Handelsnaamrecht

IEF 19917

Geen merk- en handelsnaaminbreuk wegens toestemming

Rechtbank Den Haag 3 mrt 2021, IEF 19917; ECLI:NL:RBDHA:2021:3745 (Busch-Jaeger tegen Klusspullen), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-merk-en-handelsnaaminbreuk-wegens-toestemming

Rechtbank Den Haag 3 maart 2021, IEF 19917, IT 3494, ECLI:NL:RBDHA:2021:3745 (Busch-Jaeger tegen Klusspullen) Busch-Jaeger is wereldwijd marktleider op het gebied van elektrotechnisch installatiemateriaal. Klusspullen exploiteert onder de naam BuschJaeger.schakelmateriaal.nl een website, die volledig gewijd is aan de producten van Busch-Jaeger. Partijen hebben contact gehad en plannen gemaakt over deze webwinkel. Busch-Jaeger was het alleen niet eens met de keuze van Klusspullen voor de domeinnaam en het gebruik van de naam van Busch-Jaeger op de website. Deze heeft vriendelijk aan Klusspullen verzocht deze te wijzigen, maar dit deed Klusspullen vervolgens niet. Busch-Jaeger spreekt van een inbreuk op zijn Uniemerken en handelsnaam. De rechtbank gaat hier niet in mee en oordeelt dat Busch-Jaeger toestemming heeft gegeven aan Klusspullen voor het gebruik van haar woordmerk en handelsnaam. Daarbij geeft zij ook aan dat de voorgestelde wijzigingen van Busch-Jaeger op geen manier betrekking hebben op haar handels- en domeinnaam.

IEF 19912

Geen inbreuk op merk- en handelsnaamrechten

Hof Amsterdam 16 mrt 2021, IEF 19912; ECLI:NL:GHAMS:2021:760 (Bluefield Partners tegen BFA), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-inbreuk-op-merk-en-handelsnaamrechten

Hof Amsterdam 16 maart 2021, IEF 19912; ECLI:NL:GHAMS:2021:760 (Bluefield Partners tegen BFA) Kort geding. Het geschil tussen partijen in dit kort geding is toegespitst op de vraag of BFA vanaf september 2019 inbreuk maakt op de handelsnaamrechten en/of merkrechten van Bluefield Partners, dan wel anderszins onrechtmatig handelt jegens Bluefield Partners. Bluefield Partners beschikt over de oudste rechten, uitgaande van haar handelsnamen Bluefield Partners en Bluefield Finance en de Bluefield Finance-merken. De diensten waarvoor de Bluefield Finance-merken in 2016 zijn ingeschreven, stemmen met deze activiteiten in de kern overeen. Het hof oordeelt dat de vorderingen van Bluefield Partners door de voorzieningenrechter terecht zijn afgewezen: Er zijn door Bluefield Partners geen stukken overgelegd waaruit kan worden afgeleid dat haar merk zoveel aantrekkingskracht, reputatie of prestige heeft dat er voor BFA voordeel is te trekken uit de merken van Bluefield Partners (kielzogvaren); ook is niet aannemelijk dat ongerechtvaardigd voordeel wordt getrokken uit of afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van de merken van Bluefield Partners.

IEF 19882

Verwarringsgevaar tussen handelsnamen arbodiensten

Rechtbank Limburg 30 mrt 2021, IEF 19882; ECLI:NL:RBLIM:2021:2784 (Eiser tegen gedaagde), http://www.ie-forum.nl/artikelen/verwarringsgevaar-tussen-handelsnamen-arbodiensten

Vzr. Rechtbank Limburg 20 maart 2021, IEF 19882, ECLI:NL:RBLIM:2021:2784 (Eiser tegen gedaagde) Eiser heeft een eenmanszaak waarmee hij werkzaamheden verricht op het gebied van Arbo begeleiding, arbeidsbemiddeling en re-integratie. Gedaagde is een onderneming die in hetzelfde circuit actief is, onder een soortgelijke handelsnaam als eiser. Eiser vordert van gedaagde dat deze, als onderneming met een jongere handelsnaam, een andere handelsnaam moet gaan gebruiken. De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van verwarringsgevaar wegens de overeenstemmende aard, het geografisch werkgebied en de gelijknamige websites van de ondernemingen. Hiermee wijst zij dan ook de vordering van eiser toe.

IEF 19855

Handelsnamen bouwbedrijven veroorzaken verwarringsgevaar

Rechtbank Overijssel 25 mrt 2021, IEF 19855; (Bouwgroep tegen K. K. Heutink), http://www.ie-forum.nl/artikelen/handelsnamen-bouwbedrijven-veroorzaken-verwarringsgevaar

Rechtbank Overijssel 25 maart 2021, IEF 19855, C/08/261111 / KG ZA 21-25 (Bouwgroep tegen K. K. Heutink) Bouwgroep, voluit Heutink Bouwgroep B.V., en K. K. Heutink zijn beide bouwbedrijven in Genemuiden. Sinds januari 2021 staat K. K. Heutink ingeschreven in het handelsregister met de handelsnamen 'HEUTINKBOUW' en 'KK Heutink'. Bouwgroep is van mening dat zij de oudste rechten hebben op hun handelsnaam en dat K. K. Heutink hiermee inbreuk maakt op die naam. Daarnaast vordert zij van K. K. Heutink om niet meer de domeinnaam 'www.heutinkbouw.nl' te gebruiken. De rechtbank oordeelt dat er na de wijziging van de handelsnaam door K. K. Heutink een eventueel verwarringsgevaar is toegenomen en dat dit ook geldt voor de domeinnaam. De vorderingen van Bouwgroep worden door haar toegewezen.

