2 sep 2026,
Kopieer citeerwijze ||
Health Labs Care S.A. tegen EUIPO en NP Supplements Monoprosopi I.K.E.
Verwarringsgevaar tussen NPhealthLABS+ en ondernemingsnaam Health Labs; EUIPO beoordeelt ‘health’ onjuist
Gerecht EU 2 september 2026, IEF 23783; ECLI:EU:T:2026:506 (Health Labs Care S.A. tegen EUIPO en NP Supplements Monoprosopi I.K.E.). Health Labs Care verzoekt het Gerecht om vernietiging van de beslissing van de Tweede kamer van beroep van het EUIPO, waarbij haar oppositie tegen de aanvraag voor het figuratieve Uniemerk NPhealthLABS+ is afgewezen. De aanvraag ziet op onder meer voedingssupplementen en dieetpreparaten in klasse 5 en gezondheids-, hygiëne- en schoonheidsdiensten in klasse 44. De oppositie is gebaseerd op artikel 8 lid 4 UMVo en onder meer op de in Polen beschermde ondernemingsnaam Health Labs. Voor dit oudere teken is gebruik in het economisch verkeer van meer dan plaatselijke betekenis in Polen vastgesteld voor verschillende soorten supplementen. Voor de beoordeling of Health Labs Care op grond van het toepasselijke Poolse recht het gebruik van het jongere merk kan verbieden, worden de criteria voor verwarringsgevaar van artikel 8 lid 1 onder b UMVo overeenkomstig toegepast. Het Gerecht verwerpt het oordeel van de kamer van beroep dat het gehele relevante Poolse publiek het Engelse woord ‘health’ begrijpt en dat dit bestanddeel daarom slechts zwak onderscheidend is. Kennis van een Engels woord mag bij een niet-Engelstalig publiek niet zonder meer worden verondersteld. ‘Health’ behoort bovendien niet tot de Engelse basiswoordenschat waarvan mag worden aangenomen dat zij algemeen bekend is bij consumenten in de Unie, terwijl het Poolse equivalent ‘zdrowie’ visueel noch fonetisch overeenstemt met ‘health’. Voor een niet-verwaarloosbaar deel van het Poolse algemene publiek heeft ‘health’ daarom geen betekenis en beschikt dit bestanddeel over een gemiddeld onderscheidend vermogen. Gelet op hun centrale plaats en relatieve omvang kunnen ‘health’ en ‘labs’ voor dat deel van het publiek bovendien als medebepalend voor de totaalindruk van NPhealthLABS+ worden beschouwd.
De kamer van beroep heeft daardoor ook de overeenstemming tussen de tekens onjuist beoordeeld. Voor een niet-verwaarloosbaar deel van het relevante publiek stemmen Health Labs en NPhealthLABS+ visueel en fonetisch in gemiddelde mate overeen. De begripsmatige overeenstemming heeft slechts een beperkte invloed op de globale beoordeling van het verwarringsgevaar: voor het publiek dat ‘health’ begrijpt, is dit bestanddeel beschrijvend voor de betrokken waren en diensten, terwijl het voor het publiek dat het woord niet begrijpt geen rol speelt bij de begripsmatige vergelijking; ‘labs’ is zwak onderscheidend. Voor het betrokken deel van het publiek heeft het oudere teken Health Labs een normaal intrinsiek onderscheidend vermogen. In combinatie met het verhoogde onderscheidend vermogen door gebruik heeft het oudere teken voor de supplementen waarvoor dat gebruik is aangetoond een bovengemiddeld onderscheidend vermogen. Nu de betrokken waren en diensten deels identiek en deels in verschillende mate soortgelijk zijn en de tekens visueel en fonetisch gemiddeld overeenstemmen, oordeelt het Gerecht dat voor een niet-verwaarloosbaar deel van het Poolse publiek verwarringsgevaar bestaat. Dat het aandachtsniveau voor het merendeel van de betrokken waren en diensten bovengemiddeld is, doet daaraan niet af. De kamer van beroep heeft artikel 8 lid 4 UMVo daarom geschonden. Het Gerecht vernietigt de bestreden beslissing en hoeft de overige aangevoerde grieven niet meer te onderzoeken. Het EUIPO wordt veroordeeld in zijn eigen kosten en in de kosten van Health Labs Care.
45 In those circumstances, it must be held that the word ‘health’ has no meaning for a non-negligible part of the general public in Poland.
46 Consequently, and since the relevant public in the present case includes not only professionals, but also the general public in Poland (see paragraph 25 above), the Board of Appeal was not entitled to find, as it did in paragraph 48 of the contested decision, that the entire relevant public would understand the word ‘health’ and that, given the goods and services at issue, such a word lacked distinctiveness from the perspective of said public.
58 Therefore, contrary to the approach followed by the Board of Appeal, and despite the presence of the initial letters ‘NP’, the elements ‘health’ and ‘labs’ are capable of drawing the attention of a non-negligible part of the relevant public and of being perceived as co-dominant in the overall impression created by the sign applied for.
91 It must therefore be held that, taking into account its normal inherent distinctive character and its enhanced distinctive character acquired through use, the earlier sign has a higher-than-average degree of distinctive character for the goods referred to in paragraph 8 above.
103 Lastly, it is true that the level of attention of the relevant public is above average for all the goods and services at issue except for human hygiene and beauty care services in Class 44 (see paragraph 28 above). However, the fact that part of the relevant public will display a high level of attention when examining the sign applied for does not mean that it will examine that sign down to the smallest detail, or that it will compare that sign in minute detail to the earlier sign. Even for a public displaying a high level of attention, it remains the case that the average consumer only rarely has the opportunity to compare the different signs directly, but must rely on his or her imperfect recollection of them (see judgment of 10 November 2021, Stada Arzneimittel v EUIPO – Pfizer (RUXYMLA), T‑248/20, not published, EU:T:2021:772, paragraph 58 and the case-law cited).
104 In the light of all of the foregoing, it must be held that a likelihood of confusion exists between the signs at issue for a non-negligible part of the relevant public.
105 That conclusion is not affected by EUIPO’s argument that the criteria for assessing the inherent distinctive character of EU trade marks under Article 8(1)(b) of Regulation 2017/1001 cannot be applied to the earlier sign since the national law governing company names contains no presumption that the earlier sign must possess inherent distinctiveness comparable to that of a registered EU trade mark, nor does it impose any such distinctiveness threshold for registration or protection. In that regard, it suffices to note that, regardless of the existence of such a presumption in the applicable national law, the above-average distinctive character of the earlier sign results from its inherent distinctiveness and its enhanced distinctiveness through use (see paragraph 91 above), and not from its registration as a company name.