Mediarecht

IEF 19357

Geen rectificatie gepubliceerd onderzoeksrapport seksueel misbruik Jehova's Getuigen

Hof Arnhem-Leeuwarden 4 aug 2020, IEF 19357; ECLI:NL:GHARL:2020:6085 (Jehova’s Getuigen tegen Universiteit Utrecht en de Nederlandse Staat), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-rectificatie-gepubliceerd-onderzoeksrapport-seksueel-misbruik-jehova-s-getuigen

Hof Arnhem-Leeuwarden 4 augustus 2020, IEF 19357, IT 3204; ECLI:NL:GHARL:2020:6085 (Jehova’s Getuigen tegen Universiteit Utrecht en de Nederlandse Staat) Publicatieverbod. Rectificatie. De Universiteit heeft op verzoek van de Minister en het WODC een onderzoeksrapport opgesteld met als titel “Seksueel misbruik en aangiftebereidheid binnen de gemeenschap van de Jehova’s Getuigen”. De Jehovah’s Getuigen hebben een publicatieverbod gevorderd van de Universiteit en de Staat. De vorderingen werden afgewezen door de kortgedingrechter. De Minister heeft het onderzoeksrapport daarna aan de Tweede Kamer gestuurd en het rapport is gepubliceerd op www.rijksoverheid.nl en op www.wodc.nl. In hoger beroep vorderen de Jehovah’s Getuigen, na vernietiging van de uitspraak van de kortgedingrechter, van de Staat en de Universiteit verwijdering van het rapport van deze websites en van de Staat het plaatsen van een rectificatie op deze sites. Daarnaast wordt gevorderd de Minister te gelasten een brief te sturen aan de Tweede Kamer met rectificerende mededelingen over het onderzoeksrapport. De vorderingen worden door het hof afgewezen.

IEF 19350

Perspublicatie NRC niet onrechtmatig


Rechtbank Amsterdam 22 jul 2020, IEF 19350; ECLI:NL:RBAMS:2020:3557 (Eiser tegen NRC), http://www.ie-forum.nl/artikelen/perspublicatie-nrc-niet-onrechtmatig

Rechtbank Amsterdam 22 juli 2020, IEF 19350, IT 3199; ECLI:NL:RBAMS:2020:3557 (Eiser tegen NRC) Mediarecht. Eiser vordert schadevergoeding van NRC wegens onrechtmatige perspublicatie. Eiser stelt dat er inbreuk is gemaakt op zijn persoonlijke levenssfeer. Toewijzing van de vorderingen van eiser zouden een beperking vormen op het grondrecht van NRC op vrijheid van meningsuiting. Een dergelijke beperking is alleen indien de perspublicatie onrechtmatig is in de zin van artikel 6:162 BW. De rechtbank weegt alle wederzijdse belangen af, waarbij alle omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen en oordeelt dat de perspublicatie niet onrechtmatig is. Dat de naam van de bestuurder van de rechtspersoon vaak wordt genoemd, dat er geen wederhoor is toegepast en dat de gevolgen van publicatie ernstig voor die voormalige bestuurder, doen hier niet aan af.

IEF 19341

Conclusie A-G in Eiser tegen Het Parool

Hoge Raad 26 jun 2020, IEF 19341; ECLI:NL:PHR:2020:652 (Eiser tegen Het Parool), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-a-g-in-eiser-tegen-het-parool

Parket bij de HR 26 juni 2020, IEF 19341; ECLI:NL:PHR:2020:652 (Eiser tegen Het Parool) Mediarecht. In publicaties uit 2016 van Het Parool staat dat de gemeente Amsterdam en de politie onzorgvuldig hebben gescreend, omdat de kopers van een pand waar iemand onderdook, een link zouden hebben met de ondergedokene. Deze kopers zijn de eisers in deze zaak. Zij stellen dat twee van de publicaties onrechtmatig zijn jegens hen. De rechtbank oordeelt dat beide publicaties niet onrechtmatig zijn en het hof oordeelt dat er één onrechtmatig is. In cassatie voeren eisers onder meer aan dat bij de beoordeling of sprake is van een onrechtmatige daad niet mag worden volstaan met een beoordeling of het artikel voldoende steun vindt in het feitenmateriaal, maar dat ook moet worden beoordeeld wat het artikel suggereert en wat er dus blijft hangen bij de gemiddelde lezer die met gemiddelde aandacht van het artikel kennis neemt, gezien de veranderende impact van de publicaties sinds de komst van het internet. De A-G wijst in deze context op de jurisprudentie van het EHRM over het belang van de functie van de archieven van de pers, omdat die een belangrijke bijdrage leveren aan het bewaren en beschikbaar maken van nieuws en informatie. Daarnaast is er in deze zaak sprake van een botsing tussen twee fundamentele rechten: recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Eisers klagen dat het hof deze botsing heeft miskend. Deze klacht kan niet slagen, omdat het hof alle wederzijdse af te wegen belangen heeft genoemd. Ook klagen eisers dat het hof miskent dat de onrechtmatige daad niet zozeer is gelegen in de schending van de privacy, maar in de schending van de eer en goede naam in de vorm van reputatieschade. Ook deze klacht heeft volgens de A-G geen kans van slagen, omdat de privacyvraag bestaat uit twee aspecten, waaronder het recht op eer en goede naam. Ook de andere onderdelen falen, waardoor de conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

