Octrooirecht  

IEF 23924

UPC CoA: octrooi Amgen op cholesterolverlagende antilichamen blijft in stand

Unified Patent Court (UPC) 25 nov 2025, IEF 23924; UPC_CoA_528/2024; UPC_CoA_529/2024 (Amgen tegen Sanofi and Regeneron), https://www.ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-octrooi-amgen-op-cholesterolverlagende-antilichamen-blijft-in-stand

UPC CoA 25 november 2025, IEF 23924; LS&R 2477; IEFbe 4352; UPC_CoA_528/2024 en UPC_CoA_529/2024 (Amgen tegen Sanofi en Regeneron). In deze zaak tussen Amgen enerzijds en Sanofi en Regeneron anderzijds staat de geldigheid centraal van Europees octrooi EP 3 666 797 voor antilichamen die het eiwit PCSK9 blokkeren en daarmee kunnen worden ingezet bij de behandeling van aandoeningen die samenhangen met een verhoogd cholesterolgehalte. Amgen brengt het cholesterolverlagende geneesmiddel Repatha op de markt, terwijl Sanofi en Regeneron het concurrerende geneesmiddel Praluent aanbieden. De Centrale Divisie München van het UPC had het octrooi in juli 2024 volledig vernietigd wegens gebrek aan inventiviteit. Amgen is tegen deze beslissing in hoger beroep gegaan.

IEF 23920

UPC CoA: verzoek Fujifilm om schorsende werking tijdens herzieningsprocedure afgewezen

Unified Patent Court (UPC) 31 aug 2026, IEF 23920; UPC-COA-312/2025 (Fujifilm tegen Kodak), https://www.ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-verzoek-fujifilm-om-schorsende-werking-tijdens-herzieningsprocedure-afgewezen

UPC CoA 31 augustus 2026, IEF 23920; IEFbe 4351; UPC_CoA_312/2025 (Fujifilm/Kodak). In deze zaak tussen Fujifilm en Kodak staat de vraag centraal of aan een verzoek tot herziening van een definitieve beslissing van het Hof van Beroep schorsende werking moet worden toegekend. Het geschil betreft octrooi EP 3 511 174. Bij beslissing van 2 juni 2026 vernietigde het Hof van Beroep de beschikking van de Lokale Divisie Mannheim voor zover daarin het verweer inzake het recht van voorgebruik was verworpen, en wees het de inbreukvordering van Fujifilm af. Fujifilm heeft vervolgens op grond van artikel 81 UPCA en regel 245 e.v. RoP een verzoek tot herziening ingediend. Volgens Fujifilm bevat de beslissing fundamentele procedurele gebreken, waaronder schendingen van het beginsel van een eerlijk proces en het recht om te worden gehoord. Fujifilm verzoekt onder meer om vernietiging van de beslissing en heropening van de procedure. Daarnaast verzoekt zij om schorsende werking van het herzieningsverzoek.

IEF 23902

UPC CoA: schorsende werking hoger beroep tegen nietigheidsbeslissing geldt niet voor kostenbeslissing

Unified Patent Court (UPC) 18 sep 2026, IEF 23902; UPC-CoA-121/2026 (AMMS tegen Gilead), https://www.ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-schorsende-werking-hoger-beroep-tegen-nietigheidsbeslissing-geldt-niet-voor-kostenbeslissing

UPC CoA 18 september 2026, IEF 23902; LS&R 2475; IEFbe 4341; UPC-CoA-121/2026 (AMMS tegen Gilead). In deze zaak tussen de Academy of Military Medical Sciences (AMMS) en Gilead staat de vraag centraal of de automatische schorsende werking van een hoger beroep tegen een nietigheidsbeslissing zich ook uitstrekt tot de daarmee samenhangende kostenbeslissing. Gilead had bij de Central Division Milan nietigverklaring van EP 3 854 403 gevorderd. De rechtbank herriep het octrooi volledig en bepaalde, overeenkomstig een afspraak tussen partijen, dat AMMS € 800.000 aan proceskosten van Gilead moest dragen. AMMS stelde hoger beroep in tegen de nietigheidsbeslissing. AMMS stelde zich op het standpunt dat de automatische schorsende werking van art. 74 lid 2 UPCA niet alleen de beslissing over de geldigheid van het octrooi raakt, maar ook de kostenbeslissing. Het Hof van Beroep volgt dat standpunt niet. Art. 74 lid 2 UPCA vormt een uitzondering op de hoofdregel dat hoger beroep geen schorsende werking heeft. De automatische schorsende werking is volgens het Hof gerechtvaardigd door de bijzondere aard van geldigheidsbeslissingen, die erga omnes werken en de juridische status van het octrooi raken zolang het hoger beroep nog loopt.

