Octrooirecht

IEF 18761

Afspraken uit licentieovereenkomst bepalen mede recht op naam 'Invitria'

Rechtbank Den Haag 16 okt 2019, IEF 18761; (Medical Workshop tegen Sharpsight), http://www.ie-forum.nl/artikelen/afspraken-uit-licentieovereenkomst-bepalen-mede-recht-op-naam-invitria

Rechtbank Den Haag 16 oktober 2019, IEF 18761, LS&R 1745; (Medical Workshop tegen Sharpsight) Medical Workshop is een totaalleverancier in oogheelkunde. De heer Gonçalves, bestuurder van Sharpsight, is oogarts en houder van een aantal octrooien waaronder het Europees octrooi EP 2 109 425 B1. Dit octrooi ziet op een hulpmiddel voor het vereenvoudigen van intra-vitreale injecties. Eind 2009 hebben Medical Workshop en Sharpsight een licentieovereenkomst gesloten m.b.t. Invitria, een product voortgekomen uit het octrooi. Medical Workshop is houdster van het Uniewoordmerk INVITRIA. In 2019 heeft Sharpsight het Uniewoordmerk INVITRIA gedeponeerd voor waren en diensten in klasse 10. Na publicatie door het EUIPO heeft Medical Workshop oppositie ingesteld tegen dit depot, waarop nog niet is beslist.
Medical Workshop wil dat Sharpsight ieder gebruik van het merk Invitria staakt en gestaakt houdt. Geoordeeld wordt dat Medical Workshop en Sharpsight redelijkerwijs konden verwachten dat de naam Invitria aan het product verbonden zou blijven. Dit leidt ertoe dat (Sharpsight via Gonçalves, omdat hij de octrooihouder is en hij na afloop van de Licentieovereenkomst als enige recht heeft het product te (doen) produceren en verhandelen, ook het recht heeft de naam Invitria voor het product te gebruiken.

IEF 18738

Amerikaanse beslissing in geschil Ferring tegen Reprise, Serenity en Fein

, IEF 18738; http://www.ie-forum.nl/artikelen/amerikaanse-beslissing-in-geschil-ferring-tegen-reprise-serenity-en-fein

Samenvatting en uitspraak zijn ingezonden door advocaten Tjibbe Douma en Gertjan Kuipers. Zij staan Ferring bij in een lopende procedure in Nederland.

Ferring aan de ene kant en Reprise, Serenity en Fein aan de andere kant zijn verwikkeld in een wereldwijd geschil ten aanzien van octrooirechten en octrooiaanvragen die zien op desmopressine. Fein werkte vroeger voor Ferring in de VS. In Nederland lopen verschillende procedures: een waar Ferring octrooirechten en octrooiaanvragen van Reprise op “low dose low plasma” desmopressine opeist [IEF 13792] en een waar Reprise c.s. octrooirechten van Ferring op een orodispergeerbare doseringsvorm van desmopressine (gedeeltelijk) opeist omdat deze zouden zien op “sublingual” [IEF 11445].

In een Amerikaanse procedure tussen Ferring tegen Reprise, Serenity en Fein heeft de rechter op 27 september jl. uitspraak gedaan. Anders dan in het Nederlandse systeem, worden in het Amerikaanse systeem standaard de betrokkenen gehoord. Ook in dit geval zijn de relevante getuigen uitgebreid ondervraagd door de partijen en de rechter en er is gekeken naar enig “corroborating evidence”. Het is op basis daarvan dat de Amerikaanse rechter vervolgens tot zijn oordeel is gekomen. Dit systeem was in dit geval in het bijzonder van belang nu het verhaal van Reprise, Serenity en Fein gestoeld was op eigen verklaringen over de gebeurtenissen in de zomer van 2001.