IEF 19840

Mijlpaal: Raiffeisen- und Volksbanken tegen Centrale Raiffeisen-Bank

Hoge Raad 19 mrt 2021, IEF 19840; ECLI:NL:HR:1967:AB3883 (Raiffeisen- und Volksbanken tegen Centrale Raiffeisen-Bank), http://www.ie-forum.nl/artikelen/mijlpaal-raiffeisen-und-volksbanken-tegen-centrale-raiffeisen-bank

HR 6 januari 1967, IEF 19840, ECLI:NL:HR:1967:AB3883 (Raiffeisen- und Volksbanken tegen Centrale Raiffeisen-Bank) De Centrale Raiffeisen-Bank, een van de banken die later zijn gefuseerd tot de Rabobank, was in een handelsnaamconflict beland met de Raiffeisen- und Volksbanken. Laatstgenoemde had een bijkantoor in Zevenaar bekend onder de naam: "Raivo Verzekering Maatschappij". De Centrale Raiffeisen-Bank was van mening dat zowel de naam van het bijkantoor als die van de Raiffeisen- und Volksbanken verwarringsgevaar veroorzaken als bedoeld in art. 5 Handelsnaamwet. Het Hof verklaarde dat de mate van afwijking voldoende gering was om te kunnen spreken van verwarring. Dit wordt vervolgens door de Hoge Raad bekrachtigd. 

In dit arrest zijn twee belangrijke regels naar voren gekomen met betrekking tot het handelsnaamrecht:

IEF 19813

Voorpublicatie uit noot Dirk Visser bij Dairy Partners/DOC Dairy Partners

Voorpublicatie uit de noot van prof. mr. D.J.G. Visser voor Ars Aequi bij Dairy Partners/DOC Dairy Partners [IEF 19773].
Verwarringsgevaar, vrijhoudingsbehoefte en de beschrijvende handelsnaam.

'Duidelijk is dat de Hoge Raad de vrijhoudingsbehoefte probeert te verenigen met de wettekst uit 1921 waarin die behoefte niet expliciet is geformuleerd, zoals bijvoorbeeld in het merkenrecht wel is gebeurd. Hoe doet de Hoge Raad dat hier nu precies? Hij beslist dat de vrijhoudingsbehoefte kan en moet worden meegenomen in de beantwoording van de vraag of sprake is van verwarringsgevaar'

Lees hier verder.

IEF 19805

Geen verwarringsgevaar tussen Juuni en June

Rechtbank Midden-Nederland 3 mrt 2021, IEF 19805; (Upsource tegen June en Siam), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-verwarringsgevaar-tussen-juuni-en-june

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 3 maart 2021, IEF 19805, C/16/515365 / KG ZA 21-6 (Upsource tegen June en Siam) Upsource is - kort gezegd - een uitzendbureau, handelend onder de naam Juuni, dat zich specifiek richt op klantcontact/klantenservice. June is eveneens een uitzendbureau. Upsource is van mening dat June inbreuk maakt op haar handelsnaam- en merkrecht met betrekking tot Juuni wegens het voeren van een - volgens haar - soortgelijke naam en vergelijkbaar logo. De voorzieningenrechter oordeelt dat hier geen sprake van is aangezien Juuni en June, ondanks enige overeenstemming, geen verwarringsgevaar veroorzaken wegens het relatief hoge aandachtsniveau van het relevante publiek.

IEF 19773

Hoge Raad: DOC tegen Dairy Partners

Hoge Raad 19 feb 2021, IEF 19773; (DOC tegen Dairy Partners), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hoge-raad-doc-tegen-dairy-partners

HR 19 februari 2021, IEF 19773, ECLI:NL:HR:2021:269 (DOC tegen Dairy Partners) Zie ook [IEF 18744] en [IEF 19633]. Dairy Partners is een Britse kaasproducent en handelt sinds 2007 onder de handelsnaam 'Dairy Partners'. DOC is een Nederlands bedrijf en richt zich op de Benelux en Frankrijk. Sinds 2016 handelt DOC onder de handelsnaam 'DOC Dairy Partners'. De Hoge Raad oordeelt kort gezegd dat in een conflict tussen twee beschrijvende handelsnamen op de voet van artikel 5 Hnw uitsluitend beoordeeld moet worden of sprake is van verwarringsgevaar. De toets die het gerechtshof Den Haag in 2017 hanteerde in de zaak Parfumswinkel was niet juist [IEF 17114]. Het hof vereiste destijds dat er, naast verwarringsgevaar, ook sprake dient te zijn van bijkomende omstandigheden. Deze Parfumswinkel-toets is nu van tafel.
De Hoge Raad verschaft bij r.ov. 2.10 duidelijkheid voor de situatie dat een conflict niet door art. 5 Hnw wordt beheerst, maar door art. 6:162 BW. In dat geval kunnen bijkomende omstandigheden wel vereist zijn. Deze bijkomende omstandigheden kunnen bestaan in gedragingen die een daad van oneerlijke mededinging opleveren.