Overeenkomst ter zake van levering boekenweekgeschenk
Rechtbank Amsterdam 26 februari 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:1045 (Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek tegen Scheltema c.s.)
Als randvermelding. Contractenrecht. Boekenbranche. Eiseres stelt een overeenkomst te hebben gesloten met ieder van gedaagden (boekwinkels) ter zake van de levering van het Boekenweekgeschenk 2012. Gedaagden betwisten een overeenkomst te hebben gesloten met eiseres. De bestellingen voor het Boekenweekgeschenk, aldus gedaagden, werden centraal gedaan. De rechtbank is voorshands van oordeel dat eiseres met gedaagden overeenkomsten heeft gesloten. Gedaagden worden toegelaten tot het leveren van tegenbewijs.
4.3. Donner c.s. leggen aan hun verweer ten grondslag dat Donner c.s. niet zelfstandig verplichtingen aan konden gaan en aldus ook geen overeenkomsten konden sluiten. Er is namelijk ex artikel 2:403 BW een zogeheten 403-verklaring afgegeven. Dat niet Donner c.s. contractspartij was, maar Selexyz blijkt voorts uit de e-mailberichten (onder 2.8 tot en met 2.10) tussen (een medewerker van) Selexyz en de CPNB. Voorts, aldus nog steeds Donner c.s., zijn de facturen ter zake van de bestellingen aan Selexyz gezonden. Selexyz heeft deze zonder protest gehouden. Ook blijkt uit het faillissementsverslag (onder 2.13) van Selexyz dat de overeenkomsten op naam van Selexyz zijn gesloten en dat de inkoop van boeken centraal, door Selexyz, geschiedde. Vanwege de levering van het Boekenweekgeschenk en het promotiemateriaal aan Donner c.s. zijn intercompany-vorderingen tussen Donners c.s. en Selexyz ontstaan. Thans moeten Donner c.s. de vordering voldoen aan ProCures, de opvolger van Selexyz. De vorderingen zijn, met goedkeuring van de curator, verpand aan de bank. Aldus Donner c.s.
4.6. Dat tussen de CPNB en Selexyz e-mailberichten zijn uitgewisseld omtrent het promotiemateriaal ter zake van het Boekenweekgeschenk kan voorts op zichzelf niet leiden tot de conclusie dat Selexyz de overeenkomst met de CPNB heeft gesloten, temeer daar het onderwerp van de e-mails niet de essentiala betrof, te weten de Boekenweekgeschenken. De CPNB stelt zich op het standpunt dat het gebruikelijk was dat bepaalde zaken centraal door Selexyz werden geregeld. Uit de e-mails kan worden afgeleid dat Selexyz mogelijk een sturende rol had met betrekking tot de aanschaf van promotiemateriaal, echter dat Selexyz als contractspartij de overeenkomst heeft gesloten, blijkt hieruit zonder nadere toelichting - die ontbreekt - niet.
5.1. laat Donner c.s. toe om tegenbewijs te leveren van de voorshands bewezen geachte stelling dat de CPNB en Donner c.s. een koopovereenkomst hebben gesloten ter zake van het Boekenweekgeschenk 2012 met daarbij behorend promotiemateriaal;
Lees de uitspraak
ECLI:NL:RBAMS:2014:1045 (link)
ECLI:NL:RBAMS:2014:1045 (pdf)
Uitspraak ingezonden door Kitty van Boven, 
Als randvermelding. Verzoek ex artikel 843a Rv. Exhibitie-incident. Fishing expedition. Van Oers c.s. vorderen afgifte van telefoonspecificaties door het Waterschap, een lijst van de reparaties van het litigieuze gemaal en contracten en akten die betrekking hebben op de overdracht daarvan. Het hof wijst de vordering op alle punten af en overweegt daartoe dat onvoldoende is onderbouwd waarom zij daarbij voldoende rechtmatig belang zouden hebben.
Bedrijfsgeheimen. Het hof verklaart voor recht dat geïntimeerde de met appellante overeengekomen geheimhoudingsverklaring en relatiebeding (beiden van later datum dan arbeidsovereenkomst) heeft geschonden. Er wordt bevolen de lijst te retourneren zonder een kopie achter te houden. De uitsluiting van de matiging van de boete is nietig, waarna de boete wordt gematigd van €30.000 tot €9.000 voor schending van geheimhouding en €1.000 voor schending relatiebeding.
Contractenrecht. Octrooi. Koopovereenkomst met betrekking tot een Nederlands octrooi op een spraytunnel is terecht ontbonden wegens het vervallen zijn van het octrooi. Een Europees octrooi kan niet op één lijn worden gesteld met het Nederlands octrooi. het hof als vaststaand aan dat het Nederlandse octrooi een ruimere strekking had dan het Europees octrooi. Door het vervallen van het Nederlandse octrooi per 1 december 2010 is een vergoeding vanaf die datum niet meer aan de orde.
Contractenrecht. Opdracht. Er komt aan opdrachtnemer voor het ontwerpen van een logo en huisstijl een zekere artistieke vrijheid toe vanwege de aard van de opdracht. Dat de conceptontwerpen niet voldoen aan de smaak en verwachtingen van opdrachtgever levert geen tekortkoming op. Er is geen sprake van onprofessionaliteit. De vordering tot betaling van het redelijke loon wordt toegewezen.
Uitspraak ingezonden door Ranee van der Straaten,
Uitspraak ingezonden door Lars Bakers en Annelot Sitsen,