Filter
  • Datum
  • Dossier
  • Instantie
zoeken

Dossiers

 
 
20.674 artikelen gevonden
IEF 23305

VIVA: Gerecht bevestigt (deels) behoud van Uniemerk na vervallenverklaring wegens normaal gebruik

Gerecht EU (voorheen GvEA) 25 feb 2026, IEF 23305; ECLI:EU:T:2026:154 (Viva Credit IFN SA tegen EUIPO en Viva Wallet AE Symmetochon – Anaptyxis Logismikoy), https://www.ie-forum.nl/artikelen/viva-gerecht-bevestigt-deels-behoud-van-uniemerk-na-vervallenverklaring-wegens-normaal-gebruik

Gerecht EU 25 februari 2026; IEF 23305; 4111; ECLI:EU:T:2026:154 (Viva Credit IFN SA tegen EUIPO en Viva Wallet AE Symmetochon – Anaptyxis Logismikoy). In deze zaak vraagt Viva Credit IFN SA om (gedeeltelijke) vernietiging/wijziging van een beslissing van de Vierde Kamer van Beroep van EUIPO in een vervallenverklaringsprocedure tegen het Uniemerk (beeldmerk) “Viva” van Viva Wallet. Viva Credit had vervallenverklaring gevorderd wegens niet-normaal gebruik (art. 58(1)(a) en (2) Verordening 2017/1001), waarna de Cancellation Division het merk grotendeels (deels) had laten vervallen voor een breed dienstenpakket in de klassen 35, 36, 38, 39, 41 en 42. In hoger beroep bij EUIPO bracht Viva Wallet aanvullend bewijs in; de Kamer van Beroep accepteerde dat bewijs en oordeelde dat het merk in de periode 6 april 2017 – 5 april 2022 normaal was gebruikt in de EU (met name Griekenland, maar ook o.a. Cyprus en **Roemenië) voor een reeks diensten, waaronder (kort gezegd) commerciële platform-/intermediairdiensten en e-payment brokerage (klasse 35), betalings- en financiële (ook deels niet-elektronische) diensten en ticketing-/boekingsbemiddeling (klasse 36), elektronische communicatiediensten die samenhangen met card payments en user authorisation (klasse 38), reis-/ticketdiensten en informatieverstrekking (klasse 39), reserverings-/boekingsdiensten inclusief e-tickets (klasse 41) en tijdelijke toegang tot online authenticatiesoftware (klasse 42). Viva Credit betoogde o.a. dat de motivering tekortschoot en dat het bewijs onvoldoende was voor plaats, omvang en aard van het gebruik.

IEF 23310

Afkomstig van www.AI-Forum.nl

Deepfakes als auteursrechtinbreuk? Europese Commissie fluit Deense AI-wet terug

Denemarken werkt, als eerste in Europa, aan een wijziging van zijn Auteurswet om burgers en uitvoerende kunstenaars beter te beschermen tegen AI-gegenereerde deepfakes. Het wetsvoorstel introduceert een verbodsrecht voor natuurlijke personen tegen het online beschikbaar stellen van realistische digitale imitaties van persoonlijke kenmerken en uitvoeringen, zoals stem, uiterlijk of bewegingen. Hiermee poogt Denemarken de opkomst van ongewenste deepfakes te bestrijden via het intellectueel eigendomsrecht. In een recente reactie heeft de Europese Commissie forse kanttekeningen geplaatst bij deze benadering, die ook relevant zijn voor het vergelijkbare wetgevingsinitiatief in Nederland.

IEF 23307

Uitspraak ingezonden door Daan Breuking en Annelotte Boot, Holla.

Secrid vs Pularys: slechts twee van de vijf betwiste Pularys‑wallets leveren modelinbreuk op, geen auteursrechtinbreuk of slaafse nabootsing

Hof Den Haag 20 feb 2026, IEF 23307; 200.345.513/01 (Tomasz Chwilowicz, (voorheen) h.o.d.n. Jaguar Tomasz Chwilowicz, Jaguar en Pularys tegen Secrid B.V.), https://www.ie-forum.nl/artikelen/secrid-vs-pularys-slechts-twee-van-de-vijf-betwiste-pularys-wallets-leveren-modelinbreuk-op-geen-auteursrechtinbreuk-of-slaafse-nabootsing

