Ex parte verbod tegen Meeuw Group wegens merkinbreuk door verhandeling van parfums
Rb. Den Haag 4 augustus 2026, IEF 23787; ECLI:NL:RBDHA:2026:23168 (verzoekster tegen gerekwestreerde). Coty Beauty Germany GmbH heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag verzocht om zonder voorafgaand verhoor maatregelen te treffen tegen Meeuw Group B.V. wegens gestelde inbreuk op haar intellectuele-eigendomsrechten. De voorzieningenrechter oordeelt voorshands dat geen reden bestaat om aan de geldigheid van de door Coty ingeroepen rechten te twijfelen en dat voldoende aannemelijk is gemaakt dat Meeuw Group daarop inbreuk maakt. Ook acht de rechter het spoedeisend belang voldoende aannemelijk om een bevel zonder voorafgaand verhoor van Meeuw Group te rechtvaardigen. Voor zover het geschil betrekking heeft op de ingeroepen Uniemerken, kan de bevoegdheid van de rechtbank zich tot de gehele Europese Unie uitstrekken.