Octrooirecht  

IEF 23447

Prejudiciële vragen gesteld over de Geneesmiddelenrichtlijn

HvJ EU 30 dec 2025, IEF 23447; C-877/25 ( College ter beoordeling van geneesmiddelen, Laboratorios Cinfa SA, Laboratorios Normon, SA, Zentiva k.s., Win Medica SA, Refarm SA tegen Organon NV), https://www.ie-forum.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-gesteld-over-de-geneesmiddelenrichtlijn

Prejudiciële vragen gesteld aan Hof van Justitie EU 30 december 2025; IEF 23447; LS&R 2371; IEFbe 4182; C-877/25 (College ter beoordeling van geneesmiddelen, Laboratorios Cinfa SA, Laboratorios Normon, SA, Zentiva k.s., Win Medica SA, Refarm SA tegen Organon NV) via MinBuza. Verzoeker heeft in Nederland handelsvergunningen aangevraagd voor geneesmiddelen bij het College van beoordeling van geneesmiddelen (CBG), voor de combinatie van twee werkzame stoffen. De aanvraag werd goedgekeurd, maar de rechtbank oordeelde daarna dat dit onterecht was. De twee werkzame stoffen werden al in een ander geneesmiddel samengevoegd, waarvan de beschermingsperiode nog liep. De Afdeling twijfelt over hoe artikel 10ter van de Geneesmiddelenrichtlijn moet worden uitgelegd, in het bijzonder of het mogelijk is dat meerdere vergunningen worden verleend voor dezelfde combinatie van werkzame stoffen op grond van dat artikel.

IEF 23446

Prejudiciële vragen gesteld over het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen

HvJ EU 5 dec 2025, IEF 23446; C-794/25 (Stada Arzneimittel AG tegen Takeda Pharmaceuticals USA, Inc., og Takeda Pharmaceutical Company Ltd.), https://www.ie-forum.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-gesteld-over-het-aanvullende-beschermingscertificaat-voor-geneesmiddelen

Prejudiciële vragen gesteld aan Hof van Justitie EU 5 december 2025, IEFbe 23446; LS&R 2370; IEFbe 4181;  C-794/25 (Stada Arzneimittel AG tegen Takeda Pharmaceuticals USA, Inc., og Takeda Pharmaceutical Company Ltd.) via MinBuza. Verzoeker is ‘Stada Arzneimittel’, een farmaceutische onderneming in Duitsland. Stada heeft tegen twee Japanse farmaceutische ondernemingen een vordering ingesteld, strekkende tot ongeldigverklaring van het Deense aanvullende beschermingscertificaat voor medicatie. Zij hebben een beschermingscertificaat voor de ADHD-medicatie ‘dexamfetamine’. Ter discussie staat of dat certificaat ook bescherming biedt aan de medicatie ‘lisdexamfetamine’ (wat een derivaat is van de werkzame stof dexamfetamine) of dat deze medicatie een apart (of aanvullend) beschermingscertificaat vereist. Onderliggend is de vraag naar de betekenis van ‘product’ en ‘werkzame stof’ in de zin van artikel 1, onder b), van de verordening.

IEF 23444

Overzicht UPC-uitspraken

Overzicht UPC-uitspraken 26 maart t/m 1 april 2026

1 april 2026

UPC_CFI_1034/2025; UPC_CFI_931/2026
Gerecht: Düsseldorf Local Division
Type procedure: Application RoP262A
Partijen: Yangtze Memory Technologies Co., Ltd. tegen Micron Technology, Inc. e.a.
Waar gaat het over: een verzoekprocedure op grond van RoP 262A in een octrooigeschil in de halfgeleider-/geheugentechnologiesector.

UPC-CFI-00001920/2025
Gerecht
: Lisbon Local Division
Type procedure: Infringement Action
Partijen: Illumina, Inc. tegen Element Biosciences, Inc., Element Biosciences Netherlands B.V. en Instrumentos de Laboratório e Científicos, LDA
Waar gaat het over: een octrooi-inbreukprocedure in de biotech-/DNA-sequencingsector.

31 maart 2026

UPC_CFI_360/2025
Gerecht: Hamburg Local Division
Type procedure: Infringement Action
Partijen: Nixu FL IP Protection LLC tegen INFOBLOX INC. e.a.
Waar gaat het over: een octrooi-inbreukprocedure, vermoedelijk op het terrein van netwerk- of IT-technologie.

