Handelsnaamrecht  

IEF 23235

Uitspraak ingezonden door Margriet Koedooder en Victor den Hollander, de Vos & Partners Advocaten.

Dash Berlin mag weer gebruikt worden door de originele artiest, Jeffrey Sutorius

Hof Den Haag 20 jan 2026, IEF 23235; ECLI:NL:GHDHA:2026:25 ([appellant 1] c.s. tegen [geïntimeerde 1] c.s.), https://www.ie-forum.nl/artikelen/dash-berlin-mag-weer-gebruikt-worden-door-de-originele-artiest-jeffrey-sutorius

Hof Den Haag 20 januari 2025, IEF 23235; ECLI:NL:GHDHA:2026:25 ([appellant 1] c.s. tegen [geïntimeerde 1] c.s.). Het geschil tussen partijen vindt zijn oorsprong in de beëindiging van de samenwerking rond de DJ-act Dash Berlin. De act was opgericht door [geïntimeerden 1 t/m 4], waarbij [appellant 1] als uitvoerend DJ optrad. In 2019 sloten partijen een vaststellingsovereenkomst (VSO) ter beëindiging van hun geschillen. Deze VSO voorzag erin dat [appellant 1] c.s. de act mocht voortzetten tegen betaling van een licentievergoeding, terwijl de bijbehorende activa (o.a. merk- en handelsnaamrechten) aan hem werden overgedragen. De VSO bevatte tevens een terugleverregeling voor het geval de licentievergoedingen niet (tijdig) zouden worden betaald. Daarnaast maakten partijen in artikel 21 VSO afspraken over de afwikkeling van Amerikaanse fiscale aangelegenheden tot mei 2018. In 2020 ontstond discussie over een aanzienlijke Amerikaanse belastingaanslag over 2017. [appellant 1] c.s. stelde zich op het standpunt dat deze aanslag op grond van artikel 21 VSO door [geïntimeerde 1] c.s. moest worden betaald en schortte de betaling van de licentievergoeding op. [geïntimeerde 1] c.s. betwistte dit en startte een kort geding, waarin onder meer teruglevering van de Dash Berlin-activa, een verbod op gebruik van de merken en betaling van achterstallige licentievergoedingen werd gevorderd. De voorzieningenrechter wees deze vorderingen grotendeels toe en verwierp het beroep op opschorting. [appellant 1] c.s. stelde hoger beroep in.

IEF 23221

Geldige exclusieve licentie doorslaggevend bij handelsnaam- en merkrechtgeschil

Rechtbank Gelderland 19 dec 2025, IEF 23221; ECLI:NL:RBGEL:2025:11550 ([eisers] tegen [gedaagde]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/geldige-exclusieve-licentie-doorslaggevend-bij-handelsnaam-en-merkrechtgeschil

Rb. Gelderland 19 december 2025, IEF 23221; ECLI:NL:RBGEL:2025:11550 ([eisers] tegen [gedaagde]). In dit kort geding beoordeelt de rechtbank een geschil over het gebruik van een handelsnaam, merkrechten en een octrooi voor een isolatieproduct. Eisers stellen dat zij op grond van een in juni 2025 gesloten licentieovereenkomst (LO2) exclusieve rechten hebben verkregen en dat gedaagde inbreuk maakt door het gebruik van dezelfde handelsnaam en merken. Gedaagde verweert zich met de stelling dat zij al eerder, op 12 februari 2025, op grond van een andere licentieovereenkomst (LO1) een exclusieve licentie heeft verkregen op het octrooi, de handelsnaam en de bijbehorende merken. De voorzieningenrechter stelt voorop dat sprake is van spoedeisend belang, maar beoordeelt vervolgens of de vorderingen in een bodemprocedure een reële kans van slagen hebben.

IEF 23206

Kamer van Koophandel mag UBO-gegevens niet verder uitbreiden zonder wettelijke basis

Antilliaanse Gerechten 9 jan 2026, IEF 23206; ECLI:NL:OGEAM:2026:3 (Eisers tegen de Kamer en de Secretaris), https://www.ie-forum.nl/artikelen/kamer-van-koophandel-mag-ubo-gegevens-niet-verder-uitbreiden-zonder-wettelijke-basis

