Onrechtmatige mededinging

IEF 18368

College ter beoordeling van geneesmiddelen mocht informatie inwinnen in het buitenland

Raad van State 25 apr 2018, IEF 18368; ECLI:NL:RVS:2018:1353 (IPS tegen College ter beoordeling van geneesmiddelen), http://www.ie-forum.nl/artikelen/college-ter-beoordeling-van-geneesmiddelen-mocht-informatie-inwinnen-in-het-buitenland
Medicijnen

ABRvS 25 april 2018, IEF 18368; LS&R 1698; ECLI:NL:RVS:2018:1353 (IPS tegen College ter beoordeling van geneesmiddelen) Bij afzonderlijke besluiten van 3 juli 2012 heeft het College ter beoordeling van geneesmiddelen (hierna: het College) de door IPS aangevraagde parallelhandelsvergunningen voor de geneesmiddelen Diclofenac Gel Teva 1,16%, gel 11.6 mg/g (hierna: Diclofenac) en Adapaleen Teva 1 mg/g, gel (hierna: Adapaleen) geweigerd. Bij uitspraak van 25 juni 2015 heeft de rechtbank de door IPS tegen de besluiten van 1 maart 2013, 14 juni 2013 en 8 juli 2013 ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft IPS hoger beroep ingesteld. Zij voert gronden aan die betrekking hebben op het door het College gehanteerde beoordelingskader. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Dit omdat het College niet in strijd met het Unierecht heeft gehandeld, bevoegd was informatie in te winnen bij de Belgische en Franse autoriteiten, en binnen het beoordelingskader zorgvuldig heeft gehandeld en geoordeeld. Daarnaast ligt het niet op de weg van het College om gevaar voor de volksgezondheid te bewijzen, maar ligt het op de weg van de aanvrager van een parallelhandelsvergunning om zijn aanvraag te doen steunen op gegevens en bescheiden waaruit volgt dat aan de in artikel 48 van de Geneesmiddelenwet neergelegde criteria voor parallelle invoer is voldaan.

IEF 17884

Rectificatie geen geschikt middel voor gedane uitingen over fraude door OTS

Rechtbank Amsterdam 25 mei 2018, IEF 17884; ECLI:NL:RBAMS:2018:5204 (Bovando tegen Oceanteam), http://www.ie-forum.nl/artikelen/rectificatie-geen-geschikt-middel-voor-gedane-uitingen-over-fraude-door-ots

Vzr. Rechtbank Amsterdam 25 mei 2018, IEF 17884; ECLI:NL:RBAMS:2018:5204 (Bovando tegen OTS) Mediarecht. Onrechtmatige publicatie. Eiser was voormalig managing director bij OTS. KPMG was Emporos (nu Bovando) tegengekomen als contractspartij van OTS. Eiser is aandeelhouder en bestuurder bij Emporos. OTS heeft onderzoek laten verrichten door Hermes naar de achtergrond van de betalingen aan Emporos. OTS heeft op hun site een bericht geplaatst dat eiser fraude heeft gepleegd en heeft een mededeling gedaan aan klanten van wie op dat moment projecten liepen. Eiser vordert de gedane uitspraken van haar website te verwijderen en deze te rectificeren door plaatsing van een rectificatie op diezelfde website en toezending van een rectificatie aan derden die eerder een brief van OTS hebben ontvangen over fraude. Door rectificatie te vorderen zal de eiser weer in de belangstelling komen te staan terwijl de zaak nu juist aan het wegebben is. De vordering wordt afgewezen.

IEF 17803

Prejudicieel gestelde vragen over pay-for-delay toetreding van generieken

HvJ EU 27 mrt 2018, IEF 17803; (Generics (UK) e.a.), http://www.ie-forum.nl/artikelen/prejudicieel-gestelde-vragen-over-pay-for-delay-toetreding-van-generieken

