wet op de vaste boekenprijs

IEF 16140

Advies individuele promotieacties boekverkopers

Brief CvdM aan Minister OCW (advies individuele promotieacties boekverkopers)
Wet vaste boekenprijs. In uitvoering van de motie over gratis verstrekking door boekverkoper van producten bij aanschaf van een boek, is vrijdag 15 juli heeft minister van OCW een brief naar de Tweede Kamer gestuurd over individuele acties door boekverkopers. Het Commissariaat voor de Media heeft op verzoek van eind 2015 in zijn rol als toezichthouder op de Wet op de vaste boekenprijs advies uitgebracht.

 

IEF 15304

Geen afbreuk aan wettelijk voorgeschreven gratis schoolboeken

Hof Amsterdam 6 oktober 2015, IEF 15304; ECLI:NL:GHAMS:2015:4079 (moeder leerling tegen Stichting KVO in de Haarlemmermeer)
Als randvermelding. Gratis schoolboeken in het voortgezet onderwijs. Scholen mogen aan verstrekking lesmateriaal geen voorwaarden verbinden die feitelijk afbreuk doen aan of inbreuk maken op het wettelijk voorgeschreven gratis karakter van die verstrekking. Gestelde voorwaarde dat overeenkomst van bruikleen wordt aangegaan in beginsel toelaatbaar. Artikel 6 e Wet op het voortgezet onderwijs.

3.3. Als voorwaarde voor het genoemde ter beschikking stellen van lesmateriaal verlangt de Stichting dat de wettelijke vertegenwoordiger van de betrokken – minderjarige – leerling met haar en Iddink een overeenkomst van bruikleen betreffende dat materiaal aangaat. Hiertoe hanteert zij een – schriftelijke – modelovereenkomst, bestaande uit een ‘bruikleenverklaring gratis schoolboeken’ met bijbehorende ‘algemene voorwaarden inzake het leveren en ter beschikking stellen van leermiddelen en daarmee samenhangende diensten’.

3.4. [appellante] heeft – het hof begrijpt: als wettelijke vertegenwoordiger van [leerlinge] – geweigerd de door de Stichting verlangde overeenkomst aan te gaan. In e-mailcorrespondentie daarover tussen haar en de Stichting daterend uit juni-juli 2013 heeft zij onder andere geschreven: ‘Aangezien ik principieel geen contracten wil tekenen, anders dan waar ik zelf voor kies, heb ik hier dan ook een probleem mee.’ (…) ‘Het wel of niet meedoen aan de collectieve boekenbestelling ontslaat uw school niet van de verplichting om de boeken op tijd aan te bieden.’ (…) ‘Het is schokkend te moeten ervaren dat u mij, tegen mijn wil in, een contract wil afdwingen, waarvan u niet wilt of kan aantonen dat zoiets wettelijk is.’

3.9. Artikel 6 e WVO is getiteld ‘Beschikbaarstelling lesmateriaal aan leerlingen’ en luidt als volgt:
‘1.    Het bevoegd gezag stelt elk leerjaar om niet aan een leerling lesmateriaal ter beschikking.
2.    Onder lesmateriaal wordt verstaan: lesmateriaal dat naar vorm en inhoud is gericht op informatieoverdracht in onderwijsleersituaties en waarvan het gebruik binnen het onderwijsaanbod door het bevoegd gezag specifiek voor het desbetreffende leerjaar is voorgeschreven.’
Onder ‘bevoegd gezag’ wordt – naar volgt uit artikel 1 in verbinding met artikel 49, eerste lid, WVO – in het geval van, zoals hier, een bijzondere school verstaan de rechtspersoon onder wiens bestuur de school staat, dus – hier – de Stichting. Onder ‘om niet’ wordt – blijkens de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel waarin het aangehaalde artikel is opgenomen – verstaan ‘gratis’. Onder ‘lesmateriaal’ wordt – opnieuw blijkens de Memorie van Toelichting – mede begrepen de voor een bepaald schooljaar voorgeschreven schoolboeken, zoals de schoolboeken waarvan [appellante] afgifte vordert.

