2 sep 2026,
Kopieer citeerwijze ||
World 2 Meet Travel, SL tegen EUIPO en JetBlue Airways Corp.
Verwarringsgevaar tussen NEWBLUE en JETBLUE/BYBLUE; gemeenschappelijk bestanddeel ‘BLUE’ weegt zwaar
Gerecht EU 2 september 2026, IEF 23790; ECLI:EU:T:2026:504 (World 2 Meet Travel, SL tegen EUIPO en JetBlue Airways Corp.). World 2 Meet Travel verzocht het Gerecht om nietigverklaring van de beslissing van de Vierde kamer van beroep van het EUIPO, waarbij de weigering van haar aanvraag voor het figuratieve Uniemerk NEWBLUE was gehandhaafd. JetBlue Airways had oppositie ingesteld op grond van artikel 8 lid 1 onder b UMVo, onder meer op basis van de oudere Uniewoordmerken JETBLUE en BYBLUE. De aanvraag zag op waren en diensten in de klassen 16, 35, 39, 41 en 43. De kamer van beroep had vastgesteld dat de betrokken waren en diensten identiek of soortgelijk waren aan die waarvoor de oudere merken bescherming genoten; World 2 Meet Travel bestreed die beoordeling niet. Voor het verwarringsgevaar mocht worden uitgegaan van het Engelstalige deel van het relevante publiek, dat bestaat uit zowel het algemene publiek als professionele afnemers en, afhankelijk van de betrokken waren en diensten, een gemiddeld tot hoog aandachtsniveau heeft.
Het Gerecht bevestigt dat het Engelstalige publiek de tekens op natuurlijke wijze zal herkennen als combinaties van de afzonderlijke Engelse woorden ‘new’ en ‘blue’, respectievelijk ‘jet’/‘by’ en ‘blue’. Het gemeenschappelijke bestanddeel ‘blue’ beschrijft geen intrinsiek kenmerk van de betrokken waren en diensten en heeft een gemiddeld onderscheidend vermogen. ‘New’ heeft slechts een gering onderscheidend vermogen, zo niet helemaal geen, ‘by’ mist onderscheidend vermogen en ‘jet’ is voor bepaalde diensten zwak onderscheidend, maar voor andere waren en diensten gemiddeld onderscheidend. De grafische vormgeving, kleuren en het spatvormige figuratieve element van NEWBLUE hebben slechts een gering onderscheidend karakter en nemen de overeenstemming niet weg. De tekens stemmen daarom visueel, fonetisch en begripsmatig in gemiddelde mate overeen. Dat de kamer van beroep ten onrechte had vermeld dat de tekens uit drie in plaats van twee lettergrepen bestaan, betreft volgens het Gerecht een kennelijke verschrijving zonder gevolgen voor de beoordeling. Gelet op de globale samenhang tussen de identiteit of soortgelijkheid van de waren en diensten, het onderscheidend vermogen van de oudere merken en de gemiddelde overeenstemming tussen de tekens bevestigt het Gerecht dat ook voor het deel van het publiek met een hoog aandachtsniveau verwarringsgevaar bestaat in de zin van artikel 8 lid 1 onder b UMVo. Het beroep wordt verworpen. Omdat geen mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden en het EUIPO alleen voor het geval van een zitting om een kostenveroordeling had verzocht, draagt iedere partij haar eigen kosten.
54 In the present case, the Board of Appeal found that the initial parts of the signs at issue, namely the word element ‘new’ in the sign applied for and the word elements ‘jet’ and ‘by’ in the earlier signs, possessed only a low degree of distinctiveness or lacked distinctiveness altogether in relation to the goods and services at issue, whereas the word element ‘blue’, placed in second position in the signs at issue, was distinctive in relation to those goods and services (see paragraph 38 above), and the applicant has not made any detailed challenge to that finding. In those circumstances, the Board of Appeal cannot be criticised for having found that the word element ‘blue’, placed in second position in the signs at issue, had a greater impact on the overall perception of those signs than the word elements placed at the beginning of them.
64 In those circumstances, having regard to the similarities arising from the common word element ‘blue’ and the differences arising from the different beginnings of the signs and the stylisation of the sign applied for, including its figurative element, the Board of Appeal did not make any error of law or assessment in holding that, taken as a whole, and having regard to the greater distinctive character of the common word element ‘blue’, the signs at issue were visually similar to an average degree.
74 As the applicant itself correctly points out, the Board of Appeal concluded that the signs at issue were conceptually similar on the basis of the word element ‘blue’, which refers to the colour blue. In view of the conceptual differences arising from the word elements placed in first position in the signs at issue and the considerations set out in paragraph 62 above, the Board of Appeal did not make any error of law or assessment in finding that, taking each one as a whole, the signs at issue were conceptually similar to an average degree.
81 In that regard, it must be observed that the applicant’s arguments do not amount, in essence, to any more than a challenge to the Board of Appeal’s findings regarding the similarity of the signs at issue, and in particular their visual and phonetic similarity. Those arguments have been rejected above, however. Since the applicant has not put forward any other argument seeking to challenge the Board of Appeal’s global assessment of the likelihood of confusion, it must be concluded that the Board of Appeal was correct in finding that, on the whole, even for a relevant public displaying, in part, a high level of attention, there was a likelihood of confusion in the present case, within the meaning of Article 8(1)(b) of Regulation 2017/1001.