Octrooirecht  

IEF 23373

Keeex/Adobe: grens getrokken aan wereldwijde UPC‑bevoegdheid

Unified Patent Court (UPC) 13 mrt 2026, IEF 23373; UPC-COA-0000922/2025, UPC-COA-0000923/2025, UPC-COA-0000924/2025, UPC-COA-0000925/2025 (ADOBE INC., ADOBE SYSTEMS SOFTWARE IRELAND LIMITED, OPENAI LP, OPENAI OPCO LLC, OPEN AI IRELAND LTD, TRUEPIC INC., JOINT DEVELOPMENT FOUNDATION PROJECTS LLC, COALITION FOR CONTENT PROVENANCE AND AUTHENTICITY tegen KEEEX SAS), https://www.ie-forum.nl/artikelen/keeex-adobe-grens-getrokken-aan-wereldwijde-upc-bevoegdheid

UPC CoA 13 maart 2026, IEF 23373; UPC-COA-0000922/2025, UPC-COA-0000923/2025, UPC-COA-0000924/2025, UPC-COA-0000925/2025 (ADOBE INC., ADOBE SYSTEMS SOFTWARE IRELAND LIMITED, OPENAI LP, OPENAI OPCO LLC, OPEN AI IRELAND LTD, TRUEPIC INC., JOINT DEVELOPMENT FOUNDATION PROJECTS LLC, COALITION FOR CONTENT PROVENANCE AND AUTHENTICITY tegen KEEEX SAS). Keeex SAS heeft bij de Paris Local Division een inbreukvordering ingesteld op EP 2 949 070 (methode voor externe verificatie van integriteit en authenticiteit van digitale databestanden) tegen meerdere buitenlandse ICT‑bedrijven: Adobe (VS en IE), OpenAI (VS en IE), Truepic (VS) en Joint Development Foundation/Coalition for Content Provenance and Authenticity (VS). Keeex beriep zich op online aangeboden integriteits‑verificatiesoftware en stelde dat de schade wereldwijd was en alle territoria van het Europese octrooi bestreek. De gedaagden voerden in preliminaire excepties verweer tegen de interne en internationale bevoegdheid van de UPC, met name voor inbreuk in Zwitserland, Spanje, VK, Ierland, Noorwegen en Polen. De Paris Local Division verwierp deze excepties en aanvaardde bevoegdheid, ook voor die niet‑UPC‑staten, door te verwijzen naar het BSH‑arrest van het HvJ, waarop Adobe c.s., OpenAI, Truepic en Joint Development Foundation in verschillende hoger beroepen aanvoeren dat de UPC haar internationale bevoegdheid ten onrechte op art. 7 lid 2 Brussel I‑bis heeft gebaseerd en ten onrechte ver buiten de UPC‑territoria heeft uitgebreid. Keeex vroeg bevestiging van de beslissing en beriep zich onder meer op art. 14 Frans BW, art. 6 en 71b lid 3 Brussel I‑bis, waarbij zij stelde dat de UPC op grond van laatstgenoemde bepaling ook bevoegd is voor inbreuk buiten de Unie, nu Adobe en OpenAI via Franse dochters vermogensbestanddelen in UPC‑staten hebben.

IEF 23372

Ecovacs/Roborock: schending informatieplicht bij ex parte inspectie

Unified Patent Court (UPC) 16 mrt 2026, IEF 23372; UPC-COA-0000003/2026 (Ecovacs Robotics Co., Ltd. tegen Roborock (HK) Limited), https://www.ie-forum.nl/artikelen/ecovacs-roborock-schending-informatieplicht-bij-ex-parte-inspectie

