Modellenrecht  

IEF 23231

AG Emiliou: geen ‘echte ontwerpactiviteit’-eis; modetrends beperken ontwerpvrijheid niet bij Gemeenschapsmodellen

HvJ EU 19 jun 2025, IEF 23231; ECLI:EU:C:2025:465 (Deity Shoes, S.L. tegen Mundorama Confort, S.L. en Stay Design, S.L.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/ag-emiliou-geen-echte-ontwerpactiviteit-eis-modetrends-beperken-ontwerpvrijheid-niet-bij-gemeenschapsmodellen

Conclusie AG HvJEU 19 juni 2025, IEF23231; 4092; ECLI:EU:C:2025:465 (Deity Shoes). In zijn conclusie van 19 juni 2025 in C-323/24 (Deity Shoes/Mundorama Confort en Stay Design) bespreekt advocaat-generaal Emiliou een geschil over (ingeschreven en niet-ingeschreven) Gemeenschapsmodellen voor schoenen die volgens de wederpartij in hoofdzaak zijn gebaseerd op bestaande leveranciersmodellen uit catalogi, met slechts beperkte aanpassingen (zoals zool, veters, gespen) die mede door modetrends worden ingegeven. De verwijzende Spaanse rechter vraagt onder meer of voor bescherming onder Verordening (EG) nr. 6/2002 vereist is dat sprake is van “echte ontwerpactiviteit” of “intellectuele inspanning”, en of iemand die vooral selecteert en beperkt aanpast wel als “ontwerper” kan gelden (art. 14). De AG stelt dat de beschermingsvoorwaarden uitputtend zijn: alleen nieuwheid (art. 5) en eigen karakter (art. 6) zijn relevant. De verordening kent geen aanvullende eis van creatieve “oorspronkelijkheid” zoals in het auteursrecht. Ook art. 14 gaat volgens de AG niet over de beschermbaarheid, maar over aan wie het recht toekomt; voor modelbescherming hoeft dus niet te worden bewezen dat het model het resultaat is van een bepaalde mate van “intellectuele schepping”.

IEF 23762

Gerecht: verschillen tussen weergaven doen geen afbreuk aan eenheid van Uniemodel voor tas

Gerecht EU (voorheen GvEA) 19 nov 2025, IEF 23762; ECLI:EU:T:2025:1050 (Heinrich Sieber & Co. GmbH & Co. KG tegen EUIPO en Dieter Achilles), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-verschillen-tussen-weergaven-doen-geen-afbreuk-aan-eenheid-van-uniemodel-voor-tas

Gerecht EU 19 november 2025, IEF 23762; ECLI:EU:T:2025:1050 (Heinrich Sieber & Co. GmbH & Co. KG tegen EUIPO en Dieter Achilles). Heinrich Sieber verzoekt om nietigverklaring van een geregistreerd Uniemodel op grond van artikel 25 lid 1 onder a, gelezen in samenhang met artikel 3 onder a van Verordening 6/2002, in de versie die vóór Verordening 2024/2822 gold. Volgens Sieber tonen de zes geregistreerde weergaven niet één product, maar twee of zelfs drie verschillende producten: de op foto’s weergegeven tas, de grafisch weergegeven tas en een afzonderlijk afgebeeld bevestigingselement met haak. Het Gerecht bevestigt het oordeel van de kamer van beroep dat de weergaven gezamenlijk wel degelijk één coherent model tonen. Een model voldoet alleen aan artikel 3 onder a wanneer de weergave duidelijk het uiterlijk van één product of een deel daarvan identificeert. Onoplosbare inconsistenties of onoverkomelijke tegenstrijdigheden tussen de verschillende aanzichten kunnen daarom aan de geldigheid in de weg staan. Kleine verschillen zijn daarentegen toegestaan wanneer de verschillende weergaven logisch en plausibel als afbeeldingen van hetzelfde product kunnen worden gecombineerd. De afzonderlijk weergegeven barrette met haak vormt volgens het Gerecht geen zelfstandig product, maar een functioneel detail van de tas dat ook in andere aanzichten herkenbaar terugkomt. Dat dit onderdeel afzonderlijk en op grotere schaal is afgebeeld, doet niet af aan de eenheid van het model.

