Reclamerecht

IEF 18454

AG: niet ieder gebruik van beschermde zuivelbenaming in ‘aanduiding’ is verboden

Hoge Raad 12 apr 2019, IEF 18454; ECLI:NL:PHR:2019:378 (Sojayoghurt), http://www.ie-forum.nl/artikelen/ag-niet-ieder-gebruik-van-beschermde-zuivelbenaming-in-aanduiding-is-verboden

Conclusie AG 12 april 2019, IEF 18454, IEFbe 2880, LS&R 1707, RB 3312; ECLI:NL:PHR:2019:378 (Sojayoghurt) Eiseres is de brancheorganisatie van de Nederlandse zuivelindustrie. Verweerster verzorgt op de Nederlandse markt de verkoop van de sojaproducten die onder het merk X worden verhandeld. Op 30 mei 2012 werd verweerster door de rechtbank Breda in kort geding veroordeeld om het gebruik van het woord yoghurt in publicaties en reclame-uitingen over haar product Mild & Creamy te staken. Het arrest van het hof betrof o.a. de vraag of verweerster door het gebruik van zuivelbenamingen onrechtmatig heeft gehandeld en haar sojaproducten op misleidende wijze heeft gepresenteerd. De AG concludeert onder andere dat de opgesomde zinsneden, bewoordingen, woordcombinatie e.d. sterk feitelijk van aard zijn. Daar kan het HvJEU weinig mee. Een verwijzing moet gaan over rechtsvragen. De belangrijkste rechtsvraag is of de opvatting van eiseres juist is: ieder gebruik van een beschermde zuivelbenaming in een ‘aanduiding’ op grond van punt 5 is verboden. Het antwoord op die vraag is ontkennend. Dat blijkt uit het systeem van de regeling en aangehaalde buitenlands uitspraken, waaronder die van het Brusselse Hof van Beroep. Nu hierover nauwelijks redelijke twijfel kan bestaan is, een verwijzing om die kwestie voor te leggen niet noodzakelijk.

IEF 18452

Bright-studie vormt onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing voor claim

CGR / CBG 19 feb 2019, IEF 18452; (Sanofi tegen Novo Nordisk), http://www.ie-forum.nl/artikelen/bright-studie-vormt-onvoldoende-wetenschappelijke-onderbouwing-voor-claim

CGR 19 februari 2019, IEF 18452, LS&R 1706; B18.010/B18.03 (Sanofi tegen Novo Nordisk) Reclamerecht. Sanofi en Novo Nordisk zijn ondernemingen die zich bezig houden met de productie, verhandeling en distributie van geneesmiddelen. Ze zijn concurrenten op de markt van medicamenteuze behandeling van diabetes. Sanofi heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de Codecommissie van 26 oktober 2018. Sanofi beperkt haar beroep tegen het deel van de uitspraak dat de uitingen van Sanofi over de Bright-studie behandelt tijdens het Minisymposium UMCG op 12 juli 2018 (r.o. 6.16 t/m 6.34). De Bright-studie is een ‘non-inferiority’ studie. Dat wil zeggen dat het doel van de studie is het aantonen dat het ene middel niet inferieur is aan een ander middel. Uit een dergelijke studie mag dan ook niet zonder meer de conclusie getrokken worden dat het ene middel een voordeel oplevert ten opzichte van het andere middel. Geen van de door Sanofi opgeworpen grieven slaagt, zodat de Commissie van Beroep de bestreden beslissing van de Codecommissie zal bekrachtigen, met dien verstande dat het bevel zal worden aangepast.

IEF 18450

Niet vermelden van hoeveelheid werkzame stof in product is misleidend

Rechtbank Amsterdam 9 apr 2019, IEF 18450; (Monster tegen Bang en Lucky Vitamin), http://www.ie-forum.nl/artikelen/niet-vermelden-van-hoeveelheid-werkzame-stof-in-product-is-misleidend

