Octrooirecht

IEF 19591

Octrooi vernietigd wegens ongeoorloofde toegevoegde materie

Rechtbank Den Haag 11 nov 2020, IEF 19591; ECLI:NL:RBDHA:2020:11386 (MSD tegen Wyeth), http://www.ie-forum.nl/artikelen/octrooi-vernietigd-wegens-ongeoorloofde-toegevoegde-materie

Rechtbank Den Haag 11 november 2020, IEF 19591, LS&R 1882; ECLI:NL:RBDHA:2020:11386 (MSD tegen Wyeth) Octrooirecht. Zie eerder [IEF 19498]. Partijen zijn beide farmaceutische bedrijven. Wyeth is houdster van het Europees octrooi voor een gesiliconiseerd houdermiddel gevuld met een formulering voor een pneumokokken-vaccin. Wyeth heeft ten opzichte van het octrooi zoals verleend een surfactant toegevoegd aan conclusie 1 en gebruiksconclusies geïntroduceerd. De stelling van MSD dat conclusie 1 volgens de tekst van de hulpverzoeken geen geldigheid kan verschaffen aan het octrooi, slaagt. Er is sprake van ongeoorloofde toegevoegde materie, omdat de vakman de informatie, gebruikmakend van zijn algemene vakkennis, niet rechtstreeks en ondubbelzinnig uit de oorspronkelijke aanvrage kan afleiden. De volgconclusies en hulpverzoeken kunnen het octrooi geen geldigheid verschaffen. De rechtbank vernietigt het Nederlandse deel van het octrooi.

IEF 19556

Geen inbreuk op octrooi draadloze communicatie

Rechtbank Den Haag 4 nov 2020, IEF 19556; ECLI:NL:RBDHA:2020:11108 (Sisvel tegen Xiaomi), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-inbreuk-op-octrooi-draadloze-communicatie

Rechtbank Den Haag 4 november 2020, IEF 19556, IT 3310; ECLI:NL:RBDHA:2020:11108 (Sisvel tegen Xiaomi) Tussenvonnis. De Sisvel-groep beheert een uitgebreide octrooiportefeuille op het gebied van draadloze communicatie, waaronder octrooi EP 272. De vraag ligt voor of Xiaomi met de verhandeling van haar mobiele telefoons inbreuk maakt op EP 272. Volgens Sisvel wordt in de LTE-standaard door Xiaomi gebruik gemaakt van de uitvinding van EP 272. Xiaomi voert aan dat vanwege de tussen de netwerkarchitectuur van het octrooi en die van de LTE-standaard bestaande verschillen niet kan worden gezegd dat zij met de verhandeling van mobiele telefoons die de LTE-standaard ondersteunen, inbreuk maakt op het octrooi. De vordering van Sisvel in de hoofdzaak in conventie wordt afgewezen. De ingeroepen conclusies van het als standaard-essentieel aangemelde octrooi zijn niet geïncorporeerd in de LTE/4G-standaard die de mobiele telefoons van Xiaomi ondersteunen. De andere niet-inbreuk verweren van Xiaomi behoeven geen bespreking meer, net zo min als haar FRAND-verweer.

IEF 19528

Hof acht het pemetrexed-octrooi van Eli Lilly geldig

Hof Den Haag 27 okt 2020, IEF 19528; ECLI:NL:GHDHA:2020:2052 (Eli Lilly tegen Fresenius), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hof-acht-het-pemetrexed-octrooi-van-eli-lilly-geldig

Hof Den Haag 27 oktober 2020, IEF 19528, LS&R 1873; ECLI:NL:GHDHA:2020:2052 (Eli Lilly tegen Fresenius) Hoger beroep van de bodemprocedure tussen Lilly en Fresenius over het pemetrexed-octrooi EP 508 waarvan Lilly houdster is. Het octrooi speelt een rol in een combinatietherapie bij de behandeling van bepaalde longkankers. Het vonnis van de rechtbank Den Haag van 19 juni 2019 [IEF 18534] is vernietigd. Het hof heeft het pemetrexed-octrooi van Lilly geldig geacht en Fresenius een permanent inbreukverbod opgelegd.