IEF 23434

UPC staat private transcripties van zittingsopnamen toe in InterDigital/Amazon‑zaak

Unified Patent Court (UPC) 30 mrt 2026, IEF 23434; UPC-COA-0000012/2026 (Amazon.com, Inc., Amazon Digital UK Limited, Amazon Europe Core S.à.r.l., Amazon EU S.à.r.l., Amazon Technologies, Inc., v. InterDigital VC Holdings, Inc., InterDigital Patent Holdings, Inc., InterDigital Madison Patent Holdings, SAS, InterDigital CE Pate), https://www.ie-forum.nl/artikelen/upc-staat-private-transcripties-van-zittingsopnamen-toe-in-interdigital-amazon-zaak

UPC CoA 30 maart 2026, IEF 23434; UPC-COA-0000012/2026 (Amazon.com, Inc., Amazon Digital UK Limited, Amazon Europe Core S.à.r.l., Amazon EU S.à.r.l., Amazon Technologies, Inc., v. InterDigital VC Holdings, Inc., InterDigital Patent Holdings, Inc., InterDigital Madison Patent Holdings, SAS, InterDigital CE Patent Holdings, SAS). De zaak betreft een incident in een SEP-geschil tussen Amazon en InterDigital bij de Local Division Mannheim, waarin op 14 november 2025 een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden en daarvan op grond van Rule 115 RoP een geluidsopname is gemaakt. Amazon verzocht kort nadien op basis van Rule 115 om toegang tot die opname bij de Local Division Düsseldorf en om, met behulp van een door haar in te schakelen professionele transcribent, aantekeningen te kunnen maken die in feite neerkomen op een (nagenoeg) volledige transcriptie. InterDigital schaarde zich achter het verzoek tot toegang, maar liet de vraag of een stenograaf mocht worden ingezet aan het hof. De rechter-rapporteur in eerste aanleg stond het beluisteren van de opname in Düsseldorf wel toe, maar wees het gebruik van een stenograaf en het maken van een volledige private transcriptie af, onder meer uit vrees voor ongecontroleerde verspreiding buiten de UPC, mogelijke misbruikscenario’s (zoals “beauty contests” door advocatenkantoren) en het ontbreken van een grondslag in Rule 115 RoP. Het panel van de Local Division bekrachtigde dit bij beschikking van 16 januari 2026, oordeelde dat de belangen van het Hof bij een “open atmosphere of exchange” zwaarder wogen dan het belang van partijen bij een niet‑autoritatieve woordelijke weergave, en achtte private transcripties nutteloos omdat zij geen bewijskracht hebben naast de officiële audio. Amazon stelde vervolgens hoger beroep in, voerde aan dat de tekst en ontstaansgeschiedenis van Rule 115 RoP een veel minder restrictieve lezing vereisen, dat “shall be made available” geen rechterlijke beoordelingsruimte laat voor toegang, dat het zwijgen van Rule 115 over private transcripties eerder duidt op toelating dan op een verbod en dat praktische en ethische waarborgen eventuele misbruiken kunnen ondervangen. Volgens Amazon is een schriftelijke transcriptie, desnoods via een assistent of stenograaf onder toezicht van haar UPC‑raadsman, een legitiem hulpmiddel voor interne dossiervorming, internationale coördinatie en eventuele verdere processtappen, zowel binnen als buiten de UPC, zonder dat daarmee de audio‑opname als enige authentieke bron wordt aangetast.

IEF 23435

Conclusie A-G over exportvrijstelling bij ABC’s: geen vooraf vereiste handelsvergunning, geen eis van reeds rechtenvrije exportlanden en ruimte voor voorraadvorming voor export

Hoge Raad 27 apr 2026, IEF 23435; ECLI:NL:PHR:2026:318 (Janssen Biotech Inc tegen Samsung Bioepis NL B.V.), https://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-a-g-over-exportvrijstelling-bij-abc-s-geen-vooraf-vereiste-handelsvergunning-geen-eis-van-reeds-rechtenvrije-exportlanden-en-ruimte-voor-voorraadvorming-voor-export

Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2026, IEF 23435; ECLI:NL:PHR:2026:318 (Janssen tegen SB). In Conclusie A-G Van Peursem staat de uitleg centraal van de productie-voor-export-vrijstelling van art. 5 lid 2, onder a, sub i en ii, van Verordening (EG) nr. 469/2009 inzake aanvullende beschermingscertificaten voor geneesmiddelen, zoals gewijzigd door Verordening (EU) 2019/933. Janssen is houdster van aanvullende beschermingscertificaten voor ustekinumab in onder meer Denemarken en Italië en stelt dat Samsung Bioepis NL B.V. (SB) inbreuk maakt door een biosimilar van ustekinumab (SB17) in die landen te vervaardigen en/of op te slaan voor export naar derde landen zoals het VK, Canada en Zuid-Korea. SB heeft in oktober 2023 kennisgevingen gedaan bij de Deense en Italiaanse autoriteiten waarin zij productie en opslag aankondigt met het oog op “export and storing”, en heeft later de beoogde exportlanden en uiteindelijk ook de referentienummers van de handelsvergunningen meegedeeld zodra die publiek beschikbaar kwamen. Tussen partijen staat vast dat SB voor productie voor de Uniemarkt voldeed aan de afzonderlijke EU-stockpile-vrijstelling; het geschil ziet dus alleen op de exportvrijstelling. In eerste aanleg en in hoger beroep is Janssen in het ongelijk gesteld. In cassatie betoogt zij dat het hof de doelstellingen van de gewijzigde ABC-Verordening verkeerd heeft uitgelegd, ten onrechte voorraadvorming voor toekomstige export naar derde landen heeft aanvaard, en heeft miskend dat bij kennisgeving of uiterlijk bij aanvang van de productie al een handelsvergunning moet bestaan en dat de exportlanden dan ook al rechtenvrij moeten zijn. De A-G concludeert echter dat deze cassatieklachten niet slagen en ziet in dit kort geding ook geen noodzaak om prejudiciële vragen te stellen, hoewel hij onderkent dat hierover in Europa uiteenlopende rechtspraak bestaat.

IEF 23381

Voorlopig geen octrooi-inbreuk aangenomen bij composteerbare koffiecapsules

Rechtbank Den Haag 20 mrt 2026, IEF 23381; ECLI:NL:RBDHA:2026:6008 (Ox Barrier tegen De Koffiejongens, Euro-Caps en Capsul’in), https://www.ie-forum.nl/artikelen/voorlopig-geen-octrooi-inbreuk-aangenomen-bij-composteerbare-koffiecapsules

Rb. Den Haag 20 maart 2026, IEF 23381; ECLI:NL:RBDHA:2026:6008 (Ox Barrier tegen De Koffiejongens, Euro-Caps en Capsul’in). In dit kort geding vorderde Ox Barrier een verbod en nevenvoorzieningen tegen De Koffiejongens wegens gestelde directe en indirecte inbreuk op Europees octrooi EP 3 145 838 B1, dat ziet op composteerbare koffiecapsules met een meerlagig afsluitelement. De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag achtte zich exclusief bevoegd op grond van art. 80 lid 2 onder a ROW en nam ook spoedeisend belang aan, ondanks het feit dat Ox Barrier al langer bekend was met de capsules, omdat de verkoop sinds 29 september 2025 was uitgebreid naar circa 800 Albert Heijn-filialen en de vermeende inbreuk daardoor was geïntensiveerd. Wel benadrukte de rechter dat de drempel voor toewijzing van een voorlopig verbod hoog lag, omdat De Koffiejongens stelde dat een verbod tot zeer zware, mogelijk faillissementsachtige gevolgen zou leiden, terwijl eventuele schade van Ox Barrier in beginsel achteraf via een licentievergoeding te begroten zou zijn.

IEF 23373

Keeex/Adobe: grens getrokken aan wereldwijde UPC‑bevoegdheid

Unified Patent Court (UPC) 13 mrt 2026, IEF 23373; UPC-COA-0000922/2025, UPC-COA-0000923/2025, UPC-COA-0000924/2025, UPC-COA-0000925/2025 (ADOBE INC., ADOBE SYSTEMS SOFTWARE IRELAND LIMITED, OPENAI LP, OPENAI OPCO LLC, OPEN AI IRELAND LTD, TRUEPIC INC., JOINT DEVELOPMENT FOUNDATION PROJECTS LLC, COALITION FOR CONTENT PROVENANCE AND AUTHENTICITY tegen KEEEX SAS), https://www.ie-forum.nl/artikelen/keeex-adobe-grens-getrokken-aan-wereldwijde-upc-bevoegdheid

