Uitspraak ingezonden door Paul Trapman, Ploum.
Europerfumery verboden Coty-merken te gebruiken bij aanbod imitatieparfums
Rb. Den Haag 21 augustus 2026, IEF 23776; RB 4121; ECLI:NL:RBDHA:2026:24110 (Coty c.s. tegen Europerfumery c.s.). In deze zaak tussen Coty c.s. en Europerfumery c.s. staat het gebruik van verschillende Unie- en Beneluxmerken van Coty bij het online aanbieden van imitatieparfums centraal. Volgens Coty biedt Europerfumery op haar websites imitatieparfums aan met gebruik van haar merken. De merknamen worden daarnaast gebruikt in zoekfilters, waarmee consumenten kunnen zoeken naar parfums waarvoor Europerfumery een imitatievariant aanbiedt, en in de metadata van de websites. Europerfumery verschijnt niet in de procedure. De voorzieningenrechter verleent verstek. Hoewel niet kon worden vastgesteld dat de dagvaardingen in persoon waren betekend, is volgens de rechtbank voldoende aannemelijk dat Europerfumery daarvan tijdig kennis heeft kunnen nemen. Daarbij is onder meer van belang dat de dagvaardingen zijn verzonden naar de op de websites van Europerfumery vermelde e-mailadressen. De rechtbank beoordeelt vervolgens ambtshalve haar internationale bevoegdheid. Voor de vorderingen van Coty B.V. tegen de in Londen gevestigde Europerfumery kan de rechtbank ten aanzien van de ingeroepen Uniemerken een verbod voor de gehele Europese Unie opleggen. Voor de overige Uniemerkvorderingen is de bevoegdheid beperkt tot inbreuken in Nederland. Voor de ingeroepen Beneluxmerken strekt de bevoegdheid zich uit tot de gehele Benelux.