DOSSIERS
Alle dossiers

Rechtspraak  

IEF 23195

Inventiviteit octrooi valsartan/sacubitril en geldigheid ABC

Hof Den Haag 18 nov 2025, IEF 23195; ECLI:NL:GHDHA:2025:2742 (Synthon tegen Novartis), https://www.ie-forum.nl/artikelen/inventiviteit-octrooi-valsartan-sacubitril-en-geldigheid-abc

Hof Den Haag 18 november 2025, IEF 23195; ECLI:NL:GHDHA:2025:2742 (Synthon tegen Novartis). Het Gerechtshof Den Haag oordeelt dat het inmiddels verlopen Europese octrooi EP 1 467 728 van Novartis, dat ziet op farmaceutische samenstellingen met de combinatie van valsartan en de NEP-remmer sacubitril, inventief en daarmee geldig is. Synthon voert in hoger beroep aan dat deze combinatie op de prioriteitsdatum (17 januari 2002) voor de gemiddelde vakman voor de hand ligt in het licht van de stand van de techniek, zodat zowel het octrooi als het daarop gebaseerde aanvullend beschermingscertificaat (ABC) moet worden vernietigd. Het hof verwerpt dit betoog en bekrachtigt het vonnis van de Rechtbank Den Haag, waarin de vorderingen van Synthon worden afgewezen.

IEF 23189

Geen voorlopig getuigenverhoor meer na inschrijving bodemprocedure (art. 196 lid 1 Rv)

Hof Den Haag 12 dec 2025, IEF 23189; ECLI:NL:GHDHA:2025:2741 ([verzoekster] tegen Napiferyn), https://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-voorlopig-getuigenverhoor-meer-na-inschrijving-bodemprocedure-art-196-lid-1-rv

Hof Den Haag 12 december 2025, IEF 23189; ECLI:NL:GHDHA:2025:2741([verzoekster] tegen Napiferyn). In deze zaak bij het Gerechtshof Den Haag verzocht [verzoekster] om een voorlopig getuigenverhoor in een octrooirechtelijk geschil met Napiferyn. Tussen partijen liep al een bodemprocedure in hoger beroep (de zogenoemde opeisingsprocedure), waarin [verzoekster] mede-eigendom van octrooien en octrooiaanvragen claimt. Een belangrijk geschilpunt daarin is de uitleg van een investeringsovereenkomst. [verzoekster] wilde via een afzonderlijke verzoekschriftprocedure twee getuigen horen om bewijs te verzamelen voor haar standpunten in die reeds lopende procedure. Het verzoek werd ingediend op 7 januari 2025, terwijl de bodemzaak al sinds 20 augustus 2024 op de rol van het hof stond.

IEF 23184

Kort geding over safinamide: generiek product maakt inbreuk op aanvullend beschermingscertificaat

Rechtbank Den Haag 18 dec 2025, IEF 23184; ECLI:NL:RBDHA:2025:24287 (Newron c.s tegen Vivanta), https://www.ie-forum.nl/artikelen/kort-geding-over-safinamide-generiek-product-maakt-inbreuk-op-aanvullend-beschermingscertificaat

Rb. Den Haag 18 december 2025, IEF 23184; ECLI:NL:RBDHA:2025:24287 (Newron c.s tegen Vivanta). De voorzieningenrechter oordeelt in kort geding dat Vivanta met haar generieke safinamide-producten inbreuk maakt op het Aanvullend Beschermingscertificaat (ABC) 300752 van Newron en Zambon. Dit certificaat, dat loopt tot april 2029, is gebaseerd op het basisoctrooi EP 1 613 296 en beschermt het gebruik van safinamide als aanvullende (add-on) therapie bij patiënten met de ziekte van Parkinson die al worden behandeld met levodopa. Vivanta had haar generieke producten opgenomen in de G-standaard en aangekondigd deze op de Nederlandse markt te brengen. Volgens Vivanta was het ABC ongeldig, omdat het basisoctrooi slechts een combinatiebehandeling zou beschermen en niet safinamide als afzonderlijke werkzame stof. De voorzieningenrechter verwerpt dit verweer en oordeelt voorshands dat het product safinamide wordt beschermd door het basisoctrooi in de zin van artikel 3, onder a, van de ABC-verordening.