UPC CoA 16 maart 2026, IEF 23372; UPC-COA-0000003/2026 (Ecovacs Robotics Co., Ltd. tegen Roborock (HK) Limited). Ecovacs Robotics, houdster van Europees octrooi EP 3 808 512 voor onder meer een methode voor lokalisering van een robot, vroeg bij de Local Division Düsseldorf van de Unified Patent Court om een ex parte inspectie- en bewijsbeslag op robotstofzuigers van Roborock (o.a. Roborock Saros 10, S8 Max V Ultra, QV 35A) op de IFA 2025 in Berlijn. De Local Division wees dit verzoek op 4 september 2025 toe zonder Roborock te horen, omdat de apparaten klein zijn en gemakkelijk verplaatst of door software-updates gewijzigd kunnen worden, en omdat Ecovacs had gesteld dat zij anders geen mogelijkheid had om bewijs te verkrijgen tegen Roborock, dat vanuit Hongkong opereert. De order verplichtte Roborock de apparaten aan een deskundige af te geven, inclusief het verstrekken van wachtwoorden, liet toe dat deze zo nodig ter plekke in beslag werden genomen en elders werden onderzocht, en omvatte ook inzage in documenten en digitale data; de deskundige moest binnen vier weken een beschrijving aan de rechtbank sturen, onder vertrouwelijkheid en geheimhouding. De inspectie vond op 7 september 2025 plaats, met rapport op 15 oktober 2025. Roborock vroeg vervolgens om herziening. De Local Division vernietigde op 19 december 2025 de inspectieorder volledig, behalve de vertrouwelijkheids- en geheimhoudingsverplichtingen, en legde alle kosten van de inspectie en het deskundigenrapport bij Ecovacs, omdat Ecovacs bij het ex parte verzoek haar op grond van Rule 192.3 RoP bestaande plicht tot volledige en juiste feitenpresentatie had geschonden. Ecovacs had in het verzoek gesuggereerd dat de IFA de enige mogelijkheid was om bewijs tegen Roborock te verkrijgen en dat Roborock geen eigen vestiging in Europa had en via dochterondernemingen distribueerde, terwijl zij al vóór het verzoek wist, en in een vrijwel gelijktijdig aanhangig gemaakte inbreukprocedure had gesteld en met een Amazon‑screenshot onderbouwd, dat Roborock zelf rechtstreeks aan Duitse klanten via Amazon verkocht en dat een andere groepsmaatschappij als fabrikant op de documentatie stond; eerdere testen van de apparaten waren bovendien al uitgevoerd.

IEF 23351

Uitspraak ingezonden door Lila Qribi

Artificial neural networks in het octrooirecht: het Britse Supreme Court wijzigt de toets voor software-uitvindingen

Overig 11 feb 2026, IEF 23351; UKSC/2024/0131 ([Emotional Perception AI Ltd tegen Comptroller General of Patents, Designs and Trade Marks]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/artificial-neural-networks-in-het-octrooirecht-het-britse-supreme-court-wijzigt-de-toets-voor-software-uitvindingen

Het Britse Supreme Court heeft uitspraak gedaan in Emotional Perception AI Ltd v Comptroller General of Patents, Designs and Trade Marks. In deze zaak staat de vraag centraal of een artificial neural network (ANN) moet worden aangemerkt als een “computerprogramma” in de zin van artikel 1(2)(c) van de Patents Act 1977 en artikel 52(2) van het Europees Octrooiverdrag (EPC). Daarnaast bepaalt het Hof welke beoordelingsmethode moet worden toegepast bij computer-geïmplementeerde uitvindingen.

Het arrest is van belang voor de beoordeling van software- en AI-gerelateerde uitvindingen onder het Britse octrooirecht. Het Supreme Court spreekt zich voor het eerst expliciet uit over de positie van artificial neural networks binnen het octrooirecht en wijzigt daarbij de toets die in het Verenigd Koninkrijk bijna twintig jaar werd toegepast bij computer-geïmplementeerde uitvindingen.

