Rechtspraak  

IEF 23307

Uitspraak ingezonden door Daan Breuking en Annelotte Boot, Holla.

Secrid vs Pularys: slechts twee van de vijf betwiste Pularys‑wallets leveren modelinbreuk op, geen auteursrechtinbreuk of slaafse nabootsing

Hof Den Haag 20 feb 2026, IEF 23307; 200.345.513/01 (Tomasz Chwilowicz, (voorheen) h.o.d.n. Jaguar Tomasz Chwilowicz, Jaguar en Pularys tegen Secrid B.V.), https://www.ie-forum.nl/artikelen/secrid-vs-pularys-slechts-twee-van-de-vijf-betwiste-pularys-wallets-leveren-modelinbreuk-op-geen-auteursrechtinbreuk-of-slaafse-nabootsing

Hof Den Haag 20 februari 2026, IEF 23307; 200.345.513/01 (Tomasz Chwilowicz, (voorheen) h.o.d.n. Jaguar Tomasz Chwilowicz, Jaguar en Pularys tegen Secrid B.V.). In deze zaak staat Secrid, producent van de Miniwallet en Slimwallet met ingeschreven Benelux-modellen, tegenover de Poolse ondernemer Chwilowicz, die onder de naam Pularys verschillende kaarthouder-portemonnees (Viking, Nordic, Vegan, Yoga en later Hugo) online aanbiedt. Secrid vorderde in kort geding primair een Benelux-breed verbod wegens inbreuk op haar twee geregistreerde kaarthoudermodellen en subsidiair een Nederlands verbod wegens auteursrechtinbreuk en slaafse nabootsing, plus opgave- en nevenvorderingen, alles versterkt met dwangsommen en een volledige proceskostenveroordeling op grond van artikel 1019h Rv. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag oordeelde dat alle vijf Pularys-modellen inbreuk maakten op de modelrechten van Secrid en wees de vorderingen toe, met veroordeling van Chwilowicz in de proceskosten (IEF 22147). In hoger beroep komt Chwilowicz op met veertien grieven: tegen de feitenvaststelling, tegen de modelrechtelijke beoordeling, tegen de subsidiaire auteursrechtelijke en slaafse‑nabootsingsgronden, tegen de proceskosten en tegen de ruime formulering van het verbod. Het hof vernietigt het vonnis grotendeels. Waar de voorzieningenrechter nog vijf producten als inbreukmakend aanmerkte, oordeelt het hof dat slechts twee portemonnees, Viking en Vegan, inbreuk opleveren. Ten aanzien van de Nordic, Hugo en Yoga worden de vorderingen afgewezen. Het hof benadrukt daarbij dat bij de beoordeling van de algemene indruk niet alleen de buitenzijde, maar ook de binnenzijde moet worden betrokken, nu het modeldepot beide zijden omvat en de binnenzijde bij normaal gebruik zichtbaar is. Juist omdat de cardprotector en diverse kenmerken daarvan technisch bepaald zijn en reeds tot het vormgevingserfgoed behoren, is de ontwerpvrijheid binnen deze productcategorie beperkt en kan de buitenzijde op zichzelf, gelet op dat erfgoed, waarschijnlijk geen sterk onderscheidend karakter dragen. Het hof aanvaardt bovendien expliciet dat bij de afbakening van de beschermingsomvang, anders dan bij de geldigheidsbeoordeling, rekening mag worden gehouden met bekende elementen uit het vormgevingserfgoed (het zogenoemde ‘mozaïeken’).