IEF 23183

Geen octrooi-inbreuk door Netflix bij videocompressietechnologie

Rechtbank Den Haag 17 dec 2025, IEF 23183; ECLI:NL:RBDHA:2025:24060 (Broadcom tegen Netflix), https://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-octrooi-inbreuk-door-netflix-bij-videocompressietechnologie

Rb. Den Haag 17 december 2025, IEF 23183; ECLI:NL:RBDHA:2025:24060 (Broadcom tegen Netflix). De Rechtbank Den Haag oordeelt dat Netflix geen inbreuk maakt op het Nederlandse deel van het Europese octrooi EP 2 575 366 van Broadcom, dat ziet op videocompressietechnologie binnen de HEVC-standaard. Broadcom stelde dat Netflix bij het encoderen van video’s één enkele “binary tree” gebruikt om zowel de prediction mode als de partition mode te coderen, zoals geclaimd in conclusies 6 en 7 van het octrooi. Volgens Broadcom volgt dit rechtstreeks uit de toepassing van de HEVC-standaard. Netflix betwistte dit en voerde aan dat de standaard juist uitgaat van afzonderlijke binarisatieprocessen voor deze twee syntaxelementen. De rechtbank volgt Netflix en benadrukt dat de beschermingsomvang van het octrooi moet worden vastgesteld aan de hand van de conclusies, gelezen in het licht van de beschrijving, tekeningen en het verleningsdossier, bezien vanuit het perspectief van de gemiddelde vakpersoon.

IEF 23161

Kazan veroordeeld voor inbreuk op Solvays octrooi op natronloogproces; nietigheids- en voorgebruiksverweren afgewezen

Rechtbank Den Haag 3 dec 2025, IEF 23161; ECLI:NL:RBDHA:2025:22700 (Solvay c.s. tegen Kazan c.s), https://www.ie-forum.nl/artikelen/kazan-veroordeeld-voor-inbreuk-op-solvays-octrooi-op-natronloogproces-nietigheids-en-voorgebruiksverweren-afgewezen

Rb. Den Haag 3 december 2025, IEF 23161; ECLI:NL:RBDHA:2025:22700 (Solvay c.s. en Kazan c.s.). De Rechtbank Den Haag oordeelt in een bodemzaak tussen Solvay (met licentienemers) en de tot de Turkse Ciner-groep behorende Kazan-vennootschappen over inbreuk op het Europese octrooi EP 2 878 579 (en de daarvan afgeleide divisional-aanvrage EP 3 971 138) voor een verbeterde werkwijze om natronloog (caustic soda) te maken uit een spoelstroom van een soda-ashproductieproces. Solvay stelt dat Kazan in Turkije volgens de geoctrooieerde werkwijze soda ash produceert en dit rechtstreeks verkregen voortbrengsel vervolgens in Nederland verhandelt. Kazan betwist de inbreuk niet inhoudelijk, maar voert vooral aan dat het Nederlandse deel van EP 579 en de divisional nietig zijn wegens gebrek aan nieuwheid en inventiviteit in het licht van Turkse EIA-rapporten, oude Amerikaanse octrooien (US 287, US 054) en handboeken (Garrett, Ullmann). Ook beroept Kazan zich op een recht van voorgebruik. De rechtbank grijpt de zaak aan om te benadrukken dat de uitleg van de conclusies volgens artikel 69 EOV en het Protocol daarop voor zowel de inbreuk- als de geldigheidsbeoordeling dezelfde moet zijn: beslissend is hoe de gemiddelde vakpersoon de conclusies leest, en men mag die uitleg niet “rekken” voor de inbreuk en tegelijk “vernauwen” voor de nietigheidsvraag.

