IEF 19120

Frans-Jan Hulsbergen: the saga continues, het embedden van content en het auteursrecht

Al jarenlang bestaat discussie over de vraag of het embedden van auteursrechtelijke werken op het internet een auteursrechtinbreuk oplevert of niet. Recentelijk heeft de Rechtbank Amsterdam (Rb. Amsterdam 12 maart 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:1721) geoordeeld dat het feit dat een foto en een recept embedded waren op een website, niet in de weg staat aan het oordeel dat sprake was van een auteursrechtinbreuk [IEF 19104]. Als deze uitspraak gevolgd wordt, zou dit grote gevolgen hebben voor de mogelijkheid van het embedden van auteursrechtelijk beschermde content. In deze blog bespreekt Frans-Jan Hulsbergen wat embedden precies is en hoe in de (Europese) rechtspraak tegen het embedden van auteursrechtelijk beschermde content wordt aangekeken.

Lees verder op Lepoolebekema.nl.

IEF 19119

HvJ EU: geen gebruik merken voor eigen commerciële communicatie

HvJ EU 2 apr 2020, IEF 19119; ECLI:EU:C:2020:267 (Coty tegen Amazon), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-geen-gebruik-merken-voor-eigen-commerci-le-communicatie

HvJ EU 2 april 2020, IEF 19119, IEFbe 3062; ECLI:EU:C:2020:267 (Coty tegen Amazon) Prejudiciële beslissing in het kader van een geding tussen Coty Germany GmbH enerzijds en Amazon Services Europe Sàrl, Amazon Europe Core Sàrl, Amazon FC Graben GmbH en Amazon EU Sàrl anderzijds betreffende de verkoop op een marktplaats van de website www.amazon.de, door een derde verkoper, zonder toestemming van Coty, van parfumflesjes waarvoor de aan het betrokken merk verbonden rechten niet zijn uitgeput.
Het betreft de uitlegging van artikel 9, lid 2, onder b), van verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het [Uniemerk] (PB 2009, L 78, blz. 1), in de versie van vóór de wijziging ervan bij verordening (EU) 2015/2424 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2015 (PB 2015, L 341, blz. 21), en van artikel 9, lid 3, onder b), van verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk (PB 2017, L 154, blz. 1).

IEF 19118

HvJ EU: verhuur van auto met radio is geen mededeling aan publiek

HvJ EU 2 apr 2021, IEF 19118; ECLI:EU:C:2020:268 (Stim en SAMI), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-verhuur-van-auto-met-radio-is-geen-mededeling-aan-publiek

HvJ EU 2 april 2020; IEF 19118, IEFbe 3061; ECLI:EU:C:2020:268 (Stim en SAMI) Zie ook [IEF 18245] en [IEF 18963]. Stim en Sami zijn Zweedse organisaties voor het collectieve beheer van auteursrechten en naburige rechten. Fleetmanager Sweden AB en Nordisk Biluthyrning AB zijn Zweedse autoverhuurbedrijven. Laatsgenoemden verhuren voertuigen aan bedrijven, die op hun beurt de voertuigen weer verhuren aan particulieren. De voertuigen zijn uitgerust met een radio. Houdt de verhuur van auto’s die standaard zijn uitgerust met een radio in dat de verhuurder van die auto’s een gebruiker is die een ‚mededeling aan het publiek’ in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29 respectievelijk een ‚mededeling aan het publiek’ in de zin van artikel 8, lid 2, van richtlijn 2006/115 doet?

IEF 19117

5 vragen over IE naar aanleiding van ´Zondag met Lubach´ over RUMAG

Naar aanleiding van de uitzending van tv-programma Zondag met Lubach over RUMAG beantwoordt het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom de volgende vragen:

  • Mag je berichten en quotes die online staan gewoon gebruiken?
  • Als je een quote vastlegt als merk bij BOIP, mag iemand anders die quote, of een deel daarvan, dan zomaar gebruiken?
  • Als je een citaat van iemand anders een eigen vormgeving geeft, mag je het citaat dan wel verveelvoudigen zonder toestemming?
  • In de uitzending was er regelmatig sprake van een “grijs gebied”. Wat betekent dat eigenlijk?
  • Is bescherming van intellectuele eigendom zinvol?

Lees verder op www.boip.int.

