IEF 19863

Beslissing merkinbreuk Bacardi-producten aangehouden

Rechtbank Den Haag 17 maart 2021, IEF 19863; ECLI:NL:RBDHA:2021:2532 (Bacardi tegen Loendersloot en Flint Warehousing) Tussenvonnis. Parallelhandel in Bacardi-producten. Merkhouder tegen expediteur en partij die decodeerfaciliteit aan derden ter beschikking stelt. In de zaak tegen Loendersloot c.s. gaat het om de vraag hoe de logistieke dienstverleningsactiviteiten die zijn verricht, moeten worden geduid en of Loendersloot c.s. merkinbreukmakend handelen en/of onrechtmatig handelen en/of handelen als tussenpersoon kan worden verweten. In de zaak tegen Pure Handling staat centraal of de verwijten die Bacardi c.s. aan Loendersloot c.s. maakt, ook aan Pure Handling kunnen worden gemaakt waar het gaat om de decodeerfaciliteit die Pure Handling aan derden ter beschikking stelt. In de zaak tegen de bestuurder is aan de orde of zij de activiteiten van Loendersloot c.s. en Pure Handling heeft toegelaten, bewerkstelligd of heeft nagelaten daarop in te grijpen. De zaak wordt naar de rol verwezen. In de incidenten worden provisionele voorzieningen getroffen, zoals het staken van het ter beschikking stellen van de decodeerfaciliteit.

4.18. Loendersloot c.s. en Pure Handling hebben betoogd dat verzet tegen decoderen leidt tot ongeoorloofde marktafscherming. Ook als dat zo zou zijn, kan dat hen niet baten, nu gesteld noch gebleken is dat bij heretikettering van de Bacardi-producten bij het decoderen aan de andere in 4.17 bedoelde cumulatieve voorwaarden is voldaan. Bacardi c.s. kunnen zich dus met een beroep op een gegronde reden in de zin van artikel 15 UMVo verzetten tegen het gebruik van gedecodeerde Bacardi-producten met douanestatus T2(/AGD). Zij kunnen zich niet verzetten tegen gebruik van gedecodeerde Bacardi-producten met  douanestatus T1, tenzij voldaan is het ‘Class-criterium’. Het betoog van Bacardi c.s. dat gebruik van gedecodeerde Bacardi-producten met douanestatus T1 onder geen beding is toegestaan, gaat ten onrechte ervan uit dat zij zich met een beroep op haar Uniemerken wereldwijd kan verzetten tegen gebruik van gedecodeerde Bacardi-producten. Dat strookt niet met het hiervoor weergegeven stelsel van merkenrechtelijke bescherming op grond van het UMVo.

4.106. Het verkrijgen van bewijsmiddelen om een inbreuk op een recht van intellectuele eigendom dan wel onrechtmatig handelen vast te stellen, is, wanneer een het bestaan van de vereiste rechtsbetrekking is vastgesteld, in beginsel te beschouwen als een rechtmatig belang in de zin van artikel 843a Rv. Het verkrijgen van inzicht in de omvang van de inbreuk, mede gelet op de schadevergoedingsvordering, geldt ook als een rechtmatig belang. In dit geval vorderen Bacardi c.s. echter zowel inzage in het incident als opgave in de hoofdzaak. De opgaveverplichting die in de hoofdzaak wordt opgelegd bij merkinbreuk en onrechtmatig handelen, dient ook de door Bacardi c.s. bij exhibitie genoemde belangen van het in beeld krijgen van de keten van betrokkenen en hun onderlinge taakverdeling alsmede van de begroting van haar schade. Voor zover een inbreuk of onrechtmatig handelen dan wel de dreiging ervan hiervoor al vastgesteld is, is afgifte van het bewijsmateriaal voor dit doel naast de in de hoofdzaak gevorderde opgave, derhalve overbodig en ontbreekt in zoverre het rechtmatig belang bij exhibitie in dit incident. Dit is slechts anders voor zover met de afgifte een eerder in de tijd gelegen inbreukmakend of onrechtmatig handelen kan worden vastgesteld, dan wel zulk inbreuk op of handelen ten aanzien van andere merken. Dat kan immers leiden tot een ruimere opgave in de hoofdzaak. In dat verband is van belang dat inbreuk op het merk Grey Goose is vastgesteld in maart 2012, inbreuk op het merk Bacardi in juli 2009, onrechtmatig handelen door het faciliteren van inbreuk op het merk Bombay Sapphire in juni 2008 en onrechtmatig handelen in verband met het merk Martini in mei 2014. De tweede situatie doet zich voor met betrekking tot de in het proces-verbaal van het afgiftebeslag in regel 7 genoemde partij Bacardi-producten voorzien van het merk Dewar’s. De opgaveverplichting die in de hoofdzaak wordt gevorderd, en zal worden opgelegd, naar aanleiding van merkinbreuk en onrechtmatig handelen, dient voorts de door Bacardi c.s. genoemde belangen van het in beeld krijgen van de keten van betrokkenen en hun onderlinge taakverdeling alsmede van de begroting van haar schade, zodat zij ook daarbij in dit incident geen belang heeft.