IEF 23143

Dakprofiel van EBS heeft wel modelrechtelijke bescherming

Hof Arnhem-Leeuwarden 18 dec 2025, IEF 23143; ECLI:NL:GHARL:2025:7442 (EBS tegen Belplast c.s.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/dakprofiel-van-ebs-heeft-wel-modelrechtelijke-bescherming

Hof Arnhem-Leeuwarden 18 november 2025, IEF 23143; ECLI:NL:GHARL:2025:7442 (EBS tegen Belplast c.s.). Zowel EBS als Belplast c.s. bieden (combi)dakvoetprofielen aan. EBS heeft op 14 april 2021 een dakvoetprofiel gedeponeerd als model met de omschrijving “profiel voor dakranden”. De bovenkant van het dakvoetprofiel bestaat uit kammetjes, de onderkant is het dakvoetprofiel. Daartussen zitten kleine openingen. EBS stelt dat Belplast c.s. met de verhandeling van het Belplast-dakvoetprofiel inbreuk maken op haar intellectuele eigendomsrechten. EBS heeft bij de voorzieningenrechter gevorderd om Belplast c.s. te veroordelen om iedere inbreuk op de modelrechten en het auteursrecht van EBS met betrekking tot het combi-dakvoetprofiel te staken en gestaakt te houden. De voorzieningenrechter heeft deze vorderingen afgewezen. De voorzieningenrechter heeft beslist dat het dakvoetprofiel van EBS modelrechtelijk gezien niet nieuw is en EBS daarom geen beroep op het modelrecht toekomt [IEF 22402]. Met dit hoger beroep wil EBS dat de vorderingen alsnog worden toegewezen.  

IEF 23133

Uitspraak ingezonden door Bartosz Sujecki, Van Diepen Van der Kroef Advocaten

EBS/Belplast: geldig dakvoetprofiel en modelinbreuk op het Wienerberger-profiel

Hof Arnhem-Leeuwarden 18 nov 2025, IEF 23133; ECLI:NL:GHARL:2025:7442 (EBS tegen Belplast c.s.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/ebs-belplast-geldig-dakvoetprofiel-en-modelinbreuk-op-het-wienerberger-profiel

Hof Arnhem-Leeuwarden 18 november 2025, IEF 23133; ECLI:NL:GHARL:2025:7442 (EBS tegen Belplast c.s.). European Building Supply B.V. (EBS) heeft een ingeschreven model voor een kunststof dakvoetprofiel (model nr. 30 610-01) en stelt dat verschillende vennootschappen uit de Belplast-groep inbreuk maken op dat model met het zogeheten Wienerberger-dakvoetprofiel. In eerste aanleg worden de vorderingen van EBS afgewezen [IEF 22402], waarna EBS in hoger beroep gaat bij het hof Arnhem-Leeuwarden. Het hof beoordeelt eerst de geldigheid van het model en oordeelt dat het dakvoetprofiel een zelfstandig voortbrengsel is (dus geen onderdeel van een samengesteld voortbrengsel), dat niet volledig technisch is bepaald en dat er voldoende vormgevingsvrijheid overblijft. Vergeleken met het bestaande vormgevingserfgoed heeft het model een eigen karakter en wekt het bij de geïnformeerde gebruiker een andere algemene indruk, zodat het ingeschreven model van EBS geldig is.

IEF 23114

Prejudiciële vragen gesteld over de advocatenvergoeding in een modellenzaak

HvJ EU 1 sep 2025, IEF 23114; C-573/25 (Suzhou Anri Child Products tegen Cybex), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-gesteld-over-de-advocatenvergoeding-in-een-modellenzaak