IEF 19116

Tref zo snel mogelijk een tijdelijke regeling voor virtuele zittingen in IE-zaken

Juist nu de samenleving behoefte heeft aan efficiënte rechtspraak dreigt het Corona-virus de rechtsbedeling in IE-zaken te vertragen. Een enorme wachtlijst van zaken en schade aan IE-rechten is het gevolg. Wij pleiten er daarom voor zo spoedig mogelijk een tijdelijke regeling te treffen om de rechtbanken te openen voor virtuele zittingen in IE-zaken.* Dat kan, en er is maar weinig aanpassingsvermogen voor nodig.

Het sluiten van de rechtbanken voor onbepaalde tijd vanwege het Corona-virus, maakt dat het houden van fysieke zittingen ook voor onbepaalde tijd onmogelijk is. Dit leidt tot vertraging in reeds lopende procedures, waaronder in IE-zaken. In VRO-procedures leidt het er zelfs toe dat er nu al zaken zijn waarbij van het reeds vastgelegde processchema moet worden afgeweken. Dit terwijl de VRO-procedure in het leven is geroepen een procedure te bieden waarin met behoud van processuele waarborgen op aanvaardbare en voorzienbare termijn, een bodembeslissing kan worden verkregen. Voor octrooirechten en andere IE-rechten geldt immers dat iedere dag dat een inbreuk voortduurt het IE-recht verder wordt aangetast en de schade oploopt. Juist in deze onzekere tijden, hebben houders van IE-rechten behoefte aan zekerheid. Nu de Corona-maatregelen zijn verlengd, is het van groot belang dat de overheid zo spoedig mogelijk aanvullende middelen ter beschikking stelt aan de IE-rechtspraak om in deze moeilijke tijden te kunnen blijven functioneren. Virtuele zittingen zouden hier een grote bijdrage aan kunnen leveren. De electronische middelen zijn beschikbaar, betaalbaar en praktisch goed bruikbaar. Deze mogelijkheid ongebruikt te laten liggen, leidt tot onnodige achterstanden en het onnodig onthouden van recht aan de maatschappij.

IEF 19115

Lisette den Butter en Tessa van den Ende over het Besluit kansspelen op afstand

Recently, the Remote Gambling Decree was submitted to the Dutch parliament, accompanied by two letters answering questions raised in the previous parliamentary debates relating to the plans to extend the cooling-off period by six months and to ban advertisements for (online) gambling. Lisette den Butter and Tessa van den Ende (Bird & Bird) elaborate on the regulations set out in the Remote Gambling Decree and discuss the confirmation of the extended cooling-off period and the decision not to ban advertising for online gambling.

On 3 March 2020, the Dutch Minister of Justice responsible for online gambling policy, submitted the Remote Gambling Decree (Besluit Kansspelen op afstand) (the “Decree”) to the Dutch Parliament’s lower chamber, the House of Representatives. The Decree is part of secondary legislation in which the Remote Gambling Bill (Wet Kansspelen op afstand) is further developed and completed. The Decree contains the conditions applicable to online gambling licences and lays out vital secondary regulation that applies to online gambling in the Netherlands. In addition to the Decree, the Dutch minister also published two letters answering questions which were raised in previous parliamentary debates, including relating to the cooling-off period and the decision not to ban advertising for online gambling.

Lees verder op Mediawrites.law.

IEF 19113

Dirk Visser: Teksten op truien in tijden van corona

Afgelopen zondag beschuldigde Arjan Lubach het bedrijf Rumag voor het afdrukken van gejatte teksten op t-shirts en truien en de online verkoop hiervan. Mocht Lubach dit doen? Wat zijn de geldende juridische normen omtrent het afdrukken en jatten van teksten? Kortom, hoe zit het auteursrechtelijk?

Lees hier het artikel van prof. mr. D.J. G. Visser, inclusief voetnoten.

Lees hier zijn artikel op mr-online.nl.

 

IEF 19114

Gerrie Heevel wordt nieuwe voorzitter Stichting de Thuiskopie

Mevrouw mr. Gerrie Heevel wordt per 1 januari 2021 de nieuwe onafhankelijke voorzitter van Stichting de Thuiskopie. Zij volgt daarmee Cees Vervoord op die deze functie sinds 2010 heeft bekleed en in december van dit jaar afscheid zal nemen.

Het bestuur van Stichting de Thuiskopie is verheugd dat zij Gerrie Heevel bereid hebben gevonden Cees Vervoord op te volgen. Zij heeft een lange staat van dienst in de wereld van het intellectuele eigendom en het auteursrecht in het bijzonder. Na haar studie rechtsgeleerdheid heeft zij jarenlang in de wetenschap gewerkt als onderzoeker en als docent bij de universiteit. Ook in de praktijk van het collectief beheer heeft Gerrie ervaring opgedaan, onder meer als hoofd juridische zaken bij Sena. De afgelopen jaren was en is zij als rechter en raadsheer-plaatvervanger werkzaam bij de rechtbank Rotterdam respectievelijk het gerechtshof Amsterdam. Per 1 januari 2021 gaat zij in die functies met pensioen.

