Onrechtmatige daad

IEF 18699

Geen auteursrechten ontwerper prototype wegens ontbreken creatieve leiding

Rechtbank Midden-Nederland 2 sep 2019, IEF 18699; (Biek tegen FarmCamps), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-auteursrechten-ontwerper-prototype-wegens-ontbreken-creatieve-leiding

Rechtbank Midden-Nederland 2 september 2019, IEF 18699; (Biek tegen FarmCamps) Akoestiekfabriek, waarvan Biek enig aandeelhouder en bestuurder is, en FarmCamps zijn in samenwerking getreden en hebben gezamenlijk ontwerptekeningen gemaakt. Hiervan heeft Akoestiekfabriek vervolgens een prototype gemaakt. Na opzegging van de samenwerking door FarmCamps, heeft FarmCamps met een derde een aangepaste versie - de Barntent - van het prototype geproduceerd en geëxploiteerd. Akoestiekfabriek stelt dat FarmCamps wanprestatie heeft gepleegd en inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten dan wel in strijd heeft gehandeld met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamd. Het gaat dus om de vraag (i) aan wie de auteursrechten op het definitieve ontwerp toekomen, (ii) of het interieurontwerp auteursrechtelijk is beschermd, en, zo ja, of FarmCamps daarop inbreuk maakt, en (iii) welke afspraken tussen partijen golden in het kader van hun samenwerking. Het is niet gebleken dat Akoestiekfabriek tijdens het creatieve ontwerpproces van het definitieve ontwerp een leidende en beslissende rol had. Daarnaast heeft het interieur van de prototype een andere totaalindruk dan de Barntent. Dit brengt mee dat Akoestiekfabriek noch van de prototype noch van het interieur auteursrechthebbende is. Tevens faalt de vordering op grond van wanprestatie dan wel onrechtmatige daad, aangezien uit de tussen partijen geldende afspraken niet valt af te leiden dat FarmCamps is tekortgeschoten in haar verplichtingen jegens Akoestiekfabriek, hetzij contractueel hetzij in het maatschappelijk verkeer betaamd.

IEF 18499

Resumedia mag beschrijvende handelsnaam blijven gebruiken

Gerechtshoven 26 mrt 2019, IEF 18499; ECLI:NL:GHAMS:2019:1046 (CVmaker tegen Resumedia), http://www.ie-forum.nl/artikelen/resumedia-mag-beschrijvende-handelsnaam-blijven-gebruiken

Vrz Hof Amsterdam 29 maart 2019, IEF18499; ECLI:NL:GHAMS:2019:1046 (CVmaker tegen Resumedia) Handelsnaamrecht. Bedrijfsgeheimen. Ontwikkelaars website om solliciteren makkelijker te maken (waaronder het opstellen, bewerken en beheren van een curriculum vitae) waren voorheen werkzaam als programmeurs voor exploitant van website met eenzelfde aanbod van diensten; overtreden geheimhoudingsbeding waarin non-concurrentiebeding ligt besloten; onrechtmatig handelen; geen handelsnaaminbreuk, nu het hof aannemelijk acht dat het publiek het identieke bestanddeel ‘CV’ in de beide handelsnamen zal opvatten als een verwijzing naar de activiteiten van deze ondernemingen; vordering opgave klantgegevens etc. te verstrekkend voor toewijzing in kort geding.

IEF 17942

Staat aansprakelijk voor geleden schade door uitlatingen dat illegaal downloaden in Nederland was toegestaan

Rechtbank Den Haag 5 sep 2018, IEF 17942; ECLI:NL:RBDHA:2018:10645 (Sekam tegen de Staat (NL)), http://www.ie-forum.nl/artikelen/staat-aansprakelijk-voor-geleden-schade-door-uitlatingen-dat-illegaal-downloaden-in-nederland-was-t

Rechtbank Den Haag 5 september 2018, IEF 17942; IT 2625; ECLI:NL:RBDHA:2018:10645 (SEKAM tegen NL) Onrechtmatige daad. Uit het persbericht: SEKAM is een stichting die de belangen van ruim 1400 film en televisieproducenten behartigt. De Nederlandse Staat heeft zich tien jaar lang op het standpunt gesteld dat downloaden uit illegale bron was toegestaan. Vanaf de implementatie van de auteursrechtrichtlijn in 2004 tot april 2014 heeft de Staat dit standpunt, als enige Europese land, consequent verkondigd. Hierdoor is in Nederland een klimaat ontstaan waarin iedereen er vanuit gaat dat het is toegestaan om voor eigen gebruik, zonder toestemming van en betaling aan de rechthebbenden, een televisieserie of film te downloaden. SEKAM vordert dat Nederland onrechtmatig heeft gehandeld. Het Europese Hof van Justitie heeft in april 2014 in het ACI Adam arrest al duidelijk gemaakt dat dit standpunt en het beleid van de Staat niet in lijn was met de Auteursrechtrichtlijn. Rechtbank Den Haag oordeelt vandaag dat de Staat bovendien aansprakelijk is voor de als gevolg daarvan door film- en televisieproducenten geleden schade.