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten 9 januari 2026, IEF 23206; ECLI:NL:OGEAM:2026:3 (Eisers tegen de Kamer en de Secretaris). Het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten oordeelt in kort geding dat de Kamer van Koophandel niet bevoegd is om bij de inschrijving van ultimate beneficial owners (UBO’s) méér gegevens te verlangen dan uit de Handelsregisterverordening (Hrvo) en het Handelsregisterbesluit (Hrb) voortvloeien. Eisers hadden hun UBO-formulieren wel ingediend, maar weigerden aanvullende stukken zoals een UBO-verklaring, een CRIB-nummer en een “Tax ID declaration”, omdat daarvoor volgens hen geen wettelijke grondslag bestaat. De Kamer weigerde daarop de inschrijving. Het Gerecht acht het spoedeisend belang gegeven, nu eisers bij niet-inschrijving een boete riskeren, en verklaart eisers niet-ontvankelijk in hun vorderingen tegen de secretaris, omdat diens bevoegdheden opgaan in die van de Kamer. Inhoudelijk volgt het Gerecht eisers grotendeels: alleen de in het Hrb genoemde persoonsgegevens van de UBO (zoals naam, adres, geboortedatum en nationaliteit) en een actueel aandeelhoudersregister mogen worden verlangd; voor de overige door de Kamer gevraagde documenten ontbreekt thans een wettelijke basis.

IEF 23201

Handelsnaaminbreuk en procesrechtelijke gevolgen bij uitblijven van verweer

Rechtbank Den Haag 24 dec 2025, IEF 23201; ECLI:NL:RBDHA:2025:25426 (Stichting NVB tegen gedaagden), https://www.ie-forum.nl/artikelen/handelsnaaminbreuk-en-procesrechtelijke-gevolgen-bij-uitblijven-van-verweer

Rb. Den Haag 24 december 2025, IEF 23201; ECLI:NL:RBDHA:2025:25426 (Stichting NVB tegen [gedaagde] en NWC). De rechtbank oordeelt dat [gedaagde] door het oprichten en gebruiken van de handelsnamen van Natuur-Wetenschappelijk Centrum B.V. inbreuk maakt op de oudere handelsnamen van Stichting Natuur- en Vogelwacht Biesbosch (Stichting NVB) in de zin van artikel 5 Handelsnaamwet. Stichting NVB voert al decennialang diverse handelsnamen, waaronder Natuur-Wetenschappelijk Centrum, NWC en aanverwante varianten. [gedaagde] heeft in 2015 een vennootschap opgericht en handelsnamen geregistreerd die identiek dan wel nagenoeg identiek zijn aan die van Stichting NVB, terwijl beide partijen zich richten op vergelijkbare activiteiten op het gebied van natuurbeheer en advisering. Hierdoor is volgens de rechtbank sprake van verwarringsgevaar bij het relevante publiek, zodat het gebruik van deze handelsnamen door [gedaagde] onrechtmatig is.

IEF 23187

Art. 1019i Rv: verval voorlopige voorzieningen tast proceskostenveroordeling niet aan

Rechtbank Den Haag 11 dec 2025, IEF 23187; ECLI:NL:RBDHA:2025:23583 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/art-1019i-rv-verval-voorlopige-voorzieningen-tast-proceskostenveroordeling-niet-aan

Rb. Den Haag 11 december 2025, IEF 23187; ECLI:NL:RBDHA:2025:23583 ([eiser] tegen [gedaagde]). In dit kort geding stond een executiegeschil centraal naar aanleiding van een IE-kortgedingvonnis uit 2017. In dat eerdere vonnis waren voorlopige voorzieningen (verboden wegens auteurs- en handelsnaaminbreuk) opgelegd én was [eiser] veroordeeld tot betaling van proceskosten. Vast stond dat [eiser] geen bodemprocedure had gestart binnen de door de voorzieningenrechter gestelde termijn en dat vervolgens een verklaring ex art. 1019i Rv bij de griffie was ingediend. [eiser] stelde dat hierdoor niet alleen de voorlopige voorzieningen, maar ook de proceskostenveroordeling hun kracht hadden verloren, zodat de latere executie (inclusief beslag op zijn woning) onrechtmatig was. Daarnaast voerde hij aan dat sprake was van misbruik van bevoegdheid en subsidiair van (gedeeltelijke) verjaring van wettelijke rente.

IEF 23170

Wnt-omzeiling bij zorgcoöperatie en verlies van de handelsnaam Palliaterm

Hof Arnhem-Leeuwarden 9 dec 2025, IEF 23170; ECLI:NL:GHARL:2025:7676 (CSZ tegen [geïntimeerden]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/wnt-omzeiling-bij-zorgcooperatie-en-verlies-van-de-handelsnaam-palliaterm

