool. Sisvel stelt dat Sun Cupid inbreuk maakt op het Nederlandse deel van het octrooi, waarvan zij houdster is. Geoordeeld wordt dat een aantal van Sun Cupids producten inbreuk maken op het Nederlandse deel van octrooi EP 2 139 272 B1 van Sisvel International. Sun Cupid wordt met onmiddellijke ingang verboden nog langer betrokken te zijn bij de handel van deze inbreukmakende producten in Nederland.

IEF 19018

Inbreukvordering van High Point jegens KPN is in hoger beroep afgewezen

Hoge Raad 14 feb 2020, IEF 19018; ECLI:NL:HR:2020:258 (High Point tegen KPN), http://www.ie-forum.nl/artikelen/inbreukvordering-van-high-point-jegens-kpn-is-in-hoger-beroep-afgewezen

Hoge Raad 14 februari 2020, IEF 19018, IT 3035; ECLI:NL:HR:2020:258 (High Point tegen KPN) High Point is houdster van een Europees octrooi met gelding in onder meer Nederland voor een ‘Wireless access telephone-to-telephone network interface architecture’ (hierna: het octrooi). KPN biedt onder meer mobiele telecommunicatiediensten aan in Nederland, is eigenaar van verschillende netwerken in Nederland en is verantwoordelijk voor de dienstverlening op die netwerken. KPN heeft een nietigheidsprocedure ingesteld tegen het Nederlandse deel van het octrooi. High Point heeft een inbreukprocedure ingesteld tegen de inbreuk van KPN jegens het octrooi. De rechtbank heeft de nietigheidsvordering van KPN toegewezen en de inbreukvordering van High Point afgewezen. Het hof heeft dit oordeel bekrachtigd. High Point gaat hiertegen in hoger beroep. Dit hoger beroep wordt echter afgewezen, omdat de nationale procesrechtelijke regels vóór gaan op de centrale beperking; daar kan geen beroep op worden gedaan als dat - zoals hier - in strijd is met de goede procesorde.

IEF 19008

Conclusie AG inzake auteursrecht op vervallen octrooi

6 feb 2020, IEF 19008; ECLI:EU:C:2020:79 (SI en Brompton Bicycle Ltd tegen Chedech / Get2Get), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-ag-inzake-auteursrecht-op-vervallen-octrooi

Conclusie AG 6 februari 2020, IEF 19008, IEFbe 3037; ECLI:EU:C:2020:79 (SI en Brompton Bicycle Ltd tegen Chedech / Get2Get) Geschil tussen de bedenker van een vouwsysteem voor fietsen (en het bedrijf dat die fietsen produceert) en een Koreaanse onderneming die soortgelijke fietsen produceert die door eerstgenoemde wordt beschuldigd van schending van zijn auteursrecht. De rechtsvraag luidt of een fiets waarvan het vouwsysteem vroeger onder een – thans vervallen – octrooi viel, als auteursrechtelijk beschermbaar werk kan worden beschouwd. Met name belangrijk is of een dergelijke bescherming is uitgesloten wanneer de vorm van het voorwerp “noodzakelijk is om technisch resultaat te bereiken” en op basis van welke criteria hij die beoordeling moet maken.