Alles over deepfakes: definities, rechten, plichten en meer. Dit leerde het IE Zomerforum 2026 ons
Deepfakes zijn in rap tempo uitgegroeid tot een van de meest besproken toepassingen van generatieve AI. Steeds gemakkelijker kunnen afbeeldingen, video's en audiobestanden worden gegenereerd waarin personen, stemmen en gebeurtenissen overtuigend worden nagebootst. Of deze ontwikkeling ook wenselijk is, blijkt een andere vraag.
Tijdens het IE Zomerforum 2026 stond dit onderwerp centraal. Aan de hand van bijdragen van Daniël de Weerd, Dirk Visser, Etienne Valk, Jet Hootsmans en Elles Masselink werd uitgebreid stilgestaan bij de juridische stand van zaken rond deepfakes. Daarbij kwamen zowel de Europese AI Act als het in Nederland geïnitieerde wetsvoorstel aan bod. Ook werd aandacht besteed aan de belangen van makers en andere betrokkenen.
Een juridisch en maatschappelijk probleem
Dankzij generatieve AI kunnen tegenwoordig gemakkelijk afbeeldingen, video's en audiobestanden worden gegenereerd die de indruk wekken authentiek te zijn. Waar dergelijke manipulaties vroeger specialistische kennis vereisten, zijn zij inmiddels toegankelijk geworden voor een breed publiek. Dat brengt risico's met zich mee. Deepfakes worden onder andere gebruikt voor desinformatie, politieke beïnvloeding, fraude, reputatieschade en het genereren van seksuele content. Ook worden steeds vaker stemmen, gezichten en andere herkenbare kenmerken van personen gebruikt voor commerciële doeleinden zonder dat zij daarmee hebben ingestemd.
Juist doordat AI-toepassingen voor deepfakes steeds realistischer, sneller en goedkoper worden, rijst de vraag in hoeverre bestaande wetgeving voldoende bescherming biedt en welke nieuwe regels eventueel nodig zijn. Die vraag stond centraal tijdens het IE Zomerforum.
Deepfakes onder de AI-verordening
De deepfake-definitie
Advocaat Daniël de Weerd (Brinkhof) besprak de regulering van deepfakes onder de AI-verordening. Daarbij stond allereerst de definitie van het begrip deepfake centraal.
Artikel 3(60) AI-verordening definieert een deepfake als door AI gegenereerd of gemanipuleerd beeld-, audio- of videomateriaal dat een gelijkenis vertoont met bestaande personen, voorwerpen, plaatsen, entiteiten of gebeurtenissen en dat door een persoon ten onrechte voor authentiek of waarheidsgetrouw zou worden aangezien. Uit de concept-richtsnoeren van de Europese Commissie volgt dat vier elementen van belang zijn: (i) sprake moet zijn van een gelijkenis ("resemblance"); (ii) datgene waarop de content lijkt moet bestaan ("existing"); (iii) hetgeen waarop de content lijkt moet een persoon, object, plaats, entiteit of gebeurtenis zijn en (iv) de content moet misleidend zijn.
De discussie begon direct bij het vereiste dat sprake moet zijn van iets bestaands. Op het eerste gezicht lijkt de definitie daarmee beperkt tot situaties waarin een bestaande persoon of gebeurtenis wordt nagebootst. Maar uit de richtsnoeren blijkt dat het begrip ruimer wordt opgevat. Ook situaties waarin een persoon niet daadwerkelijk bestaat, maar wel realistisch is en in de werkelijkheid had kunnen bestaan (“can exist or could have existed in reality”), kunnen onder de definitie vallen. De zaal kon zich hierin vinden: ook een niet-bestaand persoon kan immers misleiding veroorzaken.
De rol van misleiding
Daarmee kwam al snel het vierde vereiste centraal te staan: misleiding. Volgens De Weerd volgt uit de richtsnoeren dat niet wordt uitgegaan van een abstracte gemiddelde persoon (een maatman). Doorslaggevend is juist of de specifieke doelgroep van bepaalde content deze content voor authentiek of waarheidsgetrouw kan houden. De samenstelling van het ontvangende publiek speelt dus een belangrijke rol.
Vanuit het publiek werd opgemerkt dat die doelgroep bijvoorbeeld ook kinderen kan omvatten. Kinderen zullen mogelijk sneller geneigd zijn AI-content voor echt aan te zien dan volwassenen. Dat roept de vraag op of zelfs fictieve beelden onder omstandigheden als deepfake kunnen kwalificeren, wanneer zij ten aanzien van een specifieke doelgroep misleidend werken. TikTok werd daarbij genoemd als voorbeeld van een omgeving waarin relatief veel minderjarigen actief zijn. Ook de context waarin content wordt aangeboden bleek relevant. Zoals een van de aanwezigen opmerkte, zullen kijkers van een realityprogramma andere verwachtingen hebben dan gebruikers die door korte video's op sociale media scrollen. De kans op misleiding wordt mede bepaald door de omstandigheden waarin de content wordt geconsumeerd.
Tijdens de presentatie werden verschillende voorbeelden uit de richtsnoeren en daarbuiten besproken. Sommige gevallen leverden weinig discussie op. Een AI-video van een persoon die sterk op een politicus lijkt en een toespraak houdt zal relatief snel als deepfake worden aangemerkt. Andersom geldt hetzelfde voor duidelijk fictieve content, zoals een vliegende sfinx boven de Eiffeltoren of pratende muizen. Daar ontbreekt juist het misleidende karakter. Moeilijker wordt het bij grensgevallen, waarbij misleiding net wel of juist niet aanwezig is. Zo liepen de meningen uiteen over de kwalificatie van een afbeelding waarin bekende acteur Leonardo DiCaprio in het Star Wars-universum wordt geïllustreerd.
De transparantieverplichting van artikel 50 AI-verordening
Ook kwam de transparantieverplichting van artikel 50 lid 4 AI-verordening aan bod. Deze bepaling verplicht deployers (gebruiksverantwoordelijken: art. 3(4) AI Act) van AI-systemen die deepfakes genereren of manipuleren om kenbaar te maken dat sprake is van kunstmatig gegenereerde of gemanipuleerde content.
De volledige analyse is vrij toegankelijk via het proefabonnement op www.AI-Forum.nl