Hof Den Haag 20 februari 2026, IEF 23307; 200.345.513/01 (Tomasz Chwilowicz, (voorheen) h.o.d.n. Jaguar Tomasz Chwilowicz, Jaguar en Pularys tegen Secrid B.V.). In deze zaak staat Secrid, producent van de Miniwallet en Slimwallet met ingeschreven Benelux-modellen, tegenover de Poolse ondernemer Chwilowicz, die onder de naam Pularys verschillende kaarthouder-portemonnees (Viking, Nordic, Vegan, Yoga en later Hugo) online aanbiedt. Secrid vorderde in kort geding primair een Benelux-breed verbod wegens inbreuk op haar twee geregistreerde kaarthoudermodellen en subsidiair een Nederlands verbod wegens auteursrechtinbreuk en slaafse nabootsing, plus opgave- en nevenvorderingen, alles versterkt met dwangsommen en een volledige proceskostenveroordeling op grond van artikel 1019h Rv. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag oordeelde dat alle vijf Pularys-modellen inbreuk maakten op de modelrechten van Secrid en wees de vorderingen toe, met veroordeling van Chwilowicz in de proceskosten (IEF 22147). In hoger beroep komt Chwilowicz op met veertien grieven: tegen de feitenvaststelling, tegen de modelrechtelijke beoordeling, tegen de subsidiaire auteursrechtelijke en slaafse‑nabootsingsgronden, tegen de proceskosten en tegen de ruime formulering van het verbod. Het hof vernietigt het vonnis grotendeels. Waar de voorzieningenrechter nog vijf producten als inbreukmakend aanmerkte, oordeelt het hof dat slechts twee portemonnees, Viking en Vegan, inbreuk opleveren. Ten aanzien van de Nordic, Hugo en Yoga worden de vorderingen afgewezen. Het hof benadrukt daarbij dat bij de beoordeling van de algemene indruk niet alleen de buitenzijde, maar ook de binnenzijde moet worden betrokken, nu het modeldepot beide zijden omvat en de binnenzijde bij normaal gebruik zichtbaar is. Juist omdat de cardprotector en diverse kenmerken daarvan technisch bepaald zijn en reeds tot het vormgevingserfgoed behoren, is de ontwerpvrijheid binnen deze productcategorie beperkt en kan de buitenzijde op zichzelf, gelet op dat erfgoed, waarschijnlijk geen sterk onderscheidend karakter dragen. Het hof aanvaardt bovendien expliciet dat bij de afbakening van de beschermingsomvang, anders dan bij de geldigheidsbeoordeling, rekening mag worden gehouden met bekende elementen uit het vormgevingserfgoed (het zogenoemde ‘mozaïeken’).

IEF 23304

BRAMANI vs BRAHMA: verwarringsgevaar voor mode- en textielwaren

Gerecht EU (voorheen GvEA) 25 feb 2026, IEF 23304; ECLI:EU:T:2026:145 (PFP Monaco tegen EUIPO en Stanton SAS), https://www.ie-forum.nl/artikelen/bramani-vs-brahma-verwarringsgevaar-voor-mode-en-textielwaren

Gerecht EU 25 februari 2026, IEF 23304; IEFbe 4110; ECLI:EU:T:2026:145 (PFP Monaco tegen EUIPO en Stanton SAS). PFP Monaco vroeg een Uniemerk aan voor het woordteken BRAMANI voor (onder meer) uitgebreide textielwaren (klasse 24) en kleding/schoenen/hoofdbedekkingen (klasse 25). Stanton SAS tekende oppositie aan op basis van het oudere Uniemerk BRAHMA, ingeschreven voor leer en imitatieleer (als zodanig) en lederwaren (klasse 18) en kleding/schoenen/hoofdbedekkingen (klasse 25). De Oppositieafdeling wees de aanvraag voor de betwiste waren gedeeltelijk af; het beroep bij de Kamer van Beroep faalde omdat zij verwarringsgevaar aannam, in elk geval voor het Spaanstalige deel van het publiek in de EU. PFP Monaco stelde daarop beroep in bij het Gerecht op grond van art. 263 VWEU en voerde één middel aan: schending van artikel 8(1)(b) Verordening 2017/1001 (verwarringsgevaar).