IEF 23141

Rechtbank Den Haag exclusief bevoegd voor octrooirechtelijke geschillen volgens artikel 80 lid 2 ROW

Rechtbank Overijssel 26 dec 2025, IEF 23141; ECLI:NL:RBOVE:2025:6848 (IPS en NB tegen VaxxCoat en SMP), https://www.ie-forum.nl/artikelen/rechtbank-den-haag-exclusief-bevoegd-voor-octrooirechtelijke-geschillen-volgens-artikel-80-lid-2-row

Rb. Overijssel 26 november 2025, IEF 23141; LS&R 2333; ECLI:NL:RBOVE:2025:6848 (IPS en NB tegen VaxxCoat en SMP). In artikel 80 lid 2 Rijksoctrooiwet (ROW) is aan de rechtbank Den Haag exclusieve bevoegdheid toegekend voor de behandeling van vorderingen die betrekking hebben op het verbieden van octrooi-inbreuk, schadevergoeding en winstafdracht. Deze bevoegdheid strekt zich ook uit over vorderingen tot handhaving van een Europees octrooi. Uitgangspunt is dat de rechtbank in dit geval ambtshalve moet beoordelen of zij relatief bevoegd is van het geschil kennis te nemen.

IEF 23140

Hof: de octrooien vertegenwoordigen geen waarde

Hof Den Haag 5 nov 2025, IEF 23140; ECLI:NL:GHDHA:2025:2412 ([de vrouw] tegen [de man]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/hof-de-octrooien-vertegenwoordigen-geen-waarde

Hof Den Haag 5 november 2025, IEF 23140; ECLI:NL:GHDHA:2025:2412 ([de vrouw] tegen [de man]). Partijen zijn in 1998 getrouwd onder huwelijkse voorwaarden. In 2023 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. De rechtbank Rotterdam heeft zich al eerder uitgesproken over de verdeling van de gemeenschap. [de vrouw] is het daar op een aantal punten niet mee eens en gaat in hoger beroep. Zo voert zij aan dat de rechtbank de octrooien van [de man] ten onrechte op nihil heeft gewaardeerd. Volgens haar vertegenwoordigen de octrooien wel degelijk waarde. De man is jarenlang onbereikbaar geweest voor de vrouw en de kinderen omdat hij aan de octrooien ten grondslag liggen technische uitvinding werkte. De vrouw stelt dat de man dit nooit zou hebben gedaan als de octrooien, dan wel de uitvinding, geen waarde zouden vertegenwoordigen. [de man] betwist dat de technische uitvinding waarop de octrooien rusten voor commerciële doeleinden wordt gebruikt, en de vrouw heeft niet aannemelijk gemaakt dat dat wel het geval is. 

IEF 23040

‘Pay-for-delay’ onrechtmatig: Hof van Justitie bevestigt boetes voor Cephalon en Teva

HvJ EU 23 okt 2025, IEF 23040; ECLI:EU:C:2025:825 (Teva Pharmaceutical Industries, Cephalon tegen Europese Commissie), https://www.ie-forum.nl/artikelen/pay-for-delay-onrechtmatig-hof-van-justitie-bevestigt-boetes-voor-cephalon-en-teva

Hof van Justitie EU 23 oktober 2025, IEF 23040; IEFbe 4018; ECLI:EU:C:2025:825 (Teva Pharmaceutical Industries, Cephalon tegen Europese Commissie). Cephalon is een Amerikaans biofarmaceutisch bedrijf dat merkgeneesmiddelen en generieke geneesmiddelen produceert. Teva is een internationale farmaceut die actief is op het gebied van generieke geneesmiddelen. Cephalon was houder van octrooien op modafinil, het werkzame bestanddeel van het middel Provigil. Nadat de oorspronkelijke octrooien waren verlopen, wilde Teva een generieke versie van het product op de markt brengen. In 2005 sloten beide bedrijven een schikkingsovereenkomst. Teva stelde haar markttoetreding uit, in ruil voor betalingen en andere voordelen van Cephalon. De Europese Commissie oordeelde in 2020 dat deze overeenkomst een beperking van de mededinging naar strekking vormde, in strijd met artikel 101 VWEU. Zij legde boetes op aan beide ondernemingen. Het Gerecht bevestigde dit oordeel in 2023. Teva en Cephalon stelden daarop hoger beroep in bij het Hof van Justitie. 