IEF 18737

Inbreuk op octrooirecht voor geneesmiddelen tegen borstkanker


Hof Den Haag 17 sep 2019, IEF 18737; ECLI:NL:GHDHA:2019:2648 (Novartis tegen Teva), http://www.ie-forum.nl/artikelen/inbreuk-op-octrooirecht-voor-geneesmiddelen-tegen-borstkanker

Hof Den Haag 17 september 2019, IEF 18737, LS&R 1741; ECLI:NL:GHDHA:2019:2648 (Novartis tegen Teva) Novartis is actief op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en verhandeling van innovatieve geneesmiddelen. Novartis is houdster van het stofoctrooi EP 0 663 916 dat ziet op de stof everolimus, een immuunonderdrukkend geneesmiddel, en Europese octrooien voor “cancer treatment“ in de vorm van 6 afgesplitste octrooien (divisionals). Teva is een internationale farmaceutische onderneming die zich bezighoudt met de vervaardiging, distributie en verhandeling van generieke en innovatieve geneesmiddelen. Teva is houdster van marktvergunningen voor een generieke versie van everolimus. Novartis heeft Teva diverse malen bij brief gewezen op haar octrooirechten en Teva verzocht haar twee maanden voorafgaand aan een marktintroductie over een dergelijk voornemen te informeren. Teva heeft Novartis bij brief op de hoogte gesteld van het voornemen om Everolimus op de markt te brengen, onder meer voor behandeling van HR+ borstkanker. Na het bestreden vonnis heeft Teva dit product op de markt gebracht. In het onderhavige geschil maakt Teva inbreuk op het octrooirecht van Novartis.

IEF 18731

Aanbieding Octrooirecht

Blijf up to date en kom naar de jaarlijkse Jurisprudentielunch Octrooirecht van deLex, op woensdag 11 december 2019. Met het volledige overzicht van relevante uitspraken, u aangeboden door Bart van den Broek en Willem Hoyng.

Ingeschreven vóór 28 oktober? Dan ontvangt u korting bij deelname aan het Nederlands Octrooicongres op dinsdag 9 juni 2020.

IEF 18716

Conclusie AG: klachten inventiviteit medisch octrooi ongegrond

Hoge Raad 30 aug 2019, IEF 18716; ECLI:NL:PHR:2019:939 (Coloplast tegen Medical4You), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-ag-klachten-inventiviteit-medisch-octrooi-ongegrond

Conclusie AG HR 30 augustus 2019, IEF 18717, IT 1739; ECLI:NL:PHR:2019:939 (Coloplast tegen Medical4You) In deze octrooizaak staat de geldigheid centraal van het Europese octrooi van Coloplast EP1145729 voor een gebruiksklaar urinekathetersamenstel. Dat octrooi sneuvelt bij het hof op inventiviteit [IEF 175191] en in cassatie gaat het ook alleen om de inventiviteitsvraag. De klachten richten zich op de toepassing door het hof van de problem solution approach en met name de “could-would”-regel en de benadering van het objectieve technische probleem waar het octrooi een oplossing voor zou bieden. Ook zijn klachten geformuleerd over de beoordeling van aanwijzingen die de gemiddelde vakman had (of juist niet) in de stand van de techniek richting de uitvinding. Verder speelt in cassatie of hier sprake was van het overwinnen van vooroordelen in de ogen van die vakman, of zogenoemde “secundary indicia” voor inventiviteit, zoals tijdsverloop (“long- felt need”) correct zijn benaderd door het hof en of de grenzen van de rechtsstrijd in acht zijn genomen. Ook kan volgens Coloplast de beoordeling van het hof van de combinatie-uitvindingenproblematiek de toets in cassatie niet doorstaan. Deze klachten zijn volgens AG tevergeefs voorgesteld.

IEF 18693

Gerede kans niet inventief octrooi in beroep

Rechtbank Den Haag 17 sep 2019, IEF 18693; ECLI:NL:RBDHA:2019:9764 (Bayer tegen Ceva), http://www.ie-forum.nl/artikelen/gerede-kans-niet-inventief-octrooi-in-beroep-1