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJEU 1 september 2025, IEF 23114; IEFbe 4039; C-573/25 (Suzhou Anri Child Products tegen Cybex) via MinBuza. Cyber GmbH (hierna: verweerder) is een producent van kinderwagens en heeft twee Uniemodellen bij het EUIPO ingeschreven staan die onderdelen van de kinderwagens tonen. Volgens verweerder heeft Suzhou Anri Child Products Co. Ltd. (hierna: verzoeker), die ook producent is van kinderwagens, inbreuk gemaakt op haar Uniemodellen en vordert een voorlopige maatregel bij de Duitse rechter. De Duitse rechter wijst de vordering toe. Verzoeker stelt beroep in. Uiteindelijk trekt verweerder zijn vordering tot een voorlopige maatregel in, waardoor verzoeker met de gemaakte advocaatkosten blijft zitten, die aanzienlijk hoger zijn dan de standaardtarieven vanwege een uurtariefafspraak met haar advocaat. Als gevolg hiervan, vordert verzoeker vergoeding van haar advocaatkosten. De verwijzende rechter vraagt het Hof of de gemaakte kosten als gerechtskosten of schadevergoeding moeten worden aangemerkt onder het Unierecht en of de verzoeker van een voorlopige maatregel hiervoor aansprakelijk kan worden gesteld.

IEF 23109

Prejudiciële vragen gesteld inzake modellenrecht

HvJ EU 18 sep 2025, IEF 23109; (Elektrizace zeleznic Praha), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-gesteld-inzake-modellenrecht

Prejudiciële vragen aan het HvJEU 18 september 2025, IEF 23109; IEFbe 4036; C-616/25 (Elektrizace zeleznic Praha) via MinBuza. Verzoeker stelt dat verweerder een ongeoorloofde inbreuk maakt op haar Uniemodel-rechten. Verweerder had 10 dagen na de instelling van de vordering van verzoeker bij de rechtbank, maar voordat zij daarvan op de hoogte was gesteld, verzocht om nietigverklaring van de modellen bij het EUIPO Op basis van artikel 91, lid 1 Modellenverordening wordt de procedure bij de rechtbank normaliter geschorst wanneer bij het EUIPO al een vordering tot nietigverklaring is ingesteld. De verwijzende rechter vraagt zich af of hij de zaak nu ook moet schorsen, of dat de timing van de nietigheidsvordering in casu rechtvaardigt om dit niet te doen. 

IEF 23071

IE-Klassieker: Decaux/Mediamax

Hoge Raad 29 dec 1995, IEF 23071; ECLI:NL:HR:1995:ZC1942 (Decaux tegen Mediamax), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/ie-klassieker-decaux-mediamax

HR 29 december 1995, IEF 23071; ECLI:NL:HR:1995:ZC1942 (Decaux tegen Mediamax)

Onderwerp:
Bescherming van stijl.

Feiten:
Decaux heeft een houder voor een reclamebord ontwikkeld, "Mupi Senior". Mediamax heeft ook een houder op de markt gebracht onder de naam "Billboard". Volgens Decaux maakt Mediamax daardoor inbreuk op haar auteursrechten en modelrechten. "Billboard" zou een nabootsing in gewijzigde vorm zijn van de "Mupi Senior", eentje die in beperkte mate afwijkt. De vraag was of Mediamax met haar "Billboard" voldoende afstand heeft genomen van de "Mupi Senior" van Decaux. 

Rechtsregel (r.o. 3.4):
Stijl wordt niet auteursrechtelijk/modelrechtelijk beschermd. 

IEF 23045

Rechtbank beveelt staking executie wegens misbruik executiebevoegdheid

Rechtbank Oost-Brabant 24 okt 2025, IEF 23045; ECLI:NL:RBOBR:2025:6908 (Cybex c.s. tegen Stokke c.s.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rechtbank-beveelt-staking-executie-wegens-misbruik-executiebevoegdheid

