Merkenrecht  

IEF 20101

Merkaanvraag zonder wezenlijke functie is te kwader trouw

Hof Den Haag 22 jun 2021, IEF 20101; ECLI:NL:GHDHA:2021:1074 (EBB tegen Samsung), https://www.ie-forum.nl/artikelen/merkaanvraag-zonder-wezenlijke-functie-is-te-kwader-trouw

Hof Den Haag 22 juni 2021, IEF 20101; ECLI:NL:GHDHA:2021:1074 (EBB tegen Samsung)  Samsung gebruikt voor haar virtuele assistent voor mobiele telefoons de naam Bixby en heeft deze merknaam ingeschreven. Samsung vordert nietigheid van het Bibby-Beneluxmerk. Het gaat in deze zaak om de vraag of EBB misbruik maakt van het merkenrecht en het Benelux-merk Bibby te kwader trouw heeft gedeponeerd. De rechtbank heeft geoordeeld dat het merk niet wordt gebruikt overeenkomstig de wezenlijke functie van het merk en dat de aanvraag uitsluitend is gedaan met een speculatief oogmerk. Het hof is het met die beslissing eens. Hierbij is bijvoorbeeld van belang dat EBB honderden merken heeft geregistreerd, waaruit een patroon van oneerlijk handelen blijkt. Ook heeft EBB volgens het hof niet voldoende onderbouwd dat de naam Bibby daadwerkelijk gebruikt gaat worden. 

IEF 20098

Uitspraak ingezonden door Tanguy de Haan, NautaDutilh.

Gerecht EU: Ongewone lippenstift komt in aanmerking voor merkregistratie

Gerecht EU (voorheen GvEA) 14 jul 2021, IEF 20098; ECLI:EU:T:2021:443 (Guerlain tegen EUIPO), https://www.ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-ongewone-lippenstift-komt-in-aanmerking-voor-merkregistratie

Gerecht EU 14 juli 2021, IEF 20098, IEFbe 3256; ECLI:EU:T:2021:443 (Guerlain tegen EUIPO) Guerlain is producent van lippenstift en wil het specifiek driedimensionale ontwerp registreren. Het EUIPO heeft de aanvraag in eerste instantie afgewezen vanwege een gebrek aan onderscheidend karakter, maar het Gerecht oordeelt anders. Ze oordeelt dat de vorm van de lippenstift zodanig ongewoon is binnen deze sector, dat het zich onderscheidt van andere merken. De ovale vorm leidt tot een bepaalde herkenning bij het relevante publiek en wijkt af van de norm. Hierbij is ook van belang dat de lippenstift niet rechtop kan staan. Zodoende komt het Gerecht tot de conclusie dat het merk in aanmerking komt voor inschrijving. 

IEF 20096

Verbod tot inbreuk op merk El Gaucho toegewezen

Rechtbank Noord-Holland 15 jul 2021, IEF 20096; ECLI:NL:RBNHO:2021:5802 (M&V tegen El Gauchito Grande), https://www.ie-forum.nl/artikelen/verbod-tot-inbreuk-op-merk-el-gaucho-toegewezen

Vzr. Rechtbank Noord-Holland 15 juli 2021, IEF 20096; ECLI:NL:RBNHO:2021:5802 (M&V tegen El Gauchito Grande) Kort geding. Eiser M&V is merkhouder van het Benelux woordmerk ‘EL GAUCHO’. Dit merk is ingeschreven voor restauratieve diensten. Verweerder, een vof, voerde sinds augustus 2018 de naam ‘El Gaucho’ en exploiteerde onder die naam een grillrestaurant. M&V heeft de vof in september 2020 aangesproken op deze inbreuk op haar merk en haar een termijn gegund om aan te geven of zij de naam van haar vof en restaurant zou wijzigen en om de wijzigingen door te voeren.

IEF 20085

Gerecht EU: Wolf en Rolf conceptueel en fonetisch te verschillend

Gerecht EU (voorheen GvEA) 30 jun 2021, IEF 20085; ECLI:EU:T:2021:406 (Wolf tegen EUIPO en Rolf), https://www.ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-wolf-en-rolf-conceptueel-en-fonetisch-te-verschillend

