Eindvonnis na tussentijds hoger beroep over bestuurdersaansprakelijkheid voor onbetaalde Buma- en Sena-vergoedingen bij exploitatie van Fresh FM
Rb. Amsterdam 10 december 2025, IEF 23431; ECLI:NL:RBAMS:2025:11296 (Buma/Sena tegen Scoezh, [gedaagde 2], [verweerder 1 (art.29 Fw)] Holding en de curator [gedaagde 2]). Deze zaak betreft een eindvonnis na tussentijds hoger beroep in een procedure van Buma en Sena tegen SCOEZH, haar indirect bestuurder dan wel feitelijk beleidsbepaler [gedaagde 2], diens holding en diens curator. Aanleiding is dat SCOEZH de radiozender Fresh FM exploiteerde en over de jaren 2010 tot en met mei 2016 vergoedingen verschuldigd was aan Buma en Sena wegens uitzending van muziek uit hun repertoire, maar die vergoedingen niet betaalde en evenmin de benodigde opgaven deed over inkomsten en muziekgebruik. Daardoor konden Buma en Sena hun vergoedingen niet volledig berekenen en brachten zij in elk geval minimumvergoedingen en voorschotten in rekening. De procedure tegen SCOEZH zelf is geschorst wegens haar faillissement in 2018 en niet door de curator voortgezet. In een eerder tussenvonnis had de rechtbank al geoordeeld dat [gedaagde 2] persoonlijk een ernstig verwijt kon worden gemaakt, maar het hof heeft in zijn arrest van 14 mei 2024 geoordeeld dat dit oordeel prematuur was zolang de hoogte van de vorderingen op SCOEZH nog niet was vastgesteld. Daarom moet de rechtbank nu eerst bepalen welke vorderingen Buma en Sena nog daadwerkelijk op SCOEZH hebben, en pas daarna beoordelen in hoeverre [gedaagde 2] daarvoor persoonlijk aansprakelijk is. Buma en Sena vorderen onder meer een verbod voor [gedaagde 2] om nog inbreuk te (doen) maken op hun rechten, verificatie van hun vorderingen in het faillissement van [gedaagde 2], erkenning daarvan door de curator en een bevel tot aanvullende opgave conform de modelovereenkomst. De rechtbank wijst het gevorderde inbreukverbod toe, maar wijst de gevorderde opgave af omdat die verplichting op SCOEZH rustte en niet op [gedaagde 2] in persoon. Daarna beoordeelt de rechtbank per post welke bedragen nog als vordering op SCOEZH kunnen gelden. Voor Buma accepteert zij onder meer een deel van de vordering uit het oude vonnis van 26 mei 2010, een deel van de voorschotfacturen voor etheruitzendingen en latere proceskostenveroordelingen, maar niet de aanvullende licentievergoeding van € 55.000, omdat die nooit aan SCOEZH is gefactureerd en dus niet opeisbaar is geworden, en ook niet de gevorderde webcastingvergoeding, omdat onvoldoende is gebleken dat SCOEZH daarvoor contractueel of anderszins aansprakelijk was. Voor Sena accepteert de rechtbank een deel van de facturen voor etheruitzendingen, een belangrijk deel van de facturen voor webcasting op basis van de tussen Sena, SCOEZH en [gedaagde 2] gesloten vaststellingsovereenkomst, en een proceskostenveroordeling uit een eerder kort geding. Zo komt de rechtbank uit op een vordering van € 124.403,61 voor Buma en € 60.124,60 voor Sena op SCOEZH.