10 mrt 2026
Uitspraak ingezonden door Marije van der Jagt, Griffiths Advocaten.
Hof bevestigt Nederlandse thuiskopieregeling en veroordeelt PhoneZone tot betaling
Hof Den Haag 10 maart 2026, IEF 23382; ECLI:NL:GHDHA:2026:243 (PhoneZone tegen De Thuiskopie). In PhoneZone B.V. tegen Stichting de Thuiskopie stond in hoger beroep centraal of PhoneZone thuiskopievergoedingen moest betalen over door haar ingevoerde dragers, en of het Nederlandse stelsel van thuiskopievergoeding wel verenigbaar is met art. 5 lid 2 onder b van de Auteursrechtrichtlijn. Het hof zet eerst het wettelijke kader uiteen: in Nederland is de thuiskopievergoeding verschuldigd door de fabrikant of importeur van de drager; de hoogte van de vergoeding wordt vastgesteld binnen het daarvoor geldende stelsel; de inning loopt via Stichting de Thuiskopie; de betalingsplicht ontstaat bij invoer of het in het verkeer brengen van de drager; en bij uitvoer of ander niet-vergoedingsplichtig gebruik bestaan mogelijkheden voor restitutie. Het hof verwerpt vervolgens de principiële bezwaren van PhoneZone tegen dit systeem. Volgens het hof hebben lidstaten bij de inrichting van een stelsel van billijke compensatie een ruime beoordelingsmarge, zolang de daadwerkelijke inning van compensatie is gewaarborgd en voldoende correctiemechanismen bestaan om overcompensatie te voorkomen. Daarom is het volgens het hof toegestaan dat Nederland de heffing legt bij de fabrikant of importeur in plaats van bij de particuliere eindgebruiker. Ook is het toegestaan dat de betalingsverplichting al ontstaat voordat daadwerkelijk een privékopie is gemaakt. Het hof acht verder aanvaardbaar dat niet vooraf al onderscheid wordt gemaakt tussen privégebruik en zakelijk gebruik, omdat heffing verderop in de keten praktisch grote problemen zou opleveren. Het hof laat in het midden of PhoneZone zich rechtstreeks op de richtlijn kan beroepen, omdat het Nederlandse recht volgens het hof hoe dan ook niet onjuist is omgezet. Ook ziet het hof geen aanleiding om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie.
Daarna behandelt het hof de meer concrete verweren van PhoneZone, en ook die falen. Het hof oordeelt dat het Nederlandse restitutiestelsel in beginsel doeltreffend is: voor terugbetaling bij uitvoer of ander niet-vergoedingsplichtig gebruik kan worden teruggevallen op art. 16c lid 4 Auteurswet, op de algemene vordering uit art. 6:203 BW en op de restitutieregelingen van De Thuiskopie. Daarbij mag De Thuiskopie voor restitutie verlangen dat de betalingsplichtige een inkoopfactuur, verkoopfactuur en transportdocument overlegt, zodat kan worden gecontroleerd of het om dezelfde dragers gaat en of die daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Dat PhoneZone veel restitutie niet goed kon onderbouwen, komt volgens het hof voor haar eigen rekening, omdat zij jarenlang dragers heeft ingevoerd zonder tijdig opgave te doen en zonder tijdig af te dragen. Daarom falen ook haar beroep op verrekening en haar bezwaren tegen de bewijspositie. Verder beslist het hof dat art. 16c lid 3 Auteurswet een fatale termijn bevat. Dat betekent dat de wettelijke rente al gaat lopen vanaf het moment van invoer of het in het verkeer brengen van de drager, en niet pas vanaf het moment waarop De Thuiskopie een factuur stuurt. Het hof verwerpt ook PhoneZones bezwaar tegen de eiswijziging van De Thuiskopie. Daarbij is van belang dat De Thuiskopie haar vordering in hoger beroep heeft aangepast, omdat PhoneZone de hoofdsommen over 2017 tot en met 2020 inmiddels had betaald en omdat inmiddels ook bedragen voor het laatste kwartaal van 2023, het jaar 2024 en januari tot en met april 2025 konden worden gefactureerd. In het dictum vernietigt het hof daarom alleen de beslissingen 6.1 en 6.7 van het vonnis van de rechtbank en bekrachtigt het het vonnis voor het overige. PhoneZone wordt veroordeeld tot betaling van € 45.657,50 over 2016, € 83.983,80 over 2021, € 50.410,90 over 2022, € 604.841,09 over januari-september 2023, € 23.270,00 over oktober-december 2023, € 26.506,30 over 2024 en € 298.899,00 over januari-april 2025, telkens vermeerderd met wettelijke rente vanaf de in het dictum genoemde data. Voor 2017, 2018, 2019 en 2020 wijst het hof niet opnieuw de hoofdsommen toe, maar alleen nog de wettelijke rente over respectievelijk € 95.550,00, € 347.688,40, € 321.951,90 en € 18.013,10, telkens vanaf 31 december van het betrokken jaar. Daarnaast wordt PhoneZone veroordeeld in de kosten van het principaal en incidenteel hoger beroep, begroot op € 31.163,50, met nakosten als het arrest moet worden betekend. Daarmee faalt het principaal hoger beroep van PhoneZone en slaagt het incidenteel hoger beroep van De Thuiskopie.
7.6
Het hof volgt Phonezone niet in deze bezwaren.
