Gepubliceerd op maandag 1 juni 2026
IEF 23579
Rechtbank Den Haag ||
8 apr 2026
Rechtbank Den Haag 8 apr 2026, IEF 23579; ECLI:NL:RBDHA:2026:12265 (Volkswagen tegen [gedaagde]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/verbetervonnis-in-ie-verstekzaak-proceskosten-alsnog-begroot-op-grond-van-artikel-1019h-rv

Verbetervonnis in IE-verstekzaak: proceskosten alsnog begroot op grond van artikel 1019h Rv

Rb. Den Haag 8 april 2026, IEF 23579; ECLI:NL:RBDHA:2026:12265 (Volkswagen tegen [gedaagde]. De Rechtbank Den Haag wijst het verzoek van Volkswagen tot verbetering van een eerder, op 11 februari 2026 gewezen verstekvonnis toe. Volkswagen had aangevoerd dat sprake was van een kennelijke fout in de zin van artikel 31 Rv, omdat de rechtbank in het oorspronkelijke vonnis had overwogen dat de gevorderde proceskosten niet waren gespecificeerd, terwijl die specificatie wel degelijk in de dagvaarding was opgenomen. De rechtbank volgt Volkswagen daarin. Nu gedaagde niet in het geding was verschenen, beslist de rechtbank op het verzoek zonder nader bericht aan gedaagde. Volgens de rechtbank is sprake van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent: in het oorspronkelijke vonnis werd voor de feiten van het geding verwezen naar de dagvaarding, en uit de aan dat vonnis gehechte dagvaarding blijkt dat Volkswagen haar proceskosten onder randnummer 6.1 had opgegeven en gespecificeerd.

De verbetering heeft tot gevolg dat de proceskosten niet langer worden begroot volgens het gewone liquidatietarief, maar op grond van artikel 1019h Rv, nu het gaat om een procedure ter handhaving van intellectuele-eigendomsrechten in de zin van artikel 1019 Rv. Voor de beoordeling van de redelijkheid en evenredigheid van de opgevoerde advocaatkosten sluit de rechtbank aan bij de Indicatietarieven in IE-zaken, versie februari 2026. Gelet op het relevante feitencomplex, de grondslag van de vordering en het ontbreken van inhoudelijk verweer kwalificeert de rechtbank de zaak als een eenvoudige bodemzaak, waarvoor bij een procedure op tegenspraak een maximumtarief van € 9.600 geldt. Omdat in deze verstekzaak na de dagvaarding geen conclusie van antwoord is genomen en geen zitting heeft plaatsgevonden, acht de rechtbank toewijzing van de helft van dat maximumtarief, € 4.800, redelijk en evenredig. Hoewel Volkswagen € 7.296 aan advocaatkosten had gespecificeerd, wordt daarom € 4.800 aan salaris advocaat toegewezen, vermeerderd met € 714 aan griffierecht, € 120,78 aan dagvaardingskosten en € 178 aan nakosten. De totale proceskostenveroordeling wordt daarmee verhoogd van € 1.533,78 naar € 5.812,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving, met € 92 extra salaris en de kosten van betekening indien niet tijdig wordt betaald en het vonnis vervolgens wordt betekend.

2.1.

Op grond van artikel 31 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verbetert de rechter te allen tijde, op verzoek van een partij of ambtshalve, in zijn vonnis een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Dit is het geval als het gaat om duidelijke verschrijvingen of fouten waarvan direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing.

2.2.

De rechtbank oordeelt dat in het vonnis van 11 februari 2026 sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. De rechtbank verwijst in r.o. 2.1. in het Vonnis voor de feiten van dit geding naar de dagvaarding waarvan, volgens de overweging, een gewaarmerkte kopie is gehecht aan het Vonnis. In de aangehechte dagvaarding zijn onder randnummer 6.1 de proceskosten aan de zijde van Volkswagen wel opgegeven en gespecificeerd. De rechtbank zal het verzoek tot verbetering van het vonnis dan ook toewijzen als volgt.