IEF 19498

Wrakingsverzoek octrooizaak afgewezen

Rechtbank Den Haag 31 aug 2020, IEF 19498; Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:RBDHA:2020:10143 (Wyeth tegen rechters), http://www.ie-forum.nl/artikelen/wrakingsverzoek-octrooizaak-afgewezen

Rechtbank Den Haag 31 augustus 2020, IEF 19498, LS&R 1871; ECLI:NL:RBDHA:2020:10143 (Wyeth tegen rechters) Wraking. Octrooirecht. Verzoek tot wraking van rechters Kokke, Aalbers en Schüller bij de rechtbank Den Haag. Het betreft een octrooizaak in het VRO-regime. Belanghebbende in deze procedure is MSD. Wyeth vindt de rechters vooringenomen omdat zij de verzoeken om (1) de zaak uit het VRO-regime te verwijderen, (2) de pleittijd te verlengen en (3) de stukken van MSD te weigeren, (vooralsnog) hebben afgewezen. Naar het oordeel van de wrakingskamer zijn al deze beslissingen procedurele beslissingen. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt mee dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig geen grond kan vormen voor wraking: wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Dit is uitsluitend anders, indien de motivering van de (tussen)beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten, niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die haar heeft gegeven. Hetgeen Wyeth in dit verband in zijn wrakingsverzoek heeft gesteld, levert geen aanwijzingen op die tot dat oordeel zouden moeten leiden. De motivering bij de beslissingen is niet onbegrijpelijk en dus ook niet zozeer onbegrijpelijk dat daaruit de vooringenomenheid van de rechters blijkt. Uit de aangevoerde omstandigheden kan geen (schijn van) vooringenomenheid worden afgeleiden. Het wrakingsverzoek wordt dan ook afgewezen.

IEF 19490

AstraZeneca aansprakelijk voor hoge prijs geneesmiddel

Rechtbank Den Haag 14 okt 2020, IEF 19490; ECLI:NL:RBDHA:2020:10160 (Menzis tegen AstraZeneca), http://www.ie-forum.nl/artikelen/astrazeneca-aansprakelijk-voor-hoge-prijs-geneesmiddel

Rechtbank Den Haag 14 oktober 2020, IEF 1940, LS&R 1869; ECLI:NL:RBDHA:2020:10160 (Menzis tegen AstraZeneca) Via Rechtspraak.nl. Het farmaceutisch bedrijf AstraZeneca heeft door de opbrengsten uit de verkoop van haar geneesmiddel Seroquel® ten onrechte winst gemaakt ten koste van zorgverzekeraar Menzis. Het gaat om tabletten Seroquel® in een vertraagde afgifte variant, waarbij het medicijn geleidelijk aan het lichaam wordt afgegeven. Door met een achteraf ongeldig bevonden octrooi concurrenten van de markt te weren, heeft AstraZeneca een exclusieve positie op de Nederlandse markt gehouden. Daardoor was het medicijn alleen beschikbaar voor een (relatief) hoge prijs. Menzis vergoedde deze hoge prijs aan haar verzekerden. Deze uitspraak betekent dat AstraZeneca ten koste van Menzis is verrijkt en daarom een nog nader te bepalen bedrag aan schade aan Menzis moet vergoeden.

IEF 19479

Twee grensoverschrijdende verboden toegewezen

Rechtbank Den Haag 29 sep 2020, IEF 19479; (Novartis tegen Mylan), http://www.ie-forum.nl/artikelen/twee-grensoverschrijdende-verboden-toegewezen

Vzr. Rechtbank Den Haag 29 september 2020, IEF 19479, LS&R 1868; C/09/595262 / KG ZA 20-605 (Novartis tegen Mylan) Octrooirecht. Novartis ontwikkelt en verhandelt via aan haar gelieerde vennootschappen geneesmiddelen, waaronder het geneesmiddel deferasirox. Dit geneesmiddel wordt beschermd door een ABC. Novartis vordert dat de voorzieningenrechter Mylan zal verbieden inbreuk te maken op haar ABC of anderszins onrechtmatig te handelen. Voorop wordt gesteld dat Novartis uit hoofde van de aan haar verleende ABC’s (met in Nederland een beschermingsduur tot 28 februari 2022) in Nederland en in andere landen waarvoor zij een ABC heeft, anderen kan verbieden om met een generiek deferasirox op de markt te komen. Gelet daarop heeft Mylan de maatschappelijke zorgvuldigheid jegens Novartis in acht te nemen, die maakt dat zij niet welbewust inbreuk mag maken dan wel mag faciliteren. Het ligt dan ook op de weg van Mylan om aannemelijk te maken dat het ABC in Nederland en de overige betrokken landen ten onrechte is verleend en/of dat handhaving van die ABC’s jegens haar onrechtmatig is. Hierin is Mylan niet geslaagd. Mylan wordt verboden direct of indirect inbreuk te maken op het ABC tot en met 27 februari 2022 alsmede onrechtmatig te handelen door andere Mylan-vennootschappen in Europa te faciliteren in het maken van inbreuk.  

