IEF 19784

Turntoestellen mogen niet meer worden verhandeld

Rechtbank Den Haag 10 feb 2021, IEF 19784; ECLI:NL:RBDHA:2021:973 (JFS tegen Taishan ), http://www.ie-forum.nl/artikelen/turntoestellen-mogen-niet-meer-worden-verhandeld

Rechtbank Den Haag 10 februari 2021, IEF 19784, ECLI:NL:RBDHA:2021:973 (JFS tegen Taishan) JFS c.s. is wereldwijd actief op de markt voor producten voor wedstrijdturnen en bewegingsonderwijs, waaronder turntoestellen. De Taishan-groep is actief op het gebied van de ontwikkeling, productie en verhandeling van sportmaterialen voor onder meer de turnsport. JFS c.s. claimt dat vijf van zijn turntoestellen onrechtmatig worden verhandeld door Taishan c.s. binnen de EU. De rechtbank verklaart dat Taishan met drie van haar producten inbreuk maakt op het auteursrecht van JFS c.s. Daarnaast maakt zij zich schuldig aan slaafse nabootsing (het stichten van nodeloos verwarringsgevaar) met het op de markt brengen van de andere twee producten. Taishan zal om die redenen per direct moeten stoppen met het aanbieden en verhandelen van de turntoestellen.

IEF 19782

Geuite beschuldigingen vinden geen steun in feitenmateriaal

Hof 's-Hertogenbosch 23 feb 2021, IEF 19782; ECLI:NL:GHSHE:2021:511 (X tegen William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdzorg), http://www.ie-forum.nl/artikelen/geuite-beschuldigingen-vinden-geen-steun-in-feitenmateriaal

Hof Den Bosch 23 februari 2021, IEF 19782, IT 3420; ECLI:NL:GHSHE:2021:511 (Appellanten tegen William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdzorg) [Vervolg op IEF 18994]. Het beroep spitst zich toe op de vordering van de Stichting zoals die bij het beroepen vonnis aan de Stichting zijn toegewezen en waartegen appellanten zich hebben kunnen verweren. Volgens de Stichting handelen appellanten onrechtmatig tegenover haar en haar medewerkers door de video en de brief op internet en Facebook te plaatsen. Appellanten verweren zich met een beroep op hun recht van vrijheid van meningsuiting. Vooropgesteld zij dat het bij misstanden in de jeugdzorg gaat om een kwestie van algemeen belang die bij uitstek op grond van de vrijheid van meningsuiting door uitingen aan de orde hoort te kunnen worden gesteld. De geuite beschuldigingen aan het adres van Stichting en haar medewerkers vinden echter geen steun in het beschikbare feitenmateriaal. Appellanten schaden daarmee de Stichting en haar medewerkers in hun eer en goede naam en zij maken ernstig inbreuk op hun privacy. Het vonnis wordt dan ook bekrachtigd.

IEF 19783

Ongeoorloofde vergelijkende reclame-uitingen Premiumkeur

Rechtbank Amsterdam 23 feb 2021, IEF 19783; ECLI:NL:RBAMS:2021:728 (Woningkeur Groep en Perfectkeur tegen Premiumkeur), http://www.ie-forum.nl/artikelen/ongeoorloofde-vergelijkende-reclame-uitingen-premiumkeur

Vzr. Rechtbank Amsterdam 23 februari 2021, IEF 19783, IT 3492; ECLI:NL:RBAMS:2021:728 (Woningkeur Groep en Perfectkeur tegen Premiumkeur) Woningkeur is een franchise-organisatie die met ongeveer twintig franchisenemers in heel Nederland bouwkundige keuringen uitvoert, veelal ten behoeve van potentiële kopers van woningen. Perfectkeur voert eveneens op landelijke schaal bouwkundige keuringen uit. Woningkeur en Perfectkeur zijn aan elkaar gelieerd en zijn beide aangesloten bij het keurmerk Vakkundig Gekeurd. Premiumkeur voert eveneens bouwkundige keuringen uit ten behoeve van potentiële kopers van woningen. Op de websites en op haar eigen YouTubekanaal zendt Premiumkeur filmpjes uit, waarbij gedaagde zich steeds bij een andere te keuren woning bevindt en de kijker uitleg geeft over wat hij ziet en doet. In deze filmpjes worden Woningkeur en Perfectkeur in een kwaad daglicht gezet. Hierop hebben Woningkeur en Perfectkeur, Premiumkeur aangeschreven en gesommeerd om de misleidende reclame, de ongeoorloofde vergelijkende reclame en de oneerlijke handelspraktijken op zijn websites en in zijn You Tubefilmpjes te staken. Premiumkeur beroept zich onder meer op zijn recht op vrijheid van meningsuiting. Geoordeeld wordt dat Premiumkeur de juistheid van de zware beschuldigingen onvoldoende aannemelijk heeft weten te maken, de vorderingen worden daarom toegewezen.

