IEF 19810

Geen verhoging van proceskosten in kort geding

Vzr. Rechtbank Rotterdam 23 februari 2021, IEF 19810, ECLI:NL:RBROT:2021:1689 (Woningborg tegen Gebr. de Langen) Gedaagde is niet op komen dagen en verstek is verleend. Eiseres heeft haar vordering verminderd en verzoekt gedaagde slechts tot betaling van haar proceskosten. Deze moeten dan wel verstaan worden als reële proceskosten, gebaseerd op onder andere haar eigen algemene voorwaarden. De voorzieningenrechter houdt echter vast aan de regeling Indicatietarieven in IE-zaken en komt tot de conclusie dat er geen sprake is van een bijzonder geval waarin verhoging van de kosten op zijn plaats zou zijn. De proceskosten worden dan ook uiteindelijk door haar vastgesteld conform het toepasselijke liquidatietarief.

2.5. Gelet op de Indicatietarieven is de onderhavige zaak aan te merken als een zeer eenvoudige zaak. Dit betekent dat toepassing van de primaire grondslag leidt tot begroting van de proceskosten conform het toepasselijke liquidatietarief.

2.7. Uit deze (algemene) voorwaarde kan niet worden afgeleid dat partijen over de hoogte van de kosten voor deze procedure uitdrukkelijk overeenstemming hebben bereikt, zoals vereist door onderdeel 4 van de Indicatietarieven. Deze voorwaarde leidt naar het oordeel van de voorzieningenrechter ook niet tot de conclusie dat sprake is van een bijzonder geval op grond waarvan een proceskostenvergoeding boven het maximale indicatietarief toewijsbaar is, zoals bedoeld in onderdeel 7 van de Indicatietarieven. Dit geldt temeer, nu de voorwaarde er rekening mee houdt dat de kosten het door de rechter toegewezen bedrag kunnen overtreffen.