3.11. De door de Stichting gestelde voorwaarde voor het ter beschikking stellen van lesmateriaal dat [appellante] – als wettelijke vertegenwoordiger van [leerlinge] – met haar en Iddink een overeenkomst van bruikleen aangaat, houdt niet in een met artikel 6 e, eerste lid, WVO onverenigbare voorwaarde zoals hierboven bedoeld. Een overeenkomst van bruikleen zoals door de Stichting verlangd bevat in hoofdzaak voorschriften betreffende het gebruik van het verstrekte lesmateriaal, een verplichting tot teruggave daarvan na verloop van tijd en een vergoedingsregeling voor het geval aan het lesmateriaal schade wordt toegebracht of dit niet wordt teruggeven, een en ander zoals in de onder 3.3 genoemde modelovereenkomst uitgewerkt. Zulke bedingen doen op zichzelf niet af aan het uitgangspunt dat het lesmateriaal gratis ter beschikking moet worden gesteld. Een – met dit uitgangspunt strijdige – ‘tegenprestatie’ kan, anders dan [appellante] meent, in de gestelde voorwaarde redelijkerwijs niet worden gelezen. De voorwaarde ziet op de uitvoering van het bepaalde in artikel 6 e, eerste lid, WVO en laat deze bepaling overigens onverlet.

3.12. Artikel 6 e, eerste lid, WVO bepaalt niet dat het lesmateriaal bij wijze van gift moet worden verstrekt, uit de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel waarin het artikel is opgenomen valt dat evenmin af te leiden en ook [appellante] stelt dit niet. Wel vermeldt de Memorie van Toelichting uitdrukkelijk dat scholen met de ouders – van minderjarige leerlingen – een regeling kunnen treffen met als doel dat leerlingen netjes met het hun verstrekte lesmateriaal zullen omgaan.
IEF 12177

Een cashbacksysteem is niet in strijd met de vaste boekenprijs

HR 21 december 2012, LJN BX9019 (CvdM tegen SplinQ B.V.)

Uitspraak mede ingezonden door Jacqueline Seignette en Anneke Stekelenburg, Höcker advocaten.

In navolging van IEF 9786 en LJN BN6312. Wet op de vaste boekenprijs. Reclame. E-commerce. Cashback.

SplinQ exploiteert een advertentiesite voor diverse producten met een cashbackfaciliteit. De geregistreerde koper ontvangt een deel van koopprijs terug als tegoed, in de regel de helft van koopprijs. Het hof oordeelt, anders dan de rechtbank, dat er geen sprake is van een overtreding van artikel 6 lid 1 eerste volzin Wet op de vaste boekenprijs. Er is geen samenwerking of afspraak tussen de boekverkoper en de exploitant, noch een bijzondere of bovenmatige vergoeding voor het plaatsen van een advertentie. HR: Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste opvatting omtrent de Wvbp, noch is het onbegrijpelijk.

De Wvbp geeft blijkens de Memorie van Toelichting regels voor de prijsvorming van boeken ter voorkoming van prijsconcurrentie, met het oog op de brede beschikbaarheid van het boek, de diversiteit en pluriformiteit van de daarin vervatte informatie en de toegankelijkheid daarvan in aanbod, in keuze en in afname. Het is - in beginsel - een inbreuk op de beginselen van vrije mededinging en vrij verkeer van goederen en diensten. Een extensieve uitleg van de Wvbp, waardoor de boekverkoper verantwoordelijk wordt voor het door derde toegepast beloningssysteem staat op gespannen voet met de beginselen van rechtszekerheid en legaliteit.

Het hof oordeelt dat er, zoals beschreven, een transactie plaatsvindt tussen boekverkoper en eindafnemer tegen de vaste boekenprijs. De omstandigheid dat die transactie tot stand komt door tussenkomst van een derde (in dit geval SplinQ) - die via een cashbacksysteem een deel van de van de boekverkoper ontvangen advertentie-inkomsten in het kader van een beloningssysteem ten goede laat komen aan de eindafnemer - doet daaraan naar zijn oordeel niet af.

