Uitspraak ingezonden door Sabin Tigu & Evianne Roos, Ploum.
Modelinbreuk via dropshipping: rb. Den Haag passeert verweren over art. 21 Rv en misbruik van procesrecht
Rb. Den Haag 13 mei 2026, IEF 23573; C/09/690949 (Graypants tegen Venema). In deze zaak tussen Graypants en Venema (handelend onder de naam Neora) staat de vraag centraal of het aanbieden van een LED-tafellamp via een dropshipwebsite inbreuk maakt op het Uniemodel van Graypants en, in het verlengde daarvan, of Graypants nog belang heeft bij haar vorderingen nadat de vermeende inbreuk al was gestaakt en een onthoudingsverklaring was afgegeven. Graypants is houder van een geregistreerd Uniemodel voor de zogeheten Wick-lamp. Venema exploiteert een webshop waarop onder meer de “Olyx – Moderne LED tafellamp” werd aangeboden. Volgens Graypants wekt dit product dezelfde algemene indruk als haar Wick-model. Na sommatie heeft Venema het product van de website verwijderd. Partijen hebben vervolgens onderhandeld over een minnelijke regeling, waarbij Graypants onder meer een onthoudingsverklaring en vergoeding van juridische kosten verlangde. Venema weigerde die kosten te betalen, maar stuurde uiteindelijk wel een, beperkter, ondertekende onthoudingsverklaring waarin hij expliciet erkent inbreuk te hebben gemaakt en toezegt iedere verdere inbreuk te staken, op straffe van een boete. Omdat geen overeenstemming werd bereikt over de kosten, startte Graypants een bodemprocedure waarin zij onder meer een stakingsbevel, opgave van verkoopgegevens, rectificatie, schadevergoeding en een volledige proceskostenveroordeling vordert. Venema voert als kernverweer dat Graypants geen belang meer heeft bij haar vorderingen, nu de inbreuk al is gestaakt en grotendeels aan de verlangde maatregelen is voldaan. Volgens hem is de procedure uitsluitend ingesteld om een proceskostenveroordeling te verkrijgen, hetgeen strijd zou opleveren met artikel 21 Rv en neerkomt op misbruik van procesrecht. De rechtbank stelt voorop dat, gelet op de door Venema ondertekende onthoudingsverklaring, tussen partijen vaststaat dat sprake is van inbreuk op het Wick-model. De daarin opgenomen erkenning van de modelrechten en de inbreuk daarop, alsmede de toezegging om deze te staken, maken dat dit punt geen nadere inhoudelijke beoordeling meer vergt. Eventuele nietigheidsverweren tegen het model blijven buiten beschouwing, nu geen reconventionele nietigheidsvordering is ingesteld en de geldigheid van het model daarom wordt verondersteld. Het verweer dat Graypants geen belang meer heeft bij haar vorderingen wordt verworpen.