Gerecht bevestigt dat het beeldmerk OX normaal is gebruikt voor restaurant- en hoteldiensten
Gerecht EU 25 februari 2026, IEF 23358; IEFbe 4135; ECLI:EU:T:2026:155 (Heinz Thomas Altendorfer tegen EUIPO en Haus zur Hanse GmbH & Co. KG). In dit arrest staat een procedure centraal tot nietigverklaring van de rechtsgevolgen van een internationale registratie met aanduiding van de Europese Unie voor het beeldmerk OX. Voor zover in deze zaak relevant, had die registratie nog betrekking op diensten in klasse 43, met name restaurantdiensten en hoteldiensten. Altendorfer had in 2020 op grond van artikel 198, lid 2, juncto artikel 58, lid 1, onder a, UMVo verzocht om vervallenverklaring van die rechtsgevolgen wegens niet-gebruik. De annuleringsafdeling had dat verzoek volledig toegewezen, maar de Kamer van Beroep vernietigde die beslissing gedeeltelijk voor de betrokken diensten in klasse 43, omdat volgens haar uit de overgelegde stukken bleek dat het merk voor die diensten normaal was gebruikt in de relevante periode van 1 september 2015 tot en met 31 augustus 2020. Voor het Gerecht voerde verzoeker in essentie drie middelen aan: schending van de motiveringsplicht, onjuiste toepassing van artikel 58, lid 1, onder a, gelezen in samenhang met artikel 18 UMVo, en schending van artikel 198, lid 2, UMVo. Het Gerecht verwerpt al die middelen. Ten aanzien van de motiveringsklachten oordeelt het dat de Kamer van Beroep voldoende duidelijk heeft uitgelegd waarom zij laat overgelegde bewijsstukken had toegelaten en waarom zij het gebruik van het merk als normaal had aangemerkt. Dat verzoeker de inhoudelijke beoordeling betwist, betekent nog niet dat de beslissing ontoereikend gemotiveerd is. Daarom falen ook de daarop voortbouwende beroepen op artikelen 41 en 47 van het Handvest.