IEF 23918

Octrooi Halozyme geldig en grensoverschrijdend inbreukverbod voor MSD wegens Keytruda SC

Rechtbank Den Haag 7 okt 2026, IEF 23918; ECLI:NL:RBDHA:2026:29643 (MSD tegen Halozyme), https://www.ie-forum.nl/artikelen/octrooi-halozyme-geldig-en-grensoverschrijdend-inbreukverbod-voor-msd-wegens-keytruda-sc

Rb. Den Haag 7 oktober 2026, IEF 23918; LS&R 2476; ECLI:NL:RBDHA:2026:29643 (MSD tegen Halozyme). De rechtbank oordeelt dat het Nederlandse deel van het Europese octrooi EP 2 797 622 B1 (EP 622) van Halozyme, dat betrekking heeft op gemodificeerde PH20-polypeptiden met verhoogde stabiliteit in aanwezigheid van fenolische conserveermiddelen, geldig is. Het octrooi ziet op enzymen die onder meer kunnen worden gebruikt om de onderhuidse toediening van geneesmiddelen te vergemakkelijken. MSD, producent van het kankergeneesmiddel Keytruda, heeft een subcutane variant ontwikkeld, Keytruda SC, die het door Alteogen ontwikkelde hyaluronidase-enzym ALT-B4 bevat. MSD vordert vernietiging van het Nederlandse deel van EP 622 en een verklaring voor recht dat Keytruda SC niet onder de beschermingsomvang daarvan valt. Volgens MSD is het octrooi niet nawerkbaar, bevat het ongeoorloofde toegevoegde materie en ontbreekt het aan nieuwheid en inventiviteit. De rechtbank verwerpt deze nietigheidsargumenten. De octrooibeschrijving stelt de gemiddelde vakpersoon voldoende in staat de geclaimde uitvinding zonder onevenredige inspanning uit te voeren en de conclusies bevatten geen ongeoorloofde toegevoegde materie. Ook is de uitvinding nieuw en inventief. De aangevoerde stand van de techniek openbaart niet alle kenmerken van de uitvinding en biedt de vakpersoon geen aanleiding om de stabiliteit van PH20-hyaluronidase in aanwezigheid van fenolische conserveermiddelen door aminozuurvervangingen op de geclaimde posities te verbeteren.

IEF 23901

UPC CoA: griffierecht mag na beroepstermijn worden betaald binnen hersteltermijn

Unified Patent Court (UPC) 10 sep 2026, IEF 23901; UPC-CoA-97/2026 (Dainese tegen Alpinestars), https://www.ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-griffierecht-mag-na-beroepstermijn-worden-betaald-binnen-hersteltermijn

UPC CoA 10 september 2026, IEF 23901; IEFbe 4340; UPC-CoA-97/2026 (Dainese tegen Alpinestars). In deze zaak tussen Dainese enerzijds en Alpinestars en Motocard anderzijds staat de ontvankelijkheid van het hoger beroep centraal. Dainese had op 19 juni 2026 hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de Local Division Milan. De beroepstermijn liep af op 22 juni 2026. Het griffierecht werd echter pas na een uitnodiging van de Registry betaald; de betaalopdracht dateerde van 29 juni 2026. Alpinestars en Motocard stelden daarom dat het hoger beroep niet tijdig was ingesteld en niet-ontvankelijk moest worden verklaard.

