Parallelimport en “decoderen” van merkdranken: geen gegronde reden voor merkhouders om verkoop te verbieden
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 24 februari 2026, IEF 23303; ECLI:NL:OGHACMB:2026:34 (Hennessy c.s. tegen Penha c.s.). Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie beoordeelt in hoger beroep een geschil tussen merkhouders van Hennessy-cognac, Moët & Chandon/Veuve Clicquot-champagne en Belvedere-wodka (Hennessy c.s.) en Curaçaose detailhandelaren (Penha c.s.). De merkhouders verzetten zich tegen het te koop aanbieden van “gedecodeerde” flessen: flessen waarvan identificatiecodes/lotcodes onleesbaar zijn gemaakt (bijv. met stickers, gaatjes onder de capsule of het wegslijpen van lasercodering), en stellen daarnaast dat dit strijd oplevert met etiketteringsregels en (impliciet) risico’s voor kwaliteit/veiligheid. Zij vorderen o.a. een verbod en staking op straffe van dwangsommen, een recall en uitgebreide opgaven over herkomst/afzet. Het Hof stelt het Caribische merkenrechtelijke uitgangspunt centraal: wereldwijde uitputting (art. 23 lid 8 Mlv), met slechts een uitzondering bij “gegronde redenen” om verdere verhandeling tegen te houden (zoals wijziging/verslechtering), waarbij het Hof, in lijn met Diageo/Esperamos en Diageo/[naam], een belangenafweging toepast en het concordantiebeginsel beperkt acht waar de Caribische wetgever bewust afwijkt van Europees (regionaal) uitputtingsrecht.