IEF 23296

Geen IE-bescherming voor ‘brandblusser’-waterfles

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 7 jan 2026, IEF 23296; ECLI:NL:RBZWB:2026:521 (BHV-Specialist tegen 101BHV), https://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-ie-bescherming-voor-brandblusser-waterfles

Rb. Zeeland-West-Brabant 7 januari 2026, IEF 23296; ECLI:NL:RBZWB:2026:521 (BHV-Specialist tegen 101BHV). In dit kort geding stond de vraag centraal of BHV-Specialist model- en auteursrechtelijke bescherming toekwam voor haar rood uitgevoerde RVS-waterfles met brandblusser-look en of 101BHV daarop inbreuk maakte, dan wel zich schuldig maakte aan slaafse nabootsing. De voorzieningenrechter oordeelt dat het ingeschreven Beneluxmodel geen nieuwheid en geen eigen karakter heeft in de zin van art. 3.1 BVIE. De cilindervormige dubbelwandige RVS-fles, de rode kleur en de brandblusser-uitstraling behoren tot het vormgevingserfgoed. Ook de grafische en tekstuele opdruk (vlam-icoon, stappenplan en woordspelingen als “Thirst Aid”) mist voldoende onderscheidend vermogen; het betreft een uitwerking van een onbeschermde stijl, waarbij eenvoudige teksten en gangbare pictogrammen geen andere algemene indruk wekken bij de geïnformeerde gebruiker dan reeds bestaande vormgeving.

IEF 23244

Geen inbreuk op Uniemodel Longchamp-tas: technisch bepaalde kenmerken en voldoende eigen karakter

Belgische gerechten 13 jan 2026, IEF 23244; (Cassegrain tegen Vadigran NV), https://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-inbreuk-op-uniemodel-longchamp-tas-technisch-bepaalde-kenmerken-en-voldoende-eigen-karakter

Hof van beroep Brussel 13 januari 2026, IEF 23244; IEFbe 4094; 2018/AR/957 (Cassegrain tegen Vadigran NV). Het Hof van beroep Brussel oordeelt dat Vadirgan NV met haar hondenpoepzakhouders geen inbreuk maakt op het Uniemodel van Jean Cassegrain SAS (Longchamp) voor de bekende Le Pliage-tas. Het hof bevestigt zijn internationale bevoegdheid op grond van de Uniemodelverordening en verklaart zowel het principaal als het incidenteel hoger beroep ontvankelijk. Bij de beoordeling van de vermeende inbreuk stelt het hof voorop dat op grond van art. 8 lid 1 UMV geen bescherming toekomt aan kenmerken die uitsluitend door hun technische functie worden bepaald. De door Cassegrain aangevoerde overeenkomsten – waaronder de flap met drukknop, de globale vorm en de wijze van afsluiting – zijn volgens het hof functioneel noodzakelijk voor het betrokken product en daardoor uitgesloten van modelrechtelijke bescherming. Voor zover sprake is van niet-technische elementen, oordeelt het hof dat deze bij de geïnformeerde gebruiker geen overeenstemmende algemene indruk wekken, mede gelet op verschillen in formaat, verhoudingen, context van gebruik en marktpositionering. Van modelinbreuk is daarom geen sprake.

IEF 23234

Uitspraak ingezonden door Hidde Koenraad, Boekx Advocaten.

Opheffingskortgeding over beslag op BMW-voertuigen na brand op de Fremantle Highway

Hof Den Haag 20 jan 2026, IEF 23234; ECLI:NL:GHDHA:2026:55 ([appellant ] c.s. tegen BMW), https://www.ie-forum.nl/artikelen/opheffingskortgeding-over-beslag-op-bmw-voertuigen-na-brand-op-de-fremantle-highway