IEF 23896

UPC CoA: bevestigt nietigheid HUROM-octrooi en verduidelijkt regels voor octrooiwijziging en Poolse inbreuk

Unified Patent Court (UPC) 28 aug 2026, IEF 23896; UPC_CoA_678/2025 (Hurom tegen NUC), https://www.ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-bevestigt-nietigheid-hurom-octrooi-en-verduidelijkt-regels-voor-octrooiwijziging-en-poolse-inbreuk

UPC CoA 28 augustus 2026, IEF 23896; IEFbe 4339; UPC-CoA-678/2026 (Hurom tegen NUC). In deze zaak tussen HUROM enerzijds en NUC en WARMCOOK anderzijds staat een Europees octrooi voor een sapextractiemodule voor slowjuicers centraal. HUROM stelde dat verschillende Kuvings-slowjuicers inbreuk maakten op EP 3 155 936 en vorderde voor de Local Division Parijs onder meer een verbod voor Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland en Polen. NUC en WARMCOOK stelden een reconventionele nietigheidsvordering in. De Local Division herriep de relevante delen van het octrooi wegens gebrek aan inventiviteit en wees de inbreukvorderingen af. Het Hof van Beroep bevestigt dat een verzoek tot wijziging van een octrooi op grond van R. 30.1 RoP voor de ontvankelijkheid slechts hoeft te bevatten waarom de wijzigingen volgens de octrooihouder voldoen aan art. 84 en 123 lid 2 en 3 EOV. Bij de ontvankelijkheid wordt niet beoordeeld of die toelichting ook overtuigend is; dat behoort tot de inhoudelijke beoordeling van de geldigheid van het gewijzigde octrooi. HUROM had aan deze formele eis voldaan, zodat haar New Main Request ontvankelijk is.

IEF 23895

UPC CoA: Keysight krijgt herstel in rechten na gemiste beroepstermijn

Unified Patent Court (UPC) 28 sep 2026, IEF 23895; UPC-CoA-126/2026 (Keysight tegen Centripetal), https://www.ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-keysight-krijgt-herstel-in-rechten-na-gemiste-beroepstermijn

UPC CoA 28 september 2026, IEF 23895; IEFbe 4338; UPC-CoA-126/2026 (Keysight tegen Centripetal).  In deze zaak tussen Keysight en Centripetal staat de vraag centraal of Keysight herstel in rechten kan krijgen nadat zij niet tijdig beroep had ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op haar voorwaardelijke reconventionele nietigheidsvordering. Centripetal had een inbreukvordering ingesteld tegen Keysight met betrekking tot EP 3 821 580. Keysight stelde daarop een reconventionele nietigheidsvordering in, onder de voorwaarde dat de rechter eerst inbreuk zou aannemen. De Local Division Mannheim oordeelde dat geen sprake was van inbreuk en kwam daarom niet toe aan de nietigheidsvordering. Centripetal stelde hoger beroep in tegen het oordeel dat geen sprake was van inbreuk. Pas nadat het Hof van Beroep in Emboline/AorticLab had verduidelijkt hoe een partij in een dergelijke situatie moet handelen, stelde Keysight zelf beroep in en verzocht zij om herstel in rechten. Volgens het Hof van Beroep was het vóór die verduidelijking niet evident dat een partij die een voorwaardelijke nietigheidsvordering had ingesteld voldoende belang had om zelf beroep in te stellen tegen het uitblijven van een beslissing daarop.

IEF 23899

Rechtbank wijst algemeen mededelingsverbod over attorney-client privilege af

Rechtbank Rotterdam 23 sep 2026, IEF 23899; ECLI:NL:RBROT:2026:13046 ([eiser] tegen Harbour Antibodies), https://www.ie-forum.nl/artikelen/rechtbank-wijst-algemeen-mededelingsverbod-over-attorney-client-privilege-af

Rb. Rotterdam 23 september 2026, IEF 23899; ECLI:NL:RBROT:2026:13046 ([eiser] tegen Harbour Antibodies). In deze zaak tussen [eiser] en Harbour Antibodies staat centraal of ter bescherming van attorney-client privilege een mededelingsverbod moet worden opgelegd en de mondelinge behandeling gedeeltelijk achter gesloten deuren moet plaatsvinden. In de hoofdzaak vordert [eiser] vergoeding van juridische kosten die onder meer zijn gemaakt in verband met een octrooi-inbreukprocedure bij het Delaware District Court. Ook speelt een eerdere procedure over de uitleg van een licentieovereenkomst betreffende octrooien een rol. [eiser] verzoekt de rechtbank Harbour Antibodies en haar advocaten te verbieden om aan derden mededelingen te doen over gegevens uit de procedure. Volgens hem zijn documenten in deze procedure relevant die naar Amerikaans recht onder het attorney-client privilege vallen en moet worden voorkomen dat overlegging daarvan in Nederland als waiver van dat privilege wordt beschouwd.