IEF 19777

Rudi Holzhauer: Nijn wil in het publiek domein

Bekendheid pakt lang niet altijd gunstig uit voor een werk of een merk. Helemaal los van de vraag of, dan wel in hoeverre, een bepaalde creatieve of communicatieve uiting geprivatiseerd mag worden dan wel in het publiek domein valt of dient te vallen, kan een werk of een merk dat “klein begint”, maar “groter groeit” daardoor waar het de bescherming betreft in allerlei problemen terecht komen. Rudi Holzhauer heeft het dan over de IE-variant van het gezegde: “Hoge bomen vangen veel wind” – grote werken/merken vangen veel navolging.

Zijn blog gaat over Nijntje, en een Chinese adaptator van “het wezen van het werk”. Nijntje is een werk van Dick Bruna. Het is ook een icoon. En dat icoon wordt – zoals veel iconen – op allerlei manieren “gebruikt”, die op gespannen voet staan met IE-rechten.

Lees hier de hele column van Rudi Holzhauer.

IEF 19759

Seminar ´de nieuwe Wet Franchise in de praktijk´ op 25 februari

Voor de last-minute beslisser: Franchisecontracten op 25 februari - aanmelden is nog mogelijk
Concreet, praktisch en actueel. In één uur weer volledig bijgepraat!

Wat betekent de nieuwe Wet Franchise voor bestaande en voor nieuwe contracten? Wat spreek je af, wat neem je op en op welke termijn moet dit zijn gebeurd? Op 25 februari bespreekt Jan-Joris Heling deze onderwerpen tijdens een online seminar over de uitwerking van de nieuwe wet in de praktijk. Jan-Joris Heling is manager juridische zaken en secretaris bij de Vital Food Group (Bakerstreet, Bakker Bart). Hij vertelt uit eerste hand over de praktische gevolgen van de nieuwe Franchisewet voor de - samenwerking met  - franchisenemers.
Uiteraard met concrete stappen en checklist!

Na een korte achtergrondschets over oorzaak en gevolg van de wet gaat hij onder meer in op de volgende onderwerpen:

IEF 19780

Conclusie P-G: deel klachten van voormalig GVB-bestuurder gegrond

Hoge Raad 29 jan 2021, IEF 19780; ECLI:NL:PHR:2021:78 (eiser tegen GVB), http://www.ie-forum.nl/artikelen/conclusie-p-g-deel-klachten-van-voormalig-gvb-bestuurder-gegrond

HR Conclusie P-G  29 januari 2021, IEF 19780, IT 3414; ECLI:NL:PHR:2021:78 (Eiser tegen GVB) In deze zaak vordert een voormalig directeur van het Amsterdamse GVB een declaratoir dat een persbericht en vervolgens een publicatie in het jaarverslag 2012 over hem onrechtmatig zijn, alsmede rectificatie en schadevergoeding. Er was in het voorjaar van 2012 –  eiser was toen al twee jaar geen directeur meer van het GVB – commotie ontstaan door publicaties in de Telegraaf over vermeende fraude bij het GVB. De raad van commissarissen (RvC) heeft die beschuldigingen laten onderzoeken door extern accountantsbureau BDO. Aan de uitkomsten heeft de RvC vervolgens conclusies verbonden, die middels een persbericht en later opnieuw in het jaarverslag over 2012 naar buiten zijn gebracht. De strekking van die conclusies was onder andere dat uit de feiten blijkt dat er structureel sprake is geweest van bestuurlijk gedrag dat niet voldoet aan de regels van good governance, dat ziet op regels van integriteit, rechtmatigheid, doelmatigheid en verantwoordelijkheid. Hieraan verbond de RvC als consequentie dat de nog in functie zijnde resterende twee directieleden niet konden worden gehandhaafd als bestuurders.