IEF 19466

Geen inbreuk bij wege van equivalentie op drijvende zonnepaneleninstallatie

Rechtbank Den Haag 6 okt 2020, IEF 19466; ECLI:NL:RBDHA:2020:9924 (Ciel et Terre tegen ProFloating), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-inbreuk-bij-wege-van-equivalentie-op-drijvende-zonnepaneleninstallatie

Vzr. Rechtbank Den Haag 6 oktober 2020, IEF 19466; ECLI:NL:RBDHA:2020:9924 (Ciel et Terre tegen ProFloating) Octrooirecht. Kort geding. Ciel et Terre (hierna: ‘C&T’) is een onderneming die drijvende installaties voor zonnepanelen ontwikkelt en verkoopt, waaronder de installatie genaamd Hydrelio. C&T is houdster van het Europese octrooi EP 3 336 447 B1. Conform het octrooi zijn er twee typen drijfelementen: steuninrichtingen en verbindingselementen. ProFloating biedt drijvende installaties voor zonnepanelen aan onder de naam FLOTAR. ProFloating heeft daar een niet-drijvend verbindingselement aan toegevoegd. C&T vordert een inbreukverbod voor het Nederlandse deel van haar octrooi. Het geschil splitst zich derhalve toe op de vraag of met de nieuwe configuratie van ProFloating sprake is van inbreuk bij wege van equivalentie. Die vraag moet ontkennend worden beantwoord en inbreuk is niet aan de orde. Anders dan C&T stelt, kan het kenmerk "drijven" van "elk" verbindingselement niet worden weggeïnterpreteerd. Onder toepassing van de bij equivalentie wel gehanteerde function-way-result toets, is zowel de functie, de weg/wijze als het resultaat van het niet-drijvende verbindingselement anders. Ook is er geen (dreiging) van letterlijke (in)directe inbreuk. De vorderingen worden afgewezen.

IEF 19469

Vorderingen in vrijwaringsincident gedeeltelijk toegewezen

Rechtbank Amsterdam 9 sep 2020, IEF 19469; ECLI:NL:RBDHA:2020:9215 (VUB en Ablynx tegen QVQ), http://www.ie-forum.nl/artikelen/vorderingen-in-vrijwaringsincident-gedeeltelijk-toegewezen

Rechtbank Den Haag 9 september 2020, IEF 19469, LS&R 1867, IEFbe 3128; ECLI:NL:RBDHA:2020:9215 (VUB en Ablynx tegen QVQ) Octrooirecht. Vrijwaringsincident. Zie eerder [IEF 18996]. In de hoofdzaak vorderen de Vrije Universiteit Brussel (hierna: VUB) en Ablynx samengevat dat de rechtbank uitvoerbaar bij voorraad verklaart QVQ te verbieden de aan de octrooihouder voorbehouden handelingen te verrichten en daarnaast voor recht te verklaren dat QVQ in Nederland inbreuk heeft gemaakt op de (zogenoemde) Hamers-octrooien. QVQ vordert in incident voorwaardelijk dat haar wordt toegestaan Ablynx en het Vlaams Instituut voor Biotechnologoie (hierna: VIB) te dagvaarden in vrijwaring ten aanzien van de gepretendeerde vorderingen van de VUB, omdat Ablynx en het VIB de VUB vertegenwoordigen in alle zaken ten aanzien van de Hamers-octrooien voor zover deze niet in licentie zijn gegeven aan Unilever. Aan de voorwaardelijkheid kent de rechtbank geen betekenis toe. Een vrijwaring komt naar zijn aard pas aan de orde in geval van een veroordeling in de hoofdzaak. Het past niet in het systeem van de wet om de eisende partij in vrijwaring op te roepen. De vordering tot oproeping in vrijwaring van Ablynx stuit daarop af. QVQ wordt wel toegestaan het VIB in vrijwaring te doen dagvaarden. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol van woensdag 23 september 2020.