Rb. Amsterdam: geen voorzieningen voor toegang tot bedrijfssystemen en gebruik merknaam Coconaut
Rb. Amsterdam 12 juni 2026, IEF 23661; ECLI:NL:RBAMS:2026:6427 (NoNonz tegen [gedaagden]). In deze zaak tussen NoNonz en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] (samen: [gedaagden]) staat de vraag centraal of [gedaagden] in kort geding kunnen worden verplicht volledige toegang te verschaffen tot de digitale bedrijfssystemen van NoNonz, de volledige bedrijfsadministratie af te geven en zich te onthouden van het handelen namens NoNonz of het gebruik van de merknaam Coconaut(drinks). De voorzieningenrechter oordeelt dat NoNonz haar vorderingen onvoldoende heeft onderbouwd en wijst deze volledig af. NoNonz exploiteert onder meer de drank Coconaut op basis van een licentie. De aandelen in NoNonz worden gehouden door twee persoonlijke holdings, die ieder 50% van de aandelen bezitten en ook bestuurder zijn. Sinds halverwege 2024 is de samenwerking tussen de indirect bestuurders ernstig verstoord. [gedaagde 1] liet zich op 7 april 2025 met terugwerkende kracht per 31 december 2024 uitschrijven als bestuurder in het handelsregister van de KvK. Partijen probeerden hun geschil onder meer met een uitkoop op te lossen, maar dat lukte niet. Volgens NoNonz heeft [gedaagde 1] zich zonder besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders als bestuurder uitgeschreven. Ook zouden [gedaagden] buiten medeweten van NoNonz Coconaut hebben verkocht, voorraad en administratie hebben achtergehouden en klanten van NoNonz hebben benaderd. Volgens NoNonz heeft zij sinds november 2024 bovendien geen toegang meer tot haar digitale bedrijfsomgeving, waaronder Google Workspace, Shopify, Zoho en de bijbehorende domeinnaam. Daarom vordert zij toegang tot de bedrijfssystemen, afgifte van de administratie en een verbod om namens NoNonz of onder de merknaam Coconaut op te treden. [gedaagden] betwisten deze verwijten. Volgens hen is juist de andere aandeelhouder verantwoordelijk voor het buitensluiten van [gedaagden] uit de onderneming. Volgens [gedaagde 1] liet zij zich als bestuurder uitschrijven omdat zij geen zicht meer had op de bedrijfsvoering en niet aansprakelijk wilde zijn voor vermeende privéonttrekkingen. Verder beroept [gedaagde 1] zich op een overeenkomst waarin is afgesproken dat haar aandelen zouden worden overgenomen tegen betaling van € 30.000, waarna de toegang tot de onderneming zou worden overgedragen. [gedaagden] stellen bovendien niet over de gevorderde bedrijfssystemen of administratie te beschikken en ontkennen nog namens NoNonz of onder het merk Coconaut te handelen.
Het regelen van de intellectuele eigendomsrechten roept in de praktijk allerlei vragen op. De beantwoording daarvan en het omgaan met dergelijke rechten vereist zorgvuldigheid. Om die reden wordt hieronder wat uitgebreider stilgestaan bij dit onderwerp. Ook hier geldt dat men zich van te voren zich een goed beeld moet vormen van wat men precies wil bereiken met de rechten. Dan kan er ook een verantwoorde keuze gemaakt worden voor de overdracht van het intellectuele eigendomsrecht of voor een bepaald gebruiksrecht.