IEF 19779

Reactie op consultatie voor het initiatief wetsvoorstel Dwanglicenties

Rogier de Vrey plaatst enkele kanttekeningen bij het voorstel van de Tweede Kamerleden Ellemeet en Ploumen om de regels in de Rijksoctrooiwet 1995 inzake dwanglicenties te wijzigen zodat farmaceutische producten sneller en makkelijker op de markt komen.

'Zoals gezegd juich ik de ambitie toe om toegankelijkheid van farmaceutische producten in noodsituaties te waarborgen. Het probleem is echter dat gezien het bovenstaande het voorstel daar geen oplossing voor biedt. Het voorstel verandert ook niets (wezenlijks) aan de reeds bestaande dwanglicentie regeling.

De meerwaarde en de praktische uitvoerbaarheid van het voorstel wordt betwijfeld. Het is niet waarschijnlijk dat door het verlenen van een dwanglicentie de productie van farmaceutische producten zal worden versneld dan wel makkelijker wordt gemaakt. Naast het octrooirecht is ook andere wet- en regelgeving van toepassing op de productie van farmaceutische producten. Deze zullen ook moeten worden opgevolgd. Daarbij is het echte knelpunt de (bij Covid-19 extreem) hoge vraag tegenover beperkte productiecapaciteit.

IEF 19778

Sisvel veroordeeld tot betaling proceskosten

Rechtbank Den Haag 17 feb 2021, IEF 19778; ECLI:NL:RBDHA:2021:1266 (Sisvel tegen Oppo en Wiko ), http://www.ie-forum.nl/artikelen/sisvel-veroordeeld-tot-betaling-proceskosten

Rechtbank Den Haag 17 februari 2021, IEF 19778, IT 3413, ECLI:NL:RBDHA:2021:1266 (Sisvel tegen Oppo en Wiko) [Vervolg op IEF 19293]. Sisvel had verleden jaar een zaak aangespannen tegen Oppo c.s. en Wiko c.s. omdat deze van mening was dat de partijen inbreuk hadden gemaakt op haar octrooi. De rechtbank had haar hierbij in het ongelijk gesteld en verklaarde het octrooi van Sisvel nietig. Sisvel is daarnaast ook veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van haar tegenpartijen. In deze zaak maakt zij daartegen bezwaar. Zij is van mening dat de proceskosten op onjuiste wijze zijn vastgesteld, wegens het niet in lijn zijn met artikel 1019h Rv en jurisprudentie van de Hoge Raad. Sisvel betoogt evenzeer dat er voor de vaststelling ook in aanmerking moet worden genomen welke van de door de winnende partij aangevoerde argumenten succes hebben gehad en welke niet. De rechtbank gaat in geen van de argumenten van Sisvel mee en wijst haar vorderingen dan ook af, waardoor zij alsnog veroordeeld is tot de proceskosten in de hoofdzaak.

IEF 19776

Nieuwe editie magazine Data, Cybersecurity & Privacy (DCSP) verschijnt binnenkort

Edition number 7! Once again, an edition where many of your data, cybersecurity and privacy related questions will be answered. What to expect:

Columns
-Rob v/d Hoven van Genderen about the corona vaccination passport;
-Peter van Schelven about Data Security and IT-inventory;
-Hans Schnitzler about the misleading metaphors of the information age;
-Bernold Nieuwesteeg about Secure Software. For this edition, he wrote this column with cyber security experts Petra Oldengam and Rutger Leukfeldt.

The Legal Look
From Victor de Pous where he pleads for legal liability caused by digital shortcomings.

Articles
-Eliëtte Vaal and Vonne Laan: The cookie has crumbled: custom audiences to the rescue?
-Willeke Kemkers and privacy expert Adriano Chaves from Brazil: Brazil’s new privacy initiative; national law with global implications. An overview.

Interviews
-Roel’s kitchen table interview with: Ton Wagemans - Partner at Considerati. He advises leading national and international organisations in the field of public affairs and stakeholder management.
-Interview with the Dutch DPA (Autoriteit Persoonsgegevens). We spoke with Cecile Schut, Director of System Supervision, Security and Technology, about data brokering. How to approach data brokering and trafficking and how does the Dutch DPA see its future?

