Gedaagde mag geen foto's van het ANP gebruiken zonder vergoeding te betalen
Rechtbank Midden-Nederland 31 oktober 2018, IEF 18256, ECLI:NL:RBMNE:2018:6655 (ANP tegen X). Auteursrecht. Eerste aanleg. Bodemzaak. Gedaagde heeft uitsneden van foto’s uit de beeldbank die het ANP exploiteert zonder toestemming en zonder vermelding van het ANP op zijn website geplaatst. Gedaagde is er van op de hoogte gesteld dat zijn handelen een inbreuk op de auteursrechten van het ANP vormt en is in de gelegenheid gesteld om een licentie te kopen. Hierop heeft gedaagde de foto’s verwijderd maar niet betaald. Het ANP vordert schadevergoeding van gedaagde voor de schade die zij heeft geleden door het gebruik van de foto’s. De rechtbank stelt eerst vast dat de foto’s een werk zijn in de zin van de Aw, en dat het ANP de rechten op deze foto’s toekomt. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat het verweer van gedaagde dat hem geen verwijt treft omdat dergelijk gebruik van het werk veelvuldig voor kwam niet op gaat nu gedaagde zelf onderzoek had kunnen en moeten doen naar de herkomst van de foto. De foto’s zijn opgenomen in een beeldbank en voor het gebruik daarvan moet gewoonlijk een licentievergoeding worden betaald. Dit alles overwegend stelt de rechtbank vast dat er sprake is van een inbreuk en dat er dus een schadevergoeding moet worden betaald. Deze schadevergoeding moet worden vastgesteld op de wijze die het meest in overeenstemming is met de aard van de geleden schade. Dat is volgens de rechtbank in dit geval de gederfde licentievergoeding.
Merkenrecht. Auteursrecht. Transitgoederen. WFL oefent een expeditiebedrijf uit. Philip Morris produceert en verhandelt Marlboro-sigaretten. Philip Morris is houder van een aantal Gemeenschapsmerken en Internationale Beeldmerken en tevens auteursrechthebbende ten aanzien van ontwerpen van Marlboro sigarettenverpakkingen. Philip Morris verneemt van de douane dat een container met sigaretten geadresseerd aan WFL wordt vastgehouden op grond van een vermoeden van inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht en verzoekt WFL om in te stemmen met vernietiging van de inbreukmakende sigaretten. De vordering van WFL tot opheffing van het door Philip Morris gelegde conservatoire beslag wordt afgewezen. Naar voorlopig oordeel dient Philip Morris in beginsel de mogelijkheid te worden geboden om in een bodemprocedure te bewijzen dat de sigaretten waren bestemd voor de Nederlandse markt en, zo zij hierbij in het gelijk mocht worden gesteld, de sigaretten te doen vernietigen.
Uitspraak ingezonden door Martijn Kortier,