IEF 23303

Parallelimport en “decoderen” van merkdranken: geen gegronde reden voor merkhouders om verkoop te verbieden

Antilliaanse Gerechten 24 feb 2026, IEF 23303; ECLI:NL:OGHACMB:2026:34 (Hennessy c.s. tegen Penha c.s.), https://www.ie-forum.nl/artikelen/parallelimport-en-decoderen-van-merkdranken-geen-gegronde-reden-voor-merkhouders-om-verkoop-te-verbieden

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 24 februari 2026, IEF 23303; ECLI:NL:OGHACMB:2026:34 (Hennessy c.s. tegen Penha c.s.). Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie beoordeelt in hoger beroep een geschil tussen merkhouders van Hennessy-cognac, Moët & Chandon/Veuve Clicquot-champagne en Belvedere-wodka (Hennessy c.s.) en Curaçaose detailhandelaren (Penha c.s.). De merkhouders verzetten zich tegen het te koop aanbieden van “gedecodeerde” flessen: flessen waarvan identificatiecodes/lotcodes onleesbaar zijn gemaakt (bijv. met stickers, gaatjes onder de capsule of het wegslijpen van lasercodering), en stellen daarnaast dat dit strijd oplevert met etiketteringsregels en (impliciet) risico’s voor kwaliteit/veiligheid. Zij vorderen o.a. een verbod en staking op straffe van dwangsommen, een recall en uitgebreide opgaven over herkomst/afzet. Het Hof stelt het Caribische merkenrechtelijke uitgangspunt centraal: wereldwijde uitputting (art. 23 lid 8 Mlv), met slechts een uitzondering bij “gegronde redenen” om verdere verhandeling tegen te houden (zoals wijziging/verslechtering), waarbij het Hof, in lijn met Diageo/Esperamos en Diageo/[naam], een belangenafweging toepast en het concordantiebeginsel beperkt acht waar de Caribische wetgever bewust afwijkt van Europees (regionaal) uitputtingsrecht.

IEF 23302

Artikel geschreven door Syb Terpstra, Porterfield.

Wat hebben kunstschaatsen en muziekauteursrecht met elkaar te maken?

Enkele weken geleden was er veel te doen om de Spaanse kunstschaatser Tomàs-Llorenç Guarino Sabaté. Niet om zijn kuur, maar omdat hij lang geen toestemming had voor het gebruik van muziek uit de Minions-films.

Als kunstschaatser kan je niet zomaar muziek gebruiken. Als de muziek auteursrechtelijk beschermd is, moet je toestemming hebben van de rechthebbende(n) (bij bijv. écht oude klassieke muziek is dat niet het geval, omdat die in het publieke domein valt).

En dat leidde de afgelopen Spelen tot nogal wat gedoe. Sabaté kreeg uiteindelijk een paar dagen voor zijn kuur toestemming. Maar zo goed liep het niet voor iedereen af.

Het Canadese ijsdanspaar Zachary Lagha en Marjorie Lajoie wilde gebruikmaken van muziek van o.a. AC/DC. Maandenlang oefenden zij hun kuur op de gekozen muziek, maar een paar weken vóór de Spelen hadden zij (nog) geen toestemming. Daarop pasten zij hun muziekkeuze voor de zekerheid maar aan.

Ook de Amerikaanse kunstschaatser Amber Glenn liep tegen een copyright-probleem aan. Zij zou tijdens haar kuur zonder toestemming gebruik hebben gemaakt van muziek van de Canadese muzikant Seb McKinnon. Kort nadat McKinnon dit op social media had aangekaart, lieten hij en Glenn weten de kwestie onderling te hebben opgelost.

IEF 23300

Conservatoir derdenbeslag gedeeltelijk opgeheven in kort geding tussen Stretchtent Pro B.V. en The Nomad Company

Rechtbank Den Haag 31 dec 2025, IEF 23300; ECLI:NL:RBDHA:2025:27116 (STRETCHTENT PRO B.V. tegen THE NOMAD COMPANY), https://www.ie-forum.nl/artikelen/conservatoir-derdenbeslag-gedeeltelijk-opgeheven-in-kort-geding-tussen-stretchtent-pro-b-v-en-the-nomad-company