Gerecht EU 30 juni 2021, IEF 20085, IEFbe 3250; ECLI:EU:T:2021:406 (Wolf tegen EUIPO en Rolf)  Wolf is houder van de gelijknamige merknaam. Rolf is houder van het later ingeschreven beeldmerk. Beide partijen zijn in vergelijkbare sectoren actief. Wolf heeft bij het EUIPO bezwaar gemaakt tegen de inschrijving van het beeldmerk, maar dit is afgewezen. Wolf vordert nu bij het Gerecht vernietiging van die beslissing en voert daartoe aan dat er sprake is van verwarringsgevaar. Volgens Wolf lijken de merken teveel op elkaar. Ondanks het feit dat drie van de vier letters hetzelfde zijn en in dezelfde volgorde staan, is er volgens het Gerecht geen sprake van een fonetische en conceptuele gelijkenis. De twee beeldmerken zijn niet zodanig gelijk, dat het voor het relevante publiek leidt tot verwarring. Het Gerecht bevestigt de uitspraak van het EUIPO. 

IEF 20072

Geluid van openen drankblikje is geen klankmerk

Gerecht EU (voorheen GvEA) 7 jul 2021, IEF 20072; ECLI:EU:T:2021:420 (Ardagh Metal Beverage tegen EUIPO), https://www.ie-forum.nl/artikelen/geluid-van-openen-drankblikje-is-geen-klankmerk

Gerecht EU 7 juli 2021, IEF 20072, IEFbe 3246; ECLI:EU:T:2021:420 (Ardagh Metal Beverage tegen EUIPO) Ardagh heeft een Uniemerkaanvraag bij het EUIPO ingediend. Het merk waarvan inschrijving is aangevraagd, is het klankteken dat doet denken aan het geluid dat ontstaat bij het openen van een drankblikje, gevolgd door een stilte van ongeveer één seconde en gebruis van ongeveer negen seconden. Het Gerecht begint met de opmerking dat een dergelijk klankmerk een onderscheidend vermogen dient te hebben, zodat de consument het aanmerkt als merk. Een element van functionele aard valt hier niet onder. Omdat het openen van een blikje onlosmakelijk verbonden is met een technische oplossing voor het hanteren van dranken kan dit geluid niet worden opgevat als een aanduiding van de commerciële herkomst van deze blikjes. Het Gerecht houdt de weigering van de aanvraag door het EUIPO in stand. 

IEF 20068

Uitspraak ingezonden door Lenneke van Gaal, LWSL. 

Woordmerk 'Miley Cyrus' heeft een duidelijke en specifieke semantische inhoud

Gerecht EU (voorheen GvEA) 16 jun 2021, IEF 20068; ECLI:EU:T:2021:372 (Smiley Miley tegen EUIPO), https://www.ie-forum.nl/artikelen/woordmerk-miley-cyrus-heeft-een-duidelijke-en-specifieke-semantische-inhoud

Gerecht EU 16 juni 2021, IEF 20068; ECLI:EU:T:2021:372 (Smiley Miley tegen EUIPO) Smiley Miley heeft in 2014 het woordmerk 'Miley Cyrus' geregistreerd. Het EUIPO heeft in eerste aanleg bepaald, dat er sprake is van verwarring ten aanzien van de merknaam Cyrus, een verkoper van onder andere muziekinstallaties. Smiley Miley komt daar in deze zaak tegen in beroep en voert aan dat de vergelijking minimaal is. Het Gerecht vernietigt de uitspraak van het EUIPO. Ze stelt dat de naam Miley Cyrus voor het relevante publiek een duidelijke en specifieke semantische inhoud heeft, omdat zij bij het grote publiek bekend staat als een internationale zangeres. Deze specifieke inhoud geldt niet voor de merknaam Cyrus, waardoor er geen sprake kan zijn van verwarringsgevaar. 

IEF 20064

Uitspraak ingezonden door Tobias Cohen Jehoram, Renate Keijser en Geert Lokhorst, De Brauw Blackstone.

Onvoldoende bewijs voor normaal gebruik woordmerk

BBIE 28 jun 2021, IEF 20064; (De Brauw tegen Forbitex), https://www.ie-forum.nl/artikelen/onvoldoende-bewijs-voor-normaal-gebruik-woordmerk

BOIP 29 juni 2021, IEF 20064, IEFbe 3244; CANC/3000225/DW (De Brauw tegen Forbitex)  De Brauw vordert in deze zaak de doorhaling van het woordmerk AMALIA. Ze voert daartoe aan dat er geen sprake is van normaal gebruik van dit woordmerk. Het woordmerk wordt volgens eiser niet vermeld op facturen van Forbitex en is ook niet op de website te vinden. Forbitex heeft daarop twee relevante facturen overlegd, waar het woordmerk AMALIA wel wordt gebruikt. Volgens het bureau is dit echter onvoldoende om aan te nemen dat de commerciële exploitatie in het zakenleven reëel is. Zodoende is er volgens het Bureau geen sprake van normaal gebruik. De vordering tot vervallenverklaring wordt toegewezen. 