3.4. (...) Het hof heeft in rov. 4.4 terecht tot uitgangspunt genomen dat de Wvbp regels geeft voor de prijsvorming van boeken ter voorkoming van prijsconcurrentie, met het oog op de brede beschikbaarheid van het boek, de diversiteit en pluriformiteit van de daarin vervatte informatie en de toegankelijkheid daarvan in aanbod, in keuze en in afname (vgl. Kamerstukken II, 2003-2004, 28 652, nr. 9, p. 5 e.v.). Die doelstelling zou volgens de wetgever door prijsconcurrentie worden ondergraven, reden waarom hij door middel van de vaste boekenprijs prijsconcurrentie in het boekenvak beoogt tegen te gaan.
Het hof heeft voorts geoordeeld dat het systeem van de vaste boekenprijs in beginsel een inbreuk vormt op de beginselen van de vrije mededinging en het vrij verkeer van goederen en diensten die ten grondslag liggen aan het handelsverkeer in de Europese Unie, zodat het niet in de rede ligt de wettelijke regeling extensief uit te leggen. Dit oordeel is juist. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat een extensieve uitleg van de regeling in de Wvbp, waardoor de boekverkoper verantwoordelijk wordt voor het door een derde (in dit geval: SplinQ) toegepaste beloningssysteem, op gespannen voet staat met de beginselen van rechtszekerheid en legaliteit.

3.5 Het hof heeft geoordeeld dat de gang van zaken, zoals hiervoor in 3.1 onder (i) tot en met (iv) beschreven, neerkomt op een transactie tussen de boekverkoper en de eindafnemer waarbij de eerste aan de laatste een boek verkoopt voor de vaste boekenprijs.
De omstandigheid dat die transactie tot stand komt door tussenkomst van een derde (in dit geval SplinQ) - die via een cashbacksysteem een deel van de van de boekverkoper ontvangen advertentie-inkomsten in het kader van een beloningssysteem ten goede laat komen aan de eindafnemer - doet daaraan naar zijn oordeel niet af. Gelet op hetgeen hiervoor in 3.4 is overwogen, geeft dat oordeel niet blijk van een onjuiste opvatting omtrent de Wvbp, noch is het onbegrijpelijk. Voor een zo vergaande verantwoordelijkheid van de boekverkoper als door het Commissariaat bepleit - die zich zou uitstrekken tot de werkwijze van een derde (in dit geval SplinQ) - biedt de Wvbp geen wettelijke grondslag. Uitgaande van zijn hiervoor in 3.4, tweede alinea, gegeven oordeel heeft het hof met juistheid geoordeeld dat een beroep op de algemene doelstelling van de Wvbp niet volstaat.
De klachten van het middel stuiten hierop af.

Op andere blogs:
Cassatieblog (“Cashback”-systeem bij verkoop boeken via internet niet in strijd met Wet op de vaste boekenprijs)
Van Till-blog (Cash back bij boeken: geen strijd met de vaste boekenprijs)

IEF 11698

Geen combinatieboekenprijs voor Millenniumtrilogie

Rechtbank Utrecht 21 augustus 2012, zaaknr. SBR 10/3867 (ECI voor boeken en platen B.V. tegen Commissariaat voor de Media)

Overtreding art. 10 Wet op de vaste boekenprijs. Boekenclubkorting.

Op haar website adverteert ECI met een actie waarbij de drie delen van de Millenniumtrilogie van Stieg Larsson als combinatie worden aangeboden voor € 24,95. De vastgestelde boekenclubprijs is opgeteld €32,94 (€9 + 2x €11,97). Dit is een verstoring van de concurrentie tussen uitgevers en verkopers en een ernstige overtreding. De Wvbp en het Besluit vaste boekenprijs kennen niet de mogelijkheid voor de uitgever of importeur om voor de boekenclub een combinatieprijs vast te stellen die geldt bij gelijktijdige levering door deze boekenclub van meerdere titels aan haar leden.

De rechtbank Utrecht heeft op 21 augustus uitspraak gedaan in het beroep van ECI tegen het besluit van het Commissariaat over een actie met de Millenniumtrilogie (Sanctiebesluit met kenmerk: 21169/2010006861). De rechtbank deelt het oordeel van het Commissariaat dat er geen andere boekenclubprijs geldt in de periode dat voor een boek een actieprijs van toepassing is en verklaarde het beroep van de boekenclub ongegrond.