Hof Den Haag 20 januari 2026, IEF 23234; ECLI:NL:GHDHA:2026:55 ([appellant ] c.s. tegen BMW). Het hof beslist in hoger beroep in een opheffingskortgeding dat het door BMW gelegde conservatoire beslag tot afgifte op BMW-voertuigen afkomstig van de Fremantle Highway niet wordt opgeheven. De appellanten hadden 260 voertuigen gekocht; BMW had beslag gelegd op 253 voertuigen (246 bij Womy en 7 bij 3B Exclusief). Het hof stelt voorop dat in kort geding moet worden afgestemd op een bodemuitspraak over hetzelfde geschilpunt tussen dezelfde partijen, behoudens kennelijke misslag of zodanig gewijzigde omstandigheden dat de bodemrechter anders zou hebben beslist. Dat afstemmen is hier leidend, omdat de rechtbank in de bodemprocedure op 30 juli 2025 [IEF 22842] reeds (samengevat) voor recht heeft verklaard dat (de meeste) appellanten inbreuk maakten op BMW’s Unie-merken en -modellen door het aanbieden/verhandelen/voorraad houden/in- of uitvoeren van de voertuigen, met een inbreukverbod, opgave, recall en een bevel tot afgifte ter vernietiging (niet uitvoerbaar bij voorraad), terwijl één vennootschap ([appellant 3]) van die bevelen werd uitgezonderd omdat zij niet betrokken werd geacht. Tegen deze achtergrond bekrachtigt het hof in de kern het eerdere kortgedingvonnis van 15 juli 2024 [IEF 22134] waarin de vorderingen tot opheffing van het beslag waren afgewezen en in reconventie een verbod/opgave/recall was toegewezen.

IEF 23220

Geen gebrek aan eigen karakter bij verpakkingsontwerp voor levensmiddelen

Gerecht EU (voorheen GvEA) 14 jan 2026, IEF 23220; ECLI:EU:T:2026:15 (Froneri Bulgaria EOOD tegen EUIPO en Daesef AD), https://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-gebrek-aan-eigen-karakter-bij-verpakkingsontwerp-voor-levensmiddelen

Gerecht EU 14 januari 2026, IEF 23220; ECLI:EU:T:2026:15 (Froneri Bulgaria EOOD tegen EUIPO en Daesef AD). Op 1 april 2021 diende Froneri Bulgaria EOOD een verzoek tot nietigverklaring in van een geregistreerd EU-model van Daesef AD. Het ontwerp betreft verpakkingen die vallen onder klasse 09.03 van de Overeenkomst van Locarno, waaronder dozen met deksels, verpakkingen voor levensmiddelen, flexibele openingscontainers en ijsdozen. Het verzoek was gebaseerd op het ontbreken van nieuwheid en eigen karakter in de zin van respectievelijk artikel 5, lid 1, onder b, en artikel 6, lid 1, onder b, van Verordening nr. 6/2002. De nietigheidsafdeling van het EUIPO wees dit verzoek af, waarna Froneri beroep instelde bij de Raad van Beroep en vervolgens bij het Gerecht. Wat betreft het beroep op het ontbreken van eigen karakter voerde Froneri twee hoofdargumenten aan. Ten eerste stelde zij dat de Raad van Beroep de productcategorie waarop het ontwerp betrekking heeft onjuist had vastgesteld. Volgens Froneri had de Raad de categorie nader moeten aanduiden door expliciet te verwijzen naar ijsdozen. Het bezwaar had derhalve niet betrekking op een uitsluiting van ijsdozen, maar op de wijze waarop de productcategorie was omschreven. Ten tweede stelde Froneri dat de Raad van Beroep de algemene indruk van het betwiste ontwerp onvoldoende onderscheidend had beoordeeld ten opzichte van eerdere ontwerpen. Het Gerecht verwerpt het eerste argument en oordeelde dat Froneri niet heeft aangetoond dat de Raad van Beroep een beoordelingsfout had gemaakt bij het bepalen van de toepasselijke productcategorie. Volgens het Gerecht heeft de Raad terecht geoordeeld dat het ontwerp bedoeld was voor dozen met deksels en verpakkingen voor levensmiddelen.

IEF 23200

Geen minimum aan creatieve activiteit vereist voor gemeenschapsmodellen

HvJ EU 18 dec 2025, IEF 23200; ECLI:EU:C:2025:983 (Deity Shoes, S.L. tegen Mundorama Confort, S.L., Stay Design, S.L.,), https://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-minimum-aan-creatieve-activiteit-vereist-voor-gemeenschapsmodellen