IEF 19775

Gemeente Amsterdam bevoegd legaat op te eisen

Hof Amsterdam 9 feb 2021, IEF 19775; ECLI:NL:GHAMS:2021:452 (Eiser tegen gemeente Amsterdam), http://www.ie-forum.nl/artikelen/gemeente-amsterdam-bevoegd-legaat-op-te-eisen

Gerechtshof Amsterdam, 9 februari 2021, IEF 19775, ECLI:NL:GHAMS:2021:452 (Y tegen gemeente Amsterdam) Y was tot haar overlijden eigenaar van een collectie van ruim 600 tekeningen uit de zeventiende tot en met de twintigste eeuw die betrekking hebben op Amsterdam. De Collectie is in bruikleen gegeven en bevindt zich sinds 1980 in het Gemeente-archief. In 1986 heeft Y een testament gemaakt waarin zij X benoemd tot enig erfgenaam. In het testament staat opgenomen dat het de bedoeling is om de collectie onder hoede te houden van het Gemeente-archief. Bij wet van 20 december 1996 is de zogenaamde Kunstregeling, neergelegd in artikel 67 lid 3 Successiewet, ingevoerd. De Kunstregeling houdt kort gezegd in dat de Minister kwijtschelding kan verlenen van de verschuldigde successiebelasting indien voorwerpen uit de nalatenschap met een nationaal cultuurhistorisch belang door de verkrijger in eigendom worden overgedragen aan de Staat. Het ministerie van Financiën laat echter weten dat de kwijtscheldingsregeling niet toegepast kan worden, omdat het testament voor intreding van de wet is opgesteld. Volgens X is er een vaststellingsovereenkomst tussen hem en de Gemeente overeengekomen waarin de Gemeente toestemt met een afwijking van het legaat. Ook zou de gemeente zich hebben verplicht om de Collectie op een fiscaal gunstige wijze over te dragen. Geoordeeld wordt dat de Gemeente niet een andere fiscale regeling beoogd heeft dan de kunstregeling. Vooropgesteld wordt dat het Gemeente na het overlijden van Y vrij stond om het legaat te aanvaarden.

IEF 19774

Van Haren maakt inbreuk op Dr. Martens

Rechtbank Den Haag 19 feb 2021, IEF 19774; http://www.ie-forum.nl/artikelen/van-haren-maakt-inbreuk-op-dr-martens

Vzr. Rechtbank Den Haag 18 februari 2021, IEF 19974, C109/60 1 865 / KG ZA 20-1044 (Airwair/Van Haren) Airwair is de wereldwijde exclusieve licentienemer van het merk ‘Dr. Martens’ en de exclusieve producent van schoenen die onder dit merk op de markt worden gebracht. De 'Dr. Martens 1460 boot', uitgebracht in 1960, is er hier één van. Een belangrijk onderscheidend kenmerk van de schoen is het gele stiksel dat op zichtbare en contrasterende wijze op de welt van de schoen (de rand tussen de schoenzool en het bovenleer) is aangebracht. Airwair is houdster van het YWS-merk (yellow welt stitch) waarin dit kenmerk is vastgelegd. De Nederlandse schoenenverkoper Van Haren brengt veterboots op de markt die volgens Airwair een soortgelijk stiksel dragen, waarmee inbreuk wordt gemaakt op hun merkenrecht vastgelegd in artikel 2.20 lid 2 sub b en sub c BVIE. Van Haren stelt hier tegenover dat het YWS-merk van Airwair nietig is wegens het missen van een onderscheidend vermogen. De voorzieningenrechter oordeelt dat als de merken niet reeds ten tijde van de inschrijving als Beneluxmerk onderscheidend vermogen hadden, ze dat in ieder geval hebben verkregen door inburgering. Voorts veroorzaakt het gebruiken van een soortgelijk stiksel een post sale verwarring bij het publiek. Hierdoor zal Van Haren moeten staken met het verkopen van vier van zijn schoenen uit het assortiment die de inbreuk maken.

