Octrooi voor webdataverwerking blijft geldig: geen gebrek aan technisch karakter, nieuwheid of inventiviteit
Rb. Den Haag 28 januari 2026, IEF 23261 ECLI:NL:RBDHA:2026:1322 (Squeezely tegen Insite). De rechtbank de vordering van Squeezely B.V. tot nietigverklaring van het Nederlandse deel van EP 2 997 500 B1 van Insite Innovations and Properties af. Het octrooi ziet op een systeem en methode voor het verwerken van web-browsinginformatie. Squeezely stelde dat het octrooi niet octrooieerbaar is omdat het geen technisch karakter zou hebben (art. 52 EOV) en bovendien niet nieuw en niet inventief zou zijn (art. 54 en 56 EOV). De rechtbank verwerpt dit betoog. Zij oordeelt dat het octrooi technische kenmerken bevat, zoals het gebruik van servers en dataverwerkingsstappen, en daarom niet kan worden aangemerkt als een computerprogramma “als zodanig”. Bij de uitleg van conclusie 1 benadrukt de rechtbank dat de auxiliary web server (AWS) en de back-end server (BES) weliswaar geen fysiek gescheiden servers hoeven te zijn, maar wel als afzonderlijke logische entiteiten moeten worden begrepen, waaraan specifieke functies en stappen zijn toegekend. Deze functies, met name het ontvangen en doorsturen van een door de webclient verzonden codeverzoek, behouden zelfstandige betekenis bij de geldigheidsbeoordeling.