Het Commissariaat had ECI terecht een boete van € 15.000,- opgelegd omdat de boekenclub bij verkoop van de boeken uit de Millenniumtrilogie niet de door de uitgever vastgestelde (bijzondere) boekenclubprijs had toegepast. De rechtbank oordeelt dat met de vaststelling van een actieprijs de boekenclubprijs niet is vervallen en dat er geen nieuwe boekenclubprijs had mogen worden afgeleid van de actieprijs. De vaststelling van de actieprijs had kort gezegd geen invloed op de boekenclubprijs.

23. Verweerder heeft meegewogen dat eiseres tijdens de actie een groot aantal boeken van de Milleniumtrilogie heeft verkocht. Het gaat hier om meer dan 500 exemplaren, waarmee aan één van de aspecten genoemd in  1.7 is voldaan. Anders dan eiseres betoogt is wel degelijk sprake geweest van een verstoring van de concurrentie tussen uitgevers en verkopers. Het ging hier om een serie bestaande uit drie bestsellers: alle drie de titels waren in de top 10 genoteerd ten tijde van de actie, waarvan er veel zijn verkocht. Ook dit aspect valt onder 1.7 van de beleidslijn te categoriseren. Dat de actie minder dan een weeks heeft geduurd, maakt niet dat van een verstoring van de concurrentie geen sprake is. Weliswaar is één van de aspecten van 1.7 dat de overtreding plaatsvindt gedurende ten minste één week maar minder dan twee weken, maar zoals verweerder ter zitting heeft toegelicht, is dit slechts één van de factoren die een rol speelt. Tegenover de korte duur van de actie staat dat eiseres het ongeoorloofde aanbod waarvan gebruik is gemaakt, op meer dan alleen regionale schaal heeft gedaan door gebruik te maken van twee media-instrumenten, te weten de website en de mailing naar trouwe klanten. Het standpunt van eiseres dat de aanbieding maar gold in één vesting, te weten de internetwinkel, volgt de rechtbank niet. Nog afgezien van het feit dat de internetwinkel landelijke dekking heeft, heeft de gemachtigde van eiseres ter zitting desgevraagd verklaard dat ook leden die ten tijde van de actie in die hoedanigheid een aankoop deden in de filialen van eiseres automatisch de lagere prijs betaalden. Dat in die filialen geen reclame zou zijn gemaakt, doet daaraan niet af. Verweerder heeft de overtreding terecht aangemerkt als een ernstige overtreding in categorie B en de daarbij behorende boete van €15.000,- opgelegd.

IEF 11296

Wetswijziging Wet op de vaste boekenprijs niet controversieel

In't nieuws: De Eerste Kamer heeft dinsdag 8 mei j.l. besloten geen wetsvoorstellen in verband met de demissionaire status van het kabinet Rutte controversieel te verklaren. Hieronder valt onder andere het voorstel dat schriftelijk is voorbereid door de Eerste Kamercommissie voor OCW: Wijziging van de Wet op de vaste boekenprijs in verband met de evaluatie van die wet. De plenaire behandeling van dit voorstel is nog niet geagendeerd. De Eerste Kamercommissie levert op 15 mei 2012 inbreng voor het nader voorlopig verslag.

De aanleiding voor deze wijzigingen is de eerste evaluatie van deze wet. Het betreft de volgende wijzigingen: de zogenoemde werknemerskorting wordt (her-)ingevoerd (1), de vaste prijs voor uit het buitenland geïmporteerde bladmuziekuitgaven die in het buitenland zijn uitgegeven wordt afgeschaft (2) en de wet wordt ook van toepassing op buitenlandse verkopers die boeken of muziekuitgaven uit Nederland importeren en deze vervolgens rechtstreeks aan eindafnemers in Nederland verkopen (3).

