Uitspraak ingezonden door Paul Tjiam en Edwin van der Velde, Simmons & Simmons.
Brand Outlet veroordeeld wegens grootschalige SHEIN‑merkinbreuk en schending onthoudingsverklaring
Rb. Den Haag 11 februari 2026, IEF 23294; ECLI:NL:RBDHA:2026:4703 (SHEIN tegen Brand Outlet). In deze zaak stelde SHEIN vast dat onder de gezamenlijke handelsnaam Brand Outlet in Nederland in fysieke winkels en pop-up stores op grote schaal SHEIN-kleding werd verkocht. Daarbij werden de SHEIN-merken zonder toestemming van SHEIN gebruikt in gevels, advertenties, winkeluitingen en op prijskaartjes. Brand Outlet had zich eerder in een onthoudingsverklaring tegenover SHEIN verbonden om iedere merkinbreuk te staken, geen SHEIN-producten meer te kopen, te adverteren of te verkopen (behoudens een korte uitverkoopperiode onder strikte voorwaarden), volledige informatie en documentatie te verstrekken over herkomst, voorraad en distributiekanalen, de resterende SHEIN-voorraad te vernietigen en een bijdrage in de kosten van SHEIN te voldoen, een en ander versterkt met aanzienlijke contractuele boetes in de zin van artikel 6:91 BW. Ondanks deze afspraken constateerde SHEIN via test-aankopen en processen-verbaal van deurwaarders dat in meerdere winkels van Brand Outlet nog steeds SHEIN-kleding werd aangeboden en verkocht. Daarbij waren labels vaak afgeknipt, maar bleven de kledingstukken voorzien van QR-codes die naar de SHEIN-website leidden. De voorgeschreven disclaimer ontbrak bovendien of was niet correct aangebracht. In de procedure beriep Brand Outlet zich onder meer op uitputting in de zin van artikel 15 UMVo, stellende dat uitsluitend in de EER in het verkeer gebrachte retourwaren werden verhandeld. Daarnaast voerde zij aan dat (delen van) de onthoudingsverklaring nietig waren wegens strijd met het kartelverbod van artikel 101 VWEU en dat de verklaring vernietigbaar was wegens het ontbreken van echtelijke toestemming als bedoeld in artikel 1:88 BW.