Rb. Amsterdam: merkinbreuk door het hervullen en verhandelen van Heinekenfusten met ander bier
Rechtbank Amsterdam 26 oktober 2011, IEF 23679; ECLI:NL:RBAMS:2011:10620 (eiseressen tegen gedaagden). Heineken Nederland, Heineken Brouwerijen, Amstel Brouwerij en Brand Bierbrouwerij vorderden tegen drie niet-verschenen gedaagden onder meer verklaringen voor recht, verboden, schadevergoeding, winstafdracht en verschillende nevenvoorzieningen wegens inbreuk op hun merk- en handelsnaamrechten en onrechtmatig handelen. Uit het dictum blijkt dat de verweten gedragingen onder meer bestonden uit het vullen of laten vullen van fusten, andere verpakkingen en kelderbierinstallaties waarop merken of handelsnamen van Heineken waren aangebracht met ander bier dan Heinekenbier. Ook het invoeren, uitvoeren, aanbieden, in voorraad houden en verhandelen van zulke gevulde verpakkingen, het leveren van ander bier aan aan Heineken gebonden horecaondernemers en het inzamelen of verwerven van Heinekenfusten werden verboden. Omdat gedaagden niet waren verschenen, werd verstek verleend. De rechtbank overweegt uitsluitend dat de gevorderde dwangsom moet worden beperkt en dat de overige vorderingen haar niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen. Een zelfstandige beoordeling van de merkenrechtelijke inbreukcriteria ontbreekt daardoor in het gepubliceerde vonnis; voor de feitelijke grondslag wordt verwezen naar de aan het vonnis gehechte dagvaarding.