IEF 17940

Oprichters DM hebben onrechtmatig gehandeld door stelselmatig en substantieel gebruik te maken van vertrouwelijke bedrijfsinformatie SD

Rechtbank Overijssel 11 jul 2018, IEF 17940; (SD tegen DM e.a.), http://www.ie-forum.nl/artikelen/oprichters-dm-hebben-onrechtmatig-gehandeld-door-stelselmatig-en-substantieel-gebruik-te-maken-van

Ktr. Rechtbank Overijssel 11 juli 2018, IEF 17940 (SD tegen DM e.a.) Ongeoorloofde concurrentie. Vertrouwelijke bedrijfsinformatie. SD heeft als doel de ontwikkeling, levering en onderhoud van software ten behoeve van outputmanagement, documentcreatie en documentbeheer. DM is opgericht door gedaagden en is 100% aandeelhouder van IN. IN biedt onder meer software aan en is concurrerend met de software van SD. Gedaagden zijn in het verleden werkzaam geweest bij SD. Ze worden verdacht van onrechtmatige concurrentie doordat ze tijdens hun dienstverband bij SD bedrijfsgeheimen naar hun privé mail hebben gestuurd en het afhandig maken van personeel en klanten van SD ter voorbereiding van de oprichting van een concurrerende onderneming (DM). SD vordert dat gedaagden onrechtmatig hebben gehandeld en dat gedaagden hun administratie vertrekken. De wijze waarop gedaagden stelselmatig en substantieel gebruik hebben gemaakt van bedrijfsgebied van SD en de kennis en vertrouwelijke gegevens die zij hebben opgedaan tijdens hun dienstverband bij SD zorgt voor onzorgvuldigheid en is in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijke verkeer betamelijk is. De vorderingen worden toegewezen.

IEF 17917

Heimelijke opname van BNN over betrokkenheid van DENK bij 'nepbanner' hoeft niet verwijderd te worden

Rechtbank Amsterdam 15 aug 2018, IEF 17917; ECLI:NL:RBAMS:2018:5852 (DENK tegen BNN), http://www.ie-forum.nl/artikelen/heimelijke-opname-van-bnn-over-betrokkenheid-van-denk-bij-nepbanner-hoeft-niet-verwijderd-te-worden
nepbanner Denk

Vzr. Rechtbank Amsterdam 15 augustus 2018, IEF 17917; ECLI:NL:RBAMS:2018:5852 (Denk tegen BNN-VARA) Onrechtmatige daad. Mediarecht. Uitingsvrijheid. Persoonlijke levenssfeer. Eiser was in de aanloop van de Tweede Kamerverkiezingen campagneleider van Denk en benaderd door twee redacteuren van BNN. Zij hebben een gesprek gehad in de fractiekamer van Denk in het gebouw van de Tweede Kamer en deze heimelijk opgenomen. Onderwerp van gesprek was een 'nepbanner' met een foto van Geert Wilders en het logo van de PVV. BNNVARA heeft de geluidsfragmenten op hun website geplaatst. Denk vordert BNNVARA te gebieden om alle geluidsfragmenten die heimelijk zijn opgenomen in de fractiekamer van Denk te verwijderen en verwijderd te houden van haar websites en van haar sociale media accounts en te verbieden om die opnamen op welke wijze dan ook te openbaren of te verstrekken aan derden. Het zit het eisers vooral hoog dat de journalisten van BNNVARA heimelijk en tegen de uitdrukkelijke wens van eiser geluidsopnamen hebben gemaakt in de fractiekamer, een plaats waar leden van de Tweede Kamer zich veilig moeten voelen en vrijuit moeten kunnen spreken, zonder ervoor beducht te hoeven zijn dat gesprekken worden opgenomen.

Het onderzoek van BNNVARA was er met name op gericht in hoeverre de campagneleider betrokken is geweest bij het ontwerp van de banner. De heimelijk gemaakte opnamen wijzen uit dat de campagneleider betrokken is geweest bij het bedenken van de nepbanner. De uitzending van BNNVARA vindt voldoende steun in de feiten. Onder deze omstandigheden is het gebruik van de aanvankelijk niet voor uitzending bestemde, heimelijk gemaakte opnamen gerechtvaardigd en proportioneel. De vordering wordt afgewezen.