IEF 19335


Rectificatie afgewezen bij onrechtmatige uitlatingen

Rechtbank Midden-Nederland 17 jul 2020, IEF 19335; ECLI:NL:RBMNE:2020:2625 (Onrechtmatige uitlatingen), http://www.ie-forum.nl/artikelen/rectificatie-afgewezen-bij-onrechtmatige-uitlatingen

Rechtbank Midden-Nederland 17 juli 2020, IEF 19335, IT 3194; ECLI:NL:RBMNE:2020:2625 (Onrechtmatige uitlatingen) Mediarecht. Gedaagde wordt aangesproken door eiser omdat hij uitlatingen zou hebben gedaan in een televisieprogramma die eiser onrechtmatig vindt. Eiser vordert een verklaring voor recht, schadevergoeding en een rectificatie op Twitter en in de Telegraaf. Gedaagde verweert zich met een beroep op vrijheid van meningsuiting. Er zijn hier dus twee grondrechten aan de orde: het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op eerbiediging van de eer en goede naam. Per geval moet dan aan de omstandigheden van het geval worden beoordeeld welk grondrecht zwaarder moet wegen. In dit geval zijn de meeste uitlatingen gepresenteerd als feiten, dus er moet getoetst worden of de uitingen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal om te oordelen welk grondrecht zwaarder weegt. De volgende omstandigheden zijn relevant bij deze toets: de aard van de gepubliceerde uitlatingen en de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie die uitlatingen betrekking hebben, de ernst - bezien vanuit het algemeen belang - van de misstand die aan de kaak wordt gesteld, de mate waarin de uitlatingen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal ten tijde van de publicatie, de totstandkoming en inkleding van de uitlatingen, het gezag dat het medium waarop de uitlatingen zijn gepubliceerd geniet en de maatschappelijke positie van de betrokken persoon. Afweging van deze omstandigheden leidt tot de conclusie dat de geuite feitelijke beweringen van gedaagde onrechtmatig zijn. De verklaring voor recht en de schadevergoeding worden toegewezen. De vordering tot rectificatie wordt afgewezen, omdat de uitingen meer dan vijf jaar geleden plaatsvonden en daarnaast minder dan een minuut in beslag namen. Rectificatie zal de kwestie juist opnieuw voor het voetlicht brengen, terwijl het publiek op dit moment geen actieve herinnering heeft aan het voorval.

IEF 19309

Uitzending 'Undercover in Nederland' niet onrechtmatig jegens imam

Hof Amsterdam 9 jun 2020, IEF 19309; (Imam tegen SBS), http://www.ie-forum.nl/artikelen/uitzending-undercover-in-nederland-niet-onrechtmatig-jegens-imam

Hof Amsterdam 9 juni 2020, IEF 19309, C/13/635267 (Imam tegen SBS) SBS is een omroeporganisatie. Op haar televisiezender SBS6 zendt zij het programma 'Undercover in Nederland' uit. Op 9 oktober 2016 zond SBS6 een aflevering uit die aan illegale polygamehuwelijken was gewijd. Insteek was de aanname dat imams in Nederland dergelijke huwelijken ondanks het verbod toch inzegenen. Centrale vraag in dit geding is of de uitzending waarin appellant met gebruikmaking van met een verborgen camera gemaakte opname herkenbaar in beeld is gebracht als een imam die zijn medewerking verleende aan het sluiten van illegale polygame huwelijken, onrechtmatig is jegens hem. De vorderingen van appellant zijn ook in hoger beroep niet toewijsbaar. De uitzending is niet onrechtmatig jegens appellant. Het belang van SBS bij uitoefening van haar recht op vrijheid van meningsuiting dient in dit geval te prevaleren boven het belang van appellant bij bescherming van zijn recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer. Niet alleen is sprake van een maatschappelijke misstand die SBS terecht aan de orde stelt, maar ook vindt de beschuldiging voldoende steun in het feitenmateriaal.      
      ·

