Hof stelt vertrouwelijkheidsregime in voor bedrijfsgeheime financiële informatie in IE-procedure tegen Pilot
Hof Den Haag 1 september 2026, IEF 23806; ECLI:NL:GHDHA:2026:2736 (Polmos tegen Pilot). Polmos, rechthebbende op merken die zij op flessen wodka aanbrengt, procedeert tegen distributeur Pilot wegens gestelde merk- en auteursrechtinbreuk en onrechtmatig handelen. De rechtbank had haar vorderingen grotendeels toegewezen en voor de schadevergoeding verwezen naar de schadestaatprocedure. In hoger beroep wil Polmos haar primaire schadevordering van € 10 per namaakfles, althans een ander forfaitair bedrag per fles, nader onderbouwen met aanvullende producties over de inkoop- en verkoopprijzen en nettowinsten van haarzelf en haar licentienemers binnen het Moët Hennessy-concern. Pilot stelt dat Polmos niet-ontvankelijk is in haar incidentele vordering, omdat de schadevergoedingsvordering buiten de omvang van het hoger beroep zou vallen. Het hof verwerpt dit verweer. Polmos heeft nog geen memorie van grieven genomen en haar appeldagvaarding bevat geen beperking van het hoger beroep. Bovendien heeft de rechtbank de schadevordering opgevat als primair een vergoeding van € 10 per fles of een ander forfaitair bedrag en subsidiair schadevergoeding op te maken bij staat, zodat niet aannemelijk is dat sprake was van gelijkwaardige alternatieven zonder onderlinge rangorde. Het hof oordeelt vervolgens dat de aanvullende financiële stukken kwalificeren als bedrijfsgeheimen in de zin van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen. Het gaat om interne, niet algemeen toegankelijke informatie met handelswaarde, die ondanks de datering uit 2022 nog voldoende actueel is en door geheimhoudingsafspraken en technische toegangsbeperkingen wordt beschermd.