Gepubliceerd op maandag 1 juni 2026
IEF 23578
Rechtbank Amsterdam ||
19 mei 2026
Rechtbank Amsterdam 19 mei 2026, IEF 23578; ECLI:NL:RBAMS:2026:5170 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/foto-zonder-toestemming-en-naamsvermelding-gepubliceerd-schadevergoeding-wegens-auteursrechtinbreuk

Foto zonder toestemming en naamsvermelding gepubliceerd: schadevergoeding wegens auteursrechtinbreuk

Rb. Amsterdam 19 mei 2026, IEF 23578; ECLI:NL:RBAMS:2026:5170 ([eiser] tegen [gedaagde]). De kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam oordeelt dat gedaagde inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten en persoonlijkheidsrechten van eiser, een professioneel fotograaf, door een door hem gemaakte foto van een 538-Koningsdagbezoekster zonder toestemming en zonder naamsvermelding op haar website te publiceren. Het verweer dat niet vaststaat dat de foto auteursrechtelijk beschermd is, wordt gepasseerd, onder meer omdat dit pas bij dupliek is aangevoerd en gedaagde in haar conclusie van antwoord nog zelf ervan uitging dat op de foto auteursrecht rustte. Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat voldoende aannemelijk is dat de foto auteursrechtelijke bescherming geniet, omdat sprake is van een bewust gekozen hoek en focus die de foto een eigen, oorspronkelijk karakter geven. Ook het beroep van gedaagde op mogelijk rechtmatig gebruik via beeldbanken slaagt niet, omdat zij onvoldoende concreet heeft onderbouwd dat zij daadwerkelijk toestemming had om de foto te gebruiken. Dat gedaagde de inbreuk niet bewust zou hebben gepleegd, doet daaraan niet af: de publicatie zonder toestemming van de maker en zonder diens naam te vermelden levert een schending op van diens exploitatierechten en persoonlijkheidsrechten.

Bij de begroting van de schade neemt de kantonrechter als uitgangspunt de licentievergoeding die verschuldigd zou zijn geweest indien vooraf toestemming voor het gebruik van de foto was gevraagd. Eiser heeft voldoende gemotiveerd gesteld dat hij voor gebruik van deze foto een vergoeding van € 250 rekent. Omdat gedaagde geen toestemming heeft gevraagd en eiser daardoor onder meer controle over zijn werk, exclusiviteit en exploitatiemogelijkheden heeft verloren, acht de kantonrechter een vergoeding van tweemaal de licentievergoeding, dus € 500, redelijk. Daarnaast wordt € 125 toegewezen wegens schending van de persoonlijkheidsrechten door het ontbreken van naamsvermelding, zodat de totale schadevergoeding uitkomt op € 625, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 17 juni 2024. Ook de buitengerechtelijke incassokosten van € 93,75 worden toegewezen, omdat eiser voldoende heeft onderbouwd dat incassowerkzaamheden zijn verricht en het niet-afhalen van de aangetekende aansprakelijkstelling voor rekening van gedaagde komt. Gedaagde wordt als de in het ongelijk gestelde partij bovendien veroordeeld in de proceskosten van € 715,25, vermeerderd met eventuele betekeningskosten, terwijl het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

4.1.

Het verweer dat [eiser] niet heeft onderbouwd dat de foto auteursrechtelijk is beschermd, heeft [gedaagde] pas bij dupliek gevoerd, terwijl zij in haar antwoord er zelf nog van uitging dat op de foto wel auteursrecht rustte. Dat [eiser] in deze procedure niet uiteengezet heeft welke creatieve keuzes hij heeft gemaakt bij het maken van de foto, zoals [gedaagde] bij dupliek heeft aangevoerd, kan hem dan ook niet worden tegengeworpen. Het is dan al ten overvloede dat wordt overwogen dat de kantonrechter geen aanleiding heeft om te twijfelen aan de stelling van [eiser] dat op de foto een auteursrecht rust. [eiser] heeft deze foto heeft gemaakt als professioneel fotograaf en de foto is als illustratie ook daadwerkelijk gepubliceerd. Er is verder duidelijk sprake van een bewust gekozen hoek en focus die de foto een eigen, oorspronkelijk karakter geeft.

4.2.

Op grond van artikel 5 van de Auteurswet is het auteursrecht een uitsluitend recht van de maker om een werk openbaar te maken en te verveelvoudigen. Op grond van artikel 25 van de Auteursrecht heeft [eiser] ook het recht zich te verzetten tegen openbaarmaking van de foto zonder vermelding van zijn naam. Dat [gedaagde] mogelijkerwijs wel toestemming had omdat zij gebruik maakt van beeldbanken is onvoldoende concreet om aan te nemen dat zij beschikte over toestemming. Dit betekent dat [gedaagde] door de foto zonder toestemming en naamsvermelding van [eiser] te publiceren op haar website, een inbreuk heeft gemaakt op [eiser] zijn auteurs- en persoonlijkheidsrechten. Overigens is hierbij niet relevant dat [gedaagde] dit niet bewust heeft gedaan. Ook dan is er sprake van een schending. Dit betekent dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de door [eiser] geleden schade.

4.3.

Bij het bepalen van de hoogte van de schadevergoeding die [eiser] toekomt wegens een inbreuk op zijn auteursrecht, moet in eerste instantie als uitgangspunt worden genomen de licentievergoeding die betaald had moeten worden indien wel om toestemming voor plaatsing zou zijn gevraagd. [eiser] heeft gemotiveerd gesteld dat hij voor het gebruik van dezelfde foto een honorarium vraagt van € 250,00. In dit geval heeft [gedaagde] echter geen toestemming gevraagd, zodat [eiser] heeft aangevoerd dat hij daardoor tevens schade lijdt door verlies van controle over het werk, de aantasting van de exclusiviteit en vermindering van exploitatiemogelijkheden. [eiser] hanteert daarom bij zijn contractspartners algemene voorwaarden die bepalen dat hij in dat geval recht heeft op een vergoeding van driemaal de licentievergoeding, hoewel [eiser] in deze procedure de schade beperkt tot tweemaal de vergoeding, te weten € 500,00. Dit bedrag komt de kantonrechter niet onredelijk voor. Door [gedaagde] is ook niet gemotiveerd onderbouwd aangegeven waarom dit bedrag wel onredelijk zou zijn. De schade wordt daarom door de kantonrechter hierop vastgesteld.