Hof van Justitie EU 18 december 2025, IEF23200; IEFbe 4079; ECLI:EU:C:2025:983 (Deity Shoes tegen Mundorama Confort, S.L., Stay Design, S.L.). In dit modelrechtelijke geschil heeft Deity Shoes een vordering ingesteld tegen Mondurama Confort en Stay Design wegens vermeende inbreuk op ingeschreven en niet-ingeschreven gemeenschapsmodellen voor schoenmodellen. Mondurama Confort en Stay Design hebben hiertegen een reconventionele vordering in tot nietigverklaring ingesteld. Zij stellen dat de modellen van Deity Shoes niet voldoen aan de voorwaarden inzake nieuwheid en eigen karakter, omdat Deity Shoes zich slechts zou beperken tot de verkoop van producten die worden aangeboden door Chinese leveranciers. De Juzgado de lo Mercantil nr. 1 te Alicante heeft het Hof van Justitie verzocht om uitleg van de artikelen 4 tot en met 6 en 14 van Verordening (EG) nr. 6/2002, in het bijzonder over de voorwaarden voor modelrechtelijke bescherming.

IEF 23231

AG Emiliou: geen ‘echte ontwerpactiviteit’-eis; modetrends beperken ontwerpvrijheid niet bij Gemeenschapsmodellen

HvJ EU 19 jun 2025, IEF 23231; ECLI:EU:C:2025:465 (Deity Shoes, S.L. tegen Mundorama Confort, S.L. en Stay Design, S.L.), https://www.ie-forum.nl/artikelen/ag-emiliou-geen-echte-ontwerpactiviteit-eis-modetrends-beperken-ontwerpvrijheid-niet-bij-gemeenschapsmodellen

Conclusie AG HvJEU 19 juni 2025, IEF23231; 4092; ECLI:EU:C:2025:465 (Deity Shoes). In zijn conclusie van 19 juni 2025 in C-323/24 (Deity Shoes/Mundorama Confort en Stay Design) bespreekt advocaat-generaal Emiliou een geschil over (ingeschreven en niet-ingeschreven) Gemeenschapsmodellen voor schoenen die volgens de wederpartij in hoofdzaak zijn gebaseerd op bestaande leveranciersmodellen uit catalogi, met slechts beperkte aanpassingen (zoals zool, veters, gespen) die mede door modetrends worden ingegeven. De verwijzende Spaanse rechter vraagt onder meer of voor bescherming onder Verordening (EG) nr. 6/2002 vereist is dat sprake is van “echte ontwerpactiviteit” of “intellectuele inspanning”, en of iemand die vooral selecteert en beperkt aanpast wel als “ontwerper” kan gelden (art. 14). De AG stelt dat de beschermingsvoorwaarden uitputtend zijn: alleen nieuwheid (art. 5) en eigen karakter (art. 6) zijn relevant. De verordening kent geen aanvullende eis van creatieve “oorspronkelijkheid” zoals in het auteursrecht. Ook art. 14 gaat volgens de AG niet over de beschermbaarheid, maar over aan wie het recht toekomt; voor modelbescherming hoeft dus niet te worden bewezen dat het model het resultaat is van een bepaalde mate van “intellectuele schepping”.

IEF 23143

Dakprofiel van EBS heeft wel modelrechtelijke bescherming

Hof Arnhem-Leeuwarden 18 dec 2025, IEF 23143; ECLI:NL:GHARL:2025:7442 (EBS tegen Belplast c.s.), https://www.ie-forum.nl/artikelen/dakprofiel-van-ebs-heeft-wel-modelrechtelijke-bescherming