IEF 19110

Conclusie P-G: toewijzing voeging aan zijde Top Logistics

14 feb 2020, IEF 19110; ECLI:NL:PHR:2020:167 (Top Logistics tegen MHCS), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-p-g-toewijzing-voeging-aan-zijde-top-logistics

Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020, IEF 19110; ECLI:NL:PHR:2020:167 (Top Logistics tegen MHCS) Zie eerder [IEF 18636]. De hoofdzaak van deze procedure betreft een geschil tussen expediteur Top Logistics en merkenhoudster MHCS c.s. Het middel van Top Logistics keert zich onder meer tegen het oordeel van het hof dat de voorzieningenrechter in eerste aanleg (i) de exhibitievordering zoals deze in appel voorlag, terecht heeft toegewezen en (ii) het stakingsbevel terecht heeft uitgevaardigd. Het gaat in dit incident tot voeging om de vraag of LB11 voldoende belang heeft om zich in dit geding in cassatie te mogen voegen aan de zijde van Top Logistics. De P-G is van mening dat zo is, zodat de voeging kan worden toegewezen.

IEF 19112

Vier wetgevingstrajecten rond auteurs- en naburig recht op politieke agenda

De Kunstenbond schrijft dat er in 2020 (en 2021) vier wetgevingstrajecten rond het auteurs- en naburig recht op de politieke agenda staan. Een aanpassing van de Wet Toezicht op Collectief Beheersorganisaties, implementatie van de veelbesproken nieuwe Auteursrecht Richtlijn, implementatie van de veel minder besproken nieuwe Omroep Richtlijn en een evaluatie van het Nederlandse Auteurscontractenrecht.

Lees verder op Kunstenbond.nl

IEF 19111

Lidl-shaver maakt geen inbreuk op de shaver van Philips

Rechtbank Oost-Brabant 25 mrt 2020, IEF 19111; ECLI:NL:RBOBR:2020:1908 (Philips tegen Lidl), http://www.ie-forum.nl/artikelen/lidl-shaver-maakt-geen-inbreuk-op-de-shaver-van-philips

Rechtbank Oost-Brabant 25 maart 2020, IEF 19111; ECLI:NL:RBOBR:2020:1908 (Philips tegen Lidl) Tot het assortiment van Philips-producenten behoort een elektrisch scheerapparaat met modelnummer RQ 320 (hierna: de Philips-shaver). Lidl verkoopt ook een elektrisch scheerapparaat van het merk Silvercrest (hierna: de Lidl-shaver). Philips vordert primair op basis van het auteursrecht een verbod jegens Lidl om inbreuk te maken en schadevergoeding, stellende dat de Philips-shaver en de Lidl-shaver in hoge mate overeenstemmen en dezelfde totaalindruk wekken. Philips weet onvoldoende aannemelijk te maken dat Lidl met de Lidl-shaver inbreuk maakt op het auteursrecht van Philips. Geoordeeld wordt dat de totaalindrukken van de Philips-shaver en van de Lidl-shaver in voldoende mate van elkaar verschillen. Zo is de Philips-shaver iets langer en bij het bovenste gedeelte van het handvat – onder de scheerkop – iets slanker dan de Lidl-shaver. Philips vordert subsidiair een verbod op het gebruik van de gewraakte promotionele afbeeldingen van de shaver van Lidl op de website, de verpakking en in de gebruiksaanwijzing van de Lidl-shaver. Geoordeeld wordt dat Lidl met haar promotiemateriaal van de Lidl-Shaver geen inbreuk maakt op het auteursrecht dat Philips op haar shaver heeft. De afbeelding van de Lidl-shaver in het promotiemateriaal wekt namelijk niet dezelfde totaalindruk als de Philip-shaver. Ook voor de gebruikte afbeeldingen van de Lidl-shaver geldt dat het een meer grove, robuuste en degelijke indruk wekt tegenover de meer elegante en luxere uitstraling van de Philips-Shaver. Alle vorderingen van Philips worden afgewezen.