IEF 17906

Contactverbod voor 24 maanden vanwege grievende en beledigende uitspraken over verzekeraars

Rechtbank Rotterdam 18 apr 2018, IEF 17906; ECLI:NL:RBROT:2018:3855 (ASR, Achmea en NN tegen gedaagde), http://www.ie-forum.nl/artikelen/contactverbod-voor-24-maanden-vanwege-grievende-en-beledigende-uitspraken-over-verzekeraars

Vzr. Rechtbank Rotterdam 18 april 2018, IEF 17906; ECLI:NL:RBROT:2018:3855 (ASR, Achmea en NN tegen gedaagde) Vrijheid van meningsuiting. Onrechtmatig handelen. Gedaagde was drie keer betrokken bij een aanrijding met verzekerden van ASR, Achmea en NN. Gedaagde heeft zeer vele malen contact opgenomen met medewerkers van ASR. Hij meent dat dat ASR ten onrechte weigert hem schade te vergoeden. Verder heeft hij gemaild naar het klachtenloket van NN en ASR. Hij heeft ook klachten ingediend bij verschillende websites en bij de Orde van Advocaten. Gedaagde heeft daarin verschillende uitingen gedaan zoals: 'ASR en Achmea zijn doorgewinterde gore oplichters die parasiteren op letselschade slachtoffers' en 'Het is godverdomme meer dan schandalig hoe het stelletje hersenloze mosselen omgaat met de belangen van ondergetekende'. ASR vordert dat de gedaagde op welke manier dan ook contact op de nemen met ASR. De manier van handelen van de gedaagde is naar zijn aard grievend en beschadigend te achten. De vordering wordt toegewezen voor de duur van 24 maanden op straffe van een dwangsom van €100 per keer, met een maximum van €20.000. Gedaagde mag wel contact opnemen in verband met de aanrijdingen.

IEF 17855

Voorschot schadevergoeding afgewezen: geen concrete aanwijzingen dat HR vordering zal toewijzen

Rechtbank Midden-Nederland 18 jul 2018, IEF 17855; ECLI:NL:RBMNE:2018:3359 (Voorschot schadevergoeding), http://www.ie-forum.nl/artikelen/voorschot-schadevergoeding-afgewezen-geen-concrete-aanwijzingen-dat-hr-vordering-zal-toewijzen

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 18 juli 2018 IEF 17855; ECLI:NL:RBMNE:2018:3359 (Journalist tegen oud-rechter) Onrechtmatige daad. Mediarecht. Procesrecht. Journalist heeft een boek geschreven over de Schipholbrandzaak. Gedaagde was destijds rechter en heeft twee procedures in verband met de Schipholbrand voorgeten. In het boek is een citaat vermeld over de gedaagde. Gedaagde heeft een bodemprocedure tegen de journalist aanhangig gemaakt en schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad geeist. Dit is afgewezen. Daarna heeft de journalist een bodemprocedure tegen de gedaagde aanhangig gemaakt en schadevergoeding geeist o.g.v. misbruik van procesbevoegdheid door de bodemprocedure van hiervoor te voeren. Dit is afgewezen en de journalist is in hoger beroep gegaan. Het hoger beroep is doorverwezen naar het gerechtshof en zij hebben een tussenarrest gewezen. Er kan sprake zijn van misbruik van procesrecht. De oud-rechter heeft tussentijds cassatieberoep ingesteld. In dit kort geding vordert de journalist een voorschot op de schadevergoeding. Er zijn geen concrete aanwijzingen dat de Hoge Raad de vordering zal toewijzen. De vordering wordt afgewezen.

IEF 17839

Seksueel expliciet beeldmateriaal op internet zetten is onrechtmatig: immateriële schadevergoeding € 35.000 toegewezen

Hof Amsterdam 10 jul 2018, IEF 17839; ECLI:NL:GHAMS:2018:2382 (Onrechtmatig verspreid beeldmateriaal), http://www.ie-forum.nl/artikelen/seksueel-expliciet-beeldmateriaal-op-internet-zetten-is-onrechtmatig-immateri-le-schadevergoeding-35

Hof Amsterdam 10 juli 2018, IEF 17839; ECLI:NL:GHAMS:2018:2382 (Onrechtmatig verspreid beeldmateriaal) Geïntimeerde heeft van 1999 tot en met 2008 een affectieve relatie gehad met Appellant. Partijen hebben in 2008 video-opnamen gemaakt van hun seksleven. Geïntimeerde heeft daarbij als voorwaarde gesteld dat het beeldmateriaal in haar huis blijft en strikt privé dient te blijven. Op enig moment in 2008 heeft Appellant het beeldmateriaal uit het huis van Geïntimeerde ontvreemd en op een website geplaatst, voorzien van de voor- en achternaam van Geïntimeerde, haar professie en woonplaats. Het beeldmateriaal is veelvuldig gekopieerd en gedeeld. In eerste aanleg heeft Appellant niet betwist dat hij onrechtmatig heeft gehandeld en de omvang van de immateriële schadevergoeding van € 35.000,- niet betwist. Het bestreden vonnis wordt bekrachtigd. Er wordt overwogen dat Appellant doelbewust heeft gehandeld en dat het voor hem voorzienbaar was dat het beeldmateriaal zich verder zou verspreiden op het internet. Geïntimeerde ondervindt ook na 2014 nog steeds de gevolgen van het handelen van Appellant. Er is geen grond hem voor deze gevolgen niet aansprakelijk te houden. Al met al wordt het door de rechtbank toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding passend geacht. De grieven falen.