IEF 23347

Termijnfout, discretionaire toetsing en de reikwijdte van R. 9.3(a) RoP in Angelalign/Align Technology

Unified Patent Court (UPC) 10 mrt 2026, IEF 23347; UPC-COA-0000037/2026 (Angelalign France Technology SASU, Europe Angelalign Technology B.V., Angelalign Technology (Germany) GmbH, Italy Angelalign Technology S.R.L. tegen Align Technology, Inc.), https://www.ie-forum.nl/artikelen/termijnfout-discretionaire-toetsing-en-de-reikwijdte-van-r-9-3-a-rop-in-angelalign-align-technology

UPC CoA 10 maart 2026, IEF 23347; UPC-COA-0000037/2026 (Angelalign France Technology SASU, Europe Angelalign Technology B.V., Angelalign Technology (Germany) GmbH, Italy Angelalign Technology S.R.L. tegen  Align Technology, Inc.). Het gaat om een verzoek van Angelalign‑vennootschappen tot “discretionary review” van een proces‑order van de Local Division Düsseldorf in een kortgedingprocedure over voorlopige maatregelen tussen Align Technology (octrooihouder EP 4 295 806) en Angelalign. Align had tijdig een reply moeten indienen, maar door een menselijke fout is op 13 februari 2026 een stuk uit een andere zaak ingediend. Op 20 februari diende Align de juiste reply in en verzocht op grond van R. 9.3(a) RoP om een retroactieve verlenging van de termijn tot die datum, waarmee Angelalign het oneens was. De Local Division heeft de termijn voor Align alsnog retroactief verlengd tot 20 februari, het late stuk toegelaten en Angelalign een verlengde termijn voor dupliek gegeven, maar geen leave to appeal verleend. Angelalign vraagt daarop bij het Hof van Beroep om discretionary review en betoogt dat zo’n retroactieve verlenging na afloop van de termijn alleen via re‑establishment (R. 320 RoP, met strenge eisen) kan en dat het gebruik van R. 9.3(a) RoP de hiërarchie tussen beide regels uitholt.

IEF 23346

Prejudiciële vragen over rechtsmacht van de UPC en aansprakelijkheid van een ‘intermediary’ in Dyson/Dreame

Unified Patent Court (UPC) 6 mrt 2026, IEF 23346; UPC_CoA_789/2025, UPC_CoA_813/2025 (Dyson Technology Limited v. Dreame International (Hongkong) Limited, Eurep GmbH), https://www.ie-forum.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-over-rechtsmacht-van-de-upc-en-aansprakelijkheid-van-een-intermediary-in-dyson-dreame

UPC CoA 6 maart 2026, IEF 23346; UPC_CoA_789/2025, UPC_CoA_813/2025 (Dyson Technology Limited v. Dreame International (Hongkong) Limited, Eurep GmbH). De zaak betreft Dyson, houder van EP 3 119 235 voor een handzaam haarverzorgingsapparaat (o.a. de Dyson Airwrap), met unitair effect sinds 8 mei 2025 en gelding in alle UPCA‑landen en Spanje. Dyson stelt dat Dreame International via diverse landspecifieke webshops multifunctionele haarföhns aanbiedt die inbreuk maken op het octrooi. Het gaat om de oude Dreame-producten: de “Dreame Airstyle” en “Dreame Pocket”, en de nieuwe Dreame-producten: de “Dreame Airstyle Pro” en “Dreame Pocket Neo”, Eurep, een in Duitsland gevestigde “authorised representative”, fungeert als EU‑vertegenwoordiger op de verpakking en op Dreame’s website en vervult taken als economisch marktdeelnemer onder de productveiligheids‑ en marktbewakingsverordeningen 2023/988 en 2019/1020. Dyson vordert in kort geding bij de Hamburg Local Division voorlopige maatregelen tegen Dreame International, Eurep, Teqphone en Dreame Technology voor het volledige UPC‑territorium plus Spanje, in de vorm van verbodsmaatregelen tegen octrooi-inbreuk. De Hamburg Local Division wijst een voorlopige voorziening toe tegen Dreame International, Teqphone en Dreame Technology voor het UPC‑gebied en tegen Eurep voor het verlenen van diensten die inbreuk ondersteunen. Voor Spanje wordt het verbod slechts doorgetrokken voor Dreame International en Eurep. Voor de oude Dreame‑producten acht de divisie octrooi‑inbreuk aannemelijk, maar de nieuwe producten vallen volgens haar niet binnen de beschermingsomvang. Beide partijen gaan in hoger beroep. Dyson eist dat het verbod ook de nieuwe producten omvat, terwijl Dreame volledige afwijzing van alle voorlopige maatregelen nastreeft.