7.6.1
Zoals weergegeven hiervoor onder 7.4, vierde streepje, heeft het HvJ EU aanvaard dat de vergoeding niet rechtstreeks wordt geheven bij de privégebruiker, maar bij “personen die (…) dragers (…) ter beschikking stellen aan natuurlijke personen, gebruikers”. Het HvJ EU heeft daarbij uitdrukkelijk aanvaard dat de heffing wordt opgelegd “voordat de kopieën voor privégebruik worden gemaakt”. In datzelfde oordeel ligt besloten dat het HvJ EU heeft aanvaard dat die distributeur die heffing moet voorfinancieren, met de mogelijkheid dat hij een incassorisico loopt, en dat de heffende instantie in zoverre een rentevoordeel kan genieten.
7.6.2
Gelet op het voorgaande betoogt De Thuiskopie terecht dat Phonezone zelf de gevolgen moet dragen van het feit dat zij, zoals tussen partijen vaststaat, in strijd met de artikelen 16c lid 3 en 16f Aw jarenlang dragers heeft ingevoerd zonder onverwijld (i) daarvan opgave te doen en (ii) de daarmee gepaard gaande vergoeding af te dragen aan De Thuiskopie.
7.6.3
De Thuiskopie voert ook terecht aan dat met de normale werking van artikel 16c lid 4 Aw, de actie uit onverschuldigde betaling van 6:203 BW28 en haar opeenvolgende restitutieregelingen kan worden uitgesloten dat een betalingsplichtige een thuiskopievergoeding afdraagt en vervolgens niet terugbetaald krijgt als hij de betrokken dragers uitvoert (of als de dragers door zijn afnemers worden uitgevoerd zonder dat deze zelf om terugbetaling vragen). Phonezone heeft daarom niet aannemelijk gemaakt dat De Thuiskopie in deze procedure aanspraak maakt op vergoeding met betrekking tot dragers waarvan zij weet of behoort te weten dat zij niet uiteindelijk bij een Nederlandse privégebruiker zijn terechtgekomen. Daar waar De Thuiskopie restitutie heeft geweigerd met betrekking tot dragers waarvan Phonezone had gesteld dat die door haarzelf of haar afnemers waren uitgevoerd kwam dat zoals hierna uiteengezet doordat De Thuiskopie op basis van de door Phonezone overgelegde stukken niet heeft kunnen vaststellen dat PhoneZone daadwerkelijk een vergoeding had afgedragen over de betrokken dragers en dat diezelfde dragers vervolgens daadwerkelijk waren uitgevoerd.
7.6.4
Gelet op het voorgaande is niet relevant dat Phonezone, zoals zij aanvoert, zelf niet aan particulieren levert.
- Praktische moeilijkheden die heffing zonder onderscheid tussen zakelijk en privégebruik rechtvaardigen
7.7
Volgens Phonezone wordt het heffen bij een andere dan de eindconsument/gebruiker, zonder wettelijk onderscheid vooraf tussen zakelijk en privégebruik, niet gerechtvaardigd door praktische moeilijkheden. Niet is gebleken dat er praktische bezwaren kleven aan het op het niveau van de detailhandelaar opleggen van een heffing aan de privégebruiker, zoals dat bijvoorbeeld voor de btw gebeurt, terwijl het heffen bij de fabrikant of importeur deze laatste met een zeer kostbare administratieve verplichting opzadelt.
7.8
Het hof volgt Phonezone niet in deze bezwaren.
7.8.1
Met De Thuiskopie is het hof van oordeel dat het HvJ EU met zijn hiervoor onder 7.4, vierde streepje, weergegeven oordeel dat de vergoeding niet rechtstreeks hoeft te worden geheven bij de privégebruiker, maar ook kan worden geheven bij “personen die (…) dragers (…) ter beschikking stellen aan natuurlijke personen, gebruikers” niets heeft gezegd over de vraag bij welke schakel van de distributieketen moet worden geheven.
7.8.2
De Thuiskopie heeft onweersproken aangevoerd dat een stelsel waarin bij de detailhandelaar zou worden geheven zou resulteren in vele duizenden incassopunten. Het hof volgt De Thuiskopie in haar stelling dat de werking van het inningsstelsel daardoor ernstig zou worden bemoeilijkt of zelfs onmogelijk zou worden gemaakt, het risico op fouten en handhavingsproblemen zou stijgen en haar apparaatskosten exponentieel zouden toenemen. Het is ook om die reden dat de wetgever heeft gekozen voor heffing bij de fabrikant of importeur.29 De Thuiskopie voert terecht aan dat de vergelijking met de wijze waarop de Belastingdienst btw heft mank gaat, omdat de Belastingdienst wat publiekrechtelijke bevoegdheden en mankracht niet kan worden vergeleken met De Thuiskopie.
7.8.3
De enkele verwijzing door Phonezone naar het vonnis van de rechtbank Den Haag van 30 september 2020 (Sobi c.s./Staat en De Thuiskopie)30 kan niet tot een ander oordeel leiden: de daar aan orde zijnde procedure had deels betrekking op een ander tijdvak, waarin zakelijke gebruikers volgens een zogeheten mutualisation-stelsel moesten meebetalen aan de thuiskopievergoeding, en de rechtbank heeft in die zaak beslist op grond van de daar uitgewisselde argumenten, die afwijken van de argumenten die in deze procedure zijn aangevoerd.
7.8.4
Het hof ziet blijkens het voorgaande geen aanleiding om – zoals PhoneZone heeft voorgesteld – prejudiciële vragen te stellen aan het HvJ EU.