IEF 19773

Hoge Raad: DOC tegen Dairy Partners

Hoge Raad 19 feb 2021, IEF 19773; (DOC tegen Dairy Partners), http://www.ie-forum.nl/artikelen/hoge-raad-doc-tegen-dairy-partners

HR 19 februari 2021, IEF 19773, ECLI:NL:HR:2021:269 (DOC tegen Dairy Partners) Zie ook [IEF 18744] en [IEF 19633]. Dairy Partners is een Britse kaasproducent en handelt sinds 2007 onder de handelsnaam 'Dairy Partners'. DOC is een Nederlands bedrijf en richt zich op de Benelux en Frankrijk. Sinds 2016 handelt DOC onder de handelsnaam 'DOC Dairy Partners'. De Hoge Raad oordeelt kort gezegd dat in een conflict tussen twee beschrijvende handelsnamen op de voet van artikel 5 Hnw uitsluitend beoordeeld moet worden of sprake is van verwarringsgevaar. De toets die het gerechtshof Den Haag in 2017 hanteerde in de zaak Parfumswinkel was niet juist [IEF 17114]. Het hof vereiste destijds dat er, naast verwarringsgevaar, ook sprake dient te zijn van bijkomende omstandigheden. Deze Parfumswinkel-toets is nu van tafel.
De Hoge Raad verschaft bij r.ov. 2.10 duidelijkheid voor de situatie dat een conflict niet door art. 5 Hnw wordt beheerst, maar door art. 6:162 BW. In dat geval kunnen bijkomende omstandigheden wel vereist zijn. Deze bijkomende omstandigheden kunnen bestaan in gedragingen die een daad van oneerlijke mededinging opleveren.

IEF 19770

Octrooihouder zat te lang stil

Rechtbank Den Haag 18 feb 2021, IEF 19770; ECLI:NL:RBDHA:2021:1256 (Amgen tegen Accord), http://www.ie-forum.nl/artikelen/octrooihouder-zat-te-lang-stil

Vzr. Rechtbank Den Haag 18 februari 2021, IEF 19770, LS&R 1916; ECLI:NL:RBDHA:2021:1256 (Amgen tegen Accord) Kort geding. Octrooi-inbreuk met generiek geneesmiddel op EP117. Eiser Amgen is een farmaceutische onderneming en brengt het geneesmiddel Mimpara® op de Europese markt. De werkzame stof van Mimpara® is cinacalcet hydrochloride. Gedaagde Accord ontwikkelt en produceert generieke geneesmiddelen. Het CBG heeft op 18 januari 2017 aan Accord marktvergunningen verleend voor Cinacalcet Accord 30 mg, 60 mg en 90 mg filmomhulde tabletten volgens de decentrale procedure. De werkzame stof van Cinacalcet Accord is, net als bij Mimpara®, cinacalcet hydrochloride. Amgen stelt dat Accord door het aanbieden, in voorraad hebben en verhandelen van Cinacalcet Accord directe dan wel indirecte inbreuk maakt op EP 117. De vorderingen worden afgewezen vanwege gebrek aan spoedeisend belang: de octooihouder heeft te lang stilgezeten. Processtrategische keuzes waardoor ervoor is gekozen om langer te wachten met het aanbrengen van het onderhavige kort geding, komen voor rekening en risico van de octrooihouder.

IEF 19771

Waterballonvuller maakt geen inbreuk op auteursrecht Tinnus

Rechtbank Den Haag 17 feb 2021, IEF 19771; ECLI:NL:RBDHA:2021:1196 (Tinnus tegen Koopman International), http://www.ie-forum.nl/artikelen/waterballonvuller-maakt-geen-inbreuk-op-auteursrecht-tinnus