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 27 maart 2018, IEF 17803; IEFbe 2631; LS&R 1624; C-307/18 (Generics (UK) e.a.) Mededinging. Octrooirecht. Via Minbuza: GlaxoSmithKline (GSK) is houder van een octrooi op een farmaceutisch geneesmiddel. Zij heeft een overeenkomst gesloten met verscheidene ondernemingen die een generieke versie van het geneesmiddel op de markt wilden brengen. Onder deze overeenkomst heeft GSK contanten of met contanten gelijk te stellen voordelen aan deze ondernemingen overgedragen als tegenprestatie voor het staken of uitstellen van hun inspanningen om met GSK te concurreren. De autoriteit voor mededinging en markten (hierna: CMA) heeft in een besluit bepaald dat GSK en de andere betrokken ondernemingen (hierna: appellanten) met hun overeenkomst verschillende wetten die zien op het mededingingsrecht hebben geschonden. Appellanten hebben hiertegen beroep ingesteld. Appellanten voeren aan dat twee van de ondernemingen geen concurrenten waren van GSK en dat er daarom geen sprake is van overtreding van het verbod van artikel 101 VWEU. Daarnaast stellen zij dat iets alleen een pay-for-delay zaak is als verwacht wordt dat het octrooi de markttoetreding van een generiek geneesmiddel niet zou kunnen tegenhouden en dat als de initiërende onderneming in dit geval GSK, dan een groot bedrag aan de generieke concurrent overmaakt zodat hij van zijn betwisting afziet en buiten de markt blijft. Zij stellen ook dat de overeenkomsten mededingingsbevorderende effecten hebben zoals de levering van aanzienlijke hoeveelheden generiek geneesmiddel door GSK, voordelen voor groothandelaars en een kleine daling van de gemiddelde prijs die door de apotheken wordt betaald. Volgens de appellanten hangt de machtspositie van GSK samen met een incorrecte bepaling van de relevante productmarkt.

IEF 17641

HvJ EU: Voor vaststelling 'nadeel bij mededinging' bij stroomafwaartse markt door collectieve beheersvennootsschap is geen bewijs van daadwerkelijke en kwantificeerbare verslechtering vereist

HvJ EU 19 apr 2018, IEF 17641; ECLI:EU:C:2018:270 (MEO tegen Autoridade da Concorrência), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-voor-vaststelling-nadeel-bij-mededinging-bij-stroomafwaartse-markt-door-collectieve-beheersve

HvJ EU 19 april 2018, IEF 17641; IEFbe 2554; C-525/16; ECLI:EU:C:2018:270 (MEO tegen Autoridade da Concorrência) Begrip  ,nadeel bij de mededinging’. Discriminerende prijzen op de stroomafwaartse markt. Vennootschap voor het beheer van de naburige rechten van het auteursrecht. PT Comunicações SA, rechtsvoorganger van MEO, heeft bij de mededingingsautoriteit een klacht ingediend tegen GDA wegens eventueel misbruik van machtspositie. GDA zou buitensporig hoge prijzen hanteren voor het gebruik van de naburige rechten van de auteursrechten en dat GDA tevens ongelijke voorwaarden toepaste op MEO in vergelijking met een andere leverancier van betaaldiensten voor het uitzenden van televisiesignalen en de inhoud ervan. HvJ EU:

Het begrip „nadeel bij de mededinging” in de zin van artikel 102, tweede alinea, onder c), VWEU moet aldus worden uitgelegd dat het, in het geval waarin een onderneming met een machtspositie discriminerende prijzen toepast op haar handelspartners op de stroomafwaartse markt, ziet op de situatie waarin deze gedraging een verstoring van de mededinging tussen deze handelspartners tot gevolg kan hebben. Voor de vaststelling van een dergelijk „nadeel bij de mededinging” is geen bewijs van een daadwerkelijke en kwantificeerbare verslechtering van de mededingingspositie vereist, maar die vaststelling moet worden gebaseerd op een analyse van alle relevante omstandigheden van het concrete geval die de slotsom rechtvaardigt dat die gedraging invloed heeft op de kosten, winsten, of enig ander relevant belang van een of meer van voornoemde partners, zodat deze gedraging die mededingingspositie kan aantasten.

IEF 17639

Het is Free Style Events niet onmogelijk gemaakt een voetbal of hardloopevenement voor de marcom-branche te organiseren

Hof Amsterdam 17 apr 2018, IEF 17639; (Just Ask tegen Free Style Events), http://www.ie-forum.nl/artikelen/het-is-free-style-events-niet-onmogelijk-gemaakt-een-voetbal-of-hardloopevenement-voor-de-marcom-bra
lievertjestoernooi sky radio run