Hof Arnhem-Leeuwarden 2 december 2025, IEF 23170; ECLI:NL:GHARL:2025:7676 (CSZ tegen [geïntimeerden]). Het hof beslist dat CSZ (Coöperatie Samen Zorgzaam U.A.) jarenlang te veel heeft betaald aan haar voormalig bestuurder en diens managementvennootschap (Managementfocus). Een managementvergoeding op Wnt-niveau (uitgaand van 0,6 fte) was wél verschuldigd, net als een beperkte huurpost, maar daarbovenop is een groot bedrag zonder rechtsgrond betaald. Vooral de “licentieovereenkomst” (10% van de omzet) houdt geen stand: het hof ziet die als schijnconstructie die geen echte, zelfstandige tegenprestatie dekt en in de praktijk neerkomt op extra beloning naast management, dus (feitelijk) Wnt-omzeiling. Gevolg: het teveel betaalde kwalificeert als onverschuldigd betaald en moet worden terugbetaald; daarnaast levert dit bij de bestuurder ernstig verwijtbaar handelen op (onbehoorlijk bestuur/onrechtmatige daad). Het hof komt per saldo tot een hoofdelijke veroordeling van bestuurder én Managementfocus tot terugbetaling van € 704.555,54. Extra verwijten van CSZ over betalingen aan derden halen het niet door onvoldoende onderbouwing. Managementfocus krijgt wél nog € 36.000 omdat CSZ de contractuele opzegregeling niet correct had toegepast.

IEF 23160

Uitspraak ingezonden door Sabin Tigu en Evianne Roos, Ploum

SWITCH-merk geldig; merkinbreuk door gebruik ‘SwitchMe’ voor programma en supplementen, niet als handelsnaam

Rechtbank Den Haag 3 dec 2025, IEF 23160; ECLI:NL:RBDHA:2025:23115 (EHF tegen [partij B]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/switch-merk-geldig-merkinbreuk-door-gebruik-switchme-voor-programma-en-supplementen-niet-als-handelsnaam

Rb. Den Haag 3 december 2025, IEF 23160; ECLI:NL:RBDHA:2025:23115EHF (EHF tegen [partij B]). Nutrition B.V. en EHF Group B.V. bieden gezondheidsproducten en lifestyleprogramma’s aan rond het idee van de “metabolic switch” (overgang van suiker- naar vetverbranding). Voor dit concept is het Benelux-woordmerk SWITCH geregistreerd. De eerste registratie in 2024 stond op naam van een niet-bestaande vennootschap; in 2025 is het merk opnieuw ingeschreven op naam van EHF Group B.V. [partij B] exploiteert sportscholen en biedt een tiendaags trainings- en voedingsprogramma én voedingssupplementen aan onder de naam “SwitchMe”, met bijbehorende website en domeinnaam. EHF vordert een verbod op het gebruik van “SwitchMe” en diverse nevenvorderingen (opgave van afnemers en winst, recall, vernietiging, rectificatie en dwangsommen). [partij B] verweert zich onder meer met het argument dat de merkregistraties ongeldig zijn, dat EHF te kwader trouw heeft gehandeld, dat SWITCH beschrijvend en niet onderscheidend is, en dat EHF haar rechten heeft verwerkt.

IEF 23147

Verbod op gebruik PASSIESPORT wegens merkinbreuk op PASSA SPORTS

Rechtbank Den Haag 28 nov 2025, IEF 23147; ECLI:NL:RBDHA:2025:22649 (Passa Sports tegen Passiesport), https://www.ie-forum.nl/artikelen/verbod-op-gebruik-passiesport-wegens-merkinbreuk-op-passa-sports

