Commissie auteursrecht adviseert over gevolgen ONB-arrest voor fictief makerschap in de Auteurswet
De commissie auteursrecht heeft de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geadviseerd over de gevolgen van het arrest ONB [IEF 22588] voor het Nederlandse stelsel van fictief makerschap in artikel 7 en 8 Auteurswet. In dat arrest oordeelde het Hof van Justitie dat een wettelijke regeling die voorziet in een automatische overgang van uitsluitende rechten zonder voorafgaande toestemming van de rechthebbenden in strijd kan zijn met het Unierecht. De Commissie wijst erop dat uit de rechtspraak van het Hof volgt dat het begrip “auteur” een autonoom Unierechtelijk begrip is, dat in beginsel ziet op de natuurlijke persoon die het werk heeft gecreëerd. Tegen die achtergrond acht de Commissie het aannemelijk dat het Unierecht weinig ruimte laat voor nationale regelingen die een ander, met name een rechtspersoon, als maker aanwijzen en het auteursrecht oorspronkelijk bij die ander laten ontstaan.