Rechtbank Den Haag 17 februari 2021, IEF 19771; ECLI:NL:RBDHA:2021:1196 (Tinnus tegen Koopman International) Tussenvonnis. Zie ook [IEF 17507] [IEF 18646] en [IEF 19589]. De oprichter en eigenaar van Tinnus heeft voor haar het product “Bunch O Balloons”, een waterballonvuller, ontwikkeld. Tinnus is houdster van de op 10 maart 2015 onder nummers 0001431829-0001 tot en met 0001431829-0010 geregistreerde Gemeenschapsmodellen. Deze modelrechten zijn op 30 april 2018 door het EUIPO nietig verklaard. De nietigverklaring van 0001431829-0001 is op 18 november 2020 door het Gerecht EU bevestigd [IEF 19589]. Beroep tegen de nietigverklaring van de andere modellen is aanhangig. Aan Tinnus is op 17 oktober 2018 het octrooi EP 3 005 948 B1, getiteld ‘Apparatus, system and method for filling containers with fluids’, verleend. In 2017 heeft de douane in Rotterdam op verzoek van Tinnus beslag gelegd op een partij met 100.000 met de Bunch O Balloons te vergelijken waterballonvullers. Tinnus stelt dat het gebruik van de waterballonvuller van gedaagde inbreuk maakt op Model 0001 tot en met 0010, en op haar auteursrechten op de vormgeving van de Bunch O Balloons,en vordert onder meer een verbod binnen de Europese Unie inbreuk te maken op deze modelrechten en auteursrechten. De op het auteursrecht gebaseerde vorderingen van Tinnus worden afgewezen. De waterballonvuller van Koopman maakt geen inbreuk op enig auteursrecht van Tinnus op de vormgeving van de Bunch O Balloons. Elementen zijn door technische overwegingen ingegeven.

IEF 19769

Rechthebbende octrooi NL590 niet vastgesteld

Rechtbank Den Haag 16 feb 2021, IEF 19769; ECLI:NL:RBDHA:2020:12865 (A tegen B), http://www.ie-forum.nl/artikelen/rechthebbende-octrooi-nl590-niet-vastgesteld

Rechtbank Den Haag 16 december 2020, IEF 19769; ECLI:NL:RBDHA:2020:12865 (A tegen B) Mechanisatiebedrijf A houdt zich onder meer bezig met de vervaardiging van machines en werktuigen voor de landbouw. Het Nederlandse octrooi NL 590, getiteld 'Sorteerinrichting voor bol en/of knolgewassen en werkwijze voor het sorteren van bol en/of knolgewassen' is op 21 juni 2006 verleend op aanvraag van 13 april 2006. A vervaardigt en verkoopt op NL590 gebaseerde machines genaamd Aqua Grader en Aqua Shaver. Met deze machines kunnen knol- en bolgewassen onder meer worden gewassen en gesorteerd. B.V. (B) houdt zich eveneens bezig met de vervaardiging en verkoop van machines en werktuigen voor de landbouw. Sinds 2006 heeft B als dealer van A de Aqua Grader verkocht. De handelsrelatie tussen beide bedrijven is in 2015 geëindigd. Sindsdien biedt B (spoel- en kop)machines onder de namen Agra Grader en Agra Shaver aan. A vordert daarop B te verbieden inbreuk te maken op NL 590 en subsidiair te verbieden onrechtmatig te handelen. De vordering van A wordt afgewezen. Het is onduidelijk aan welke rechtspersoon de (octrooi)rechten toekomen. Van slaafse nabootsing is geen sprake, omdat A onvoldoende heeft gesteld hoe B had kunnen afwijken in de vormgeving van de spoelsorteermachine zonder afbreuk te doen aan de functionaliteit ervan. 

IEF 19767

Mijlpaalarrest: Ster Woningen tegen Stermij

Hoge Raad 16 feb 2021, IEF 19767; ECLI:NL:HR:1996:ZC2223 (Ster Woningen tegen Stermij), http://www.ie-forum.nl/artikelen/mijlpaalarrest-ster-woningen-tegen-stermij