Vzr. Rechtbank Amsterdam 9 mei 2019, IEF 18450, RB 3311, LS&R 1705; (Monster tegen Bang en Lucky Vitamin) Monster is de Ierse dochtervennootschap van Monster Beverage, een Amerikaans bedrijf in de productie en verkoop van energiedranken onder de merknaam Monster. VPX is een Amerikaans bedrijf in de productie en verkoop van energiedranken onder de merknaam Bang. De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd om van de vorderingen jegens overige partijen LuckyVitamin, X en Predator kennis te nemen. Het geschil tussen Monster en Bang is uitgebreider inhoudelijk behandeld. Monster stelt onder andere dat op grond van onrechtmatige uitingen sprake is van oneerlijke handelspraktijken en van misleidende reclame, in de zin van artikel 6:194 lid 1 sub a BW. Het is Bang wel toegestaan een vergelijking te maken tussen haar suikervrije energiedrank en tal van andere energiedranken die wel suiker bevatten. De vergelijking overdrijft op een manier die gebruikelijk is in reclame voor energiedranken. Bang moet de verkoop van producten waarbij prominent op de verpakking L'Arginine staat afgebeeld staken en gestaakt te houden.

IEF 18402

Geen schadevergoeding vanwege onvoldoende verband misleidende uitlatingen en aankoop loten

Rechtbanken 19 mrt 2019, IEF 18402; ECLI:NL:RBDHA:2019:2662 (X tegen de Staatsloterij), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-schadevergoeding-vanwege-onvoldoende-verband-misleidende-uitlatingen-en-aankoop-loten

Rechtbank Den Haag dinsdag 19 maart 2019, IEF 18402, Rb 3294; ECLI:NL:RBDHA:2019:2662 (X tegen de Staatsloterij). Misleidende reclame. Causaal verband. X speelt met een abonnement mee in de Nederlandse Staatsloterij. Vast staat de de Staatsloterij misleidende uitlatingen heeft gedaan over de winkansen van deelnemers. X heeft mede in het licht van zijn spelgeschiedenis niet aannemelijk kunnen maken dat zijn meespelen verband houdt met de uitlatingen die de Staatsloterij heeft gedaan. X heeft derhalve niet de feiten en omstandigheden gesteld die hij moest stellen om aan te nemen dat hij als gevolg van de misleidende uitingen is overgegaan tot aankoop van de loten.

IEF 18346

Conclusie AG: Reclame maken voor imitatieproducten in ander land, dan is die Uniemerkrechter in dat land bevoegd

HvJ EU 28 mrt 2019, IEF 18346; ECLI:EU:C:2019:276 (AMS Neve), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-ag-reclame-maken-voor-imitatieproducten-in-ander-land-dan-is-die-uniemerkrechter-in-dat-la

Conclusie AG HvJ EU 28 maart 2019, IEF 18346; IEFbe 2857; ECLI:EU:C:2019:276; C-172/18 (AMS Neve) Bevoegdheid. Merkenrecht. Grondgebied waar de inbreuk heeft plaatsgevonden of dreigt plaats te vinden. Op een website afgebeelde advertenties en verkoopaanbiedingen. Conclusie AG:

Artikel 97, lid 5, van [Uniemerkverordening] moet aldus worden uitgelegd dat wanneer een onderneming, die gevestigd is en haar hoofdkantoor heeft in lidstaat A, aldaar stappen heeft ondernomen om te adverteren voor bepaalde waren en deze onder een teken dat identiek is aan een Uniemerk te koop aan te bieden op een website die is gericht op zowel handelaren als consumenten in lidstaat B, een rechtbank voor het Uniemerk van lidstaat B bevoegd is om uitspraak te doen over een vordering wegens inbreuk op het Uniemerk vanwege deze advertenties en verkoopaanbieding van deze producten op dit grondgebied.

Het is aan de verwijzende rechter om over dit punt een beslissing te nemen bij de toetsing van de bevoegdheid van de rechterlijke instanties van de betrokken lidstaat uit hoofde van artikel 97, lid 5, van verordening nr. 207/2009.

IEF 18271

Geen misleidende uitlatingen omtrent certificeerbaarheid van producten

Rechtbanken 23 jan 2019, IEF 18271; ECLI:NL:RBROT:2019:1369 (Aviation Glass tegen Air-Craftglass), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-misleidende-uitlatingen-omtrent-certificeerbaarheid-van-producten