Rb Den Haag 31 december 2026, IEF 23300; ECLI:NL:RBDHA:2025:27116 (STRETCHTENT PRO B.V. tegen THE NOMAD COMPANY). De zaak is een kort geding tussen STRETCHTENT PRO B.V. en The Nomad Company. Nomad is groothandel in textielwaren (reis‑ en campingproducten) en houdster van diverse NOMAD‑merken. In een eerdere bodemprocedure tegen Nomadik heeft de rechtbank Den Haag op 3 september 2025 geoordeeld dat Nomadik met gebruik van het teken “Nomadik” inbreuk heeft gemaakt op de NOMAD‑merken, Nomadik verboden verdere inbreuk te maken, haar tot opgave van afzet- en winstgegevens veroordeeld en haar schadeplichtig verklaard jegens Nomad, waarbij de schade nader bij staat moet worden opgemaakt. Op basis van dat bodemvonnis heeft Nomad op 17 december 2025 conservatoir derdenbeslag laten leggen onder ING ten laste van Stretchtent Pro, nadat de voorzieningenrechter de (nog op te maken) schadevordering voorlopig had begroot op circa € 391.261,26. Stretchtent Pro vordert in dit kort geding opheffing van het beslag en voert onder meer aan dat zij zelf geen winst heeft gemaakt met de exploitatie van stretchtenten met het teken “Nomadik”, dat de door Nomad gestelde schade en onderliggende winstcijfers van Nomadik ondeugdelijk zijn onderbouwd, en dat daarom geen voldoende aannemelijk vorderingsrecht van Nomad bestaat dat een beslag van deze omvang rechtvaardigt.

IEF 23301

Article written by Landine Varela, ARQUE Advocaten.

BIRKENSTOCK v. SCAPINO: Dutch court recognizes copyright in iconic sandals

Article written by Landine Varela, ARQUE Advocaten.

The German company Birkenstock is widely known to the public for its sandals and has frequently been involved in litigation to protect its designs. On 12 November 2025, the District Court of Midden-Nederland (the Netherlands) held that Dutch shoe store chain Scapino infringed Birkenstock’s copyright in three well-known sandal models (ECLI:NL:RBMNE:2025:5837). The judgment was rendered shortly before the Mio/Konektra ruling of the CJEU, but probably would have turned out the same way if it had been rendered after – at least, in the opinion of the authors of this article.

Facts

Birkenstock initiated proceedings against Scapino, alleging that the sale of certain sandals (the models Madrid, Arizona, Florida, Boston, and Gizeh) infringed Birkenstock’s copyright. Birkenstock sought, inter alia, an injunction, disclosure of sales data, and damages.

Scapino contested the claim that the sandals constituted copyright protected works. According to Scapino, the overall appearance of the sandals was largely determined by functional and technical considerations. In addition, Scapino invoked forfeiture of rights, referring to prior correspondence and Birkenstock’s enforcement practices.

Copyright protection?

The Court first assessed whether the sandals were eligible for copyright protection. Referring to established Dutch and EU case law, it reiterated that only works that are original in the sense of being the author’s “own intellectual creation” are protected. That the design of a product may be partly dictated by technical or functional requirements does not preclude protection, provided that the author was free to make creative choices reflecting his or her personality.

On that basis, the Court held that the Madrid, Arizona, and Florida models were copyright-protected. The Court found that in designing these sandals, creative choices had been made, including the contouring at the heel and midsole, the specific shape of the toe grip, the decision to leave the sides of the sandals unlined to expose the cork footbed, and the method of attaching the upper to the lower part of the sandal.

The Court explicitly noted that it was aware of the decision of the German Bundesgerichtshof of 20 February 2025, in which two of these Birkenstock models were held not to enjoy copyright protection, but that it had reached a different conclusion in this case.

Protection was denied for two models. The Boston model did not meet the originality threshold, as prior art shows that a clog with a similar upper already existed in 1971. Copyright on the Gizeh model had lapsed under the applicable law at that time because the Benelux design registration from 1983 expired after fifteen years and a maintenance declaration was not filed on time.

IEF 23299

Uitspraak ingezonden door Wouter Pors, Windt Le Grand Leeuwenburgh.