HR 6 december 1996, IEF 19767; ECLI:NL:HR:1996:ZC2223 (Ster Woningen tegen Stermij) Stermij werd op 4 december 1979 ingeschreven in het handelsregister te Meppel en na wijziging van haar statutaire zetel op 8 juli 1994 in het handelsregister te Etten-Leur. De bedrijfsomschrijving van Stermij luidt: 'Het aannemen en uitvoeren van metselwerken en timmerwerken en voegwerkzaamheden, alles in de meest ruime zin des woords'. Ster Woningen werd in 1993 opgericht en ingeschreven in het handelsregister te Breda. De bedrijfsomschrijving van Ster Woningen luidt: ‘Het aannemen en onderaannemen en uitvoeren van werken op het gebied van burgerlijke en utiliteitsbouw, alsmede van grondwerken, koop en verkoop van onroerende zaken’. Volgens de kantonrechter bestaat het kenmerkende deel van beide handelsnamen uit het woord 'Ster'. Daarom werd Stermij veroordeeld om haar handelsnaam te wijzigen in ‘Werkmij BV’. Volgens de rechtbank heeft het woord 'Ster' een zwak onderscheidend vermogen, zodat in de handelsnamen een grote gelijkenis nodig is, wil er verwarringsgevaar te duchten zijn. Dit is niet gebleken nu de beide handelsnamen zowel visueel als auditief aanmerkelijk van elkaar verschillen. Het feit dat beide ondernemingen in de bouwsector bedrijvig zijn, doet hieraan niet af. Tegen deze beschikking heeft Ster Woningen beroep in cassatie ingesteld. Geoordeeld wordt dat de rechtbank een juiste maatstaf heeft aangelegd en dat het oordeel geen blijk geeft van een verkeerde rechtsopvatting.   

IEF 19768

'Strata Invicta' geen inbreuk octrooi Tomra Sorting

Hof Den Haag 16 feb 2021, IEF 19768; (Tomra Sorting tegen Kiremko), http://www.ie-forum.nl/artikelen/strata-invicta-geen-inbreuk-octrooi-tomra-sorting

Hof Den Haag 16 februari 2021, IEF 19768; C/09/580883/KG ZA 19-941 (Tomra Sorting tegen Kiremko) Tomra is producent van sorteer-, schil- en verwerkingsmachines. Kiremko is een fabrikant van machines voor de aardappelverwerkende industrie. Eén van de machines die Kiremko vervaardigt is de Strata Invicta en deze is uitgerust met een stoomuitlaat-afsluiter genaamd 'Magma Valve'. Tomra is houdster van octrooi EP 379, getiteld "Pressure release arrangements, in particular for product processing system'. EP 379 is onder andere voor Nederland verleend. De conclusie van EP 379 luidt: 'Een zelf afdichtende druk aflaat inrichting, omvattende: een drukvat, een afsluiter, waarbij de afsluiter een verplaatsbaar sluitorgaan omvat dat in de genoemde gesloten stand ervan gehouden wordt alleen door blootstelling aan de druk van de stoom binnen in het drukvat en een dubbel werkende actuator voor het verplaatsen van het sluitorgaan'.

IEF 19765

Vernietiging kunstwerk geen aantasting werk

Rechtbank Midden-Nederland , IEF 19765; ECLI:NL:RBMNE:2021:191 (Eiser tegen gemeente Zeist), http://www.ie-forum.nl/artikelen/vernietiging-kunstwerk-geen-aantasting-werk

Rechtbank Midden-Nederland 20 januari 2021, IEF 19765; ECLI:NL:RBMNE:2021:191 (Eiser tegen gemeente Zeist) Eiser is een gepensioneerd beeldend kunstenaar en heeft in 1976 in opdracht van de gemeente een kunstwerk vervaardigd. Het kunstwerk is geplaatst op een plein van een school. In 2016 heeft eiser ontdekt dat het kunstwerk niet meer op zijn plek staat. Het kunstwerk is in 2008 bij de herinrichting van het schoolplein namelijk verwijderd. Eiser vordert veroordeling van de gemeente tot het laten reconstrueren van het kunstwerk, subsidiair een schadevergoeding van € 10.000,00. Volgens eiser heeft de gemeente inbreuk gemaakt op zijn persoonlijkheidsrechten en maakt zij misbruik van bevoegdheid. De gemeente voert het verweer dat eiser geen schade heeft geleden. Geoordeeld wordt dat de totale vernietiging van het werk geen inbreuk kan opleveren op de persoonlijkheidsrechten van eiser. Verder heeft de gemeente een gegronde reden gehad om tot verwijdering van het kunstwerk over te gaan, omdat het kunstwerk al 30 jaar op het schoolplein stond en door het gebruik van kinderen in kwaliteit achteruit is gegaan. Wel had de gemeente eiser ten minste op de hoogte moeten brengen van het besluit. De gemeente heeft onzorvuldig gehandel door dit niet te doen. Toch wordt er geen reden gezien om de schadevergoeding toe te wijzen, omdat eiser niet heeft kunnen aantonen waaruit zijn schade bestaat.