IEF 23036

Voorzieningenrechter: licentieovereenkomst mocht niet tussentijds worden beëindigd

Rechtbank Limburg 16 sep 2025, IEF 23036; ECLI:NL:RBLIM:2025:8922 (IFS tegen Isowrap), https://www.ie-forum.nl/artikelen/voorzieningenrechter-licentieovereenkomst-mocht-niet-tussentijds-worden-beeindigd

Vzr. Rb. Limburg 16 september 2025, IEF 23036; ECLI:NL:RBLIM:2025:8922 (IFS tegen Isowrap). In dit kort geding oordeelt de voorzieningenrechter over de vraag of Isowrap gerechtigd was de exclusieve licentieovereenkomst met IFS over het octrooi op het isolatieproduct "Isobooster" tussentijds te beëindigen. IFS was op grond van die overeenkomst exclusief licentienemer en vordert dat Isowrap het gebruiksrecht niet als vervallen had mogen beschouwen wegens vermeend ongebruik. Isowrap stelt dat bij het tekenen van de licentieovereenkomst mondeling een ontbindende voorwaarde is overeengekomen, IFS zou binnen één maand een productiemachine bouwen. Daarnaast zou het octrooi binnen drie maanden gebruikt moeten worden en mocht PXA doorgaan met de verkoop van Isobooster. Volgens IFS is tijdens het tekenen slechts de ambitie uitgesproken dat een machine gebouwd zou worden. De verklaringen van partijen spreken elkaar tegen. Het zou kunnen dat over een machine is gesproken tijdens de ondertekening van de licentieovereenkomst, maar de voorzieningenrechter kan op basis van de tegenover elkaar staande getuigenverklaringen niet aannemen dat [naam bestuurder 1] bij de ondertekening van de licentieovereenkomst als ontbindende voorwaarde heeft gesteld dat IFS binnen een maand een machine moest bouwen, laat staan dat deze door IFS is aanvaard.  

IEF 23034

Vonroc niet inbreukmakend op soft-close ladderoctrooi

Rechtbank Den Haag 10 okt 2025, IEF 23034; ECLI:NL:RBDHA:2025:18844 ([eiseres] tegen Vonroc), https://www.ie-forum.nl/artikelen/vonroc-niet-inbreukmakend-op-soft-close-ladderoctrooi

Rb. Den Haag 10 oktober 2025, IEF 23034; ECLI:NL:RBDHA:2025:18844 ([eiseres] tegen Vonroc). De voorzieningenrechter in Den Haag wees in kort geding alle vorderingen van [eiseres] af. [eiseres] stelde dat de telescopische ladders van Vonroc met soft-close mechanisme inbreuk maken op EP 3374589 B1, en eiste onder meer een (grensoverschrijdend) verbod met dwangsommen, opgave, recall, rectificatie, proceskosten ex art. 1019h Rv en een 1019i-termijn. Spoedeisend belang werd aangenomen. De rechter legt het octrooi uit volgens art. 69 EOV en het Protocol en kijkt eerst naar letterlijke inbreuk, daarna naar eventuele equivalente inbreuk. Centraal staat conclusie 1 van EP 589. Die vereist o.a. dat de bedekking onderaan de staander luchtkanalen heeft, met een eerste luchtopening in het smalle cilindrische deel van die bedekking (boven het brede deel), die overeenkomt met een opening (“36”) in de wand van de staander. Vonroc voerde aan dat haar ladders dit niet zo doen en wees ook op oudere techniek (EP 2 770 155 A1 en EP 2 740 879 A2), plus een Gillette-verweer: haar uitvoering zou hooguit een voor de hand liggende variant daarvan zijn.