UPC CoA 13 maart 2026, IEF 23373; UPC-COA-0000922/2025, UPC-COA-0000923/2025, UPC-COA-0000924/2025, UPC-COA-0000925/2025 (ADOBE INC., ADOBE SYSTEMS SOFTWARE IRELAND LIMITED, OPENAI LP, OPENAI OPCO LLC, OPEN AI IRELAND LTD, TRUEPIC INC., JOINT DEVELOPMENT FOUNDATION PROJECTS LLC, COALITION FOR CONTENT PROVENANCE AND AUTHENTICITY tegen KEEEX SAS). Keeex SAS heeft bij de Paris Local Division een inbreukvordering ingesteld op EP 2 949 070 (methode voor externe verificatie van integriteit en authenticiteit van digitale databestanden) tegen meerdere buitenlandse ICT‑bedrijven: Adobe (VS en IE), OpenAI (VS en IE), Truepic (VS) en Joint Development Foundation/Coalition for Content Provenance and Authenticity (VS). Keeex beriep zich op online aangeboden integriteits‑verificatiesoftware en stelde dat de schade wereldwijd was en alle territoria van het Europese octrooi bestreek. De gedaagden voerden in preliminaire excepties verweer tegen de interne en internationale bevoegdheid van de UPC, met name voor inbreuk in Zwitserland, Spanje, VK, Ierland, Noorwegen en Polen. De Paris Local Division verwierp deze excepties en aanvaardde bevoegdheid, ook voor die niet‑UPC‑staten, door te verwijzen naar het BSH‑arrest van het HvJ, waarop Adobe c.s., OpenAI, Truepic en Joint Development Foundation in verschillende hoger beroepen aanvoeren dat de UPC haar internationale bevoegdheid ten onrechte op art. 7 lid 2 Brussel I‑bis heeft gebaseerd en ten onrechte ver buiten de UPC‑territoria heeft uitgebreid. Keeex vroeg bevestiging van de beslissing en beriep zich onder meer op art. 14 Frans BW, art. 6 en 71b lid 3 Brussel I‑bis, waarbij zij stelde dat de UPC op grond van laatstgenoemde bepaling ook bevoegd is voor inbreuk buiten de Unie, nu Adobe en OpenAI via Franse dochters vermogensbestanddelen in UPC‑staten hebben.

IEF 23372

Ecovacs/Roborock: schending informatieplicht bij ex parte inspectie

Unified Patent Court (UPC) 16 mrt 2026, IEF 23372; UPC-COA-0000003/2026 (Ecovacs Robotics Co., Ltd. tegen Roborock (HK) Limited), https://www.ie-forum.nl/artikelen/ecovacs-roborock-schending-informatieplicht-bij-ex-parte-inspectie

UPC CoA 16 maart 2026, IEF 23372; UPC-COA-0000003/2026 (Ecovacs Robotics Co., Ltd. tegen Roborock (HK) Limited). Ecovacs Robotics, houdster van Europees octrooi EP 3 808 512 voor onder meer een methode voor lokalisering van een robot, vroeg bij de Local Division Düsseldorf van de Unified Patent Court om een ex parte inspectie- en bewijsbeslag op robotstofzuigers van Roborock (o.a. Roborock Saros 10, S8 Max V Ultra, QV 35A) op de IFA 2025 in Berlijn. De Local Division wees dit verzoek op 4 september 2025 toe zonder Roborock te horen, omdat de apparaten klein zijn en gemakkelijk verplaatst of door software-updates gewijzigd kunnen worden, en omdat Ecovacs had gesteld dat zij anders geen mogelijkheid had om bewijs te verkrijgen tegen Roborock, dat vanuit Hongkong opereert. De order verplichtte Roborock de apparaten aan een deskundige af te geven, inclusief het verstrekken van wachtwoorden, liet toe dat deze zo nodig ter plekke in beslag werden genomen en elders werden onderzocht, en omvatte ook inzage in documenten en digitale data; de deskundige moest binnen vier weken een beschrijving aan de rechtbank sturen, onder vertrouwelijkheid en geheimhouding. De inspectie vond op 7 september 2025 plaats, met rapport op 15 oktober 2025. Roborock vroeg vervolgens om herziening. De Local Division vernietigde op 19 december 2025 de inspectieorder volledig, behalve de vertrouwelijkheids- en geheimhoudingsverplichtingen, en legde alle kosten van de inspectie en het deskundigenrapport bij Ecovacs, omdat Ecovacs bij het ex parte verzoek haar op grond van Rule 192.3 RoP bestaande plicht tot volledige en juiste feitenpresentatie had geschonden. Ecovacs had in het verzoek gesuggereerd dat de IFA de enige mogelijkheid was om bewijs tegen Roborock te verkrijgen en dat Roborock geen eigen vestiging in Europa had en via dochterondernemingen distribueerde, terwijl zij al vóór het verzoek wist, en in een vrijwel gelijktijdig aanhangig gemaakte inbreukprocedure had gesteld en met een Amazon‑screenshot onderbouwd, dat Roborock zelf rechtstreeks aan Duitse klanten via Amazon verkocht en dat een andere groepsmaatschappij als fabrikant op de documentatie stond; eerdere testen van de apparaten waren bovendien al uitgevoerd.