Hof Amsterdam 17 april 2018 en Rechtbank Amsterdam 8 maart 2017, IEF 17639 (Just Ask tegen Free Style Events) Geen onrechtmatige daad. Lieverdjestoernooi is een voetbaltoernooi voor de Marketing-Communicatiebranche buiten de reguliere competitie . Partijen hebben samengewerkt . Na opzegging organiseert Just Ask de AdfoCup, een aan het LT identiek voetbaltoernooi, op dezelfde velden als waarvoor de voorgaande jaren het LT plaatsvond voor een beperkte markt. De rechtbank: Dat is onrechtmatig. Dat geldt ook voor de Sky Radio Run. Al 16 jaar organiseert G op de eerste vrijdag in september een hardloopevenement voor de marcom-branche. G werd vanaf 2014 feitelijk buitengesloten om het LT en de SRR te organiseren. Anders dan de rechtbank, het Hof: valt echter niet in te zien dat Just Ask het hem onmogelijk heeft gemaakt vanaf dat jaar het LT of een hardloopevenement voor de marcom-branche te organiseren. De grieven van Just Ask slagen.

IEF 17492

Benzinestationhouders en wegrestaurants mogen energielaadpunten als aanvullende voorziening realiseren

Rechtbank Den Haag 24 jan 2018, IEF 17492; ECLI:NL:RBDHA:2018:616 (Fastned en Mistergreen tegen De Staat), http://www.ie-forum.nl/artikelen/benzinestationhouders-en-wegrestaurants-mogen-energielaadpunten-als-aanvullende-voorziening-realiser

Vzr. Rechtbank Den Haag 24 januari 2018, IEF 17492; IT 2482; ECLI:NL:RBDHA:2018:616 (Fastned en Mistergreen tegen De Staat) Onrechtmatige mededinging. Exploitanten van snellaadvoorzieningen voor elektrische auto’s op verzorgingsplaatsen langs de snelweg vorderen een verbod voor de Staat om medewerking te verlenen aan de komst van snellaadvoorzieningen bij benzinestations en/of wegrestaurants op diezelfde locaties. Vordering afgewezen. De exploitanten hebben geen recht verkregen om met uitsluiting van anderen laadpalen te exploiteren. De Staat handelt ook niet in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur door toestemming te geven aan benzinestationhouders en/of wegrestaurants om een energielaadpunt als aanvullende voorziening te realiseren.

IEF 17451

HvJ EU: Overeenkomst tussen farmaceutische groep is een mededingingsbeperking "naar strekking"

HvJ EU 23 jan 2018, IEF 17451; ECLI:EU:C:2018:25 (F. Hoffmann-La Roche), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-overeenkomst-tussen-farmaceutische-groep-is-een-mededingingsbeperking-naar-strekking

HvJ EU 23 januari 2018, IEF 17451; IEFbe 2463; LS&R 1561; ECLI:EU:C:2018:25; C-179/16 (F. Hoffmann-La Roche) Mededingingsrecht. Uit het persbericht: The agreement between the pharmaceutical groups Roche and Novartis designed to reduce the use of Avastin in ophthalmology and to increase the use of Lucentis might constitute a restriction of competition ‘by object’

IEF 16992

Conclusie AG: selectieve distributiestelsels voor verkoop van luxe artikelen die tot doel hebben het 'luxe-imago' in stand te houden, vormen in beginsel een met artikel 101 lid 1 VWEU verenigbare mededingingsfactor

HvJ EU 26 jul 2017, IEF 16992; ECLI:EU:C:2017:603 ( Coty tegen Parfümerie Akzente ), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-ag-selectieve-distributiestelsels-voor-verkoop-van-luxe-artikelen-die-tot-doel-hebben-het

Conclusie AG HvJ EU 26 juli 2017, IEF 16992; IEFbe 2281; C-230/16; ECLI:EU:C:2017:603 (Coty tegen Parfümerie Akzente) Zie eerder [IEF 16093]. Mededinging. Selectieve distributie. Contractbepaling op grond waarvan het detailhandelaren verboden is bij onlineverkoop een niet-erkende derde in te schakelen.

Conclusie AG:
1) Selectieve distributiestelsels voor de verkoop van luxe en prestigieuze artikelen die primair tot doel hebben het ‚luxe-imago’ van de artikelen in stand te houden, vormen een met artikel 101, lid 1, VWEU verenigbare mededingingsfactor, mits de distributeurs worden gekozen op basis van objectieve criteria van kwalitatieve aard die voor alle potentiële wederverkopers uniform worden vastgesteld en zonder discriminatie worden toegepast, de aard van het betrokken product, waaronder het prestigieuze imago, selectieve distributie ter waarborging van het behoud van de kwaliteit en het juiste gebruik van het product noodzakelijk maakt, en de vastgestelde criteria niet verder gaan dan noodzakelijk is.