Rechtbank Rotterdam 23 januari 2019, IEF 18271, RB 3286; ECLI:NL:RBROT:2019:1369 (Aviation Glass tegen Air-Craftglass). Misleidende reclame. Bedrijfsgeheimen. Aviation Glass drijft een onderneming die zich bezighoudt met glastoepassingen voor de luchtvaart. Gedaagde is CEO geweest van Aviation Glass, maar is uit deze functie ontslagen. Gedaagde is hierna doorgegaan in dezelfde branche met een ander, nieuw bedrijf (te weten: Air-Craftglass). Hierna is een conflict ontstaan tussen gedaagde en Aviation Glass, waarna Aviation Glass naar de Rechtbank Rotterdam is gestapt. Hier stelt Aviation Glass o.a. dat gedaagde misleidende uitlatingen heeft gedaan over haar nieuwe producten. Gedaagde zou namelijk reclame maken met certificeringen die zij niet bezit. Ook stelt Aviation Glass dat gedaagde bedrijfsgeheimen van haar heeft gestolen. De rechtbank komt in beide gevallen tot de conclusie dat de vordering niet toewijsbaar is. Dit omdat bij de vermeend misleidende uitlatingen het mogelijk is dat gedaagde haar producten eerst laat certificeren alvorens deze toe te passen, de producten zijn namelijk wel certificeerbaar. Met betrekking tot de bedrijfsgeheimen oordeelt de rechtbank dat onvoldoende is gemotiveerd dat er sprake is van gestolen bedrijfsgeheimen.

IEF 18263

Prijsdifferentiatie in Google Shopping is geen misleidende reclame

Rechtbanken 25 feb 2019, IEF 18263; C/16/4772285 (123inkt tegen Prindo), http://www.ie-forum.nl/artikelen/prijsdifferentiatie-in-google-shopping-is-geen-misleidende-reclame

Rechtbank Midden-Nederland 25 februari 2019, IEF18263, Rb 3284; C/16/4772285 (123inkt tegen Prindo). Kort geding. 123inkt en Prindo houden zich beide bezig met de verkoop van printerbenodigdheden en kantoorartikelen via webshops. Beide ondernemingen bieden hun producten aan via Google Shopping. 123inkt is van mening dat Prindo zich bij het gebruik van Google Shopping schuldig maakt aan misleidende reclame, misleidende (oneerlijke) handelspraktijken en misleidende vergelijkende reclame omdat Prindo op haar eigen site hogere prijzen hanteert dan bij prijsvergelijkingen van Google Shopping. De rechtbank overweegt met betrekking tot de misleidende reclame dat Prindo onrechtmatig handelt indien de mededeling in een of meer opzichten misleidend is. Volgens 123inkt is dit het geval nu (bij Google Shopping) nergens melding wordt gemaakt van het feit dat de getoonde prijs in feite een actie betreft. De voorzieningenrechter volgt 123inkt echter niet in dit verweer en overweegt dat een ondernemer in beginsel vrij is om zijn producten aan te bieden waar hij wil tegen de prijs die hij wil. Daarnaast kunnen klanten van Prindo het product gewoon bestellen, en krijgen zij deze dan ook geleverd tegen de in Google Shopping getoonde prijs. Nu 123inkt zich met betrekking tot haar vorderingen die zien op misleidende (oneerlijke) handelspraktijken en misleidende vergelijkende reclame op dezelfde feiten beroept, wijst de rechter ook alle vorderingen van 123print af. Daarnaast wordt 123inkt veroordeeld in de proceskosten.

IEF 18109

Veroordeling Nomenta verbeuring dwangsommen door herhaaldelijk denigreren Nikki Amsterdam

Rechtbanken 18 okt 2018, IEF 18109; (Nomenta tegen Nikki Amsterdam), http://www.ie-forum.nl/artikelen/veroordeling-nomenta-verbeuring-dwangsommen-door-herhaaldelijk-denigreren-nikki-amsterdam

Vzr. Rechtbank Noord-Holland 18 oktober 2018, IEF 18109; RB 3247 (Nomenta tegen Nikki Amsterdam) Vergelijkende reclame. Partijen brengen beide een lamp op de markt die tevens dienst kan doen als speaker en wijnkoeler. De voorzieningenrechter heeft 5 september 2018 geoordeeld dat Nomenta ongeoorloofde vergelijkende reclame heeft gemaakt door te stellen dat CE-certificering bij Nikki ontbreekt. Geoordeeld is dat zij deze uitingen moet staken, rectificatie moest uitbrengen en dat voor iedere dag dat zij geheel of gedeeltelijk hiermee in strijd handelt, aan Nikki een dwangsom verbeurt. Later heeft Nomenta zich op een vijf dagen durende beurs elke dag denigrerend uitgelaten over de lampionnen van Nikki. Nomenta wordt veroordeeld tot verbeuring van vijfmaal €2.500,- aan dwangsommen.