Rechtbank Den Haag 17 september 2019, IEF 18693, LS&R 1738; ECLI:NL:RBDHA:2019:9764 (Bayer tegen Ceva) Octrooirecht. Bayer maakt onderdeel uit van het internationale Duitse concern Bayer AG, dat onder meer gericht is op onderzoek naar en ontwikkeling van farmaceutische producten en diergeneesmiddelen. Ceva maakt onderdeel uit van de Ceva groep, een Frans farmaceutisch concern dat is gespecialiseerd in onder meer de ontwikkeling van medicijnen. Bayer is houdster van het EP 496 octrooi dat ziet op een samenstelling bestaande uit triazinonen en ijzer(III)-complexverbindingen voor het gelijktijdig behandelen van ijzertekorten en coccidia-infecties bij dieren. Ceva gebruikt een soortgelijke samenstelling. Ceva komt met het voornemen Forceris in september op de Nederlandse markt te brengen, waardoor zij volgens Bayer inbreuk dreigt te maken op EP 496. Onder andere Forceris en de ijzer-verbindingen zouden aan alle kenmerken van conclusie 1 voldoen. Bayer vordert een verbod inbreuk te maken op EP 496 in Nederland. De inventiviteit is in geding. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af.

IEF 18690

Antwoord prejudiciële vragen over uitleg uitdrukking "passende schadeloosstelling" Handhavingsrichtlijn

HvJ EU 12 sep 2019, IEF 18690; (Bayer Pharma tegen Richter Gedeon), http://www.ie-forum.nl/artikelen/antwoord-prejudici-le-vragen-over-uitleg-uitdrukking-passende-schadeloosstelling-handhavingsrichtlij

HvJ EU 12 september 2019, IEF 18690; C‑688/17 (Bayer Pharma tegen Richter Gedeon) Octrooirecht. Prejudiciële vragen in zaak [IEF 17498]. Verzoekster (Bayer Pharma) heeft vorderingen ingesteld tot o.a. afgifte van een verklaring voor recht dat verweersters inbreuk maken op haar octrooi. De rechtbank heeft de behandeling van deze inbreukvorderingen opgeschort in afwachting van de onherroepelijke beslissing in de procedure tot nietigverklaring. De rechter in tweede aanleg heeft het octrooi bij uitspraak van 20.09.2016 onherroepelijk nietig verklaard. Gelet op de onherroepelijke nietigverklaring van het octrooi heeft de verwijzende rechter de inbreukvordering van verzoekster bij onherroepelijk vonnis van 30.062017 afgewezen. Beide verweersters hebben gevorderd dat de rechtbank verzoekster verplicht tot vergoeding van de met de voorlopige maatregelen toegebrachte schade. Gevorderd wordt een vergoeding voor het verlies aan inkomsten, voor promotiekosten in verband met de marktintroductie van de producten en voor overige immateriële schade, vermeerderd met rente.

Tussen partijen in het onderhavige geding is een discussie ontstaan over de uitlegging van artikel 9(7) van richtlijn 2004/48. Het verschil van inzicht betreft de vraag of deze bepaling een materieelrechtelijke inhoud heeft en zo ja, wat die materieelrechtelijke inhoud dan is. 

IEF 18687

MS-octrooi niet nieuw en inventief

Hof Den Haag 10 sep 2019, IEF 18687; (Swiss Pharma tegen Biogen), http://www.ie-forum.nl/artikelen/ms-octrooi-niet-nieuw-en-inventief

Hof Den Haag 10 september 2019, IEF 18687, LS&R 1736 (Swiss Pharma tegen Biogen) Octrooirecht. Hoger beroep van vonnis 12 juli 2017 [IEF 16959]. Biogen houdt zich bezig met geneesmiddelen en therapieën voor de behandeling van neurologische, zeldzame ziekten en auto-immuunziekten en is houdster van het EP 127 octrooi. Swiss Pharma (SPI) fabriceert en verhandelt generieke geneesmiddelen. SPI stelt dat de conclusies van EP 127 nietig zijn, omdat deze niet nieuw zijn in het licht van Miller, die volgens SPI tot de stand van de techniek behoort, omdat EP 127 geldig beroep kan doen op de prioriteit van P1 en P2. Daarnaast stelt zij dat alle conclusies in het licht van onder meer Tubridy, het Conference Abstract en de Press Release inventiviteit mist. In eerste aanleg heeft de rechtbank het Nederlandse deel van EP 127 vernietigd en geoordeeld dat de conclusies 1, 3 en 4 niet nieuw zijn. In hoger beroep vordert Biogen vernietiging van het bestreden vonnis. Biogen slaagt er niet in de vernietiging hard te maken. Het hof bekrachtigd het vonnis in eerste aanleg.