 

IEF 19291

Uitzendingen EenVandaag over onveilige injectienaalden niet onrechtmatig

Hof Amsterdam 23 jun 2020, IEF 19291; ECLI:NL:GHAMS:2020:1637 (AVROTROS tegen Terumo), http://www.ie-forum.nl/artikelen/uitzendingen-eenvandaag-over-onveilige-injectienaalden-niet-onrechtmatig

Hof Amsterdam 23 juni 2020, IEF 19291, LS&R 1830; ECLI:NL:GHAMS:2020:1637 (AVROTROS tegen Terumo)  Hoger beroep op de uitspraken [IEF 16172] en [IEF 15860]. AVROTROS heeft niet onrechtmatig gehandeld jegens Terumo met haar uitzendingen van 23 maart en 15 april 2015 over problemen met de productie van injectienaalden bij Terumo alsmede de controle binnen het distributiecentrum. De kern van de eerste uitzending vindt voldoende steun in het feitenmateriaal ten tijde van de uitzending. AVROTROS heeft waarde mogen hechten aan de beweringen van klokkenluiders en beschikte over een grote hoeveelheid interne stukken van Terumo waaruit zij in redelijkheid heeft mogen afleiden dat er injectienaalden met lijmresten op de markt kwamen. Er is daarnaast voldoende gelegenheid geweest voor een weerwoord.

IEF 19290

Inzage e-mails met persoonsgegevens onterecht geweigerd


Rechtbank Midden-Nederland 15 jun 2020, IEF 19290; ECLI:NL:RBMNE:2020:2222 (Onterechte weigering inzage persoonsgegevens), http://www.ie-forum.nl/artikelen/inzage-e-mails-met-persoonsgegevens-onterecht-geweigerd

Rechtbank Midden-Nederland 15 juni 2020, IEF 19290, IT 3171; ECLI:NL:RBMNE:2020:2222 (Onterechte weigering inzage persoonsgegevens) Privacy. Verweerder heeft inzage in een aantal e-mails geweigerd, omdat het gaat om interne notities die persoonlijke gedachten van medewerkers bevatten en uitsluitend voor intern overleg en beraad zijn bedoeld. De rechtbank stelt vast dat de niet verstrekte e-mails wel persoonsgegevens van eiser bevatten en ook feitelijkheden en waarderingen van die medewerkers over persoonsgegevens van eiser. De rechtbank oordeelt dat verweerder op grond van artikel 23 lid 1 sub i van de AVG geen persoonsgegevens hoeft te verstrekken voor zover dat noodzakelijk en evenredig is ter waarborging van de rechten en vrijheden van anderen. Bij een recht of vrijheid van een ander gaat het om gewichtige belangen op grond waarvan het noodzakelijk is een uitzondering te maken op het recht van de betrokkene op kennisneming. De motivering die verweerder op dit punt in het bestreden besluit heeft gegeven, maakt echter niet duidelijk welk gewichtig belang aan de orde is op grond waarvan het noodzakelijk zou zijn om een uitzondering te maken op het recht van eiser op kennisneming van aan hem toebehorende persoonsgegevens. De conclusie is dat verweerder eiser ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, inzage heeft geweigerd. Eiser is daarmee niet in staat gesteld kennis te nemen van al zijn persoonsgegevens en te controleren of zij juist zijn en zijn verwerkt in overeenstemming met de AVG. Het beroep is daarom gegrond. Verweerder moet een nieuw besluit op het bezwaar nemen.

IEF 19267

Perspublicatie politie geen schending onschuldpresumptie

Hoge Raad 5 jun 2020, IEF 19267; ECLI:NL:HR:2020:1010 (Perspublicatie politie), http://www.ie-forum.nl/artikelen/perspublicatie-politie-geen-schending-onschuldpresumptie

HR 5 juni 2020, IEF 19267; IT 3169; ECLI:NL:HR:2020:1010 (Perspublicatie politie) Mediarecht. Privacy. De Hoge Raad heeft het oordeel van het Hof van 15 januari 2019 [IEF 18201] bekrachtigd. Publicatie van een persbericht door de politie betekende in dit geval geen schending van de onschuldpresumptie. Voorlichting over de huiszoeking en aanhouding, was gelet op de onrust in de gemeente voor de hand liggend, terwijl transparantie over de aard van de (voor de directe omgeving kenbare) huiszoeking mede in het belang was van geïntimeerde.