Christian Louboutin mag zich voegen in rode zoolmerkzaak
Rechtbank Den Haag 10 juni 2015, IEF 15008 (Christian Louboutin SAS tegen Christian Louboutin en Van Haren)
Uitspraak ingezonden door Wim Maas en Eelco Bergsma, Deterink. Meer Louboutin-zoolmerkuitspraken. Van Haren vordert nietigverklaring Benelux rode zoolmerk en de doorhaling. CLS mag zich aan de zijde van Louboutin voegen ex 217 Rv.
2.2. Van Haren legt aan haar nietigheidsvordering ten grondslag dat - voor zover de rechtbank van oordeel is dat het rode zoolmerk geen tweedimensionaal beeldmerk maar een kleur- en/of vormmerk is - het rode zoolmerk nietig is omdat 1) het niet voldoet aan de strenge criteria die worden gesteld aan een kleurmerk en aan een vormmerk en aldus geen onderscheidend vermogen heeft, omdat 2) het rode zoolmerk voorts geen onderscheidend vermogen heeft omdat het gebruik van een rode kleur voor schoenzolen in het algemeen bekend is in de modewereld en omdat 3) het door Louboutin als merk ingeschreven teken wezenlijke waarde aan de waar geeft als bedoeld in artikel 2.1 lid 2 van het Benelux- Verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen) (BVIE).
4.1. Krachtens het bepaalde in artikel 217 Rv kan ieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding, vorderen zich daarin te mogen voegen of te mogen tussenkomen. Voor het aannemen van belang van een interveniërende partij bij voeging — waarbij de derde zich aan de zijde van een van de partijen voegt en toewijzing of afwijzing van de vordering in de hoofdzaak beoogt — is voldoende dat een ongunstige uitkomst van de procedure voor de partij, aan wiens zijde de derde zich voegt, de rechtspositie van die derde nadelig kan beïnvloeden (zie HR 14 maart 200$, UN: BC6692).
4.2. CLS heeft gemotiveerd gesteld dat en waarom haar rechtspositie nadelig wordt beïnvloed bij vernietiging van het rode zoolmerk. Gelet op het feit dat Van Haren noch Louboutin bezwaar heeft tegen de gevorderde voeging, evenmin als tegen de vordering de zaak te verwijzen voor het nemen van een akte door CLS, staat ook overigens niets aan toewijzing van deze vorderingen in de weg. Deze zullen derhalve worden toegewezen.
Brussel I. Verweerster is houdster van het in Roemenië ingeschreven merk TASER International. In 2008 zijn twee overeenkomsten tussen partijen gesloten over de niet-exclusieve distributie van verzoeksters producten waarbij verbintenissen zijn aangegaan om alle merken die verweerders in Roemenië hadden laten inschrijven of waarvan zij de inschrijving in Roemenië hadden gevraagd en die bestonden in de merken en de handelsnaam van verzoekster, aan verzoekster over te dragen. Die verbintenis wordt blijkbaar door verweerders niet nagekomen want in mei 2011 vonnist de Rb Boekarest dat verweerders de contractuele verplichtingen dienen na te komen. Daar bleek dat verweerders weigeren de verbintenis uit te voeren omdat verzoekster haar verbintenis tot betaling van de prijs voor de overdracht niet is nagekomen. Verweerders beroep (uitspraak april 2013) slaagt niet. De zaak ligt nu voor in cassatie. Partijen zijn het niet eens over de bevoegde rechter. In de overeenkomsten is een bepaling opgenomen dat bij uitsluiting de gerechten in Arizona/VS bevoegd zijn. Op grond daarvan meent verzoekster dat de bevoegdheidsbepalingen van het internationale privaatrecht niet van toepassing zijn. Verweerders menen dat dit wel het geval is.
Beschikking ingezonden door Thomas Kriense,
Het Australische Hygro vordert verklaring voor recht dat Futurecare c.s. inbreuk maken op 
Uitspraak ingezonden door Denise Hennen,
Procesrecht. Incident tot (onder)vrijwaring. In de oorspronkelijke merkenrechtelijke hoofdzaak [
Procesrecht. Merkenrecht. Verzoekster Youssef Hassan is sinds januari 2011 licentiehoudster van KBT & Co. Ernst Kruchen agenzia commerciale sociétá (KBT) die houdster is van het gemeenschapswoordmerk „
Uitspraak ingezonden door Helen Maatjes,
Franchise. Geschil tussen supermarktfranchisegever en franchisenemers na opzegging c.q. ontbinding van de franchiseovereenkomsten door de franchisegever. Vorderingen ex artikel 843a Rv. Eisvermeerdering is in strijd met de in beginsel strakke twee conclusie-regel. Het Hof vernietigt het vonnis voor zover inzage werd bevolen in de Compensatie- en aanvullende Goodwillregeling. Jumbo moet afschriften verstrekken van de franchiseovereenkomsten en afspraken met franchisenemer om de C1000-supermarkt in vestigingsplaats X om te bouwen tot een Jumbo en de verplaatsing c.q. verkoop van de exploitatie aan Jumbo of een derde. Jumbo mag bedrijfsvertrouwelijke gegevens weglakken.