IEF 19101

Verzoek tot verwijdering URL uit Google Search afgewezen

Rechtbank Amsterdam 23 dec 2019, IEF 19101; ECLI:NL:RBAMS:2019:9887 (Tandarts tegen Google), http://www.ie-forum.nl/artikelen/verzoek-tot-verwijdering-url-uit-google-search-afgewezen

Rechtbank Amsterdam 23 december 2019, IEF 19191, IT 3084 ; ECLI:NL:RBAMS:2019:9887 (Tandarts tegen Google) Eiser is tandarts met een praktijk in Duitsland en Nederland. Hij heeft opgetreden in twee televisieprogramma’s. In het verleden zijn aan eiser tuchtmaatregelen opgelegd. Eiser verzocht Google een aantal URL’s inzake 'tuchtrechtelijke veroordeling tandarts' te verwijderen uit haar zoekresultaten. Google heeft dit verzoek voor een paar resultaten ingewilligd. Voor de overige URL’s verzoekt eiser nu verwijdering in deze verzoekschriftprocedure. Het standpunt van Google dat enkel sprake is van verwerking persoonsgegevens bij een zoekopdracht 'die uitsluitend de volledige naam bevat' en niet bij een zoekopdracht 'met een volledige naam in combinatie met een bepaalde zoekterm' vindt geen steun in het Costeja-arrest.

IEF 19109

Ruud van der Velden: High Point/KPN - venijn in de staart?

, IEF 19109; http://www.ie-forum.nl/artikelen/ruud-van-der-velden-high-point-kpn-venijn-in-de-staart

Op 14 februari 2020 heeft de Hoge Raad eindarrest gewezen in de zaak High Point/KPN, [IEF 19018].  De Hoge Raad bekrachtigde het arrest van het hof van 5 juni 2018, waarin het hof het vonnis van de rechtbank Den Haag van 15 september 2010 bekrachtigde. In dat vonnis had de rechtbank het Nederlandse deel van het Europees octrooi van High Point vernietigd en de inbreukvorderingen van High Point afgewezen. Met het Hoge Raad-arrest lijkt op het eerste gezicht een einde te zijn gekomen aan een tien jaar durende inbreukprocedure. Het Hoge Raad-arrest heeft echter een verrassende, en volgens de auteur onjuiste, slotoverweging.

IEF 19107

Raoul Soullié: dwanglicentie in het octrooirecht

In het octrooirecht is de dwanglicentie een maatregel die in elke academische cursus wordt besproken, maar die discussie wordt meestal afgesloten met de opmerking: "In de praktijk wordt deze maatregel nooit uitgevoerd". Zal de huidige pandemie daar verandering in brengen?

Lees hier het hele (Engelstalige) artikel In case of a cure: A compulsory licence as the last resort van Raoul Soullié op Leidenlawblog.nl.

IEF 19108

Rudi Holzhauer: octrooirecht en corona-bestrijdingsmiddelen

Af en aan lezen we berichten over de beperkte beschikbaarheid van corona-bestrijdingsmiddelen. Waar dat om fysieke beperkingen gaat zullen die moeten worden aangesproken door “extra productie”. Een beetje oorlogsindustrie kan in deze tijd geen kwaad, natuurlijk.

"Het ontbreekt momenteel echter aan de essentiële ondersteuning waarin alleen de staat kan voorzien: tijdelijke dwanglicenties op intellectueel eigendom zijn nodig om uit het keurslijf van de standaardisatie te breken. Er moet ontheffing komen van aanbestedingsregels. Er is een ‘oorlogskas’ nodig om aanbetalingen te doen. 
NRC, 25 maart 2020, Rosanne Hertzberger en Cees Dekker.

Waar het gaat om door octrooien afgeschermde producten is het inderdaad goed om te wijzen op de weg van de zgn. dwanglicentie in het algemeen belang en wegens onvoldoende toepassing.

Lees hier de hele column van Rudi Holzhauer.

IEF 19105

Conclusie A-G in Cooper International Spirits e.a.