Behalve de genoemde voorstellen voor wijziging bevat het wetsvoorstel nog enkele wijzigingen van meer technische aard. Deze aanpassingen vloeien voort uit de uitvoeringspraktijk van het Commissariaat voor de Media.

Afbeelding gelinkt van Eerste Kamer.nl

IEF 10573

Uitvoerbaarheid en haalbaarheid vaste prijs e-books

Joost Poort e.a., Digitaal gebonden. Onderzoek naar de functionaliteit v an een vaste prijs voor het e-boek, SEO Amsterdam (&Ivir) 2011.

p. 6. De onderzoeksvragen naar de uitvoerbaarheid en haalbaarheid van een vaste prijs voor het e-boek zijn juridisch van aard en luiden als volgt:

  • - Is het mogelijk het e-boek op een eenduidige manier te definiëren? 
    - Is het mogelijk het wetenschappelijke e-boek dat (mede) bestemd is voor de algemene markt begripsmatig af te bakenen van het e-boek dat uitsluitend bestemd is voor de professionele markt?
    - Is een vaste prijs voor het e-boek verenigbaar met het Europese recht en is prijsbinding voor buitenlandse aanbieders handhaafbaar? 
    - Wat is de te verwachten ontwikkeling van piraterij en de mogelijke relatie met een vbp? 
    - Is een vbp voor e-boeken handhaafbaar?

(pagina i) Sinds 2005 kent Nederland een wettelijke vaste prijs voor gedrukte boeken in de Nederlandse en Friese taal. Uitgevers zijn verplicht om voor nieuwe boeken een verkoopprijs vast te stellen waar alle verkopers zich aan moeten houden. De vaste prijs geldt voor onbepaalde duur, maar na een half jaar mag de uitgever de vaste prijs aanpassen en na een jaar mag hij besluiten de vaste prijs op te heffen. De Wet op de vaste boekenprijs (Wvbp) beoogt op deze wijze bij te dragen aan een pluriform titelaanbod, de brede beschikbaarheid van het boek en publieksparticipatie (koop- en leesgedrag).

Met de opkomst van het e-boek dient zich de vraag aan of het mogelijk en wenselijk is om ook voor het e-boek een wettelijke vaste prijs te introduceren. Dit rapport onderzoekt de haalbaarheid en handhaafbaarheid van een vaste prijs voor het e-boek (vbp-e). Ook is de functionaliteit geanalyseerd ten aanzien van de pluriformiteit en brede beschikbaarheid van het aanbod, de marktstructuur van het boekenvak en de diversiteit en beschikbaarheid van gedrukte boeken.

Uit de analyses blijkt dat het hier complexe en onzekere materie betreft. De juridische inkadering roept diverse fundamentele vragen op en is onderwerp van onderzoek op Europees niveau. Ontwikkelingen in de markt zijn turbulent. Een zorgvuldige benadering en het volgen van ontwikkelingen is daarom te verkiezen boven te snelle interventie.

IEF 9786

In beginsel een inbreuk op de beginselen

Hof Amsterdam 14 juni 2011, LJN BQ8050 (Splinq B.V. tegen Commissariaat voor de Media)

In navolging van LJN BN6312.

Wet op de vaste boekenprijs. Reclame. E-commerce. Cashback. SplinQ exploiteert advertentiesite voor diverse producten met een cashbackfaciliteit (geregistreerde koper ontvangt deel van koopprijs terug als tegoed, in de regel de helft van koopprijs). Overtreding artikel 6 lid 1 eerste volzin Wet op de vaste boekenprijs?

Boekverkoper verleend geen korting aan eindafnemer, maar plaatst advertentie op een site. Derde (website-exploitant) geeft deel aan advertentie-opbrengst door in het kader van een algemeen beloningssysteem. Geen samenwerking of afspraak tussen boekverkoper en exploitant, noch bijzondere of bovenmatige vergoeding voor plaatsen van advertentie. Dus geen overtreding Wvbp, verklaring voor recht. Proceskostenveroordeling Commissariaat van de Media.