Hof Arnhem-Leeuwarden 18 november 2025, IEF 23143; ECLI:NL:GHARL:2025:7442 (EBS tegen Belplast c.s.). Zowel EBS als Belplast c.s. bieden (combi)dakvoetprofielen aan. EBS heeft op 14 april 2021 een dakvoetprofiel gedeponeerd als model met de omschrijving “profiel voor dakranden”. De bovenkant van het dakvoetprofiel bestaat uit kammetjes, de onderkant is het dakvoetprofiel. Daartussen zitten kleine openingen. EBS stelt dat Belplast c.s. met de verhandeling van het Belplast-dakvoetprofiel inbreuk maken op haar intellectuele eigendomsrechten. EBS heeft bij de voorzieningenrechter gevorderd om Belplast c.s. te veroordelen om iedere inbreuk op de modelrechten en het auteursrecht van EBS met betrekking tot het combi-dakvoetprofiel te staken en gestaakt te houden. De voorzieningenrechter heeft deze vorderingen afgewezen. De voorzieningenrechter heeft beslist dat het dakvoetprofiel van EBS modelrechtelijk gezien niet nieuw is en EBS daarom geen beroep op het modelrecht toekomt [IEF 22402]. Met dit hoger beroep wil EBS dat de vorderingen alsnog worden toegewezen.  

IEF 23133

Uitspraak ingezonden door Bartosz Sujecki, Van Diepen Van der Kroef Advocaten

EBS/Belplast: geldig dakvoetprofiel en modelinbreuk op het Wienerberger-profiel

Hof Arnhem-Leeuwarden 18 nov 2025, IEF 23133; ECLI:NL:GHARL:2025:7442 (EBS tegen Belplast c.s.), https://www.ie-forum.nl/artikelen/ebs-belplast-geldig-dakvoetprofiel-en-modelinbreuk-op-het-wienerberger-profiel

Hof Arnhem-Leeuwarden 18 november 2025, IEF 23133; ECLI:NL:GHARL:2025:7442 (EBS tegen Belplast c.s.). European Building Supply B.V. (EBS) heeft een ingeschreven model voor een kunststof dakvoetprofiel (model nr. 30 610-01) en stelt dat verschillende vennootschappen uit de Belplast-groep inbreuk maken op dat model met het zogeheten Wienerberger-dakvoetprofiel. In eerste aanleg worden de vorderingen van EBS afgewezen [IEF 22402], waarna EBS in hoger beroep gaat bij het hof Arnhem-Leeuwarden. Het hof beoordeelt eerst de geldigheid van het model en oordeelt dat het dakvoetprofiel een zelfstandig voortbrengsel is (dus geen onderdeel van een samengesteld voortbrengsel), dat niet volledig technisch is bepaald en dat er voldoende vormgevingsvrijheid overblijft. Vergeleken met het bestaande vormgevingserfgoed heeft het model een eigen karakter en wekt het bij de geïnformeerde gebruiker een andere algemene indruk, zodat het ingeschreven model van EBS geldig is.

IEF 23114

Prejudiciële vragen gesteld over de advocatenvergoeding in een modellenzaak

HvJ EU 1 sep 2025, IEF 23114; C-573/25 (Suzhou Anri Child Products tegen Cybex), https://www.ie-forum.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-gesteld-over-de-advocatenvergoeding-in-een-modellenzaak

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJEU 1 september 2025, IEF 23114; IEFbe 4039; C-573/25 (Suzhou Anri Child Products tegen Cybex) via MinBuza. Cyber GmbH (hierna: verweerder) is een producent van kinderwagens en heeft twee Uniemodellen bij het EUIPO ingeschreven staan die onderdelen van de kinderwagens tonen. Volgens verweerder heeft Suzhou Anri Child Products Co. Ltd. (hierna: verzoeker), die ook producent is van kinderwagens, inbreuk gemaakt op haar Uniemodellen en vordert een voorlopige maatregel bij de Duitse rechter. De Duitse rechter wijst de vordering toe. Verzoeker stelt beroep in. Uiteindelijk trekt verweerder zijn vordering tot een voorlopige maatregel in, waardoor verzoeker met de gemaakte advocaatkosten blijft zitten, die aanzienlijk hoger zijn dan de standaardtarieven vanwege een uurtariefafspraak met haar advocaat. Als gevolg hiervan, vordert verzoeker vergoeding van haar advocaatkosten. De verwijzende rechter vraagt het Hof of de gemaakte kosten als gerechtskosten of schadevergoeding moeten worden aangemerkt onder het Unierecht en of de verzoeker van een voorlopige maatregel hiervoor aansprakelijk kan worden gesteld.