18 sep 2019, IEF 19105; ECLI:EU:C:2019:755 ( Cooper International Spirits e.a. ), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-a-g-in-cooper-international-spirits-e-a

HvJ EU Conclusie A-G 18 september 2019, IEF 19105, IEFbe 3059; ECLI:EU:C:2019:755 ( Cooper International Spirits e.a.) Zie eerder [IEF 18117]. De Cour de cassation heeft bij beslissing van 26 september 2018 de behandeling van de voor hem aanhangige zaak geschorst en de volgende prejudiciële vraag gesteld: „Moeten artikel 5, lid 1, onder b), en de artikelen 10 en 12 van [richtlijn 2008/95] aldus worden uitgelegd dat een merkhouder die zijn merk nooit heeft gebruikt en wiens rechten vervallen zijn verklaard bij het verstrijken van de periode van vijf jaar vanaf de publicatie van zijn inschrijving, schadevergoeding wegens inbreuk kan verkrijgen op grond dat de wezenlijke functie van zijn merk is aangetast doordat een derde, vóór de datum de vervallenverklaring is ingegaan, een met dit merk overeenstemmend teken heeft gebruikt voor dezelfde of soortgelijke waren of diensten als die waarvoor dit merk was ingeschreven?”
Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen AR en de vennootschappen Cooper International, Établissements Boudier en Dalfour over vermeende inbreuken op het ingeschreven Franse merk „SAINT GERMAIN” vóór de vervallenverklaring van dit merk.

IEF 19104

Publicatie foto zonder toestemming

Rechtbank Amsterdam 12 mrt 2020, IEF 19104; ECLI:NL:RBAMS:2020:1721 (Onrechtmatige publicatie foto), http://www.ie-forum.nl/artikelen/publicatie-foto-zonder-toestemming

Ktr. Rechtbank Amsterdam 12 maart 2020, IEF 19104, IT 3086; ECLI:NL:RBAMS:2020:1721 (Onrechtmatige publicatie foto) Gedaagde heeft op een website een recept geplaatst met een foto. Studio Lipov heeft de foto gemaakt en is de auteursrechthebbende. Eiseres heeft voor Nederland de exclusieve rechten op de foto gekregen.Gedaagde heeft de foto geopenbaard en bijgesneden zonder naamsvermelding en toestemming. Eiseres heeft aan gedaagde voor de foto een licentienota gestuurd, deze is onbetaald gebleven. De foto is inmiddels verwijderd. Gedaagde heeft hierdoor inbreuk gemaakt op de auteursrechten van eiseres en door deze inbreuk heeft eiseres schade geleden die zij vergoed wil hebben. Vastgesteld wordt dat de foto auteursrechtelijk beschermd is en dat eiseres het recht heeft om op te komen tegen het gebruik van de foto. Doordat de foto op de website van gedaagde heeft gestaan, heeft zij de foto geopenbaard en dat is zonder toestemming van eiseres niet toegestaan, zo volgt uit artikel 25 en 27A van de Aw. Dit maakt gedaagde schadeplichtig, ook als de foto in het verleden, zoals gedaagde aanvoert, vrij op internet verkrijgbaar is geweest. Feit blijft immers dat gedaagde geen toestemming heeft gekregen om de foto op haar website te plaatsen.

IEF 19102

Merk op verpakkingsdoos suggereert economische band met merkhouder

Rechtbank Den Haag 25 mrt 2020, IEF 19102; ECLI:NL:RBDHA:2020:2735 (Coty tegen Easycosmetic), http://www.ie-forum.nl/artikelen/merk-op-verpakkingsdoos-suggereert-economische-band-met-merkhouder

Rechtbank Den Haag 25 maart 2020, IEF 19102; ECLI:NL:RBDHA:2020:2735 (Coty tegen Easycosmetic) Coty maakt deel uit van de internationaal opererende Coty-groep, welke actief is in de markt van parfumproducten, cosmetica en huidverzorging. Coty is binnen de Coty-groep verantwoordelijk voor de handhaving van intellectuele eigendomsrechten en vervaardigt en verhandelt parfumproducten onder verschillende merken. Zij heeft hiertoe van de houders van deze merken licenties verkregen. Easycosmetic verkoopt via haar website www.easycosmetic.nl parfum- en cosmeticaproducten van ruim 250 verschillende merken. Op de verpakkingsdozen die Easycosmetic gebruikt voor het versturen van bestellingen naar klanten zijn in totaal 80 tekens gelijk aan verschillende merken, waaronder merken waar Coty een licentie van heeft, afgebeeld. Volgens Coty maakt Easycosmetic hiermee inbreuk op haar intellectuele eigendomsrechten.

IEF 19103

Werkwijze van de Rechtspraak na 6 april

In verband met de uitbraak van het coronavirus heeft de Rechtspraak besloten vanaf dinsdag 17 maart alle rechtbanken, gerechtshoven en bijzondere colleges te sluiten. Deze situatie zal ook na 6 april worden voortgezet. Urgente zaken gaan wel door. De Rechtspraak heeft een overzicht gepubliceerd van urgente zaken.