Uitspraak ingezonden door Wouter Pors, Windt Le Grand Leeuwenburgh.
BMW v. Onesta: Amerikaanse anti-suit injunction tegen Münchense procedure over U.S.-patenten
United States District Court for the Western Disctrict of Texas WACO Division 13 februari 2026, IEF 23299; 6:25-cv-00581 (BAYERISCHE MOTOREN WERKE AKTIENGESELLSCHAFT tegen ONESTA, LLC,). BMW heeft in Texas een procedure aanhangig gemaakt tegen Onesta, dat op 9 oktober 2025 als eerste Amerikaanse partij U.S.-patenten had ingeroepen bij de Landgericht München I tegen BMW op basis van twee U.S.-patenten (nrs. 8,854,381 en 8,443,209). Onesta beriep zich daarbij impliciet op de ruimte die volgens haar uit het CJEU-arrest BSH v. Electrolux voortvloeit om in de woonstaat van een EU-gedaagde ook geldigheid en inbreuk op buitenlandse rechten te toetsen, en stelde dat dit ook voor U.S.-patenten zou gelden. BMW dagvaardde daarop Onesta op 15 december 2025 bij de U.S. District Court for the Western District of Texas (Waco Division) en vorderde onder meer een anti-suit injunction die Onesta zou verbieden de U.S.-patentvorderingen in München voort te zetten, met daarnaast een voorlopige ordemaatregel (TRO) om de status quo te bevriezen. BMW voerde aan dat de Amerikaanse rechtsorde een sterk belang heeft bij het exclusief zelf beoordelen van in de VS verleende octrooien, inclusief toegang tot juryrechtspraak, discovery en een geldigeheidsbeoordeling met erga omnes‑effect, en dat de Münchense procedure deze belangen frustreert en BMW in haar processuele rechten schaadt. Onesta bestreed dat er sprake was van beleidsschending of vexatoir gedrag, verwees naar auteursrechtjurisprudentie die toepassing van U.S. copyright law in buitenlandse rechters zou toelaten, en stelde dat comity en het feit dat München de eerst aangezochte rechter was tegen een anti-suit injunction pleitten.