Uitspraak ingezonden door Jordi Bierens, Pels Rijcken.
Verboden rond CBR-examenritten en persoonsgegevens van medewerkers uitvoerbaar bij lijfsdwang
Rb. Gelderland 16 juli 2026, IEF 23702; IT 5363; ECLI:NL:RBGEL:2026:5730 (CBR tegen [gedaagde]). In dit kort geding wijst de voorzieningenrechter de vorderingen van het CBR tegen [gedaagde] grotendeels toe en verklaart hij verschillende geboden en verboden uitvoerbaar bij lijfsdwang. [Gedaagde] dient voorafgaand aan de mondelinge behandeling stukken in, maar verschijnt niet op de zitting. De voorzieningenrechter verleent daarom verstek en slaat geen acht op de ingediende stukken. Op grond van art. 139 Rv worden vorderingen bij verstek toegewezen, tenzij zij de voorzieningenrechter onrechtmatig of ongegrond voorkomen. Omdat lijfsdwang een ingrijpende maatregel is, motiveert de voorzieningenrechter zijn beslissing uitgebreider dan bij verstek gebruikelijk is. Het CBR maakt voldoende aannemelijk dat [gedaagde] twee eerdere vonnissen uit 2023 niet naleeft, dat de daarin opgelegde dwangsommen niet inbaar zijn en dat hij door gemeenten opgelegde gebiedsverboden niet volledig naleeft. Ook blijft [gedaagde] structureel en veelvuldig examenauto’s volgen en houdt hij zich op bij of in de directe omgeving van CBR-locaties.