Rb. Den Haag 28 november 2025, IEF 23147; ECLI:NL:RBDHA:2025:22649 (Passa Sports tegen Passiesport). De voorzieningenrechter heeft in een kort geding tussen PASSA SPORTS B.V. en PASSIESPORT B.V. geoordeeld dat PASSIESPORT inbreuk maakt op de Uniemerken en Beneluxmerken PASSA SPORTS. Passa Sports exploiteert sinds 2019 detailhandel in sportartikelen (onder meer padel, tennis en hockey) en is houdster van het woordmerk PASSA SPORTS voor o.a. sportartikelen, kleding en detailhandelsdiensten. Passiesport, opgericht in 2025, wil in Breukelen een sportcentrum openen voor padel, pickleball en voetpadel en gebruikt daarvoor de naam en het logo PASSIESPORT, alsmede de domeinnamen passiesport.com en passiesport.nl. De rechter stelt voorop dat moet worden getoetst aan artikel 9 UMVo en artikel 2.20 BVIE: er is sprake van inbreuk indien merk en teken overeenstemmen voor (soort)gelijke waren of diensten en daardoor verwarringsgevaar bij het relevante publiek kan ontstaan. De voorzieningenrechter acht het merk en het teken visueel en auditief in aanzienlijke mate overeenstemmend: beide bestaan uit twee dominante delen (PASSA/PASSIE en SPORTS/SPORT) met negen van de elf letters gelijk. Het element SPORTS is beschrijvend, waardoor PASSA als fantasiewoord het onderscheidende en dominerende deel vormt; het verschil tussen PASSA en PASSIE is beperkt, net als tussen SPORTS en SPORT. Begripsmatige neutralisatie wordt verworpen, omdat “passiesport” geen duidelijke, vaste en onmiddellijk begrijpelijke betekenis heeft voor het relevante publiek. De diensten en waren worden als (ten minste) soortgelijk aangemerkt, omdat beide ondernemingen zich richten op recreatieve sporters en Passiesport in haar centrum ook sportartikelen (bijvoorbeeld ballen en gripjes) wil verkopen of verhuren, waarmee de detailhandel van Passa Sports en de activiteiten van Passiesport elkaar (gedeeltelijk) overlappen. Het relevante publiek, recreatieve sporters, wordt gezien als gemiddeld oplettend en het merk PASSA SPORTS heeft een gemiddeld onderscheidend vermogen. In samenhang leidt dit alles tot een reëel gevaar van directe en indirecte verwarring, mede omdat Passa Sports al samenwerkt met diverse sportcentra, zodat het publiek ten onrechte kan denken dat Passiesport aan Passa Sports is gelieerd.

IEF 23025

Uitspraak ingezonden door Willem Timmers, Burst Legal

Voorzieningenrechter wijst vorderingen [eisende partij] tegen RUGO BAGS GMBH af wegens gebrek aan spoedeisend belang

Rechtbank Midden-Nederland 21 okt 2025, IEF 23025; ECLI:NL:RBMNE:2025:5464 ([eisende partij] tegen Rugo)), https://www.ie-forum.nl/artikelen/voorzieningenrechter-wijst-vorderingen-eisende-partij-tegen-rugo-bags-gmbh-af-wegens-gebrek-aan-spoedeisend-belang

Rb. Midden-Nederland 21 oktober 2025, IEF 23025; ECLI:NL:RBMNE:2025:5464 ([eisende partij] tegen Rugo). De voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland wijst in het kort geding de vorderingen van [eisende partij] B.V. tegen RUGO BAGS GMBH af. Beide partijen verkopen FIBC’s/“Big Bags”, pallets, (afval)zakken en accessoires; [eisende partij] voert in Nederland de handelsnaam BIGBAGSTORE.NL, Rugo (gevestigd in Duitsland) voert BIGBAGSTORE.EU en is ook actief in Nederland. [eisende partij] vordert een verbod wegens handelsnaaminbreuk (art. 5 Hnw). De rechtbank acht zich bevoegd op grond van art. 7 lid 2 Brussel I-bis, omdat de (gestelde) onrechtmatige daad zich in Nederland kan voordoen: de website van Rugo is in Nederland toegankelijk en kan in het Nederlands worden weergegeven. Het procesverloop omvat onder meer de dagvaarding met producties 1–17, de conclusie van antwoord met producties 1–13 en een mondelinge behandeling op 7 oktober 2025 (met spreekaantekeningen van beide partijen).

IEF 22965

Geen verwarringsgevaar tussen “Charlies” en “Charleys” door verschillen in type horeca en doelgroep

Rechtbank Midden-Nederland 16 sep 2025, IEF 22965; ECLI:NL:RBMNE:2025:5031 (Charlies Burger/Take Out tegen Charleys), https://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-verwarringsgevaar-tussen-charlies-en-charleys-door-verschillen-in-type-horeca-en-doelgroep

Rb. Midden-Nederland 16 september 2025, IEF 22965; ECLI:NL:RBMNE:2025:5031 (Charlies Burger/Take Out tegen Charleys). Een horeca onderneming exploiteert in [plaats] twee zaken: Charlies Burger, een American-dinerachtig restaurant in het centrum, en Charlies Take Out, een afhaal- en bezorglocatie in [plaats]-Noord. Een andere ondernemer heeft in [plaats]-Noord een koffie- en lunchroom geopend onder de naam Charleys. De eerste ondernemer stelt dat deze naam te veel lijkt op haar handelsnaam “Charlies” en daardoor verwarring bij het publiek veroorzaakt. Zij voert aan dat de toevoegingen “Burger” en “Take Out” in de praktijk vaak niet worden gebruikt, waardoor het publiek beide ondernemingen kan verwarren. Op grond van artikel 5 Handelsnaamwet vordert zij in kort geding een verbod op het gebruik van de naam Charleys en de domeinnaam charleys.nl, op straffe van een dwangsom.