IEF 23351

Uitspraak ingezonden door Lila Qribi

Artificial neural networks in het octrooirecht: het Britse Supreme Court wijzigt de toets voor software-uitvindingen

Overig 11 feb 2026, IEF 23351; UKSC/2024/0131 ([Emotional Perception AI Ltd tegen Comptroller General of Patents, Designs and Trade Marks]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/artificial-neural-networks-in-het-octrooirecht-het-britse-supreme-court-wijzigt-de-toets-voor-software-uitvindingen

Het Britse Supreme Court heeft uitspraak gedaan in Emotional Perception AI Ltd v Comptroller General of Patents, Designs and Trade Marks. In deze zaak staat de vraag centraal of een artificial neural network (ANN) moet worden aangemerkt als een “computerprogramma” in de zin van artikel 1(2)(c) van de Patents Act 1977 en artikel 52(2) van het Europees Octrooiverdrag (EPC). Daarnaast bepaalt het Hof welke beoordelingsmethode moet worden toegepast bij computer-geïmplementeerde uitvindingen.

Het arrest is van belang voor de beoordeling van software- en AI-gerelateerde uitvindingen onder het Britse octrooirecht. Het Supreme Court spreekt zich voor het eerst expliciet uit over de positie van artificial neural networks binnen het octrooirecht en wijzigt daarbij de toets die in het Verenigd Koninkrijk bijna twintig jaar werd toegepast bij computer-geïmplementeerde uitvindingen.

IEF 23347

Termijnfout, discretionaire toetsing en de reikwijdte van R. 9.3(a) RoP in Angelalign/Align Technology

Unified Patent Court (UPC) 10 mrt 2026, IEF 23347; UPC-COA-0000037/2026 (Angelalign France Technology SASU, Europe Angelalign Technology B.V., Angelalign Technology (Germany) GmbH, Italy Angelalign Technology S.R.L. tegen Align Technology, Inc.), https://www.ie-forum.nl/artikelen/termijnfout-discretionaire-toetsing-en-de-reikwijdte-van-r-9-3-a-rop-in-angelalign-align-technology

UPC CoA 10 maart 2026, IEF 23347; UPC-COA-0000037/2026 (Angelalign France Technology SASU, Europe Angelalign Technology B.V., Angelalign Technology (Germany) GmbH, Italy Angelalign Technology S.R.L. tegen  Align Technology, Inc.). Het gaat om een verzoek van Angelalign‑vennootschappen tot “discretionary review” van een proces‑order van de Local Division Düsseldorf in een kortgedingprocedure over voorlopige maatregelen tussen Align Technology (octrooihouder EP 4 295 806) en Angelalign. Align had tijdig een reply moeten indienen, maar door een menselijke fout is op 13 februari 2026 een stuk uit een andere zaak ingediend. Op 20 februari diende Align de juiste reply in en verzocht op grond van R. 9.3(a) RoP om een retroactieve verlenging van de termijn tot die datum, waarmee Angelalign het oneens was. De Local Division heeft de termijn voor Align alsnog retroactief verlengd tot 20 februari, het late stuk toegelaten en Angelalign een verlengde termijn voor dupliek gegeven, maar geen leave to appeal verleend. Angelalign vraagt daarop bij het Hof van Beroep om discretionary review en betoogt dat zo’n retroactieve verlenging na afloop van de termijn alleen via re‑establishment (R. 320 RoP, met strenge eisen) kan en dat het gebruik van R. 9.3(a) RoP de hiërarchie tussen beide regels uitholt.