IEF 23894

UPC CoA: verklaring van niet-inbreuk vóór octrooiverlening is kwestie van ontvankelijkheid

Unified Patent Court (UPC) 21 sep 2026, IEF 23894; UPC-CoA-90/2026 (OMNIA tegen Sidel), https://www.ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-verklaring-van-niet-inbreuk-voor-octrooiverlening-is-kwestie-van-ontvankelijkheid

UPC CoA 21 september 2026, IEF 23894; IEFbe 4334; UPC-CoA-90/2026 (OMNIA tegen Sidel). In deze zaak tussen OMNIA en Sidel staat de vraag centraal of bij het UPC een vordering tot verklaring van niet-inbreuk kan worden ingesteld voordat de betrokken Europese octrooien zijn verleend. OMNIA stelde op 3 maart 2026 bij de Centrale Divisie Parijs een vordering in tot verklaring dat haar Opera Omnia labelling module geen inbreuk maakt op EP 4 594 194 en EP 4 624 351. Beide octrooien waren op dat moment nog niet verleend. Sidel diende daarna opt-outverzoeken in en stelde in een preliminary objection dat het UPC niet bevoegd was van de vordering kennis te nemen. De Centrale Divisie verwierp dat bezwaar, waarna Sidel in hoger beroep ging.

IEF 23873

Uitspraak ingezonden door Paul Reeskamp, DLA Piper. 

Octrooi voor early feeding geldig en indirecte inbreuk door aanbieding HCS+ met verwijzing naar verlichting

Rechtbank Den Haag 23 sep 2026, IEF 23873; ECLI:NL:RBDHA:2026:27075 (Hatchtech tegen Giordano), https://www.ie-forum.nl/artikelen/octrooi-voor-early-feeding-geldig-en-indirecte-inbreuk-door-aanbieding-hcs-met-verwijzing-naar-verlichting

Rb. Den Haag 23 september 2026, IEF 23873; ECLI:NL:RBDHA:2026:27075 (HatchTech tegen Giordano). HatchTech is houdster van EP 1 998 611 B1, een octrooi voor een incubator waarmee kuikens tijdens het uitbroeden kunnen worden gevoerd door een combinatie van een voedingstrog in het broedkrat en een lichtbron die de kuikens in staat stelt het voer te vinden. Giordano brengt onder de naam HCS+ ProLife broedkratten met geïntegreerde troggen op de markt en bestreed de geldigheid van het octrooi wegens toegevoegde materie, gebrek aan nieuwheid en gebrek aan inventiviteit. De rechtbank verwerpt deze nietigheidsverweren. Het weglaten van een automated feeder uit de verleende conclusie levert geen toegevoegde materie op, omdat de vakpersoon uit de oorspronkelijke aanvraag direct en ondubbelzinnig kon afleiden dat de uitvinding ook zonder automatische voederinstallatie kon worden uitgevoerd. Ook zijn de door Giordano aangevoerde publicaties niet nieuwheidsschadelijk. Voor de inventiviteit past de rechtbank zowel de problem-solution approach als de door de UPC Court of Appeal gehanteerde benadering toe. Bij die laatste benadering wordt bezien wat de uitvinding als geheel, gelet op haar onderliggende technische concept, aan de stand van de techniek toevoegt. Beide benaderingen leiden volgens de rechtbank tot dezelfde uitkomst: voor de vakpersoon lag het niet voor de hand om voor early feeding een broedkrat met voedingstroggen te combineren met een lichtbron. Conclusie 1 en de aangevallen afhankelijke conclusies 2, 3, 6 en 10 worden daarom geldig geacht en de reconventionele nietigheidsvordering wordt afgewezen.