Rb. Oost-Brabant 24 oktober 2025, IEF 23045; ECLI:NL:RBOBR:2025:6908 (Cybex c.s. tegen Stokke c.s.). Cybex c.s. en Stokke c.s. staan in een executiegeschil naar aanleiding van het Gelderse kort-gedingvonnis over de “Iris Chair”. Stokke stelt dat Cybex dwangsommen verbeurt door (A) oude social-mediavideo’s, (B) een afnemersbrief van 10 juli en (C) het tonen/aanbieden van de Iris Chair op cybex-online.com op 8 juli; zij claimt € 2.000.000 per entiteit en legt derdenbeslagen. Cybex vordert opheffing van alle beslagen, teruggave van goederen en gelden, een executiestop en een verbod om boven € 2.000.000 te executeren, met proceskosten. Cybex voert aan dat het Gelderse vonnis alleen een “standstill” beoogt, dat A en B daarbuiten vallen, dat C vóór rechtsgeldige betekening plaatsvindt, dat Stokke misbruik van executiebevoegdheid maakt en dat het dwangsommaximum één gezamenlijk totaal van € 2.000.000 is. In reconventie vordert Stokke betaling van € 2.000.000 door ieder van de drie Cybex-entiteiten.

IEF 23031

Het prominent tonen van afbeeldingen van de Shuffle Showdown op de website is een vorm van ‘aanbieden’ van het model

Rechtbank Den Haag 19 sep 2025, IEF 23031; ECLI:NL:RBDHA:2025:18484 (Shuffly c.s. tegen Conductr), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/het-prominent-tonen-van-afbeeldingen-van-de-shuffle-showdown-op-de-website-is-een-vorm-van-aanbieden-van-het-model

Rb. Den Haag 19 september 2025, IEF 23031; ECLI:NL:RBDHA:2025:18484 (Shuffly c.s. tegen Conductr). In het vonnis van 3 juli 2025 [IEF 22805] is Shuffly c.s. uitdrukkelijk bevolen om het model Shuffle Showdown niet langer aan te bieden. Het prominent tonen van afbeeldingen van dit model op de landingspagina en bij het productoverzicht van de website wordt door de voorzieningenrechter aangemerkt als een vorm van “aanbieden” en valt daarmee onder het verbod. Anders dan Shuffly c.s. betoogt, kan uit r.o. 5.8 van het eerdere vonnis niet a contrario worden afgeleid dat het tonen van de Shuffle Showdown wél is toegestaan. Die overweging had uitsluitend betrekking op afbeeldingen van de Supercharged Shuffle, ten aanzien waarvan ook auteursrechtelijke bescherming werd ingeroepen.De voorzieningenrechter oordeelt dat Shuffly c.s. het verbod heeft overtreden. Daarbij wordt vastgesteld dat het tonen van afbeeldingen na het vonnis meerdere keren is gedocumenteerd, waardoor het maximum van de opgelegde dwangsommen is verbeurd.

IEF 23006

Gerecht EU: niet-ontvankelijkheid van te laat ingediend beroep tegen nietigverklaring gemeenschapsmodel

Gerecht EU (voorheen GvEA) 8 okt 2025, IEF 23006; ECLI:EU:T:2025:946 (Doors Buglaria EOOD tegen EUIPO, Top Ten EOOD), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-eu-niet-ontvankelijkheid-van-te-laat-ingediend-beroep-tegen-nietigverklaring-gemeenschapsmodel

Gerecht EU 8 oktober 2025, IEF 23006; IEFbe 4012; ECLI:EU:T:2025:946 (Doors Buglaria EOOD tegen EUIPO, Top Ten EOOD). Doors Bulgaria verzoekt vernietiging van een beslissing van de Kamer van Beroep. Doors Bulgaria had een EU-model geregistreerd voor deuren. Top Ten diende in 2023 een verzoek tot nietigverklaring in tegen dit model. De Invalidity Division verklaarde in 2024 het model nietig wegens het gebrek aan nieuwheid. Tegen deze nietigverklaring stelde Doors Bulgaria beroep in op 29 februari. Zij dienden op 27 mei de gronden van het beroep in. De Kamer verklaarde het beroep niet ontvankelijk, omdat het schriftelijke beroepschrift buiten de wettelijke termijn van vier maanden na kennisgeving was ingediend. Volgens het EUIPO vond kennisgeving plaats op 9 januari, zodat de termijn afliep op 10 mei. Doors Bulgaria stelt dat de termijn pas ging lopen op 29 februari, de datum waarop zij feitelijk kennis kreeg van de beslissing. EUIPO en Top Ten betwisten dit.