Christopher Cats, 3 maart 2026.
In deze zaak kreeg het Amtsgericht München de vraag voorgelegd hoe auteursrechtelijke bescherming moet worden toegepast op AI‑gegenereerde content. Waar mijn collega Luuk Jonker eerder schreef over AI‑gegenereerde songteksten, richt deze nieuwe zaak zich op iets visueels: drie door AI gemaakte logo’s.
De grens tussen mens en machine
Het Amtsgericht München oordeelde op 13 februari 2026 dat deze logo’s géén auteursrechtelijke bescherming genieten. Interessant is vooral hoe het Amtsgericht München een grens probeert te trekken tussen “handwerk van de mens” en “output van een model”, en hoeveel prompting (lees: instructies aan het AI-model) nodig is om überhaupt over een werk in auteursrechtelijke zin te kunnen spreken.
De zaak
Eiser maakte drie logo’s met behulp van generatieve AI, namelijk:
- een handdruk tussen twee personen met verschillende huidskleuren en een rinkelende bel;
- een envelop voor een gebouw met zuilen;
- een laptop met een boek en paragraafteken dat voor het scherm zweeft.
Eiser werkte met zowel eenvoudige als zeer gedetailleerde prompts en schaafde de gegenereerde resultaten verder bij via meerdere ‘iteraties’ (opeenvolgende rondes waarin hij de AI telkens nieuwe aanwijzingen gaf om de afbeelding stapsgewijs aan te passen). De logo’s gebruikte hij op zijn eigen website. De gedaagde, een bekende van eiser gebruikte dezelfde beelden op zijn eigen website met een (vermeende) auteursrechtelijke inbreuk als gevolg. Eiser stelt immers dat híj de maker was van drie auteursrechtelijk beschermde logo’s.
Het Amtsgericht München begint bij de basis: om auteursrechtelijke bescherming te krijgen, moet er sprake zijn van een eigen intellectuele schepping waarin de persoonlijke creatieve keuzes van een mens tot uitdrukking komen. Dat criterium is helder wanneer een mens met pen, penseel of camera iets creëert, maar wordt diffuus zodra AI tussen maker en resultaat komt te staan.
Precies daar ontstaat de kern van de discussie bij AI‑gegenereerde output: waar eindigt de autonomie van het model en waar begint de creatieve invloed van de mens?
Bij traditionele werken kan die creatieve invloed relatief eenvoudig worden herleid tot individuele keuzes. Volgens het Amtsgericht München moet bij AI‑output worden onderzocht of en in welke mate menselijke creatieve keuzes nog waarneembaar zijn terug te vinden in het uiteindelijke resultaat, ondanks het feit dat de feitelijke vormgeving door een autonoom systeem wordt gegenereerd. Het Amtsgericht München gebruikt dit uitgangspunt om scherp te kijken naar de rol van prompting. Prompts kunnen richting geven, maar zijn pas relevant voor het auteursrecht wanneer ze daadwerkelijk creatieve beslissingen afdwingen die zichtbaar doorwerken in de output. Zodra de AI zelf de inhoudelijke vormgeving bepaalt blijft de creatieve schepping in essentie autonoom aan het model, en ontbreekt de menselijke “stempel” die het auteursrecht vereist.