BMW v. Onesta: Amerikaanse anti-suit injunction tegen Münchense procedure over U.S.-patenten

Uitspraken uit de Verenigde Staten 13 feb 2026, IEF 23299; 6:25-cv-00581 (BAYERISCHE MOTOREN WERKE ) AKTIENGESELLSCHAFT tegen ONESTA, LLC), https://www.ie-forum.nl/artikelen/bmw-v-onesta-amerikaanse-anti-suit-injunction-tegen-munchense-procedure-over-u-s-patenten

United States District Court for the Western Disctrict of Texas WACO Division 13 februari 2026, IEF 23299; 6:25-cv-00581 (BAYERISCHE MOTOREN WERKE AKTIENGESELLSCHAFT tegen ONESTA, LLC,). BMW heeft in Texas een procedure aanhangig gemaakt tegen Onesta, dat op 9 oktober 2025 als eerste Amerikaanse partij U.S.-patenten had ingeroepen bij de Landgericht München I tegen BMW op basis van twee U.S.-patenten (nrs. 8,854,381 en 8,443,209). Onesta beriep zich daarbij impliciet op de ruimte die volgens haar uit het CJEU-arrest BSH v. Electrolux voortvloeit om in de woonstaat van een EU-gedaagde ook geldigheid en inbreuk op buitenlandse rechten te toetsen, en stelde dat dit ook voor U.S.-patenten zou gelden. BMW dagvaardde daarop Onesta op 15 december 2025 bij de U.S. District Court for the Western District of Texas (Waco Division) en vorderde onder meer een anti-suit injunction die Onesta zou verbieden de U.S.-patentvorderingen in München voort te zetten, met daarnaast een voorlopige ordemaatregel (TRO) om de status quo te bevriezen. BMW voerde aan dat de Amerikaanse rechtsorde een sterk belang heeft bij het exclusief zelf beoordelen van in de VS verleende octrooien, inclusief toegang tot juryrechtspraak, discovery en een geldigeheidsbeoordeling met erga omnes‑effect, en dat de Münchense procedure deze belangen frustreert en BMW in haar processuele rechten schaadt. Onesta bestreed dat er sprake was van beleidsschending of vexatoir gedrag, verwees naar auteursrechtjurisprudentie die toepassing van U.S. copyright law in buitenlandse rechters zou toelaten, en stelde dat comity en het feit dat München de eerst aangezochte rechter was tegen een anti-suit injunction pleitten.

IEF 23298

Onrechtmatige online uitlatingen over jeugdzorgvoorzitter: hof beperkt vrijheid van meningsuiting en kent immateriële schadevergoeding toe

Hof Amsterdam 3 feb 2026, IEF 23298; ECLI:NL:GHAMS:2026:272 ([appellant] tegen [geïntimeerde]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/onrechtmatige-online-uitlatingen-over-jeugdzorgvoorzitter-hof-beperkt-vrijheid-van-meningsuiting-en-kent-immateriele-schadevergoeding-toe

Hof Amsterdam 3 februari 2026, IEF 23298; ECLI:NL:GHAMS:2026:272 ([appellant] tegen [geïntimeerde]). De zaak betreft een geschil tussen appellante, voorzitter van de Stichting Jeugdhulp Voldoende Beschermd, en geïntimeerde, een jurist die juridisch onderwijs en publicaties aanbiedt via zijn onderneming. Appellante had geïntimeerde in mei 2021 benaderd voor juridisch advies over misstanden in de jeugdzorg en daarbij diverse documenten verstrekt, waaronder een audiobestand van een opgenomen telefoongesprek. Vervolgens heeft geïntimeerde meerdere publicaties op Facebook, X/Twitter en zijn eigen website geplaatst waarin hij appellante onder meer beschuldigde van het uiten dan wel aanzetten tot bedreigingen aan zijn adres, het saboteren van de documentaire Taken: Kinderen van de Staat, het starten van een procedure om een andere zaak te belemmeren, en het saboteren van jeugdzorgslachtoffers. Appellante stelde dat deze uitlatingen onrechtmatig waren en vorderde in hoger beroep, na gedeeltelijke toewijzing door de kantonrechter, onder meer verwijdering van het audiobestand en haar persoonsgegevens, een verbod op verdere uitlatingen, een rectificatie op meerdere platforms en een immateriële schadevergoeding van € 1.000,00. Geïntimeerde is in hoger beroep niet verschenen, waarna tegen hem verstek is verleend. Het hof diende de vorderingen evenwel ambtshalve te toetsen op rechtmatigheid en gegrondheid.