IEF 23345

Overzicht UPC-uitspraken

6 maart t/m 11 maart 2026

11 maart 2026

UPC-COA-0000934/2025
Court: Court of Appeal, Luxembourg
Type of action: Appeal RoP 220.1
Partijen: A. Menarini Diagnostics S.r.l., Berlin-Chemie AG, A. Menarini Diagnostics Frankreich SASU tegen F. Hoffmann-La Roche AG, Roche Diabetes Care GmbH
Waar gaat het over: een appelprocedure bij het Court of Appeal in Luxemburg tussen Menarini en Roche over een octrooigeschil op het terrein van diagnostische technologie.

10 maart 2026

UPC-COA-0000037/2026
Court: Court of Appeal, Luxembourg
Type of action: Request for a discretionary review (RoP 220.3)
Partijen: Angelalign France Technology SASU, Europe Angelalign Technology B.V., Angelalign Technology (Germany) GmbH, Italy Angelalign Technology S.R.L. tegen Align Technology, Inc.
Waar gaat het over: een verzoek om discretionary review in een geschil tussen Angelalign en Align Technology, gekoppeld aan een lopende octrooiprocedure.

IEF 23299

Uitspraak ingezonden door Wouter Pors, Windt Le Grand Leeuwenburgh.

BMW v. Onesta: Amerikaanse anti-suit injunction tegen Münchense procedure over U.S.-patenten

Uitspraken uit de Verenigde Staten 13 feb 2026, IEF 23299; 6:25-cv-00581 (BAYERISCHE MOTOREN WERKE ) AKTIENGESELLSCHAFT tegen ONESTA, LLC), https://www.ie-forum.nl/artikelen/bmw-v-onesta-amerikaanse-anti-suit-injunction-tegen-munchense-procedure-over-u-s-patenten

United States District Court for the Western Disctrict of Texas WACO Division 13 februari 2026, IEF 23299; 6:25-cv-00581 (BAYERISCHE MOTOREN WERKE AKTIENGESELLSCHAFT tegen ONESTA, LLC,). BMW heeft in Texas een procedure aanhangig gemaakt tegen Onesta, dat op 9 oktober 2025 als eerste Amerikaanse partij U.S.-patenten had ingeroepen bij de Landgericht München I tegen BMW op basis van twee U.S.-patenten (nrs. 8,854,381 en 8,443,209). Onesta beriep zich daarbij impliciet op de ruimte die volgens haar uit het CJEU-arrest BSH v. Electrolux voortvloeit om in de woonstaat van een EU-gedaagde ook geldigheid en inbreuk op buitenlandse rechten te toetsen, en stelde dat dit ook voor U.S.-patenten zou gelden. BMW dagvaardde daarop Onesta op 15 december 2025 bij de U.S. District Court for the Western District of Texas (Waco Division) en vorderde onder meer een anti-suit injunction die Onesta zou verbieden de U.S.-patentvorderingen in München voort te zetten, met daarnaast een voorlopige ordemaatregel (TRO) om de status quo te bevriezen. BMW voerde aan dat de Amerikaanse rechtsorde een sterk belang heeft bij het exclusief zelf beoordelen van in de VS verleende octrooien, inclusief toegang tot juryrechtspraak, discovery en een geldigeheidsbeoordeling met erga omnes‑effect, en dat de Münchense procedure deze belangen frustreert en BMW in haar processuele rechten schaadt. Onesta bestreed dat er sprake was van beleidsschending of vexatoir gedrag, verwees naar auteursrechtjurisprudentie die toepassing van U.S. copyright law in buitenlandse rechters zou toelaten, en stelde dat comity en het feit dat München de eerst aangezochte rechter was tegen een anti-suit injunction pleitten.