4.1 (...) De cashbackconstructie van SplinQ is volgens de rechtbank in strijd is met dat gesloten stelsel omdat de eindafnemer via SplinQ feitelijk een korting krijgt op de aanschaf van een boek, die afkomstig is van door de boekverkoper aan SplinQ betaalde gelden. Een ander oordeel zou volgens de rechtbank ertoe leiden dat de Wvbp eenvoudig zou kunnen worden ontdoken. De cashbackconstructie is volgens de rechtbank niet in overeenstemming met het doel en de strekking van de Wvbp omdat die constructie leidt tot door de wetgever onwenselijk geachte prijsconcurrentie en de internetboekhandel blijkens de wetsgeschiedenis geen bijzondere positie inneemt.

4.4 (...) Prijsconcurrentie ondergraaft volgens de wetgever deze doelstellingen en met het systeem van de vaste boekenprijs beoogt de wetgever prijsconcurrentie in het boekenvak tegen te gaan. Het systeem vormt aldus in beginsel een inbreuk op de beginselen van de vrije mededinging en het vrij verkeer van goederen en diensten, die ten grondslag liggen aan het handelsverkeer in de Europese Unie. Dat brengt mee dat het niet in de rede ligt de wettelijke regeling extensief uit te leggen.

4.6 In het onderhavige geval waarin de eindafnemer via een advertentie op een website van SplinQ bij de webwinkel van de boekverkoper terecht is gekomen, heeft de boekverkoper de vaste boekenprijs aan de eindafnemer in rekening gebracht en heeft de eindafnemer de vaste boekenprijs aan de boekverkoper betaald. De boekverkoper heeft daarbij geen korting aan de eindafnemer verleend. Enkel heeft de boekverkoper door tussenkomst van een netwerkplatform advertenties doen plaatsen op – onder meer – een website van SplinQ. Het is een derde, de website-exploitant SplinQ, die aan de eindafnemer een deel van de ontvangen advertentie-opbrengst heeft doorgegeven, in het kader van een algemeen beloningssysteem voor aankopen die consumenten via die website tot stand brengen. Daarbij is geen sprake geweest van samenwerking of afspraken tussen de boekverkoper en de website-exploitant en is evenmin een bijzondere of bovenmatige vergoeding voor het plaatsen van de advertenties betaald. De website heeft verder niet specifiek betrekking op boeken. Evenmin heeft de website-exploitant, die zelf geen boekverkoper is, zich schuldig gemaakt aan een door de wet verboden praktijk.

4.7 Naar het oordeel van het hof strekt de verantwoordelijkheid van de boekverkoper in het kader van de Wvbp om de vaste boekenprijs toe te passen, zich niet uit tot de wijze waarop SplinQ als website-exploitant, op wiens website door toedoen van de internetplatforms advertenties ten behoeve van de boekverkoper worden geplaatst, de ontvangen advertentie-inkomsten besteedt door deze in het kader van een algemeen beloningssysteem deels aan zijn publiek door te geven teneinde dat publiek aan zijn website te binden. Die wijze van besteding is de eigen keuze en verantwoordelijkheid van SplinQ als website-exploitant, waarover de boekverkoper in de gegeven omstandigheden geen zeggenschap heeft en die de boekverkoper niet aangaat. Indien de verantwoordelijkheid van de boekverkoper zo ver strekt dat hij rekening moet houden met derden die de verkoop van boeken betrekken in een algemeen voor hun website geldend beloningssysteem, zoals hier aan de orde is, had de wet daarvoor een uitdrukkelijke grondslag moeten bieden. Een beroep op de algemene doelstellingen van de wet volstaat niet. Dat geldt temeer nu niet evident is dat die doelstellingen worden ondergraven doordat naast de aankopen van tal van andere producten ook de aankopen van boeken meetellen in dergelijk algemeen beloningssysteem. Evenmin volstaat een beroep op het als gesloten bedoelde systeem van de vaste boekenprijs, omdat dit systeem zich richt op de door de boekverkoper in diens verhouding tot de eindafnemer te hanteren prijs en niet op het handelen van derden met betrekking tot boekverkopen, voor welk handelen de boekverkoper niet verantwoordelijk kan worden gehouden.

Lees de uitspraak hier (link / pdf)
Wet op de vaste boekenprijs