IEF 20054

Conflict met Uniemerk bestaat niet meer na afloop nietigheidsprocedure

Gerecht EU (voorheen GvEA) 2 jun 2021, IEF 20054; ECLI:EU:T:2021:318 (Style & Taste tegen EUIPO), https://www.ie-forum.nl/artikelen/conflict-met-uniemerk-bestaat-niet-meer-na-afloop-nietigheidsprocedure

Gerecht EU 2 juni 2021, IEF 20054, IEFbe 3242; ECLI:EU:T:2021:318 (Style & Taste tegen EUIPO)  Style & Taste heeft bij het EUIPO een nietigheidsverklaring aangevraagd voor het beeldmerk van The Polo/Lauren Company, omdat het logo te veel zou lijken op een eerder geregistreerd merk van Style & Taste. Style & Taste heeft volgens het Gerecht niet kunnen aantonen, dat het conflict met haar Uniemerk na afloop van de nietigheidsprocedure nog zal voortduren. Dit hangt samen met het feit dat de inschrijving van het oudere merk reeds in 2017 verstreken was. Het merk van Style & Taste genoot op het moment van uitspraak van het EUIPO in de nietigheidsprocedure aangespannen door Style & Taste geen bescherming meer. Het beroep wordt daarom verworpen. 

IEF 20051

Prejudiciële vragen over productaansprakelijkheid

HvJ EU 22 apr 2021, IEF 20051; (Keskinäinen tegen Philips), https://www.ie-forum.nl/artikelen/prejudici-le-vragen-over-productaansprakelijkheid

Hooggerechtshof Finland 22 april 2021, IEF 20051; C-264/21 (Keskinäinen tegen Philips)  Verzoek om een prejudiciële beslissing. Via MinBuza: Keskinäinen, een Finse verzekeringsmaatschappij, heeft als gevolg van een brand een schadevergoeding uitgekeerd. Deze brand was ontstaan door een Philips espressomachine, die in Roemenië geproduceerd is door het Italiaanse bedrijf Saeco. Saeco en Philips zijn merken van KPNV. De verzekeringsmaatschappij achtte KPNV aansprakelijk voor deze schade, maar die laatste stelt dat zij niet de producent is. De Finse rechter stelt in deze zaak een tweetal prejudiciële vragen over de uitleg van het begrip 'producent' in de zin van artikel 3 van de richtlijn 85/374 over productaansprakelijkheid. 

IEF 20044

Uitspraak ingezonden door Bert Gravendeel en Marleen Hoenink, Fruytier

Piazza onterecht als 'merkenpiraat' bestempeld

Rechtbank Rotterdam 23 jun 2021, IEF 20044; ECLI:NL:RBROT:2021:6206 (Piazza tegen Premium Bodywear), https://www.ie-forum.nl/artikelen/piazza-onterecht-als-merkenpiraat-bestempeld

Vzr. Rechtbank Rotterdam 23 juni 2021, IEF 20044; KG ZA 21-303 (Piazza tegen Premium Bodywear)  Piazza is in 2013 een zakelijke niet-exclusieve in/verkooprelatie met Bodywear overeengekomen. De directeur van Premium Bodywear (mede-gedaagde) is houder van de uniemerken Olaf-Benz en Manstore. Gedaagden sommeerden tot staking en overdracht van de domeinnamen Olafbenzshop.com en Manstoreshop.com sinds augustus 2020 wegens merk/handelsnaaminbreuk. Piazza stelt dat Bodywear op de hoogte was van de verkoop van hun ondergoed via de websites. Piazza vorderde staking van de leveringsboycot, vanwege het gebrek aan een opzeggingstermijn en vorderde schadevergoeding. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat uit de gang van zaken tussen beide partijen inderdaad blijkt dat Bodywear enige tijd geen bezwaar had tegen deze wijze van verkoop. Zodoende is er volgens de voorzieningenrechter onterecht het predicaat 'merkenpiraat' op Piazza geplakt. Daarentegen oordeelt de rechtbank dat het leveringsboycot vooralsnog gehandhaafd mag blijven en dat het gebruik van de aanduidingen Olaf Benz en Manstore moeten worden gestaakt. Voor het overige wordt verwezen naar de bodemprocedure.