IEF 23268

Kort geding over octrooibeslag en wapperverbod

Rechtbank Den Haag 29 jan 2026, IEF 23268; ECLI:NL:RBDHA:2026:1562 ([eiseressen] tegen Millboard), https://www.ie-forum.nl/artikelen/kort-geding-over-octrooibeslag-en-wapperverbod

Rb. Den Haag 29 januari 2026, IEF 23268; ECLI:NL:RBDHA:2026:1562 ([eiseressen] tegen Millboard). In dit kort geding vorderen de distributeurs van de TimberTouch-vlonderplanken opheffing van een door Millboard gelegd conservatoir beslag, alsmede een verbod voor Millboard om derden aan te schrijven over vermeende octrooi-inbreuk (wapperverbod), een bevel tot opgave van aangeschreven afnemers en rectificatie. Millboard is exclusief licentienemer van Europees octrooi EP 1 951 971 B1 voor een specifieke opbouw van een vlonderplank en stelt dat de TimberTouch-planken inbreuk maken op conclusie 1 van dat octrooi. De eiseressen voeren aan dat het octrooi nietig is wegens toegevoegde materie en gebrek aan nieuwheid en inventiviteit, en dat hun product bovendien buiten de beschermingsomvang valt. Volgens hen is het beslag daarom ondeugdelijk en heeft Millboard onrechtmatig gehandeld door retailers te sommeren.

IEF 23261

Octrooi voor webdataverwerking blijft geldig: geen gebrek aan technisch karakter, nieuwheid of inventiviteit

Rechtbank Den Haag 28 jan 2026, IEF 23261; ECLI:NL:RBDHA:2026:1322 (Squeezely tegen Insite), https://www.ie-forum.nl/artikelen/octrooi-voor-webdataverwerking-blijft-geldig-geen-gebrek-aan-technisch-karakter-nieuwheid-of-inventiviteit

Rb. Den Haag 28 januari 2026, IEF 23261 ECLI:NL:RBDHA:2026:1322 (Squeezely tegen Insite). De rechtbank de vordering van Squeezely B.V. tot nietigverklaring van het Nederlandse deel van EP 2 997 500 B1 van Insite Innovations and Properties af. Het octrooi ziet op een systeem en methode voor het verwerken van web-browsinginformatie. Squeezely stelde dat het octrooi niet octrooieerbaar is omdat het geen technisch karakter zou hebben (art. 52 EOV) en bovendien niet nieuw en niet inventief zou zijn (art. 54 en 56 EOV). De rechtbank verwerpt dit betoog. Zij oordeelt dat het octrooi technische kenmerken bevat, zoals het gebruik van servers en dataverwerkingsstappen, en daarom niet kan worden aangemerkt als een computerprogramma “als zodanig”. Bij de uitleg van conclusie 1 benadrukt de rechtbank dat de auxiliary web server (AWS) en de back-end server (BES) weliswaar geen fysiek gescheiden servers hoeven te zijn, maar wel als afzonderlijke logische entiteiten moeten worden begrepen, waaraan specifieke functies en stappen zijn toegekend. Deze functies, met name het ontvangen en doorsturen van een door de webclient verzonden codeverzoek, behouden zelfstandige betekenis bij de geldigheidsbeoordeling.

IEF 23195

Inventiviteit octrooi valsartan/sacubitril en geldigheid ABC

Hof Den Haag 18 nov 2025, IEF 23195; ECLI:NL:GHDHA:2025:2742 (Synthon tegen Novartis), https://www.ie-forum.nl/artikelen/inventiviteit-octrooi-valsartan-sacubitril-en-geldigheid-abc

Hof Den Haag 18 november 2025, IEF 23195; ECLI:NL:GHDHA:2025:2742 (Synthon tegen Novartis). Het Gerechtshof Den Haag oordeelt dat het inmiddels verlopen Europese octrooi EP 1 467 728 van Novartis, dat ziet op farmaceutische samenstellingen met de combinatie van valsartan en de NEP-remmer sacubitril, inventief en daarmee geldig is. Synthon voert in hoger beroep aan dat deze combinatie op de prioriteitsdatum (17 januari 2002) voor de gemiddelde vakman voor de hand ligt in het licht van de stand van de techniek, zodat zowel het octrooi als het daarop gebaseerde aanvullend beschermingscertificaat (ABC) moet worden vernietigd. Het hof verwerpt dit betoog en bekrachtigt het vonnis van de Rechtbank Den Haag, waarin de vorderingen van Synthon worden afgewezen.